Crisis dwingt gemeenten tot samenwerking

Jantine Kriens tijdens de werkconferentie van Agenda Stad

“Ik durf wel te stellen dat Nederland vooral uit de crisis komt door sterke regio’s te maken, die vanuit hun eigen identiteit met vernieuwing aan de slag gaan. Dat levert banen op”, zegt Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en lid van de regiegroep van Agenda Stad.

“Waar vroeger gemeenten nog wel eens met de rug tegen elkaar stonden, zie je dat ze nu dat ze steeds meer samenwerken. Denk maar aan die verschrikkelijk lelijke bedrijventerreinen die vóór de crisis werden ingericht door elkaar beconcurrerende gemeenten. Nu staan ze voor een belangrijk deel leeg, en het is de vraag of dat nog goed komt. We hebben geleerd dat met elkaar concurreren niet slim is en dat we elkaar nodig hebben.”

Hoe kunnen gemeenten beter samenwerken?

“Gemeenten moeten de komende jaren meer inzetten op de lokale economie en daarmee samenhangend de arbeidsmarkt. Daarbij moeten ze zelf kansen zien, creëren en lef tonen. Of het nu een binnenstad met winkels betreft, een perifere regio waar industrieën verdwijnen, een agrarisch gebied, een grensregio, havens of een grote studentenstad. Er komt veel op ons af en bovendien worden de verschillen tussen stedelijke netwerken en het platteland groter.”

Een voorbeeld van mooie samenwerking ziet Jantine Kriens tussen Amsterdam en Haarlemmermeer. “Vroeger was er altijd spanning tussen de burgemeester van Haarlemmermeer, waar Schiphol in ligt, en de burgemeester van Amsterdam. Ze zijn natuurlijk in grote mate afhankelijk van elkaar. Tegenwoordig werken ze zo samen dat de burgemeester van de Haarlemmermeer geen enkele schroom meer heeft om in het buitenland te zeggen dat hij uit Amsterdam komt. Ja, dat is een hele grote verandering.”

De lokale democratie is ook van belang. “Het is niet meer zo dat je door één keer in de vier jaar verkiezingen te organiseren, je binding hebt met je inwoners. Dat geldt zowel op nationaal als op lokaal niveau. Lokaal zie je dat inwoners in toenemende mate zelf initiatieven nemen. Gemeenten beseffen dat ze binding met hun inwoners moeten aangaan, met burgerinitiatieven, en dat ze daar andere manieren van sturing voor moeten bedenken. Veel gemeenten zijn daar mee aan het experimenteren.”

Verandert de ambtenaar?

“Veel uitvoerende taken zijn de afgelopen jaren door gemeenten buiten de deur geplaatst: zo zijn er bijvoorbeeld nog maar een paar gemeenten die zelf vuilnis ophalen. De meeste gemeenten houden de regie over uitvoerende zaken, om zicht op de kwaliteit te houden, maar ze doen het niet zelf. Ook het onderhoud aan begraafplaatsen, dat waren voorheen vaak gemeenteambtenaren, maar dat is nu uitbesteed. Daarmee verandert de gemeente van een uitvoerende organisatie in een regieorganisatie, en dat betekent ook dat er ambtenaren nodig zijn die in staat zijn om te weten wat er gebeurt in die gemeente, om daar ook politiek over te kunnen adviseren.”

En samenwerking over de grens?

“Grensoverschrijdende verbindingen zie je ook. Maastricht met Aken maar ook Coevorden en de regiogemeenten aan de overkant. Enschede stuurt tegenwoordig stagiaires naar Duitsland. Gent en Terneuzen voeren samen een ouderenbeleid en werken samen aan onderwijsvoorzieningen. De ontwikkelingen binnen gemeenten gaan nu grensoverschrijdend en in enorm tempo. Zowel op kleine schaal maar we kunnen ook grotere verbindingen leggen.

Zoals tussen Rotterdam, Antwerpen en Le Havre. Die steden hebben heel lang geconcurreerd met elkaar en je ziet ze nu steeds meer samenwerken. Zoals je ook nu ziet dat havenbedrijf Rotterdam samen met Dordrecht en de Drechtsteden samenwerkt aan de binnenvaart. Dat is één havengebied nu. Dat is heel verstandig, want daarmee heb je het vervoer naar je achterland ook goed geregeld.”

Waar lijden de gemeenten het meest onder?

“De crisis heeft natuurlijk enorm toegeslagen, en je ziet op dit moment dat gemeenten meer taken hebben gekregen. Tegelijkertijd hangt er de komende jaren een korting van 4 miljard boven het hoofd van de gemeenten. Dat betekent dat we zo niet door kunnen gaan en dat we nieuw verdienvermogen moeten organiseren.

We zijn misschien over een aantal jaren weer terug naar het niveau van vóór de crisis, maar we hebben er dan wel veel meer taken bij. En dat is wel een dreigende ontwikkeling natuurlijk. Wij zijn aan het onderzoeken op welke manieren gemeenten efficiënter kunnen zijn. Bijvoorbeeld door beter te investeren of door betere verbindingen aan te gaan met corporaties en schoolbesturen, waardoor je andere geldstromen in de publieke sector neer kunt zetten.

De regio zou ook een eigen belastinggebied kunnen hebben. Dat heeft als voordeel dat er een rechtstreekse relatie kan zijn tussen de voorzieningen die mensen krijgen, en wat ze daarvoor betalen. Nu betalen we allemaal inkomstenbelasting aan het Rijk, en vervolgens gaat er weer een groot bedrag naar de gemeenten. Hierdoor is de verbinding tussen wat er geleverd wordt en wat je aan belasting betaalt eigenlijk een beetje zoek.”

Hoe pakken de gemeenten Agenda Stad op?

“De gemeenten hebben een ‘position paper’ gemaakt als bijdrage aan deze agenda. De gemeenten werken aan het ondersteunen van innovatie, het wegnemen van belemmeringen in de groei, het ruimte bieden aan innovaties en daarmee ook het verbeteren van de werkgelegenheid.

De economische kracht wordt groter naarmate de dichtheid en de (mogelijkheden tot) interacties groter zijn. Krachtige steden en stedelijke regio’s zijn noodzakelijk om deze transformaties aan te kunnen: krachtig op economisch gebied en krachtig op sociaal-maatschappelijk gebied.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.