‘Eerst kijken naar inhoud, dan naar bestuurlijk jasje’

Nederland laat kansen onbenut om tot een sterkere economische groei te komen. Een goed openbaar bestuur kan daarin het verschil maken, letterlijk en figuurlijk. Daarvoor moet ze wel meer focussen op de inhoud, en vooral op de economische opgave. Dan pas kan worden gekeken welke bestuurlijke vorm er het beste bij past.

Dat is een van de aanbevelingen van de Studiegroep Openbaar Bestuur in het medio maart verschenen rapport ‘Maak verschil. Krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven’.

Krachtig bestuur

Het openbaar bestuur dat de Studiegroep voor ogen heeft, is er één die krachtig kan inspelen op regionale opgaven en in staat is adaptief om te gaan met snel veranderende werkelijkheden. Ook moet het in staat zijn verbindingen te leggen tussen verschillende partijen in de samenleving, zoals bedrijven en kennisinstellingen.

Zo analyseert de Studiegroep onder andere dat economische activiteiten in toenemende mate plaatsvinden op regionaal niveau. Ook de maatschappelijke en bestuurlijke werkelijkheid manifesteert zich in toenemende mate op regionaal niveau. Daarbij zijn de (economisch) succesvolste regio’s in hoge mate verstedelijkt. Het belang van steden en stedelijke regio’s en vooral de verbindingen daartussen neemt toe. Ook zijn er volgens het rapport verschillen zichtbaar tussen de Nederlandse regio’s. Of het nu gaat om verschillen in economische structuur, politiek-bestuurlijke cultuur of bevolkingsontwikkeling.

Meer vanuit de inhoud

Het openbaar bestuur zal dus meer moeten inspelen op belangrijke veranderingen. En dat moet gebeuren, aldus de Studiegroep, vanuit de inhoudelijke opgaven die in de verschillende regio’s naar voren komen. De Studiegroep stelt dan ook dat Agenda Stad en Europese Agenda Stad in lijn zijn met de aanbevelingen uit het rapport.

Naar aanleiding van de gemaakte analyse stelt de Studiegroep dat gemeenten uitgedaagd moeten worden om bestaande of nieuwe regionale samenwerking te voorzien van een economisch regionaal-bestuurlijk programma – samen met regiogemeenten, provincie, rijk, waterschappen, kennisinstellingen, maatschappelijke partners en burgers. Dat programma komt niet volgens een blauwdruk tot stand. Elke regio heeft immers een ander ‘bestuurlijk jasje’ nodig.

Niet vrijblijvend

Tegelijkertijd is de uitdaging daartoe ook niet vrijblijvend. Spelregels, regie en ondersteuning voor het tot stand brengen van die programma’s zouden voor het begin van dit proces moeten worden vastgesteld in een interbestuurlijk kader. Via dit kader krijgen legitimatie, handelingssnelheid en doorzettingsmacht een plaats in de uiteindelijke regionale samenwerking die wordt gekozen.

Gemeenten krijgen een bepaalde periode, bijvoorbeeld twee jaar, om een economisch regionaal-bestuurlijk programma tot stand te brengen. Komen zij er niet uit, dan heeft het Rijk ‘een stok achter de deur’ nodig om gemeenten toch te laten samenwerken, aldus de Studiegroep. Om de regio’s met hun verschillende karakteristieken en uitdagingen, ook met wetgeving de ruimte te bieden voor regionaal maatwerk, zou er een doorlichting van organieke en andere relevante wetgeving moeten plaatsvinden.

Download hier het hele rapport‘Maak verschil. Krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven’.

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.