Zeven Nederlandse steden geselecteerd voor de Missie ‘100 Klimaatneutrale en Slimme Steden in 2030’ van de Europese Commissie

Op donderdag 28 april heeft de Europese Commissie bekendgemaakt welke steden uit Europa deelnemen aan de EU-Missie ‘100 Climate Neutral and Smart Cities 2030′. De 100 steden zijn afkomstig uit alle 27 EU-lidstaten. Twaalf steden komen uit geassocieerde landen, waaronder Noorwegen, Turkije en Israël.

De Nederlandse steden die zijn uitverkozen om deel te nemen zijn Groningen, Utrecht, Eindhoven & Helmond, Rotterdam, Amsterdam en Den Haag.

Deelnemende steden verbinden zich door middel van Climate City Contracts aan het streven om al in 2030 klimaatneutraal te zijn.

Voor de Missie is tot eind 2023 360 miljoen euro beschikbaar om een begin te maken met innovaties die in 2030 tot klimaatneutraliteit in de deelnemende steden moeten leiden. De geselecteerde steden krijgen maatwerkadvies en ondersteuning vanuit het platform van de Missie, dat wordt beheerd door NetZeroCities. De onderzoeks- en innovatieacties richten zich o.a. op schone mobiliteit, effectief energiegebruik en duurzame stadsplanning. Daarnaast worden mogelijkheden verkend om gezamenlijke initiatieven te ontplooien en om tot synergie te komen met andere EU-programma’s.

Vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans, verantwoordelijk voor de Europese Green Deal, zegt dat ‘steden het voorfront vormen van de strijd tegen de klimaatcrisis’. “Of het nu om het vergroenen van de publieke ruimte gaat, de aanpak van luchtvervuiling of energiebesparing in de gebouwen (…), steden zijn vaak het knooppunt van de veranderingen die Europa door moet maken in de transitie naar klimaatneutraliteit.”

Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen sprak haar steun uit voor de 100 steden die ze roemt als ‘pioniers die het voortouw nemen in de groene transitie door zichzelf hogere doelen te stelen’. De Europese Commissie heeft immers als missie om in 2050 geheel klimaatneutraal te zijn. De 100 deelnemende steden committeren zich om dit al 20 jaar eerder te bewerkstelligen.

Groeiende rol van steden in Europa

Dat er maar liefst zeven geselecteerde steden uit Nederland komen, is in de eerste plaats een succes voor de steden zelf. Het ministerie van BZK ondersteunde de aanmelding en zal de deelnemende én belangstellende steden ook de komende jaren bijstaan bij het uitvoeren van hun ambitieuze missie.

Karen van Dantzig

Karen van Dantzig

Dutch Urban Envoy Karen van Dantzig, namens het kabinet speciaal gezant voor Steden in Nederland en Europa, kijkt met vertrouwen uit naar de samenwerking. “Steden zijn een belangrijke motor in Europa, niet alleen voor de economie en wetenschap, maar ook voor een even complexe als urgente opgave als het bezweren van de klimaatcrisis, die iedereen dagelijks raakt. Ik noem steden niet voor niets de kortste verbinding tussen Europa en zijn burgers. Nederland heeft de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld om steden op Europees niveau de stem en invloed te geven die ze verdienen, vooral door middel van de Urban Agenda for the EU. Ik ben er trots op dat nu meer dan 100 ambitieuze steden de kans krijgen om hun voortrekkersrol waar te maken. Ik verheug me erop om hier samen met de Nederlandse steden een stevige bijdrage aan te leveren.”

Lees meer over de Missie in het persbericht van de Europese Commissie en maak kennis met de deelnemende steden in de factsheet Meet the Cities.

 

New European Bauhaus ondersteunt initiatieven van decentrale overheden: Samen werken aan een mooie, duurzaam en inclusieve toekomst

De Europese Commissie heeft drie oproepen (calls) voor projecten opengesteld voor gemeenten, provincies om samen te werken aan een mooie, duurzame en inclusieve toekomst door deelname aan het programma New European Bauhaus. Burgerparticipatie bij duurzame initiatieven of co-creatie van openbare ruimte met inwoners moeten onderdeel zijn van het project om in aanmerking te komen voor ondersteuning van de EU. Ook kan een beroep gedaan worden op deskundige praktische ondersteuning voor steden < 100.000 inwoners.

New European Bauhaus

De Europese Unie werkt toe naar een klimaat neutrale unie in 2050 met de Green Deal. Om de Green Deal naar de harten en de hoofden te brengen van de mensen en de Green Deal ‘tastbaar en levend’ te maken is de New European Bauhaus (NEB) in het leven geroepen. Het NEB moet de transitie naar een mooie, duurzame, inclusieve woon- en leefomgeving verbeteren. Ecologie, economie en cultuur smelten samen, het combineren van kunst, cultuur en wetenschap draagt bij aan de doelen van de Green Deal. De klimaattransitie moet voor een groot deel in de steden plaatsvinden, omdat steden wereldwijd voor 70% van de CO2-uitstoot zorgen. Voor een duurzaam, mooi en inclusief resultaat is het daarom belangrijk dat iedereen wordt meegenomen in deze verandering. Dit thema staat ook centraal bij verschillende City Deals van Agenda Stad (bv. de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen) en Partnerschappen van de Europese Agenda stad. De NEB-beweging kan deze initiatieven voeden, andersom verrijken deze initiatieven de NEB-beweging.

Drie nieuwe calls: Co-creatie, burgerparticipatie en praktische ondersteuning

Voor nieuwe projecten heeft de Europese Commissie drie oproepen gepubliceerd voor gemeenten, provincies en lokale initiatieven.

De eerste call biedt praktische ondersteuning om projecten volgens het NEB gedachtengoed op te zetten bij gemeenten met minder dan 100.000 inwoners. Het ontbreekt deze gemeenten namelijk soms aan middelen en capaciteit. In totaal worden 20 projecten geselecteerd die deskundige ondersteuning krijgen en worden opgenomen worden in het NEB-netwerk. Het budget wordt budget beschikbaar gesteld via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De deadline van de oproep is 23 mei 2022.

De tweede call gaat over het bevorderen van burgerbetrokkenheid bij duurzame initiatieven. Zowel private als publieke partijen kunnen reageren op deze oproep van het Europese instituut voor innovatie en technologie. Er worden 8 projecten geselecteerd die tot €15.000 ondersteuning kunnen ontvangen. De derde call haakt in op burgerbetrokkenheid bij co-creatie van de publieke ruimte. Een consortium bestaande uit in ieder geval een gemeente of regio kan reageren op deze oproep. Per project is tot €45.000 beschikbaar. Deze calls staan open tot 29 mei 2022.

Activiteiten New European Bauhaus

De Europese Commissie geeft de beweging samen met de community vorm met verschillende activiteiten. Dat doet de Commissie samen met de partners. De afgelopen periode hebben meer dan 400 Europese Partners zich aangemeld voor de NEB. Ook diverse Nederlandse instanties zijn aangehaakt, van kennisinstellingen tot netwerken en verenigingen op het gebied van ontwerp en verduurzaming. Met elkaar geven deze partners de beweging vorm met programma’s en projecten. Daarnaast heeft de Commissie een NEB-prijsvraag waarmee duurzame, inclusieve en mooie projecten geselecteerd worden. Ook zijn er verschillende evenementen als het NEB-festival van 8 tot 19 juni en een NEB-lab waar in co-creatie gewerkt wordt aan de opgaven. Er zijn verschillende projecten onder het NEB-lab waarmee zowel de commissie als de partners in co-creatie werken aan duurzame, inclusieve en mooie projecten.  Meer informatie over het NEB-lab is te vinden op de site van de Europese Commissie.

Friends of the New European Bauhaus

Ook via het pas gelanceerde NEB Lab biedt mogelijkheden om direct betrokken te worden bij het Bauhaus-programma. Dit LAB oftewel een community ‘friends of the New European Bauhaus’ geven samen met de partners, nationale contactpunten, winnaars van prijzen en andere betrokkenen de beweging vorm. Een zogenaamde ‘denk – en doe tank’ dus. De vrienden ondersteunen de beweging door projecten voor te dragen, bij te dragen aan lopende projecten van het NEB en de NEB te promoten. Publieke en private partijen kunnen zich aanmelden als vriend.

Meer weten over het New European Bauhaus? Het College van Rijksadviseurs is het nationaal contactpunt en is bereikbaar via neweuropeanbauhaus@rijksoverheid.nl.

Nieuwe Actieplannen voor Partnerschap Public Procurement

Inkoop en aanbesteding inzetten als een strategisch instrument om sociale, economische en duurzame uitdagingen te adresseren, het uitwisselen van kennis, ervaring en tools, leren van elkaar én experimenteren met Europese steden en dorpen. Dat is in een notendop wat het Europese Partnerschap on Innovative and Responsible Public Procurement voor ogen heeft. Hoe ze dat doen? Daarover vertelt coördinator Valentina Schippers.

Valentina Schippers, wie ben je?

Ik ben coördinator van de Urban Agenda Partnership on Innovative and Responsible Public Procurement namens de gemeente Haarlem, coördinerende gemeente van dit Partnerschap en voorzitter van de Eurocities werkgroep Public Procurement. Vorig jaar combineerde ik dit met de functie Regisseur Circulair Inkopen bij Metropool Regio Amsterdam. Al 22 jaar werk ik voor de lokale overheid, in verschillende functies. Gepokt en gemazeld mag ik wel zeggen. Bij de coördinatie van dit Partnerschap valt alle opgedane ervaring op zijn plek. Het is goed én fijn om met zo’n groot en Europees netwerk samen te mogen werken. Het kost tijd en energie, het mooie is dat je er ook energie van krijgt!

Waarom dit Partnerschap?

Europese overheden geven jaarlijks ca. 2.000 miljard euro uit aan inkoop en aanbesteding – allerlei zaken als bruggen, papier, kantoormeubilair, creëren van opvangplekken voor vluchtelingen, stoplichten, noem maar op. Dit enorme bedrag en de vele overheidspartijen in Europa maken dat je inkoop/aanbesteding als strategisch instrument kunt inzetten om bij te dragen aan sociale, economische en duurzame uitdagingen. Dat is lange tijd onderschat. Gek eigenlijk, want het is in feite hetzelfde als je als consument inkopen doen in de supermarkt. Maar dan in het groot.

Als consument stel je bepaalde eisen aan een product, al naar gelang je wensen. Vind je duurzaamheid belangrijk, een lage prijs of de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Stel dat iedereen en masse kiest voor een ‘shampoobar’ in plaats van shampoo in een plastic fles. Oók de producenten passen dan hun verpakking en materiaal aan, zij willen tenslotte hun product verkopen. Dat is precies waar we naar toe willen: met elkaar oplossingen zoeken voor diverse vraagstukken, samen kunnen we veel bereiken. Ook via Public Procurement Partnership dragen we ons steentje bij problemen als duurzaamheid, het herstellen van de economie na crises als COVID-19 en de oorlog in Oekraïne. Circulariteit is belangrijk, daarom nemen we dat op in het pakket van eisen, de selectie – en gunningscriteria bij een nieuwe aanbesteding. Dat is een goede methode om tot circulaire oplossingen te komen. Marktpartijen mee laten denken komt steeds vaker voor. Sterker nog: er zit daar heel veel creativiteit. Daar maken we dankbaar gebruik van. We willen uiteindelijk allemaal hetzelfde: een fijne woon- en werkomgeving in een leefbaar klimaat!

Trots op de resultaten

De afgelopen 4 jaar hebben we al veel bereikt met onze Europese partners, het Partnerschap is succesvol geweest met de implementatie van het Action Plan 2018, wij zijn hier trots op. We hebben aan zeven verschillende Acties gewerkt. Het is mooi om te zien dat onze producten daadwerkelijk gebruikt worden door grote en kleinere overheden in de EU, helpen om inkoop en aanbesteding strategisch in te zetten om bijvoorbeeld doelen uit de Green Deal te bereiken, circulaire economie te stimuleren. Het leeft, het werkt!

Een voorbeeld van ons resultaat? In een handzame actieve handleiding is samengevat hoe een inkoop- en aanbestedingsstrategie opzet kan worden (met o.a. infographics, video-interviews, self-assesments). Steden die nog geen of een beperkte inkoopstrategie maken hier graag gebruik van. Ook is onze gratis E-learningmodule al bijna 1400 keer bekeken. Ook hebben we een leidraad over innovatiemakelaars gemaakt. Deze methode is nog niet alom bekend, wij hebben beschreven wat het is en hoe dit gebruikt kan worden – op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Meestal is een innovatiemakelaar een website, een soort marktplaats waar de overheden hun inkoopbehoefte als een uitdaging formuleren en de marktpartijen op deze inkoopbehoefte kunnen reageren met hun oplossingen. Een innovatiemakelaar kan ook een persoon zijn. Een praktijkvoorbeeld: een Noorse gemeente zette als pilot elektrische voertuigen in voor een bouwproject. Dat werkte zó goed dat ze dit groter wilden aanpakken met veel meer zware elektrische machines en voertuigen. Het bedrijf in kwestie kon dat niet alleen bolwerken, het betekende een miljoeneninvestering die ze niet zouden terugverdienen. Met de inzet van een persoon – de innovatiemakelaar is de vraag breed uitgezet, waarop vele andere overheden enthousiast reageerden. Zoveel interesse was reden genoeg om gezamenlijk te investeren in dit project.

Deze trajecten zijn natuurlijk niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Dat kost tijd, veel tijd. Tijd voor de overheid om dit voor te bereiden en tijd voor de marktpartijen om met ideeën en oplossingen te komen. In een vroeg stadium communiceren met de markt over de wensen is dan ook van cruciaal belang. De inkoopkalender vroeg bekend maken geeft bedrijven de gelegenheid te anticiperen en tijdig te investeren in innovatieve oplossingen. Sommige bedrijven zijn heel vooruitstrevend, andere hebben gewoonweg onvoldoende liquiditeit en mogelijkheden om zomaar te experimenteren. Zij kunnen dan bijvoorbeeld allianties met elkaar smeden. Op deze manier heb je als overheidsinstantie meer kans te krijgen wat je beoogt.

Nieuwe plannen, nieuwe partners

Het Partnerschap heeft een boost gegeven aan het inzetten van innovatie in inkoop en aanbesteding. Samen met alle leden is daarom besloten om door te gaan met het Partnerschap. Met elkaar hebben wij nieuwe acties geformuleerd en in het Action Plan 2022 uitgewerkt.
Het nieuwe Action Plan 2022 is inmiddels definitief en goedgekeurd door de UDG (Europese Commissie en vertegenwoordiging van alle EU-lidstaten). De nieuwe plannen gaan een stapje verder: de basis is gelegd met de Actieplannen 2018, hoe gaan we dat continueren en verder brengen?

Kort samengevat komt het neer op:

  1. Ontwikkelen van een online platform voor de uitwisseling van kennis en ervaring
  2. Bijdragen aan het behalen van de doelen van de Europese Green Deal via innovatief en verantwoord aanbesteden
  3. Herstel van de economie met inkoop en aanbesteding als een strategisch instrument

We merken dat met deze nieuwe plannen ook vanzelf nieuwe partners aansluiten. Het werkt als een olievlek, overheden zien duidelijk de meerwaarde in van dit Partnerschap. Zo hebben zich pasgeleden een Poolse stad Koszalin, Universiteit Twente en de provincie Barcelona met 311 steden en dorpen aangesloten, dat is fantastisch! Alle partners zijn actief, informatie wordt veelvuldig gedeeld binnen hun eigen netwerken. Events als de European Week of Regions and Cities dragen natuurlijk ook een belangrijk steentje bij. Als partner ben je in feite ook gelijk ambassadeur. Zo ontstaat een levendige en productieve gemeenschap. Sinds de start van het Partnerschap is het aantal partners verdubbeld.

Wat heeft het Partnerschap Haarlem gebracht?

Als coördinerende stad van het Partnerschap heeft Haarlem vorig jaar besloten het Europese programma structureel in te bedden. Ik kan het niet laten om ook te vermelden dat Haarlem in 2021 halve finale heeft gehaald van Rising Innovation City Award, in 2020 in de categorie ‘Aanbestedingsinitiatief van het jaar’ de Procura+ Award won, een award voor de meest innovatieve en duurzame aanbestedingen in Europa én in 2019 door het Expertisecentrum Aanbesteden PIANOo tot de tweede in de top 10 van de meest innovatieve publieke organisatie werd uitgeroepen. Ja, ik denk wel dat het Partnerschap Haarlem heel wat heeft gebracht. In ons Europees netwerk horen we bovendien dat Nederland als koploper wordt gezien. Onze best practices op het gebied van Social Return on Investment willen andere steden en regio’s graag overnemen. Zie bijvoorbeeld de good practice of Haarlem in de EU publicatie: Making socially responsible public procurement work – Publications Office of the EU (europa.eu). Ook markconsultaties vinden in Nederland vaker plaats dan in andere landen.

Genoeg redenen dus om dit Partnerschap voor te zetten!

 

Meer weten over dit Partnerschap?

Bekijk de animatie (Engelstalig).
Volg de E-learning (Engelstalig)
Nieuwsgierig naar het  eindrapport Action Plan 2018-2021 UA Public Procurement? (pdf, Engelstalig)
Lees de (7e) nieuwsbrief (Engelstalig)

Lees ook de reeks thematische artikelen over de resultaten van de EAS-Partnerschappen.

 

 

“Mind gaps, tackle traps”, een korte impressie van het Cohesieforum in Brussel

Wat, waar en hoe investeert de EU in Europese regio’s en steden om economische, sociale en territoriale cohesie tussen regio’s en EU-landen te bevorderen? Waar en wat zijn de verbeterpunten? Dat staat in het 8e cohesierapport ‘Cohesion in Europe towards 2050’ dat aanleiding was voor het Cohesieforum afgelopen 17 en 18 maart. Dutch Urban Envoy Karen van Dantzig was erbij: ‘Fijn dat we elkaar weer persoonlijk konden spreken in Brussel. Ons gezamenlijk doel is en blijft Europa inclusiever, veerkrachtiger en economisch gezond te maken en te houden. COVID-19 heeft flinke impact gehad op onder andere onze economieën”.

Met Eurocommissarissen Ferreira (Cohesie en Reforms) en Smidt (Jobs and Social Rights) als gastvrouw/-heer  was de multilevel hybride conferentie met ca. 2000 genodigden drukbezocht. Ferreira, voorafgaand aan het Forum: “Ik verwacht veel discussies en gesprekken over de uitdagingen van de deze tijd (COVID-19, Oekraïne), de lessen die we hieruit trekken en de toekomstige uitdagingen voor ons cohesiebeleid” Dat beleid is vooral op gericht op het verkleinen van ongelijkheden en langetermijnveranderingen. De EU investeert daarvoor 392 miljard euro in nationale en regionale programma’s die economische groei stimuleren, banen, de ‘twin’-transitie (‘green’ en ‘digital’), sociale en inclusieve integratie en een (nog) betere samenwerking.

Verklein de ongelijkheid, ‘go local’

Ferreira benadrukte het belang van het cohesiefonds als stimulans voor economische ontwikkeling. Speciale aandacht gaf zij aan het voorkomen van het verder vergroten van verschillen tussen kwetsbare en sterke regio’s, dat er aandacht moet blijven voor de basis, bijvoorbeeld door het toepassen van ‘ontwikkelstrategieën, meer multilevel samenwerking & partnerschappen en versterken van de kring medestanders.
Kortom: “Mind gaps, tackle traps”.

Verklein de ongelijkheid, ‘leave no one behind’, het belang van medeoverheden en de lokale setting ‘go local’ waren de centrale boodschappen van diverse andere sprekers. Ook EU-president Von der Leyen sprak in haar videoboodschap over de positieve bijdrage van het cohesiebeleid en -fondsen en de ‘stille kracht van de EU”.

Dat Nederlandse overheden het Europese cohesiebeleid een warm hart toedragen bleek uit de flinke vertegenwoordiging van medeoverheden: koepels als VNG, de G4, steden, provincies, het Huis van de Nederlandse Provincies, de Permanente Vertegenwoordiging en een aantal departementen: BZK, EZK en SZW.

Brussel Tour

Omdat het Forum weer ‘fysiek’ plaatvond, maakte Karen van Dantzig in haar rol van Dutch Urban Envoy (DUE) gebruik van de gelegenheid en sprak persoonlijk met verschillende vertegenwoordigers van Eurocities, CEMR en Comité van de Regio. Karen van Dantzig: “We hebben veel onderwerpen besproken zoals de Urban Agenda, Partnerships en de European Urban Initiative en over mijn mandaat als DUE, 100 Climate Neutral and Smart Cities en New European Bauhaus. Andere onderwerpen die de aandacht hebben van steden en regio’s, duurzame mobiliteit, vluchtelingen en migranten, digitale transitie, onderdelen van de Greendeal die invloed hebben op leefomgeving, het climate fund, ongelijkheid en problemen van veel en versnipperde fondsen. De persoonlijke banden zijn weer verstevigd als opmaat voor mijn Brussel Tour in april met een nieuw vastgesteld mandaat”.

Sprekers (terug)kijken of beluisteren? Dat kan via de eventsite van het Cohesieforum (Engelstalig).

Het Partnerschap Circulaire Economie, afvalbeleid en de gemeente Den Haag

Het is De Week van de Circulaire Economie, dé jaarlijkse campagneweek voor de circulaire economie. Ondernemers, hogescholen, overheden, allerlei organisaties zetten hun deuren open, laten goede voorbeelden zien. Ook op Europees niveau wordt hier flink wat energie in gestoken via het Europese Partnerschap Circulaire Economie (CE). Jan Harko Post was vanaf het allereerste begin betrokken bij dit partnerschap.

Jan Harko, wie ben je? Wat heb je met het Partnerschap Circulaire Economie?

Jan Harko Post, beleidsadviseur bij de gemeente Den Haag. Ik werk nu ruim 30 jaar voor Den Haag en heb aan veel onderwerpen meegewerkt. Milieu en duurzaamheid waren altijd de rode draad. In de afgelopen 10 jaar werd het Europese accent steeds prominenter. Daar ligt ook het beginpunt van dit partnerschap CE van de Europese Agenda Stad (oftewel the Urban Agenda for the EU). BZK en Eurocities benaderden Den Haag gelijktijdig voor deelname aan het partnerschap, waar we volmondig ‘ja’ op zeiden. Goede timing want CE kwam net op de agenda van ons afvalbeleid. Dit partnerschap bood een mooie kans om onze kennis te vergroten en op het Europese toneel mee te praten.

De transitie naar een circulaire economie vraagt om multi-level governance. Leg eens uit.

Circulaire economie is een transitie die verder gaat dan recycling van afval. Al is dat nog steeds één van de meest herkenbare verschijningsvormen. Veel acties van ons partnerschap waren daarom gericht op de omslag van stedelijk afvalbeheer naar grondstoffenbeheer. Als je het hebt over multi-level governance kregen twee thema’s veel aandacht. Allereerst is afvalregelgeving vooral gericht op het voorkomen van gezondheids- en milieurisico’s. Heel belangrijk, maar dat maakt het wel moeilijk om waardevolle materialen buiten de afvalstroom te houden en in het economische proces in te zetten. Als het stempel afval eenmaal ergens op staat, is het best moeilijk om dat eraf te krijgen. Vandaar ons pleidooi om meer ruimte te maken voor een oriëntatie op de economische waarde van afval als grondstof. Op die manier dragen we bij aan een reductie van het gebruik van primaire grondstoffen (olie, koper) en het verhogen van de inzet van herwonnen en herbruikbare (secundaire) grondstoffen. Misschien moeten we voor de circulaire economie minder kijken naar de ‘einde afval status’ en meer naar een ‘begin afval status’.

Een systeemverandering kan eigenlijk niet zonder dit soort ‘omdenken’. Het is uitdagend en levert in eerste instantie ‘rode vlaggen’ op. Daarom is de tweede lijn van het partnerschap belangrijk: laten zien hoe dingen anders kunnen, en dan in beleid en regelgeving ruimte maken om te implementeren en op te schalen. Een multi-level benadering waarbij de verschillende bestuurslagen constructief met elkaar samenwerken helpt enorm.

Wat heeft het Partnerschap Den Haag en andere steden gebracht?

Mede door de goede relatie met coördinator Oslo heeft Den Haag vanaf het begin stevig mee kunnen sturen in de opzet en thematiek van het partnerschap. Het Haagse stempel is vooral zichtbaar in de nadruk op de vraag ‘hoe kan je zo goed mogelijk een stedelijke systeemtransitie realiseren met minder focus op risico’s en kosten (afvalbeheer) en meer nadruk op economische kansen en opbrengsten (grondstoffenbeheer?’
Daar horen natuurlijk ook randvoorwaarden bij, regelgeving is cruciaal. Met Europa Decentraal hebben we ons verdiept in de vraag hoe een sterk risicogedreven juridisch kader kan worden aangevuld met een meer waardegedreven economische benadering van afval als secundaire grondstof. Een aanbeveling aan de Europese Commissie om de nationale afvalbeheerplannen op termijn te vervangen door nationale grondstoffenplannen lijkt in Nederland al te worden ingezet.

Al met al heeft het partnerschap ons veel kennis en contacten gebracht, het heeft de multi-level samenwerking versterkt. Veel onderdelen uit ons actieplan vragen nog om een implementatieslag. Zo moeten we ons concept voor een ‘roadmap’ voor stedelijk grondstoffenbeheer in de praktijk testen en uitrollen. Met de uitvoering van het pas goedgekeurde Grondstoffenplan maakt Den Haag daarmee een start. Ook gaan we op zoek naar Europese partners om dat pad samen te bewandelen.

Hetzelfde geldt voor een actie over stedelijke grondstoffencentra, onderdeel van de infrastructuur voor stedelijk grondstoffenbeheer (trekker Oslo). De uitwerking is opgepakt door een URBACT-netwerk van nieuwe partners waarin Den Haag lead partner is.

Een ander mooi, concreet resultaat is de Circular City Funding Guide: een digitale gids voor ‘funders & fund seekers’ voor circulaire projecten.

In 2021 is het eindrapport van dit Partnerschap gepubliceerd. Hoe nu verder?

De publicatie van het eindrapport markeert het formele einde van het partnerschap. Het heeft bijgedragen aan het versterken van samenwerking tussen stakeholders, onderwerpen zijn geagendeerd, implementatie-acties zijn in gang gezet. Als informeel netwerk blijven we actief om het werk van dit partnerschap van Europese Agenda Stad verder te brengen.

Hoe kunnen decentrale overheden nog beter kansen pakken in Europa?

Allereerst is het, denk ik, belangrijk dat decentrale overheden zich realiseren dat Europa een grote invloed heeft op de mogelijkheden die we lokaal hebben. Maar ook omgekeerd, dat decentrale overheden veel ingangen in Europa hebben om hun ideeën te delen en belangen te behartigen. Sommigen doen dat via een eigen kantoor in Brussel, anderen gebruiken daarvoor IPO en VNG of hebben een bestuurder die lid is van het Comité van de Regio’s. Hoe je het ook organiseert, zorg dat je op de hoogte bent van de onderwerpen die voor jou belangrijk zijn, zoek partners om samen mee op te trekken. Europese netwerken kunnen heel nuttig zijn.

Wat mij heel erg opviel: de DG’s van de Europese Commissie zijn organisaties sterk gericht op het ‘van buiten naar binnen werken’, zij staan open voor input vanuit onze dagelijkse praktijk. Gebruik maken van dit soort, vaak informele contacten kan heel vruchtbaar zijn.

Lees ook de reeks thematische artikelen over de resultaten van de EAS-Partnerschappen.

 

 

Stedelijke samenwerking EC en lidstaten gaat verder

Steden, lidstaten en de Europese Commissie gaan verder samenwerken op de gebieden vergroening en duurzaam toerisme. Dat zijn nieuwe themagebieden voor het EU Urban Initiative vanaf eind 2022.

Het EU Urban Initiative kent subsidiepotjes voor het aanjagen van innovatieve actie, kennis, communicatie en beleidsontwikkeling om stedelijke problematiek aan te pakken.
Lees het eerder verschenen artikel (Binnenlands Bestuur, 31 december 2021).

Steden leveren tastbare input

In het EU Urban Initiative werken steden, de lidstaten, en de Europese Commissie vanaf eind 2022 samen om betere regels, kennisdeling en financiering te bevorderen. Dat heeft volgens de Zwolse wethouder René de Heer (VVD) en portefeuillehouder Urban Agenda van gemeentekoepel VNG in Brussel tot tastbaar resultaat geleid. ‘Zo heeft het partnerschap luchtkwaliteit geleid tot een tool waarmee decentrale overheden makkelijk de luchtkwaliteit kunnen berekenen. En het partnerschap smart mobility heeft voorstellen gelanceerd om onder meer de wildgroei aan verschillende milieu- en tolzones in steden te reguleren.’

Te druk

Volgens De Heer, lid van de Comité van de Regio´s, zijn onder de EU Urban Agenda – de voorloper van het EU Urban Initiative – veertien thematische partnerschappen tot stand gekomen. Drie daarvan worden door Nederlandse steden gecoördineerd. Al die partnerschappen hebben samen 135 concrete acties en voorstellen opgeleverd.

Zelf gaat Zwolle niet meedoen aan een partnerschap onder het EU Urban Initiative: de ambtelijke organisatie is te druk met de groei van de stad en de regio met daarin 21 gemeenten. De Heer: ‘Deelname aan een partnerschap betekent het aangaan van een langdurige samenwerking met andere Europese partijen. Dat betekent dat er zowel bestuurlijk als ambtelijk commitment moet bestaan over nut en noodzaak van deelname. Daarnaast is een inhoudelijk goede inzet en kennis op het thema waarop wordt samengewerkt uiteraard nodig.’

Luchtkwaliteit

Utrecht, dat heeft meegedaan aan een partnerschap over luchtkwaliteit, bevestigt dat zo’n samenwerking heel wat werk vraagt. Maar de opbrengsten zijn er ook, zegt wethouder Eelco Eerenberg (D66, milieu) van de Domstad.

Zo heeft het partnerschap in 2019 concrete aanbevelingen gedaan aan de Europese Commissie om het beleid op luchtkwaliteit te verbeteren en er is een tool ontwikkeld waarmee steden luchtkwaliteit kunnen meten, inclusief een set beleidsinstrumenten. Daarmee kunnen steden hun luchtkwaliteit verbeteren.

Luchtkwaliteit is al vele jaren een prioriteit voor de Utrechters. Zo kwam de stad als eerste in Nederland met een stadsbrede subsidieregeling om de bevolking te bewegen om rookkanalen en vervuilende kachels te verwijderen. Ook is Utrecht voorloper op het vlak van milieuzones en wordt er gewerkt aan emissieloze stadslogistiek. Zo ligt stad op schema om in 2030 de WHO-streefwaarden te halen met als doel dat er minder doden vallen door luchtvervuiling.

Gezondheid

Door met andere steden, lidstaten en de Europese Commissie aan tafel te gaan, zit je zo dicht mogelijk bij het vuur, zegt Eerenberg. Zo komt er bijvoorbeeld nieuwe Europese regelgeving aan voor de luchtkwaliteit. Utrecht heeft daarop ook input gegeven, waarbij de stad oproept om op Europees niveau toe te werken naar de nieuwe WHO-streefwaarden tegen 2040. Utrecht roept de Europese Commissie op om bijvoorbeeld strengere bronmaatregelen te treffen en te investeren in duurzame infrastructuur op weg en water.  Eerenberg: ‘In Utrecht werken we hard aan het behalen van de WHO-streefwaarden voor schone lucht, maar wij hebben zelf slechts 20 procent in eigen hand. Luchtvervuiling stopt niet aan de grens en juist daarom is samenwerking van groot belang. Alleen door maatregelen te treffen op lokaal, nationaal en Europees niveau kunnen we gezonde lucht garanderen. En het EU partnerschap helpt ons om deze samenwerking te realiseren.’

‘Europa is sterk als haar steden sterk zijn’

Een Nederlands-Duitse kennismaking voor medeoverheden met het New Leipzig Charter

Op 15 december vond een Nederlands-Duits Policy Lab plaats over de gevolgen en mogelijkheden van het New Leipzig Charter on the Sustainable Development of European Cities. In het New Leipzig Charter (NLC) zijn de uitgangspunten voor duurzame stedelijke ontwikkeling in de EU vastgelegd. Duurzaam stedelijk beleid moet leiden tot just, green en productive steden, waarbij het lastig te vertalen Gemeinwohl (gedeeld/gezamenlijk welzijn) het streven is.

Met deze online-bijeenkomst werd de bekendheid van het NLC voor gemeenten vergroot. Wat zijn de uitgangspunten en wat betekent dat voor het beleid van mijn stad, mijn gemeente? In veel Europese landen, met name in Duitsland, baseren gemeenten hun beleid al op de uitgangspunten van het NLC. Het NLC wordt daarbij gebruikt als ‘richtsnoer’ of ‘kompas’ om beleidskeuzes te verantwoorden en als steun (en financiering) voor vragen- het gaat immers om afspraken op EU-niveau door alle lidstaten.

Sprekers uit Duitsland en Nederland, waaronder de Dutch Urban Envoy Karen van Dantzig, noemden het NLC onder meer ‘het document dat het DNA van Europese steden bevat’ en illustreerden dit met een aantal praktijkvoorbeelden uit onder meer Aken, Apeldoorn, Karlsruhe, en ’s-Hertogenbosch. Gemeenschappelijke deler was dat het vroeg en intensief betrekken van burgers in de wijk (neighbourhood) de beste bijdrage aan het Gemeinwohl levert. Zo presenteerde Münster presenteerde het Hansaforum, een initiatief waarbij burgers bepalen hoe hun wijk er uit komt te zien. Inclusief een heuse Quartier-Gemeinwohl-Index, waaraan af te lezen is hoe 20 variabelen (zoals bijvoorbeeld onderwijs, inclusie en verkeer) bijdragen aan het Gemeinwohl op wijkniveau.

Ten slotte werd stilgestaan bij het feit dat zowel Nederland als Duitsland een nieuwe regering hebben. Prominente ‘Europese’ thema’s als energietransitie, verduurzaming en digitalisering raken steden direct. In het Duitse akkoord wordt het NLC ook genoemd. Wethouder Ufuk Kâhya van Den Bosch: “gebruik het NLC om het vertrouwen van burgers in de politiek te herstellen en optimaal gebruik te maken van de transformative power of cities”.

Het NLC werd op 30 november 2020 vastgesteld, tijdens een ministeriële bijeenkomst onder Duits voorzitterschap van de EU. Nederland werd vertegenwoordigd door minister Ollongren.

Zie voor meer informatie de tekst van het New Leipzig Charter (pdf, 2MB), deze presentatie (pdf, 2 MB) en brochure (pdf, 3 MB). Een uitgebreid verslag (met presentaties) verschijnt binnenkort op de website van het EUKN (www.eukn.eu).

“Europa moet ook bij bestuurders in het hoofd gaan zitten als een logische bestuurslaag”.

Aldus Karen van Dantzig, de Nederlandse speciale gezant voor stedelijke vraagstukken in Europa. In de periode van 2020 tot 2022 vormde zij het gezicht van de Europese Agenda Stad. Samen met Kenniscentrum Europa decentraal blikt ze terug op haar periode als Dutch Urban Envoy en vertelt ze hoe steden in de toekomst nog beter gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die Europa biedt. Dit interview werd gepubliceerd in de nieuwsbrief ‘De Europese Ster’ en op de website van Kenniscentrum Europa decentraal

Kunt u kort iets over uw achtergrond vertellen? Welke weg heeft u bewandeld?

Ik ben opgegroeid als kind van een expatfamilie en kwam al van jongs af aan in aanraking met de wereld van internationale betrekkingen. Hierdoor heb ik veel tijd doorgebracht in andere landen met verschillende culturen. Dit maakt dat je constant bezig bent met jezelf verhouden tot andere mensen, culturen en verschillen. Dat vind ik ook leuk: vanuit een intrinsieke interesse je afvragen wat er bij die persoon speelt.

Ik denk dat dat deels maakt dat je later verschillende typen functies kunt uitoefenen en dat het je makkelijker afgaat. Het is misschien ook wel logisch dat ik Internationaal en Europees recht ging studeren. Mijn scriptie had een duidelijke link met buitenlandse economische betrekkingen. Mijn eerste werkplek bij het Rijk was dan ook bij buitenlandse economische betrekkingen. Naast het internationale, is het ‘financieel economische’ en het fysieke domein steeds de rode draad geweest. Die interesse is gebleven, intussen werk ik 23 jaar met veel plezier bij het Rijk, bij verschillende ministeries. Het internationale en Europese werk wissel ik af met nationale en meer gebiedsgerichte functies. Als het internationale eenmaal in je bloed zit gaat het er niet meer uit. Ik word er gewoonweg blij van. Het Europese en internationale geeft een extra dimensie, het is uitdagender omdat je ook met cultuur en hele andere gedrags- én besluitvormingspatronen te maken hebt. Je daartoe verhouden, verbinden én resultaten behalen geeft een extra kick, zeg maar. Ik houd van die complexiteit.

Heeft u de link Europese Unie – stedelijke en regionale vertaalslag –  altijd al interessant gevonden?

Ja, ik heb gemerkt dat ik zowel steden als gebieden buiten de Randstad goed kan vertegenwoordigen. Ik vind de verbinding binnen-buiten erg belangrijk. Je leert hoe het werkt, wat niet werkt, hoe alles samenkomt. Die vertaalslag vind ik erg interessant. Wat betreft steden, daar komen alle opgaven samen in de praktijk, dus al het beleid en (Europese) wet- en regelgeving. In de functie Dutch Urban Envoy valt dit allemaal mooi samen.

Ja, over die functie: tot 1 januari 2022 bent u speciale Nederlandse gezant stedelijke vraagstukken in Europa. Kunt u kort iets over de inhoud van deze functie vertellen? 

De opdracht en het mandaat van de Dutch Urban Envoy (DUE) is afkomstig van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Andere lidstaten hebben dit (nog) niet. Het is ontstaan vanuit de gedachte dat steden ontzettend belangrijk voor Europa zijn.

Er is in Europa veel aandacht voor de meer achtergebleven gebieden en inwoners; de ‘leave no one behind’-gedachte. Je ziet dat ook terug in de verdeling van territoriaal gebaseerde fondsen zoals de zogenaamde Cohesiefondsen. De focus op ‘voorlopers’ is er zeker wel bijvoorbeeld bij innovatie.

Maar terug naar de steden… we moeten niet vergeten dat hoewel slechts 20% van het EU- grondgebied stedelijk is, terwijl maar liefst 75%(en groeiend) van de bevolking daar woont én dat een groot gedeelte van de economische groei daar plaatsvindt. Ook staan steden, vanuit de EU bezien, het dichtst bij de inwoners. Daar komt nog bij dat veel EU wet- en regelgeving in steden moet worden geïmplementeerd en uitgevoerd, Het is dus belangrijk erbij stil te staan wat dit voor steden betekent. Het succes, de weerbaarheid en hoe de steden omgaan met uitdagingen als verduurzaming en energietransitie, klimaatadaptatie, de digitale transitie, de coronapandemie en sociaaleconomische vraagstukken heeft grote positieve impact op Nederland en Europa.

De Urban Envoy speelt daarop in, gaat over ‘het erkennen en versterken van de positie van (Europese en Nederlandse) steden en stedelijke gebieden in EU-beleid en regelgeving. De rol van de speciale stedelijke gezant werd in 2015 ingesteld, voorafgaand aan het Nederlandse voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2016. Ik ben de derde ‘DUE’.

Het belangrijkste dossier van de Dutch Urban Envoy is de Urban Agenda for the EU, een innovatief bestuurlijk instrument, dat tijdens het Pact van Amsterdam in 2016 is geïntroduceerd. Het stimuleert samenwerking tussen steden, lidstaten, de Europese Commissie en andere stakeholders. De Urban Agenda kent 14 thema’s en 3 pijlers: Betere regelgevingbetere financiering en betere kennisdeling. 14 thematische Partnerschappen hebben inmiddels 132 concrete instrumenten en aanbevelingen (Acties) gepubliceerd op het gebied van onder meer schone lucht, huisvesting, migratie, mobiliteit, digitale transitie, klimaatadaptatie, innovatie en innovatief aanbesteden.

In de praktijk betekent deze functie dat ik in overleggen soms namens Nederland optreedt. Ik vervang dan de directeur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen en de minister. Soms zit ik er breder in, als ik namens de steden, de Partnerschappen van de Urban Agenda – de urban family –  het woord doe. In sommige overleggen treed ik ook mede namens andere lidstaten op. Dat lijkt op gegoochel met verschillende petten, maar als ik het expliciet aangeef lukt dit. Het is veel schakelen, maar zoals ik al zei: ik houd van die dynamiek en complexiteit.

Wat heeft de Urban Envoy Nederland, Europa en u gebracht? Heeft u ambities waar kunnen maken?

Aan de ene kant is het de versterking van de stedelijke stem in de EU, maar ik heb vanuit deze functie ook mede de verantwoordelijkheid voor de verankering en voorzetting voor 5 jaar van de Urban Agenda. Daar zijn al meer dan 300 partijen bij betrokken geweest en dat aantal groeit de komende jaren hopelijk nog. Ik ben trots op de resultaten en mijn rol daarbij. Met de voorzetting van de Urban Agenda is de rol van steden aan tafel in Brussel verzekerd. Ik vind het goed dat de Nederlandse stem nadrukkelijk aanwezig is. Ook de Nederlandse steden geven aan dat hun positie in Brussel versterkt is door het hebben van een eigen Urban Envoy. Het is verder leuk om te merken dat ons poldermodel blijvend omarmd wordt.

Hoe vertaalt dat zich in het Engels?

Dan spraken we van multilevel governance.

Dat klinkt een stuk minder catchy…

Lachend: Ja. Het poldermodel heeft ook zijn beperkingen, maar voor Europa was het relatief nieuw. Daar loopt besluitvorming langs de hiërarchische lijn en vooral via de lidstaten. De, ik noem het maar ‘Nederlandse’ manier van samenwerken sprak aan, dat bleek ook na een evaluatie van de Europese Commissie. Je ziet inmiddels in Europa meer samenwerking op gelijkwaardig niveau terug zoals in de Green Deal. Op nationaal niveau zie je dit ook terug bij verschillende lidstaten, bijvoorbeeld in een verbetering van stedelijk beleid in Spanje, Slowakije en Polen.

Door de Envoy is er echt een groep gelijkgestemde lidstaten ontstaan die zeggen: dit willen we voor onze steden en deze thema’s zijn voor ons belangrijk. Het is mooi om te zien dat de Europese Commissie dit heeft opgepakt en dat het wordt gewaardeerd. De versteviging van de positie van de stad in Europees beleid is onder andere terug te zien in de toename van de hoeveelheid financiële middelen voor duurzame stedelijke ontwikkeling; van 5% naar 8% van het EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling).

Na de introductie van de Dutch Urban Envoy werd er sterk naar Nederland gekeken voor leiderschap en ‘eigenaarschap’ van de Urban Agenda. Heeft Nederland die rol kunnen pakken?

Er werd inderdaad veel naar Nederland gekeken. Bijvoorbeeld door de Europese Voorzitterschappen maar ook in het kader van onze Beter Regulation Initiative. Breed eigenaarschap is belangrijk, de Urban Agenda als Europees project moet niet afhankelijk zijn van een Envoy en van Nederland. Het is voor alle lidstaten en hun steden van belang.

Verbinden, aanjagen en vertegenwoordigen, die rollen heb ik kunnen vervullen. Nederland is de afgelopen jaren ook aanwezig geweest bij overleggen waar dat voorheen niet het geval was. Formele en informele overleggen en daar ervoer ik veel steun. In het prille begin dachten we al mee over sleuteldocumenten als het New Leipzig Charter en Ljubljana Agreement. Of via soft diplomacy ideeën opperen (inhoudelijk dan wel in de aanpak) die je later uitgewerkt ziet. De functie Dutch Urban Envoy is op verschillende manieren in te vullen. Ik heb ervoor gekozen vooral tussen de partijen te gaan staan en partijen van daaruit in actie te brengen.

U noemt het Leipzig Charter voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Die is een jaar geleden aangenomen. Wat merken de Nederlandse overheden hiervan?

Je moet het Charter zien als een politieke beginselverklaring waarin de uitgangspunten voor duurzame stedelijke ontwikkeling in de EU is vastgelegd. Daarbij gaat het om groene, inclusieve, economische en digitale ontwikkeling. Het Charter staat voor een geïntegreerde, participatieve (steden betrekken burgers), vaak gebiedsgerichte benadering, die het belang van multilevel samenwerking benadrukt waarin een ieder zijn verantwoordelijk neemt. Het oorspronkelijke Leipzig Charter uit 2007 speelde een belangrijke rol in het Pact van Amsterdam uit 2016, waarmee de Urban Agenda for the EU (en zijn Partnerschappen) werd gelanceerd. Het New Leipzig Charter (uit 2020) noemt de Urban Agenda als het belangrijkste Europese instrument om de beginselen van het Charter de komende jaren in de praktijk uit te voeren.

Je kunt je afvragen wat het effect is van een principedocument omdat het best ver van de praktijk staat. Het werkt alleen als je het in de praktijk toepast, als alle partijen actieve eigenaarschap pakken. De Urban Agenda gaat daar een grote rol bij spelen.

Het Leipzig Charter is nog niet heel bekend in Nederland, in tegenstelling tot andere landen. In Duitsland en Portugal is het al onderdeel van stedelijke beleidsontwikkeling. Zo ver zijn we in Nederland dus nog niet. Als Rijk kunnen we dat wel stimuleren, net als bijvoorbeeld G4, G40, VNG en medeoverheden zelf. Zo worden sessies georganiseerd, zoals het Duits-Nederlandse Policy Lab op 15 december, waarin we specifiek ingaan op de gevolgen en mogelijkheden van het Charter. Je kunt het zien als een kompas voor duurzame stedelijke ontwikkeling. De praktische vertaalslag is een uitdaging.

Ik vergelijk het wel eens met de Sustainable Development Goals van de VN waar de Urban Agenda ook aan bijdraagt: dat waren in het begin ook idealen. Pas toen ze concreet werden toegepast, met rapportages, structurele monitoring, sterke communicatie en politiek commitment, ging het leven, werd het een succes en is het als basis gebruikt om beleid te ontwikkelen in steden. Het zou mooi zijn als het Leipzig Charter ook dit pad zou volgen.

Op 26 november is het Ljubljana Agreement aangenomen tijdens de bijeenkomst van EU-ministers voor stedelijke ontwikkeling. De voortgang en ondersteuning van de Urban Agenda for the EU (UAEU) is daarmee voor tenminste 5 jaar verzekerd. Wat betekent dat precies?

Het wordt concreter. Het Ljubljana Agreement (LA) verzekert de voortgang van de Urban Agenda en zorgt ook voor ondersteuning en implementatie: dat er nieuwe thema’s komen en nieuwe Partnerschappen van de grond komen. Er zijn 4 nieuwe thema’s geïntroduceerd: vergroening van steden, duurzaam toerisme, gelijkheid in steden en voedsel. Op de eerste twee thema’s worden in 2022 Partnerschappen gestart, daarna volgen de andere. Uiteindelijk zal er een oproep (‘call’) komen aan steden en partijen om deel te nemen. Er is veel interesse vanuit Nederlandse steden.

Het Ljubljana Agreement is het resultaat van lange onderhandelingen. De goede Nederlandse interbestuurlijke samenwerking, met de VNG, het Interprovinciaal Overleg, G4, G40 en de Nederlandse deelnemers aan de Partnerschappen (vertegenwoordigd in de Taskforce Urban Agenda), de Permanente Vertegenwoordiging en alle partijen er omheen, heeft flink geholpen. We hebben een interbestuurlijk position paper waarin onze gezamenlijke prioriteiten staan. Een hele prettige samenwerking die ervoor zorgt dat ik mijn werk goed kan doen.

Hoe kunnen Nederlandse decentrale overheden kansen pakken in Europa? Op de zojuist genoemde duurzame stedelijke ontwikkeling, maar bijvoorbeeld ook op andere urgente beleidsterreinen zoals groen en digitalisering?

Dat begint met een besef van de Europese dimensie. Er liggen grote uitdagingen voor ons, zoals energie, klimaatadaptatie en de digitale transitie, die baat hebben bij een stevige positionering van Nederlandse steden in de EU, net als betaalbaar wonen dat in eerste instantie een binnenlandse aangelegenheid is.

Er komt de komende tijd veel beleid en regelgeving uit de EU onze kant op. Dat geldt zowel voor de sociale, digitale als de groene kant. Steden moeten steeds meer gaan kiezen waar ze hun capaciteit op inzetten. De EU stelt middelen beschikbaar, voor economisch herstel, maar er is ook veel geld beschikbaar via de reguliere programmering van de fondsen. Als je dat effectief wilt doen betekent dat voor de stad: inzet en capaciteit. Je kunt niet overal op inzetten, steden zullen moeten samenwerken. Dat kan in Nederlands verband maar ook Europees (Eurocities, CEMR, Comité van de Regio’s, URBACT enz). Volgens mij kan dat sterker. Er zullen ook gezamenlijke strategieën moeten komen: op welk thema trek je met een groep steden samen op en waar kun met je eigen specifieke profiel, zoals Den Haag met justitie en veiligheid, beter de aansluiting vinden? Je moet het allebei doen en inschatten wanneer welke strategie het meest succesvol is. Dat gebeurt nog te incidenteel.

Europa moet ook bij bestuurders in het hoofd gaan zitten als een logische bestuurslaag. Een wethouder moet denken: wacht even, Europa is voor mij ook belangrijk. Het zou een logisch onderdeel moeten zijn van zijn portefeuille, en niet alleen van de wethouder die Europa in zijn portefeuille heeft. Zo is er ook een covenant of mayors. Een sterke samenwerking die nog meer ingezet kan worden. Burgemeesters zijn boegbeelden, hebben aanzien en invloed ook Europees. Ze zijn eigenlijk een soort Nederlands exportproduct en sommigen erg succesvol! Burgemeester Aboutaleb springt als ‘beste burgemeester van de wereld’ natuurlijk in het oog, maar er zijn er meer die door hun inzet veel bereiken voor Nederland en hun stad. Hier liggen hoe dan ook kansen voor meer burgermeesters en wethouders als Urban Ambassadors.

Verder zou het mooi zijn als grotere steden de omliggende gebieden, die vaak over minder kennis, capaciteit en middelen beschikken meenemen in hun Europese denken en doen. Als laatste is er uiteraard de verder te ontwikkelen ondersteuning vanuit de VNG. En vanuit Europa decentraal is de EU-fondsenwijzer een goed voorbeeld, die het Europese subsidielandschap overzichtelijker maakt voor steden. Dat zijn goede ontwikkelingen.

Wat is uw nieuwjaarswens voor de steden in Europa?

Ik hoop op meer ‘steden-ambassadeurs’, vanuit andere Europese lidstaten. Het zou de samenwerking en impact ten goede komen. Verder wens ik alle stedelingen dat ze in een innovatieve en duurzame stad kunnen wonen, die fysiek, economische en demografisch voor iedereen toegankelijk is, inclusief en groen is en gelijke kansen biedt voor iedereen. Het klinkt misschien wat groots en meeslepend, maar dat het ook een fijne en gezellige plek is om te wonen. En uiteraard fijne feestdagen gewenst en een gezond 2022!

 

NB: Of en in welke vorm het mandaat van de DUE wordt voortgezet is op dit moment nog niet te beantwoorden. Daar besluit begin 2022 een nieuwe bewindspersoon over. Tot die tijd blijft de functie bestaan; de DUE stopt dus niet abrupt op 1 januari.

 

 

 

 

Met dank aan Barend Tensen en Brent Bos van Kenniscentrum Europa decentraal.

‘Actieverhalen’, voorbeelden en een toekomstblik in brochure “Urban Agenda for the EU – Multi-level governance in action”

De Europese Commissie heeft de brochure uit 2019 bijgewerkt met de meest recente ontwikkelingen in de UAEU. Deze brochure benadrukt de rol van de Urban Agenda voor de EU bij het ondersteunen van innovatief en goed bestuur, bij de uitvoering van de New Urban Agenda (NUA). Ook geeft het een inkijkje in de diversiteit en verscheidenheid aan acties en resultaten tot nu toe.

De update bevat o.a. verwijzingen naar het New Leipzig Charter, naar het Ljubljana Agreement, de versteviging van de bijdrage van de UAEU aan de NUA en de relatie Europese steden en COVID-19. Ook de vele EU-programma’s en -initiatieven op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling komen aan bod.

Kortom een verscheidenheid aan “actieverhalen” en voorbeelden van concrete acties van de Partnerschappen én een blik op de toekomst, de volgende fase van de UAEU en de kansen en mogelijkheden voor steden via EU-programma’s en -initiatieven.

Lees de Engelstalige brochure Urban Agenda for the EU Multi-level governance in action 2021 (pdf 8 MB).

‘Benut de kracht van de jeugd en de Urban Agenda”, aldus minister bij doorstart Europese Agenda Stad

Jonge mensen laten ons zien hoe belangrijk het is om naar de toekomst te kijken. Minister Ollongren (BZK) stelde de jeugd centraal in haar speech tijdens de bijeenkomst van EU-ministers voor stedelijke ontwikkeling op vrijdag 26 november 2021. Tijdens de conferentie, onder Sloveens voorzitterschap van de EU, werd in aanwezigheid van eurocommissaris Ferreira voor Cohesie en Hervormingen het Ljubljana Agreement aangenomen. Hiermee is de voortgang en ondersteuning van de Urban Agenda for the EU (UAEU) voor ten minste vijf jaar verzekerd.

Minister Ollongren speecht tijdens de online ministeriële conferentie. “Young people remind us how important it is to extend our horizons”.

De UAEU (Europese Agenda Stad) werd in 2016 onder Nederlands voorzitterschap van de EU in het leven geroepen om de positie van steden en regio’s bij Europees beleid en -regelgeving te versterken. In de UAEU werken partijen van EU- tot lokaal niveau op gelijke voet samen aan betere regelgeving, betere financiering en betere kennisdeling voor Europese steden. Deze bestuurlijke innovatie levert steden een plek aan tafel in Brussel op, en concrete resultaten op het gebied van bijvoorbeeld innovatief aanbesteden, migratie, mobiliteit, digitale transitie en klimaatadaptatie.

Het Ljubljana Agreement lanceert een gemoderniseerde en versterkte Urban Agenda, met een duidelijk meerjarig werkplan, meer aandacht voor kleinere steden, en versterking van de betere regelgeving-pijler. Centraal staat de voorbereiding van ten minste vier gloednieuwe Partnerschappen: Greening Cities en Sustainable Tourism begin 2022, later gevolgd door Cities of Equality en Food.

Namens Nederland benadrukte minister Ollongren het belang van groene, inclusieve en digitale steden voor een duurzame toekomst. Zij riep haar collega’s op om de kracht van de jeugd en de vernieuwde Urban Agenda te gebruiken om tastbare resultaten voor de burgers van Europa te boeken.

Lees meer over de Europese Agenda Stad op Agendastad.nl en over de 14 partnerschappen op Urban Agenda for the EU. De speech van minister Ollongren is na te lezen op NieuwsBZK.nl.