Verslag ‘Goed openbaar bestuur in stad en stedelijke regio’

Op 9 april jl. organiseerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, samen met de gemeente Utrecht, het werksymposium ‘Goed openbaar bestuur in stad en stedelijke regio’ in het Stadskantoor te Utrecht.

Nederland als stedelijk netwerk

Op het symposium presenteerde professor Pieter Tordoir het rapport ‘De veranderende geografie van Nederland’. Belangrijke conclusie uit dit rapport is dat de ruimtelijk-economische patronen in ons land veranderen; mensen en bedrijven bewegen zich over steeds grotere afstanden. Langzamerhand ontwikkelt Nederland zich als een aaneengesloten stedelijk netwerk. Dat vraagt om nieuwe aanpakken van het openbaar bestuur. Enerzijds een openbaar bestuur dat als netwerk functioneert en vanuit meerschaligheid in steeds wisselende coalities aan maatschappelijke vraagstukken werkt, anderzijds een goed toegerust territoriaal openbaar bestuur voor effectieve besluitvorming, bijvoorbeeld om impasses te doorbreken.

De veranderende rol van de overheid

Na het eerste plenaire deel vonden er vier parallelle werksessies plaats op basis van essays, geschreven door wetenschappers en consultants. In de eerste werksessie over economische vitaliteit en sociale duurzaamheid kwam naar voren dat samenwerken binnen en tussen stedelijke netwerken helpt om groei- en krimpgebieden te verbinden. Professor Saco Musterd (UvA) hield een pleidooi om segregatie tegen te gaan; bestuurlijke solidariteit is gewenst. Hij benadrukte daarbij dat er vaker een langetermijnvisie geformuleerd moet worden, ondanks vierjarige politieke termijnen.

De tweede werksessie ging over de stads(regio)bestuurder van de toekomst. Mohammed Essafi van BMC Advies reflecteerde op het belang van bestuurlijk leiderschap. De grote vraag daarbij is: Hoe kan dit in de praktijk worden bevorderd en welke rol heeft de ambtelijke organisatie daarbij? Marcel van Bijnen, directeur van de Drechtsteden, sprak over teamwork, ‘political casting’ (kijken welke bestuurder waarvoor kan worden ingezet) en de verbinding tussen netwerken van overheden en private partijen. In de derde werksessie over economische groei in stedelijke gebieden bracht Jan-Willem Maas van de Boston Consulting Group in dat het Rijk steeds meer een coördinerende en richtinggevende rol heeft. Gemeenten en regio’s moeten door het rijk in de gelegenheid worden gesteld om te experimenteren teneinde de best passende oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken uit te werken.

De vierde en laatste werksessie ging over maatschappelijk initiatief in steden. In deze sessie bracht professor Gabriel van den Brink (UvT) in, dat vooral jongeren en ouderen een belangrijke bijdrage kunnen leveren; de overheid heeft een rol dit te faciliteren. Ook is het belangrijk om contact te leggen met de initiatiefnemers en de dialoog tussen voor- en tegenstanders van een initiatief te organiseren. Juist de gebieden in een stad waar maatschappelijke initiatieven onvoldoende van de grond komen hebben aandacht nodig.

Het werksymposium werd afgesloten met een plenair deel waarin directeur-generaal Gert-Jan Buitendijk en gemeentesecretaris Maarten Schurink reflecteerden op de uitkomsten. Deze worden betrokken bij de activiteiten in het kader van Agenda Stad.

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.