“Nederland kan stedelijke oplossingen etaleren”

“Agenda Stad is een ongebruikelijk proces, maar het is heel mooi om je zo te verbinden over grenzen heen, over bestuurslagen en sectoren.” Peter Heij, directeur-generaal Ruimte en Water van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, denkt dat Nederland goed is in het vinden van stedelijke oplossingen: “We zijn goed in ruimtelijke ordening en in het zoeken naar een integrale aanpak. Het zou mooi zijn als we onze oplossingen voor stedelijke problemen kunnen etaleren en dat we daar ook andere landen mee verder kunnen helpen.”

“Wij Nederlanders kloppen onszelf niet snel op de borst, maar we hebben veel bereikt, bijvoorbeeld in het oplossen van waterproblemen. Zestig procent van het land ligt onder de zeespiegel maar de meeste mensen voelen zich volstrekt veilig. Dat is nergens anders in de wereld zo.

Vanuit het thema water is er grote betrokkenheid bij de stad, maar de stad beslaat veel beleidsgebieden, ook binnen het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zo zijn de bereikbaarheid van de stad en de duurzame stad ook belangrijke onderwerpen. Aan mij is toevertrouwd om vanuit het hele ministerie te participeren in de regiegroep van Agenda Stad, en ik zit ook in de interdepartementale stuurgroep van Agenda Stad.”

Welke oplossingen hebben we bijvoorbeeld?

“We zullen meer extremen gaan meemaken vanwege de klimaatontwikkeling. Als je alles volbouwt, kun je dan een stevige stortbui nog wel aan? Veel water op een plat deel, loopt niet weg. Dat betekent dat we de systemen waterbestendiger moeten maken. We zijn druk bezig allerlei oplossingen te verzinnen, zoals een waterplein in Rotterdam en parkeergarages die vol kunnen lopen.

Deze expertise verplicht ons ook om andere landen te helpen die daar minder goed in zijn. Dat zag je nadat de orkaan Sandy door New York was gegaan. Veel Nederlanders stonden vooraan om te helpen de stad beter waterbestendig te maken. Dat is natuurlijk mooi want we helpen mensen en verdienen er ook nog geld aan.

Great GarudaEen ander voorbeeld is Jakarta, dat tien centimeter per jaar wegzakt. Als daar veel regen valt, loopt de stad vast, terwijl er miljoenen mensen wonen. We zijn bezig daar oplossingen voor te verzinnen, ook om de stad tegen een vloedgolf vanuit zee te beschermen. Dit ‘Garudaplan’ (zie afbeelding) bestaat uit een lange dijk waarop een stad gebouwd wordt. De waterkering beschermt de stad tegen overstromingen vanuit zee en kan het water uit Jakarta’s rivieren ook opvangen.”

Wat doen we aan betere mobiliteit in de stad?

“We zoeken naar oplossingen die de files laten afnemen en het verkeer meer spreiden”, zegt Peter Heij, “en in dichtbebouwde steden kun je onmogelijk een zevenbaans-snelweg aanleggen. We maken ondermeer gebruik gemaakt van data, informatievoorziening en gedragsbeïnvloeding. Zo is er recent de Superroute-app gelanceerd in de Amsterdamse regio, die op basis van allerlei actuele gegevens een reistijdverwachting berekent en daarmee aangeeft wat de ideale vertrektijd en route is op dat moment.

Slimme oplossingen zijn ook nodig om de leefkwaliteit in de stad te verbeteren. Door stromen van pakketjes te bundelen en voor de ‘last mile’ elektrisch vervoer te gebruiken, wordt de overlast in de binnenstad beperkt. Heel veel verkeer in de stad is onnodig, zoals de zoektocht naar een parkeerplaats, het wachten om te kunnen laden of lossen of halfleeg rijdende vrachtwagens. Met behulp van data en rekenmodellen kunnen deze verkeersstromen veel efficiënter worden georganiseerd, wat een positief effect heeft op de luchtkwaliteit. Nederland kan worden gezien als ‘living lab’ voor dit soort slimme oplossingen, en ook hiervoor is in het buitenland veel belangstelling.”

Wie beslist wat er op de agenda komt?

“Het grappige is dat Agenda Stad niet gestart is vanuit een hele heldere probleemdefinitie maar vanuit een oriëntatie: we zien dat de stad verder aantrekt. De groei in onze stedelijke netwerken blijft iets achter bij de groei in steden zoals Londen en Parijs. Waardoor dat precies komt, wordt verder onderzocht. Maar Agenda Stad is een spannend experiment.

De steden moeten elkaars kracht benutten in plaats van met elkaar te concurreren. Het was tot nu toe zo dat elke stad zijn eigen handelsmissies had naar China, elkaar daar tegenkwam en elkaars concurrent werd. Dat is natuurlijk onhandig en kan beter.

Ook bij het binnenhalen van buitenlandse kenniswerkers. Amsterdam is bekend in het buitenland maar ook Eindhoven heeft veel te bieden. Dan moet je niet zeggen ‘dat moeten we in Amsterdam ook hebben’. Nee: maak gebruik van de kracht van Eindhoven. Of laat Eindhoven zich profileren als dichtbij Amsterdam. Wij Nederlanders vinden die afstand vaak ver, honderd kilometer, maar voor veel buitenlanders is dat perspectief anders: die vinden dat een acceptabele woon/werk-afstand .”

Wat is je favoriete stad?

“Ik ben geboren in Arnhem en heb daar ook een tijd gewoond. Ik ben daar al jaren weg, maar het blijft een mooie stad. Aan de noordkant ligt de bebouwing in het groen, en die groene longen lopen tot het stadscentrum. Het is een historische stad aan de rivier. Ik heb wat met water en met groen. Die stad heeft alles: een mooie stad, met de rivier als levensader van de stedelijke ontwikkeling.

Mijn ouders woonden in Doorwerth, op een oude stuwwal die uitzicht geeft op de rivier en op Arnhem. De combinatie van stad, water, natuur, platteland en rust, dat vind ik heel mooi, vooral de overgangen. Maar ik houd ook van theater en vertier. Waar mensen samen komen gebeuren er dingen. Wat dat betreft ben ik wel een stadsmens.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.