Studenten creëren impact in de wijk: het Urban Living Lab Maastricht, verslag sessie 12 maart 2021

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

In deze sessie maken we nader kennis met het collectief van de Hogeschool Zuyd en de Universiteit Maastricht dat vanuit de City Deal Kennis Maken buurtparticipatie stimuleert in twee Maastrichtse wijken. Rowinda introduceert Nurhan Abujidi, lector Smart Urban Redesign aan de Hogeschool Zuyd, die ons meeneemt in wat er goed gaat in het Urban Living Lab in Maastricht – en in wat er beter kan. Want dat laatste is volgens Nurhan ook belangrijk. Ze is benieuwd naar de mening van de andere deelnemers over gedeelde uitdagingen. Het doel is ten slotte om van elkaar te leren.

Het Urban Living Lab 2019-2022 is een samenwerking tussen Hogeschool Zuyd, Universiteit Maastricht en de gemeente Maastricht. Doel is om participatie van bewoners te stimuleren in de wijken Mariaberg en Randwijck, door de sociale organisatie en betrokkenheid te bevorderen. Daarnaast biedt het initiatief de kennisinstellingen ruimte om te innoveren met ‘learning by doing’: studenten uit hun comfortzone halen en van de stad hun leeromgeving maken.

Waar Mariaberg meer een ‘woongebied’ is, is Randwijck een publieke zone, met de campus, een ziekenhuis en bedrijven. Hoofdthema’s waar bewoners bij betrokken worden, zijn: Duurzaamheid & Klimaatadaptatie, Gezondheid & Bewegen, Meedoen & Ontmoeten en Schoon & Veilig wonen.

Het Lectoraat Smart Urban Redesign is in de regio Zuid-Limburg actief in zes living labs. Voor het Living Lab in Maastricht kan men dus buiten uit de ervaringen van de andere labs, waaronder de eerste, die in Kerkrade, waar men vijf jaar geleden begon. Door de lessen van die labs mee te nemen en ook de lessen uit Maastricht weer toe te passen in de labs in o.a. Heerlen en Geleen, op regionale schaal, probeert het lectoraat een langetermijn-leerproces te organiseren.

Interdisciplinair

Cruciaal daarbij is de interdisciplinaire aanpak. De stedelijke context is zo complex, vertelt Nurhan, dat de dialoog tussen disciplines nodig is. Die samenwerking is uiteraard niet eenvoudig. Er zijn vijf domeinen betrokken bij het Urban Lab: Creatief/ontwerp, Economie, Gezondheid, Sociaal-maatschappelijk en Techniek. Vanuit deze domeinen zijn 12 opleidingen van de Hogeschool Zuyd aangehaakt en 2 faculteiten van de Universiteit Maastricht. “We hebben een systeem gecreëerd dat deze samenwerking mogelijk maakt”, vertelt Nurhan trots. Over dat systeem zo meteen meer.

Nurhan schetst dat de aanpak niet slechts lokaal is. Door het organiseren van een Internationale Design Week, worden andere Europese universiteiten betrokken. Dit bevordert tevens een ‘vers’ perspectief op lokale vraagstukken, en de kans voor studenten om internationaal ervaringen uit te wisselen. Nurhan blikt alvast vooruit op één van de uitdagingen, voor ze het woord geeft aan haar collega Herwin. De academische universiteit en het HBO hebben namelijk een verschillende onderwijsaanpak. Het HBO is bijvoorbeeld veel meer pratijkgericht dan de universiteit. Dat maakt het, samen met de vele verschillende disciplines, studenten en docenten een complext opgave. Toch zijn inmiddels al meer dan 1000 studenten betrokken (geweest) bij het stadslab.

Herwin Sap, docent Architectuur bij Hogeschool Zuyd en ook actief deelnemer aan het Living Lab, vertelt hoe het onderwijs van met name de hogeschool is georganiseerd rond de City Deal. Herwin vertelt dat een collegejaar in vier blokkken ingedeeld kan worden en dat gedurende die blokken verschillende opleidingen meedoen. De blokken corresponderen met schaalniveaus in het Urban Lab. En hier zijn ook de aangehaakte opleidingen op afgestemd.

Zo is het schaalniveau van Blok 1 de wijk. Hier zijn onder andere de Hotelschool en de opleiding Gebouwde Omgeving op aangehaakt. De internationale Designweek staat centraal in het tweede blok, waarin op een deelgebied van de wijk wordt ingezoomd. In blok 3 staan deelprojecten in de deelgebieden centraal. Hier sluiten ook o.a. studenten Architectuur en Autonome Kunsten aan. En in blok 4 dragen studenten Communicatie & Mediadesign bij aan het uitdragen van de opbrengst.

Doel is om dus uiteindelijk met verschillende studenten in te zoomen van wijkniveau naar een concreet object in de wijk, zodat dat ook gerealiseerd wordt. Momenteel bevindt het Urban Lab zich aan het eind van blok 3. Hier wordt o.a. een ‘online stembus’ ingezet, waarmee buurtbewoners kunnen stemmen op verschillende oplossingsvarianten van studenten.

Aansluiten op curriculum

Belangrijk is dat de brede hoofdthema’s het voor veel verschillende opleidingen mogelijk maken om mee te doen. En door de verschillende schaalniveaus in de blokken kunnen opleidingen de deelname op een natuurlijke manier laten aansluiten op hun eigen curriculum, vanuit bestaande vakken. Het Urban Lab stimuleert kennisuitwisseling tussen de verschillende studenten. Zo is de opleiding Built Environment in Blok opdrachtgever en stellen de studenten een adviesvraag aan de Hotelschool. En vanuit Ergotherapie geven studenten workshops aan studenten Built Environment, zodat die in hun ontwerpproces rekening kunnen houden met mensen met een functiebeperking. Studenten organiseren onderling werkoverleggen en bereiden focusgroepen met buurtbewoners voor, waarvoor ze ook input verzamelen bij andere studenten. De informatie wordt met ons gedeeld en we nemen deze op in de catalogus of bibliotheek.

Het woord is vervolgens aan Michelle van Mulken die vertelt hoe de Universiteit Maastricht is aangesloten op het Urban Lab. Ze schetst dat het voor de UM lastig was om vanuit het curriculum goed op het lab aan te haken. De eerste deelnemers waren stagiaires van de opleiding Psychologie. Die droegen bij aan een research learning project over gentrificatie: hoe kijken bewoners er naar en hoe kijkt de gemeente ernaar? De studenten maaken een documentaire waarin ze focusten op eenzaamheid, veiligheid en overlast van hondenpoep. Enthousiasme is belangrijk om het Urban Lab aan het curriculum te verbinden. Dit was ook zo bij de 60 studenten van Public Health, die ondanks de Corona-crisis aan de slag gingen en verder borduurden op de wijkscans die waren uitgevoerd. Deze hebben ze als input gebruikt voor intervention design en intervention mapping.

Intercompetenties

Marlou Driessen is vanuit de opleiding Ergotherapie betrokken en houdt zich vanuit die achtergrond veel bezig met community development en ‘samenredzaamheid’. De interprofessionele samenwerking die ook in het lab zo belangrijk is, is al inherent aan het vakgebied Ergotherapie. Ze benadrukt het belang van ‘inter-innoveren’ in het onderwijs, door samen met bewust met een aantal thema’s aan de slag te gaan. Zo zijn er tien ‘intercompententies’ benoemd waar alle beroepen in geschoold zouden moeten worden.

Er is allereerst een methodiek ontwikkeld waarmee je vanuit verschillende perspectieven naar de wijk kunt kijken. En – belangrijk – hoe je daar de buurt bij betrekt! Zo werd gekozen voor de methode met de focusgroepen. Ook daarin gaan de onderwerpen steeds specifieker van wijkniveau richting deelproject. “Het is belangrijk de lijn voor de bewoners continu te laten zijn, terwijl er steeds andere studenten met deelprojecten bezig zijn”, benadrukt Marlou. Marlou’s focus daarbij is met name gericht op de transformatie van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving.

Als voorbeeld noemt ze studenten die regelmatig de buurt in gaan. En op verschillende tijdstippen, ook buiten collegetijdstippen, omdat op verschillende momenten weer andere dingen spelen. Er is een Buurtdag georganiseerd om afscheid te kunnen nemen van woningen die gesloopt werden. Marlou vond het belangrijk dat ook daar studenten bij waren, om zo de band met de buurt te versterken. Daarnaast is zichtbaarheid belangrijk. Om de betrokkenheid van de studenten in de wijk te tonen, wordt veel via de buurtkrant en op Facebook gecommuniceerd over de projecten.

Niet alleen de samenwerking van studenten en bewoners is belangrijk. Ook de gemeente is een belangrijke partner voor de studenten, vult Herwin aan. Hij laat een concreet voorbeeld zien waarbij van een integrale gebiedsvisie, via de Designweek is ingezoomd op een specifieke fysieke ruimte, resulterend in een vernieuwde hangplek voor jongeren.

Sleutels tot succes

Tot slot worden de Sleutels tot succes doorgenomen. Samenwerkingen als deze zitten niet in het DNA van kennisinstellingen en vergen veel praten. Dus onderhandelvaardigheden zijn belangrijk: ‘common ground’ kunnen vinden en verwachtingen managen. En je comfort zone durven verlaten. Dit vraagt om goed gecontroleerde processen, focus op resultaten en klein beginnen.

Uitdagingen zijn er natuurlijk ook, zoals de kennisdisseminatie. En: hoe bewerkstellig je een structurele samenwerking, zodat het als een natuurlijk proces gaat aanvoelen.

Meer informatie is vanaf 1 april te vinden op www.surd.nl.

Rowinda bedankt de sprekers en gaat in op de vragen die in de chat gesteld zijn. Zo is Edros benieuwd of de initiatieven van het lab altijd binnen de indeling van het onderwijs moeten passen. Herwin geeft aan dat de vraagstukken wel binnen het onderwijs moeten passen, maar dat de thema’s breed genoeg zijn om dat te borgen. Ellen is benieuwd of opleidingen gedurende het hele jaar participeren. Herwin geeft aan dat het Urban Lab het hele studiejaar doorloopt, maar dat verschillende opleidingen op verschillende momenten participeren. Lydie is benieuwd of het MBO ook meedoet. Nurhan kan zich voorstellen dat MBO-studenten een belangrijke rol kunnen spelen in het implementatieproces, maar het integreren van het MBO in het lab is nog een complexe klus. Het idee wordt wel dankbaar meegenomen.

Meerdere deelnemers zijn benieuwd naar de catalogus met deelprojecten. Herwin licht toe dat die vooralsnog alleen voor studenten beschikbaar is via Moodle en voor partners in het project. Maar er wordt gekeken hoe die breder gedeeld kan worden. Op de vraag of de wijkscans door studenten uitgevoerd worden, antwoord Michelle dat een deel al door gemeenten is uitgevoerd, maar dat studenten dan bijvoorbeeld nog dieper ingaan op de gezondheidsgegevens.

Er is ook interesse in de benoemde intercompetenties en er wordt gevraagd of die gedeeld kunnen worden. Marlou licht toe dat dit vanuit de zorgopleidingen ontstaan is en door de provincie gefinancierd is. Nurhan geeft aan dat dit met de City Deal-partners gedeeld kan worden. Ook naar de wijkscan-aanpak is vervolgens interesse bij de deelnemers aan de sessie! Herwin geeft aan dat die beschikbaar komt zodra alles netjes op de website gecategoriseerd is.

Onderzoeksmoe

Een andere vraag is: hoe voorkom je dat bewoners ‘onderzoeksmoe’ worden? Marlou ligt toe dat de focusgroepen juist zijn ingericht omdat bewoners aangaven dat er onderzoeksmoeheid dreigde door de vele vragen van studenten. Daarom zijn er nu kleine maandelijkse bijeenkomsten en alle verzoeken van studenten gaan via de focusgroep. Nurhan schetst dat het een leerproces is, het ontwikkelen van een systeem en vertrouwen creëren bij de lokale gemeenschap. Michelle merkt dat de gemeenschap graag meedenkt, maar dat dit ook verwachtingen schept die gemanaged moeten worden. Edros vraagt wie er behalve gemeente, kennisinstellingen en bewoners nog meer mee doen. Herwin noemt de woningcorporaties nog als belangrijke partner, en welzijnsorganisatie Traject. Marlou vindt het belangrijk de partijen die echt in de wijk actief zijn goed te betrekken.

Ellen is benieuwd wie de opdrachten formuleert en Nurhan geeft aan dat het lectoraat de opdrachtgever is, maar hierbij uiteraard de behoefte van de bewoners inventariseert. Het is belangrijk om de vragen aan verschillende studierichtingen ook op maat te formuleren. Herwin geeft een voorbeeld van het meewegen van behoeften uit de wijk: het vierde thema, Schoon & Veilig, werd nav feedback uit de wijk toegevoegd omdat dit randvoorwaardelijk bleek.

Han is benieuwd hoeveel begeleiding studenten nou krijgen in het Urban Lab. Herwin geeft aan dat de begeleiding gelijkwaardig is aan onderwijs buiten de City Deal, omdat er wordt aangesloten bij het bestaande curriculum. Wat een extra tijdsinvestering van met name docenten vergt, is het faciliteren van dwarsverbanden tussen opleidingen. Nurhan benadrukt dat het enthousiasme van betrokken opleidingen, docenten en studenten cruciaal is, omdat de bijdrage uit de City Deal de kosten van het project niet dekt. Marlou vult aan dat daarnaast haar eigen professionele ontwikkeling ook een belangrijke drijfveer is om mee te doen. “Door mee te doen word ik een betere docent die ook interprofessioneel samenwerkt.”

Marijke is benieuwd hoe docenten meegenomen worden, want zo’n innovatieve leeromgeving vraagt nieuwe vaardigheden van ze. Nurhan en Herwin geven aan dat docenten niet getraind worden, maar dat het scheelt dat docenten vrijwillig, vanuit een sterke intrinsieke motivatie meedoen. In een laatste ‘rondje’ langs de sprekers vraagt Rowinda aan elk van hen: wat zou je anders gedaan hebben of: wat raadt je mensen aan? Michelle zou de gemeente wat meer de lead gegeven hebben, dan zijn ze ook nog meer betrokken. Marlou benadrukt het belang om te focussen en niet in alles te verzanden. Door meer te structureren kun je meer bereiken. Herwin zou graag meer tijd willen voor het project en ziet nog kansen om de samenwerking tussen studenten verder te optimaliseren. Nurhan vindt het vooral belangrijk dat je in zo’n project ‘fearless’ bent. Ze kreeg in het begin veel kritiek omdat ze studenten bij het project betrok en omdat het veel geld koste, maar er is iets heel waardevols en innovaties uit gegroeid. “Je moet leren door te experimenteren. Van je fouten leer je en zo kom je op het volgende niveau!”

Na deze inspirerende boodschap bedankt Rowinda de sprekers en deelnemers voor de energieke sessie.

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.