“Voedsel en havengebied in Europees verband aanpakken”

“Ik vind het heel bijzonder hoeveel verschil er zit tussen bijvoorbeeld Rotterdam waar ik woon en Den Haag waar ik werk. Dat is het leuke aan Nederland, de verschillen zijn best groot”, zegt Hamit Karakus, directeur van Platform 31 en lid van de regiegroep van Agenda Stad. “Daarom kun je ook nooit een blauwdruk voor heel Nederland afgeven. Veranderingen moeten vanuit de regio komen, vanuit de bewoners die aangeven wat ze nodig hebben.”

Het kantoor van Platform 31 ligt in het Haagse Centraal Station. De ruimte oogt open en transparant, met veel natuurlijke materialen. “We willen open en eerlijk allerlei partijen met elkaar verbinden om kennis te delen”, vertelt Hamit Karakus. “We zijn onafhankelijk en hebben veel partners die interessant zijn voor Agenda Stad: ministeries, gemeenten, wetenschappelijke organisatie, coöperaties en marktpartijen. Daarnaast hebben we verbinding met de wetenschap en met Europa. Vanuit die positie kunnen we meehelpen de opgave van Agenda Stad te formuleren.”

Wat leeft er in de maatschappij?

“Wij hebben analyses gemaakt van alle gemeenteakkoorden om te kijken waar het naartoe gaat. We weten ook welke onderzoeken er zijn gedaan”, zegt Hamit Karakus. “Sommige vraagstukken kunnen we mogelijk beter in Europees verband aanpakken. Zo is voedsel en gezondheid een belangrijk thema. Wat gebeurt er met de voedselvoorziening als steden gaan groeien? Kunnen we ons voedsel wel blijven produceren? We hebben in Nederland het Voedingscentrum maar we hebben geen Europees voedingscentrum. Dat zou een thema kunnen zijn. Gezond voedsel kan veel problemen en druk op de gezondheidszorg voorkomen.

In dit stadium hoeven we niet al te concreet te zijn in de plannen, want dit zou het proces belemmeren. Laat de ideeën maar gewoon komen en laten we het onderzoeken met de relevante partijen en er over nadenken. Wat betekent prijsverlaging van gezond voedsel in de keten? Je moet het er in internationaal of Europees verband over hebben want ons voedsel komt overal vandaan.

Ook op het gebied van havens, zouden we verder na moeten denken. Ik zou graag een keer om de tafel zitten met de havensteden van Europa. Hoe kunnen we zorgen dat de havens in Europa concurrerend blijven in de wereld? Laten we de krachten bundelen tegen de havens die opkomen in Dubai en China. Misschien kunnen de Europese havens intensiever samenwerken of fuseren. Uiteindelijk denk ik dat als het goed gaat met de Europese havens, dat het ook goed gaat met Nederland.

In de havens zitten veel mkb-bedrijven die belangrijke werkgevers zijn. We moeten sowieso meer ondernemers krijgen in Nederland. Je wordt wel opgeleid tot loodgieter, timmerman of jurist maar niet als ondernemer. Stel dat we kinderen helpen om ondernemer te worden, wat zou dat voor Nederland betekenen? Of dat we ze helpen bij bepaalde belemmeringen, zoals acquisitie bijvoorbeeld? Dat zou geweldig zijn want dan kunnen ondernemers zich concentreren op waar ze goed in zijn.”

Zijn er interessante lessen te leren uit het buitenland?

“We moeten onszelf niet onderschatten. Uiteraard zijn er interessante voorbeelden in het buitenland, alleen kun je die nooit één op één overnemen. En wij hebben ook interessante projecten voor het buitenland. Zoals het programma Energiesprong dat wij voor minister Blok coördineren, dat vindt Frankrijk heel interessant. Dat je mensen stimuleert om ‘nul op de meter’ te krijgen. En dat je de besparing op de energierekening kunt gebruiken om de financiering rond te krijgen voor het opknappen van je woning. Dat is een hele interessante business case. Ook wij hebben goede voorbeelden waar we mee te koop mogen lopen.

Maar naar het buitenland kijkend, kan ik zeggen dat ik drie weken geleden in Istanbul was. Je ziet daar hoe snel grote steden kunnen groeien. Istanbul is in twintig jaar gegroeid van 5 miljoen inwoners naar 20 miljoen. Dat betekent nogal wat als je zo snel groeit. De infrastructuur is er niet op ingericht. Er is een enorme groei van auto’s met de nodige luchtvervuiling. Er is behoefte aan vergroening, aan stedenbouwkundige oplossingen en aan drinkwater. Het is de vraag of je zomers nog drinkwater hebt want men is afhankelijk van de meren en van de weersomstandigheden. Twintig miljoen mensen hebben dan water nodig, terwijl de waterleiding bijna dertig procent verliest, want de ondergrondse infrastructuur is niet modern.

Men is begonnen met het verduurzamen van woningen, maar dit gaat te langzaam en de nieuwbouw is nog niet eens duurzaam. Dan moet je als stad zeggen: stop! Vanaf nu gaan we alleen nog duurzaam bouwen. De urgentie wordt wel gevoeld maar de kennis over de aanpak ontbreekt. Bovendien loopt men bij de uitvoering van oplossingen vaak tegen het feit aan dat veel grond in particulier bezit is.

Wat we hiervan kunnen leren is dat het belangrijk is om op tijd op nieuwe ontwikkelingen in te spelen.”

Hoe ziet de ideale stad er uit?

“Het gaat om prettig wonen en leven en dat is voor mij heel simpel. Als je in een stad geboren bent dan moet je daar kunnen blijven wonen als je wilt. Ook als je carrière wilt maken. Werk is de belangrijkste reden waarom mensen de stad verlaten. De stad is in mijn beeld niet begrensd tot bijvoorbeeld Den Haag, Rotterdam of Amsterdam. Voor mij is de stad meer een metropoolgebied waarin verschillende steden liggen en waarin afstanden gemakkelijk te bereizen zijn met het openbaar vervoer. In de ideale stad is er een gezond leefklimaat, een goede arbeidsmarkt en er zijn goede voorzieningen zoals theaters, vervoer en scholen.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.