City Deal Kennis Maken: ‘Het systeem opschudden’

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken
Bewoners en professionals in gesprek aan een grote tafel vol met post-it briefjes tijdens de kennismarkt van het stadslab Vergrijzing op 7 februari

Van stadslabs, leerwerkplaatsen tot Challenges. In de twintig steden van de City Deal Kennis Maken wordt volop geëxperimenteerd. Alle steden willen de opgebouwde samenwerking tussen onderwijs en stad verder brengen. Maar hoe bouw je door? Hoe stap je uit de cirkel van experimenteren, richting echte inbedding en langdurige samenwerking? Co-decaan Martin Schulz van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB), en een van de auteurs van de publicatie Experimenteren en Opschalen, geeft tips.

Dit artikel hoort binnen het overkoepelende model voor verbinding met de samenleving bij het radar Meerwaarde & Vaardigheden en Externe Verbinding.

Het EnschedeLAB heeft als een van de einddoelen om de relatie met de stad en haar burgers te versterken door verbeterde vraagarticulatie. De City Deal in Den Haag wil uiteindelijk een samenwerkingsstructuur opbouwen die ontmoeting, kennisdeling en adaptief onderwijs faciliteert. Het einddoel in Leeuwarden is structurele inbedding van de living lab methodiek en experimenteerruimte in de curricula van de aangesloten onderwijspartijen. In Delft wil het Stadslab Tanthof de geleerde lessen ook in andere Delfste wijken toepassen en Utrecht gaat haar aanpak met de Challenges uitbouwen, professionaliseren en verankeren in een triple helix verband rondom opgavegericht werken. Kortom, opschalen staat overal op de agenda. En dat is niet meer dan logisch, stelt Martin Schulz, want zeker bij City Deals komt de vraag al snel om hoek kijken hoe er opgeschaald kan worden. “Experimenteren en opschalen zijn automatisch met elkaar verbonden.”

Bewijs of beweging?

Martin Schulz. Foto: NSOB.

Martin Schulz. Foto: NSOB.

Voordat je als experiment een stap verder kan zetten richting inbedding of opschaling moet je jezelf eerst twee vragen stellen, legt Schulz uit. “De eerste vraag gaat over de opbrengst van het te ontwerpen experiment. Is het experiment gericht op het verzamelen van bewijs, bijvoorbeeld of een aanpak werkt in de praktijk, of wil je er vooral beweging mee genereren of misschien wel allebei?”

Is een experiment gericht op bewijs, dan moet je het zo inrichten dat de kans op een bewezen praktijk zo groot mogelijk is, aldus Schulz. Dat kan op allerlei verschillende  manieren. “Ontwerpers kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om een breed net met mogelijke oplossingen uit te werpen, maar ook het testen van een belofterijke aanpak is mogelijk. Ze kunnen kiezen voor een test in een gecontroleerde omgeving, als in een laboratorium, of juist contextgedreven oplossingen zoeken die vooral in die specifieke omgeving werken. Hoe je experimenteert, maakt uit voor het bewijs dat je vindt.”

Is een experiment gericht op beweging, om bijvoorbeeld actoren aan te zetten om iets te gaan doen, iets te veranderen, dan is het principe anders, legt Schulz uit. “Het experiment beoogt dan belanghebbende actoren in beweging te brengen. Ook dat kan weer op verschillende manieren. Vooraf ontworpen, of in een opkomend emergent proces waarin de stappen gaandeweg worden bedacht, op basis van wat de praktijk brengt. De vraag is ook wat er precies in beweging moet komen. Moeten er oplossingen worden bedacht, of is het proces er vooral op gericht dat er via het experiment capaciteit ontstaat om nader te experimenteren en met dit vraagstuk aan de slag te gaan?”

Oogsten of opschudden?

Ten tweede is er de vraag of je met opschaling wil oogsten of opschudden of misschien wel beide? Wil je bewijzen verspreiden, praktijklessen delen binnen het bestaande pad? Of wil je het systeem, het pad zelf, opschudden? Bij de eerste vorm kan het gaan om het overbrengen van informatie vanuit het experiment, maar ook om professionalisering van de werkwijze. En wat is oogsten eigenlijk? Is dat een lineair proces, waarin de doorwerking steeds wat meer door het veld gaat? Of is het eerder exponentiële groei, waarbij de groei zelf ook groeit en in snel tempo het veld doordrenkt?”
Als voorbeeld van een experiment met bewijs noemt Schulz de innovatievouchers die het ministerie van EZK vijftien jaar geleden heeft ingevoerd om het mkb innovatiever te maken en kennisdeling en ondernemerschap te stimuleren. Aan de achterkant verzamelt het ministerie daarover bewijslast. Werkt het? Levert het echt innovatie op?

Bij zowel opschalen als opschudden gaat het om weer een andere beweging, aldus Schulz: “Je experiment heb je dan uitgevoerd omdat het bestaande systeem niet gaat zoals je wilt. De lessen uit het experiment gebruik je om dit systeem te destabiliseren. Het kan bijvoorbeeld door vooral te richten op de bestaande kanalen, maar ook door juist de bestaande regimes te doorbreken en nieuwe partijen in positie te brengen om tot nieuwe oplossingen te komen. Het kan door actief belemmeringen voor vernieuwing weg te nemen, zoals regelgeving, maar ook door deze vooral te agenderen en daarmee in het gesprek te brengen. Zo zijn er verschillende wegen om tot opschudding te komen, die ontwerpers ter hand kunnen nemen. Destabiliseren is vaak ongemakkelijk maar je moet het accepteren, het hoort bij systeemverandering. Opschudden is dan ook vaak een gevoelig thema. Het raakt aan de politiek en aan allerlei verschillende maatschappelijke belangen. Maar het is nodig om echt verandering te creëren.”

Een voorbeeld van een experiment met beweging zijn de aardgasvrije wijken. Waar op lokaal niveau de proeftuinen vooral zoeken naar bewijs, heeft het landelijk programma rond al die lokale proeftuinen echt een beweging in gang gezet.

Studenten werken samen aan de Sustainable Campus Challenge.

Studenten werken samen aan de Sustainable Campus Challenge in Utrecht.

Kennis Maken als beweging

En hoe zit het bij de City Deal Kennis Maken? “Ik heb meer kennis van opschalen en minder van deze specifieke deal, maar ik kan me voorstellen dat het hier ook gaat om beweging creëren, om de langdurige verbinding tussen kennisinstellingen en maatschappelijke partners op te zetten”, aldus Schulz. “Hoe zorg je ervoor dat de experimenten echt de maatschappelijke problemen oplossen? Of dat de studenten de nodige kennis opdoen? Hoe oogst je? Hoe ga je die oogst op andere plekken krijgen? Zoals je ziet heb ik vooral veel vragen voor opschaling. Want het begint met vragen stellen. Wat is je eigen strategie? In onze publicatie Experimenteren en Opschalen bieden we voorstellen voor maatschappelijke initiatieven hoe ze experimenten en opschaling kunnen vormgeven en daarvoor een strategie kunnen ontwikkelen.”

Opschaling in de City Deal Kennis Maken zou volgens Schulz langs twee kanten kunnen worden verkend: of verder binnen de eigen onderwijsinstelling of breder onderwijs of richting de maatschappelijke partners, de gemeente maar ook bijvoorbeeld betrokken bedrijven. “Hoe zorg je ervoor dat het ook beklijft bij die andere kant? Wat de City Deal Kennis Maken vooral lijkt te willen is het systeem opschudden. Er is een nieuwe praktijk van werken, en die willen de verschillende steden mainstreamen, tot het nieuwe normaal maken. Maar dat gaat niet vanzelf, je zal er continu aandacht aan moeten blijven geven. De vraag is hoe. Ga je het faciliteren? Geef je verandertraining of cursussen? Opschalen gebeurt niet het is iets wat je doet. Je moet er actief aan werken. Ik vrees dat opschaling elke keer maatwerk is. Er bestaat geen makkelijke methode, geen Haarlemmerolie. Elk experiment is uniek. Het wiel opnieuw uitvinden is juist nodig. Hét antwoord bestaat gewoon niet. Het lijkt me heel leuk en interessant om hier op de landelijke City Deal Kennis Maken dag op 18 juni op de de landelijke Kennisdelingdag City Deal Kennis Maken verder over te praten.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.