‘Docenten moeten kunnen meeveren’

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

Het werken aan real-life opdrachten in rijke leeromgevingen krijgt een steeds prominentere plek in alle bachelor en masteropleidingen van de Wageningen University and Research (WUR). Wat is daar allemaal voor nodig onder de docenten om dat goed te begeleiden? Projectleider Hanna Eppink doet daar met het team Society Based Education onderzoek naar in het door de City Deal Kennis Maken gefinancierde onderzoek ‘Ontwikkeling interventietool voor docenten om maatschappelijke vraagstukken structureel te verbinden aan academisch onderwijs.’

De WUR streeft naar het opleiden van ‘engaged engineers’: academische professionals die tijdens hun studie disciplinaire en interdisciplinaire kennis opdoen als tevens kennis en kunde ontwikkelen om duurzame maatschappelijke transities te begrijpen en te faciliteren. Zo heeft Society Based Education in het vorig academisch jaar ruim 250 real-life opdrachten gekoppeld aan het Bachelor en Master onderwijs van de WUR. Het streven van Society Based Education, onderdeel van de afdeling Education Support Centre van de WUR, is dat bachelor- en masterstudenten zoveel mogelijk tijdens hun studie kunnen werken aan een real-life opdracht.  We werken op het grensgebied van onderwijswijs en maatschappij.

Society Based Education, actief partner in het initiatief CDKM Ede-Wageningen, ondersteunt docenten om deze rijke leeromgevingen vorm te geven. Want het ontwerpen en aanbieden van een leeromgeving die een complex, ongestructureerd en open karakter heeft, kan best wel uitdagend zijn. Niet alleen vraagt het van studenten hele nieuwe skills, zoals samenwerken, empathische vermogen, systemisch denken en handelen. Ook docenten moeten hele nieuwe vaardigheden inzetten. Voor hen kan het best wel een cultuurverandering zijn om onderwijs te ontwikkelen en te geven dat gericht is op de verbinding met de samenleving. In november zal uit het onderzoek blijken wat er allemaal precies nodig is. Eppink en team vertalen deze resultaten naar een interventietool voor docenten.

Hanna Eppink.

Hanna Eppink.

Wat moet het onderzoek opleveren?
Eppink: “Met dit onderzoek wilden we meer inzicht krijgen waar docenten nou tegenaan lopen wanneer ze dit type onderwijs willen integreren in hun eigen onderwijs. We willen hen heel graag stimuleren om onderwijs meer vorm te geven in samenwerking met de maatschappij.”

Waarom is dat voor jullie zo belangrijk?
“We doen dat voor de authentieke leerervaring van de student en daarnaast vinden we het ook belangrijk dat er maatschappelijke waarde wordt gecreëerd. We merken dat studenten heel erg gemotiveerd raken als ze in contact komen met die maatschappelijke opgaven. Dan weten ze beter waarom ze studeren, het geeft een idee van hun latere carrière. Studenten leren hun kennis toe te passen in een praktijksituatie, leren samenwerken met andere studenten, maar ook met andere mensen die niet academisch zijn opgeleid. Dat is een belangrijke skill om bij te kunnen dragen aan de maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan,  , zoals klimaatverandering. Dit soort uitdagingen vereist dat je kan samenwerken en over je eigen discipline heen kunt kijken.”

Wat houdt het onderzoek precies in?
“Dit onderzoek heeft als doel om systematisch te onderzoeken wat de docenten zien als de meerwaarde om in hun onderwijs een authentieke casus te integreren voor henzelf en voor de student, of zij een structurele samenwerking ambiëren met maatschappelijke partners, wat zij verwachten van opdrachtgevers, zien als essentiële docentvaardigheden om dit type onderwijs te kunnen geven, welke uitdagingen ze tegenkomen en hoe zij denken deze uitdagingen te kunnen overbruggen. We hebben gekozen voor actieonderzoek, samen met mijn collega’s van Society Based Education hebben we interviews gedaan. We zijn nu bezig met het analyseren van de data, en hebben twee keer een team brainstormsessie gehad. Als team reflecteren we op de resultaten om te kijken wat we nu doen, en wat we beter kunnen doen om de docenten te begeleiden.”

Kun je al wat resultaten delen wat jullie zijn tegengekomen?
“Wat de docenten zien als meerwaarde van het werken met maatschappelijke casussen is dat studenten echt intrinsiek gemotiveerd zijn om maatschappelijk bij te kunnen dragen. De betrokkenheid van de studenten, bij deze onderwijsvorm, is groot. Wat me ook opviel is hoeveel docenten een flexibele houding als belangrijk benoemden. Als docent moet je kunnen meeveren, de controle durven loslaten aangezien iedere casus weer anders is. Daar moet je mee om kunnen gaan als docent. Je hebt natuurlijk leerdoelstellingen die je wilt behalen in je vak. Je hebt je ambities. Maar elke casus heeft zijn eigen uitdagingen. Hoe ga je daarmee om, hoe beoordeel je dat nou aan het eind? Daar zijn behoorlijk wat vragen over. Ook moet je met deze vorm van onderwijs veel meer een relatie opbouwen met een student. Het is heel wat anders dan een hoorcollege geven. Het begeleiden van de groepsprocessen werd gezien als een uitdaging. Hoe doe je dat nu precies? Het is niet vanzelfsprekend: om samen te werken en daarop te kunnen reflecteren en feedback over te geven aan elkaar. Docenten hebben vragen over wanneer je ingrijpt, wanneer niet?”

Nu werken jullie dus de analyses uit. Wat ligt er straks in november? Een onderzoeksrapport of interventietool?
“Eigenlijke beide. De volgende stap in het onderzoek is om focusgroep discussies te organiseren. Een drietal verdiepende meetings met docenten om nog beter zicht te krijgen op waar ze tegenaan lopen. Denk bijvoorbeeld aan het beoordelen van complexe vaardigheden. We gaan een verdiepende meeting organiseren door vooraf bij de individuele docenten meer ervaring en vragen op te halen. Dat willen we koppelen aan experts, didactische deskundigen die veel weten over beoordeling, om bij hen ook nog expertise en kennis op te halen. In de meeting brengen we ieders ervaring en expertise bij elkaar. Het resultaat van de meeting is naast uitwisseling van ervaringen een factsheet  of naslagwerk, die beschikbaar wordt gemaakt voor een bredere groep docenten.

Hoeveel mensen werken aan het onderzoek?
“We zijn met acht mensen die meewerken aan dit onderzoek; het doen van interviews, reflecteren op de resultaten en het organiseren van de verdiepende meetings. Ook zijn er drie critical friends betrokken bij het onderzoek om de objectiviteit te waarborgen, omdat je zelf twee petten op hebt: als onderzoeker en deel van het team Society Based Education. Carla Oonk is gepromoveerd op het onderwerp regioleren en is werkzaam bij de leerstoelgroep Education and Learning Sciences als onderwijscoördinator, docent en onderzoeker. Zij is uitgenodigd om met haar expertise de onderzoeksopzet, uitvoering en resultaten kritische te evalueren. Daarnaast is Erik Heijmans, hoofd van de afdeling Education Support Centre uitgenodigd om kritisch mee te denken over het onderzoek als tevens de haalbaarheid van de interventietool te bewaken. Mattijs Smits is assistent professor bij de leerstoelgroep Milieubeleid en is uitgenodigd om vanuit docentperspectief kritisch mee te denken.”

Wat kunnen andere universiteiten en steden van jullie onderzoek leren? Wat zou je graag willen meegeven?
“Bij CDKM is het model ontwikkeld met al die verschillende knoppen. Dit gaat echt over de docentenknop. Hoe kun je docenten begeleiden met ondersteuning en training om dit type onderwijs te geven? Ook zijn we een onderwijskundig procesmodel  aan het ontwikkelen. Een model dat als basis kan dienen voor het voorbereiden van een vak waarin studenten leren door te werken aan een maatschappelijke opgave. We onderscheiden 5 hoofdfases; vertrekpunt (leerdoelstellingen vak/ambitie docent, beginsituatie student, docent en maatschappelijke partner), acquisitie van opdrachten, matching van opdrachten aan studenten, uitvoering en afronding & evaluatie (nazorg maatschappelijke partner, evaluatie of de doelstellingen zijn bereikt) Bij deze 5 ontwerpstappen worden voorbeelden genoemd. Dat zou ook zeker door andere docenten kunnen worden gebruikt.”

Jullie zijn maar een klein team. Zijn jullie een beetje ondersteund door de universiteit hierin?
“Jazeker. Dit soort onderwijs komt terug in de visie van de WUR. In haar onderwijs ambieert de WUR om studenten op te leiden tot kritische academische professionals, die wereldwijd een bijdrage kunnen leveren aan duurzame oplossingen voor mondiale uitdagingen. We willen studenten opleiden die effectief kunnen samenwerken in multiculturele en multidisciplinaire teams. En daar hebben we dit type onderwijs voor nodig.”

Studenten aan het werk in Wageningen. Foto: Flickr CC/Webted.

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.