Elektrische deelauto staat op de kaart bij nieuwbouwprojecten

Deelauto bij oplaadpunt
Deelauto bij oplaadpunt

Eind 2021 kwam na drie jaar de City Deal Elektrische Deelmobiliteit in Stedelijke Gebiedsontwikkeling ten einde. Uit de evaluatie werd nog maar eens duidelijk dat deelmobiliteit al lang geen toekomstmuziek meer is, en zeker niet uitsluitend een Randstedelijk fenomeen is. In heel het land maken gemeenten en projectontwikkelaars steeds vaker afspraken in nieuwbouwprojecten over lagere parkeernormen en vormen van deelmobiliteit. We kijken terug met twee initiatiefnemers van het eerste uur Robin Berg van We Drive Solar en Barend Jansen van de Provincie Zuid-Holland.

Zo herzag de Gemeente Amstelveen haar parkeernota. Deelmobiliteit wordt nu meer meegenomen in de planontwikkeling, een parkeerplaats voor een deelauto vervangt vier reguliere autoparkeerplaatsen. Ook de gemeente Den Haag heeft een geactualiseerde Nota Parkeernormen, waarin ontwikkelaars de autoparkeereis met 50 tot 75 procent kunnen verlagen door onder andere het inzetten van deelmobiliteit. Verder hebben Rotterdam, Amsterdam en Utrecht hun parkeernormen aangepast, terwijl Gouda in 2040 de binnenstad autoluwer wil maken, onder meer door de parkeernorm te verlagen. Apeldoorn wil de binnenstad ontwikkelen tot stadspark, en stimuleert daarbij deelmobiliteit.

Ook de inwoners lijken vooral positief te zijn over elektrische deelmobiliteit, zo blijkt uit de evaluatie van de City Deal.

Versnelling in middelgrote steden

Barend Jansen

Barend Jansen, beleidsmedewerker ruimte bij de Provincie Zuid-Holland is dan ook tevreden over de resultaten. Hij is degene die de City Deal haar focus liet leggen op nieuwbouw in plaats van op bestaande wijken. “Veel gemeenten die mee hebben gedaan hebben het concept van deelauto’s in combinatie met nieuwbouw omarmd en leren kennen. Ik vind het vooral leuk dat kleinere en middelgrote gemeenten hun beleid daarop hebben aangepast. Vooral daar is het dankzij de City Deal sneller ontwikkeld dan dit normaal zou zijn gebeurd.”

Door deelauto’s als alternatief neer te zetten voor de eigen auto kun je veel meer woningen bouwen en leukere wijken maken, stelt hij. “Heel veel wat we willen wordt dan mogelijk. Twee kanten profiteren ervan. Je creëert een deelmobiliteitsmarkt en je creëert aantrekkelijke en betaalbaardere woningen. Dan krijg je een veel integraler verhaal.”

Bi-directioneel laden

We Drive Solar startte al ver voor de City Deal in de Utrechtse wijk Lombok met het plaatsen van elektrische deelauto’s, die rijden op lokaal opgewekte zonnestroom. Inmiddels heeft het bedrijf meer dan 200 auto’s verspreid over heel Utrecht staan, en is daarnaast uitgebreid naar Den Haag, Arnhem, Amsterdam en Rotterdam. Wat We Drive Solar inbracht in de City Deal was dat de deelauto’s ook nog eens energie aan het woningbouwprogramma leveren, dankzij het bi-directioneel laden. De batterijen van de elektrische deelauto’s kunnen worden ingezet als opslag van duurzame energie, die weer kan worden teruggegeven aan het netwerk van een woning of gebouw.

“Zo kan je met je auto bijdragen aan een slimmer energiesysteem”, vertelt directeur Robin Berg van We Drive Solar. “We hebben echt flink aantal stappen gezet om samen te werken aan de technologie en om het verder opschaalbaar te maken. Samen met e-Laad hebben we bijvoorbeeld de standaarden voor het ontladen geborgd.”

Vanuit de City Deal werd het bi-directionele succes in Utrecht zelfs wereldnieuws, toen het Koreaanse autobedrijf Hyundai aanhaakte. “We hebben het NOS Journaal gehaald met de primeur in Utrecht in de wijk Cartesius, waar we de eerste bi-directionele productieauto van Hyundai in gebruik namen, de IONIQ 5. Dit jaar krijgen we nog eens 150 auto’s, zodat Cartesius de eerste woonwijk ter wereld wordt met een systeem met autobatterijen. Deze wijk is een van de grootste projecten van de City Deal. Hier worden drieduizend woningen gebouwd. We beginnen met zestig deelauto’s voor de eerste duizend woningen.”

Bewustwording

Robin Berg

Ondanks de mooie cijfers is het belangrijkste resultaat van de City Deal dat er bewustwording is ontstaan bij de gemeenten en projectontwikkelaars, vindt Berg, , ook vanaf het begin betrokken bij de City Deal. “Voor de meeste gemeenten is dit concept echt nieuw. Dankzij de City Deal is een aantal concrete projecten uitgekomen en versneld. Ze zien nu in dat dit een goed alternatief is voor hoge parkeernormen en (tweede) autobezit. Het hele concept is gaan vliegen.”

Dat is onder meer te danken aan de goede samenwerking van de partners die ontstond in de City Deal, vinden zowel Berg als Jansen. “Het was erg geslaagd dat we met ontwikkelaars en ambtenaren samen aan tafel zaten”, licht Jansen toe. “Er ontstond goede interactie tussen de projecten. Door de samenwerking zie je de verschillende belangen die naast elkaar staan. Dat vind ik ook een mooi resultaat. Je praat veel opener met elkaar en leert elkaars belangen kennen. Als ontwikkelaar leer je kennen bijvoorbeeld waar een wethouder mee worstelt.”

Corona maakte de intervisie wel wat lastiger. “We hadden minder bijeenkomsten dan gepland”, gaat Jansen verder. “Ik had veel meer ervaringen willen uitwisselen. Hoe communiceer je bijvoorbeeld met bewoners, dat ze minder kunnen parkeren of geen parkeervergunningen meer krijgen. Hoe pas je je parkeernormen aan? Hoe benader je je wethouders en gemeenteraad daarvoor? Dit soort waardevolle uitwisselingen heeft te weinig plaatsgevonden. Die had je meer samen willen ontwikkelen en meer van elkaar willen  leren.  Naast corona kwam de nadruk in de City Deal verder ook te veel op het autodelen te liggen, omdat we als organisatie samengingen met de Green Deal Autodelen.”

Lessons learned

Want dat is een van de dingen die niet zo lekker liep, vindt ook Berg. “Daarom was binnen de City Deal het verband af en toe niet duidelijk. Beleidsmatig ging het vooral over de vraag of dit nu concurrentie is van de Green Deal Autodelen of dat het moeten worden geïntegreerd? Het ging soms niet meer om hoe we de City Deal naar het volgende niveau konden brengen. Dat was jammer. Voor ontwikkelaars was de meerwaarde van de City Deal voor de marktpartijen daardoor niet altijd duidelijk.”

Een belangrijke geleerde les vindt Berg dat je bij een City Deal de top van het ministerie aangehaakt moet houden. “Bij de bespreking van de City Deal was de DG bijvoorbeeld betrokken. Die kreeg later een andere functie, waardoor er meer mensen op ambtelijk niveau van het ministerie er bij betrokken raakten. Terwijl vanuit de marktpartijen wel de directie van Neprom en andere directeuren om tafel zaten. Er liggen een hoop kansen, maar dan moet je wel op hetzelfde niveau betrokken zijn.”

Ook had We Drive Solar last van de vele wisselingen in het projectmanagement, gaat Berg verder. “Daardoor zijn bepaalde projecten waarmee we startten een beetje uit beeld geraakt. Het zorgde ervoor dat het ‘wij-samen’ gevoel ontbrak. Ik had niet meer het idee dat we samen iets aan het bouwen waren. We hadden bijvoorbeeld bij de opening van de City Deal een project lopen met Heijmans. Ik had verwacht dat we halverwege de City Deal daar nog eens naar zouden kijken hoe het loopt en wat nodig is. Daarnaast hebben we heel erg het gevoel dat het ministerie een rapport liet schrijven door adviseurs. We hebben vijftien projecten lopen met onder andere Heijmans,  maar zowel zij als wij zijn niet gebeld voor de evaluatie. Terwijl het in het project uiteindelijk gaat het om de praktijk, daar doe je het voor.”

Wat betreft Jansen had de communicatie over de successen beter gekund. “We hadden meer kunnen laten zien wat we hebben bereikt. Hoeveel extra woningen hebben we dankzij de lage parkeernorm gebouwd? Hoeveel minder parkeerplaatsen? Hoeveel geld heeft dat gescheeld? Hoeveel minder autoverkeer? Hoeveel meer groene ruimte hebben deelauto’s in de nieuwbouwprojecten mogelijk gemaakt? Dat moeten we allemaal nog in kaart brengen. Dan pas heb je echt een sterk verhaal, het onderbouwt waarom we moeten bouwen met deelauto’s.”

Dat de resultaten nog niet in kaart zijn gebracht heeft ook te maken met de korte duur van een City Deal, stelt Jansen. “Drie jaar is te kort voor een ruimtelijk programma. Met een wijk aanleggen ben je zo tien jaar bezig. Daarom kunnen we de City Deal nog niet goed evalueren en afsluiten. We willen nog doorgaan om echt goed te monitoren om te zien hoe het gebruik is en wat het ruimtelijk heeft opgeleverd. Wat is het verschil geweest? Daar hebben we zeker nog twee jaar voor nodig.”

Samenwerkingsprogramma deelmobiliteit
Staatssecretaris Vivianne Heijnen kondigde eind juni in een brief aan de Tweede Kamer in ieder geval aan ook te willen doorgaan met de City Deal en de Green Deal in de vorm van een samenwerkingsprogramma deelmobiliteit. Daarin worden aspecten meegenomen zoals ontwikkeling van standaarden, uniformering, monitoring, toolkits voor gemeenten, kennisuitwisseling en de samenhang met de woningbouwopgave. In het najaar maakt ze daarover meer bekend. Om de bekendheid van autodelen te vergroten, zal ze in ieder geval een informatiecampagne starten.

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.