‘Meer kansen voor stadmakers is goed voor de samenleving’

Waarmee zijn stadsvernieuwers het meeste geholpen? Die vraag stond centraal in de Challenge Stad van de Toekomst die Kennisland van april 2015 tot april 2016 samen met Pakhuis de Zwijger organiseerde. De publicatie ‘Stadmakers in Nederland’ biedt inzichten en trekt lessen over hoe we lokale bottom-up initiatieven het best kunnen ondersteunen. Pepijn Reeser van Kennisland licht toe. ‘Er is behoefte aan minder afstand tot gearriveerde partijen.’

Wat is het idee geweest om Challenge Stad te organiseren?
“De Agenda Stad is in 2013 vastgesteld in de Miljoenennota. Het idee ontstond daarbij om ook een bottom-up component te maken om te voorkomen dat er bij Agenda Stad alleen gearriveerde partijen, zoals overheden en bedrijven, met elkaar zouden samenwerken. Er gebeurt immers zoveel aan bottom-up initiatieven in de Nederlandse steden. We hebben toen besloten het in de groei- en wedstrijdvorm te gieten die de Challenge Stad is geweest. Die hebben Kennisland en Pakhuis de Zwijger ontworpen en uitgevoerd in overleg met Agenda Stad, het RVO en de Innovation Expo. Die samenwerking is goed verlopen en leidde tot een mooie Challenge Stad.”

pepijn21

Pepijn Reeser, cultureel adviseur Kennisland.

Is de Challenge Stad voor herhaling vatbaar?
“Ik denk dat het belangrijkste dat het heeft opgebracht het besef is dat er veel lokale initiatieven bestaan die veel baat hebben bij ondersteuning. De Challenge was daarvoor een goed instrument, omdat het in korte tijd veel betrokken bij elkaar bracht en we gericht actie konden ondernemen om doorbraken te realiseren. Ik ben groot voorstander van herhaling van een dergelijk initiatief, wel zou ik ervoor pleiten om een volgende keer het competitie-element niet te groot te maken. De waarde van de Challenge is juist dat de afstand tussen bottom-up en gearriveerde partijen kleiner is gemaakt. Samenwerking is wat mij betreft belangrijker dan competitie.”

De publicatie ‘Stadmakers in Nederland’ geeft ons een aantal belangrijke lessen mee hoe we de bottom-up initiatieven, de stadmakers, beter kunnen ondersteunen. Wat vind jij de belangrijkste?
“Dat is toch wel dat er een enorme behoefte is vanuit de stadmakers om de afstand tot overheden en grote bedrijven te verkleinen. Tijdens de Challenge Stad hoorde ik regelmatig dat de afstand tussen (nieuwe) burgerinitiatieven en gevestigde partijen erg groot wordt gevonden. Ze spreken een andere taal, kennen andere regels en hebben andere verwachtingen. Challenge Stad is een tool gebleken die tijdelijk een omgeving kan creëren waarin het dichter bij elkaar komt. Er bestaat ontzettend veel behoefte dat dat vaker gebeurt. Natuurlijk zijn niet alle burgerinitiatieven even kansrijk, ook binnen de 150 projecten die meededen aan Challenge Stad bestond veel verschil. Tegelijkertijd geldt ook voor de meest talentvolle, ambitieuze vernieuwers dat ze verder komen als de afstand tussen hen en gevestigde partijen wordt verkleind.”

Waarom is dat zo moeilijk?
“Een van de klachten die we hoorden onder de bottom-up initiatieven is dat er wel ruimte is voor nieuwe dingen, maar dat het vaak volgens de voorwaarden van de grote partijen moet gebeuren. Binnen de Challenge was bijvoorbeeld de vraag: wie wordt eigenlijk uitgedaagd? De nieuwkomers, of het hele systeem? Ik denk dat het resultaat het grootst is als iedereen bereid is om te leren. Bijvoorbeeld hoe er meer ruimte kan worden gemaakt voor bottom-up initiatieven, of waarom ze het eigenlijk doen. Of soms simpelweg door er aandacht aan te geven en te erkennen dat een initiatief waardevol is. Dat is iets dat voor overheden en bedrijven niet vanzelfsprekend is: een nieuwkomer wordt, ook als het een sociaal initiatief is, toch soms als bedreiging of als hobbyisme gezien.

De Challenge is geslaagd omdat veel initiatieven echt geholpen zijn om verder te komen met hun idee. Dat is enorm waardevol geweest. Tegelijkertijd is de belangrijkste les wat mij betreft dat we toe moeten naar lerende netwerken waarin alle betrokkenen van elkaar willen leren en dat daar nog veel winst is te behalen. Hoe meer dat in de toekomst gestalte krijgt, hoe sterker de stadmakersbeweging een bijdrage kan leveren aan een slimme, innovatieve samenleving.”

Kun je echt spreken van een stadmakersbeweging? Wie zijn dat dan?
“Jazeker, ook al is het wel een hele brede losse beweging. De projecten in Challenge Stad noemden zichzelf ook niet altijd letterlijk stadmakers, maar ze herkenden wel heel veel in elkaar. Ze hebben vaak dezelfde doelstellingen, dezelfde manieren van leven, kortom ze delen veel dezelfde karakteristieken. Ze streven allemaal naar actief burgerschap. En ja, je kunt spreken van een trend want er zijn heel veel stadmakers bezig op lokaal stedelijk niveau met allerlei verschillende stedelijke vraagstukken. Het is denk ik ook functioneel om ze het etiket stadmaker te geven: zo wordt sterker benadrukt dat het een fenomeen is dat overal in Nederland speelt. Het hielp sommige finalisten van de Challenge Stad ook in hun relatie met lokale overheden om zich zo te positioneren. Met zo’n label maak je de bottom-up initiatieven groter. Als beweging staan ze sterker dan als individueel project dat zich inzet voor de buurt.”

Wat gaan jullie nu precies doen met deze publicatie?
“Ik ga binnenkort naar het ministerie van Binnenlandse Zaken om er daar meer over te vertellen. We hebben de filosofie dat de Challenge Stad niet alleen ten goede moet komen aan de 150 deelnemende initiatieven, maar ook kennis moet opleveren over hoe je lokale bottom-up initiatieven het beste kunt helpen. Het is goed om daar met elkaar meer over in gesprek te gaan.”

Download de publicatie op de website van Kennisland.

Meer informatie over Challenge Stad en de winnaars.

De winnaars van de Challenge Stad. Foto: Pieter Verbeek.

De winnaars van de Challenge Stad. Foto: Pieter Verbeek.

 

 

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.