ROC Nijmegen haakt vanzelfsprekend aan bij maatschappelijke vraagstukken

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

In de Nijmeegse City Deal is al twee jaar ROC Nijmegen betrokken. Volgens collegevoorzitter Peter van Mulkom past dat helemaal bij een bredere beweging in de Waalstad. Hoger onderwijsinstellingen zien de samenwerking met het mbo als een vanzelfsprekendheid. ‘Er is veel meer erkenning voor vakmanschap gekomen.’

Van Mulkom is al zeven jaar als bestuurder betrokken bij ROC Nijmegen, een middelgrote roc-school met 150 opleidingen en een sterke regionale functie. De laatste drie jaar is hij voorzitter van het college van bestuur. Hij heeft een bedrijfseconomische achtergrond en deed eerder ervaring op in het onderwijs als directeur van de Adelante Zorggroep in Limburg, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor speciaal onderwijs. Ook hield hij zich onder meer bezig met de bestuurlijke en inhoudelijke positionering van de Mytylschool.

Wat valt je op als je kijkt naar de verbinding stad en hoger onderwijs in Nijmegen?

Van Mulkom: “Wat me bovenal in Nijmegen opvalt, is dat er een beweging op gang is gekomen, waarbij met respect voor de studenten en hun talent er multilevel samenwerking tot stand komt. Misschien kan ik het wel symbolischer onderschrijven. Zoals Han van Krieken, de rector van de Radboud Universiteit, zei bij de opening van het academisch jaar: wij zijn er trots op dat we met het ROC mogen samenwerken. Beter dan dat kan ik deze beweging niet formuleren. Door zowel het hbo als de universiteit wordt het aanhaken van het roc als een vanzelfsprekendheid beschouwd. Dat vinden wij een erkenning voor het vakmanschap.  Daar zijn wij als ROC Nijmegen trots op, maar vooral dat het dus bij de brede gemeenschappelijke vraagstukken nagenoeg normaal is, dat mbo, hbo en universiteit gaan samenwerken.”

Peter van Mulkom, collegevoorzitter ROC Nijmegen.

Peter van Mulkom, collegevoorzitter ROC Nijmegen.

Het is dus een nieuwe beweging in Nijmegen de laatste jaren?

“Ja, ik vind dat wel. Wij sluiten aan bij aantal netwerken, die allemaal een  gemeenschappelijke opdracht hebben,  maar vanuit een verschillend perspectief. Een van deze bewegingen heet ‘Ieder talent telt’, de leer- en onderwijsinnovatieagenda van Nijmegen. Wat je ook doet en waar je ook vandaan komt, wij kijken naar het talent van het individu. Of dat nou hoger onderwijs of middelbaar onderwijs is. Het talent doet ertoe. Deze manier van kijken komt de samenwerking ten goede in de keten. Daarnaast is er ook een beweging als RvN@. Dat staat voor Rijk van Nijmegen. Deze onderwijshub werkt aan economische vitaliteit van de samenleving. Een van de doelen is om studenten te behouden voor de regio. Ook hier zie je dat er steeds meer projecten en hubs worden gecreëerd, waarbij studenten vanuit verschillende disciplines en verschillende fases in de onderwijskolom met elkaar samenwerken. Samen met de City Deal Kennis Maken zijn dit bewegingen die allemaal tot samenwerking leiden. Het is de kunst, om in het Nijmeegse deze bewegingen beter op elkaar te laten aansluiten.”

Wat is de meerwaarde van ROC-studenten bij deze samenwerkingen?

“Dat kun je van verschillende kanten zien.  Als het gaat om vraagstukken als positieve gezondheid, of energietransitie, kom je al snel tot de conclusie dat mbo’ers onmisbaar zijn. Als je bijvoorbeeld de energietransitie doorvoert in een wijk, en je gaat van het gas af, dan heb je mensen nodig die zonnepanelen kunnen installeren of die cv-installaties kunnen afsluiten. Je hebt ook universitair geschoolde  mensen nodig die conceptueel naar die wijkontwikkeling kijken, hbo’ers die het misschien rekenkundig wat meer aanpakken. Bijna alle vraagstukken zijn integraal van karakter. En vakmanschap is daarin echt van toegevoegde waarde. Maatschappelijk zie je, en dat heeft de coronacrisis wel uitgewezen, dat wanneer vakmanschap wegvalt de maatschappij bijna platligt. Vakmanschap is de katalysator van heel wat maatschappelijke thema’s. Vanuit het perspectief van de mbo-student vind ik ook de kansengelijkheid heel interessant.”

Past deze beweging ook bij de landelijke trend dat er veel waardering is voor vakmanschap? We hebben mensen nodig voor de techniek, in de zorg. We hoeven niet per se meer allemaal een vwo-diploma te halen?

“Dat zit hier zeker achter. Elke competentie die je hebt, is geen vanzelfsprekendheid en echt vakmanschap moet gewoon erkenning krijgen. Het bakken van brood, het knippen van haren, het stukadoren of het uitvoeren van een katheterisatie in de zorg. Het gaat om meer dan skills, het is een vak. Deze beweging geeft wel een verdere impuls aan het feit dat we vakmanschap in die samenwerking voor projecten veel meer erkennen. Dat mag eigenlijk geen doel op zich zijn, maar het is wel natuurlijk een maatschappelijke opgave, want zonder vakmensen komen we geen steek verder.”

Hoe gaat de samenwerking?

“Wat ik mooi vind is dat onze studenten in die projecten zien, wat bijvoorbeeld een hbo’er doet in zo’n functie. Ook dat is geen doel op zich, maar wel mooi meegenomen. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de functionele meerwaarde van de samenwerking in die wijken. Dat zie je ook in de SportQube. Een sportinstructeur van het ROC kan met sport- en spelactiviteiten Nijmegenaren enthousiast maken om te sporten, een HAN-student kan daarna kijken hoe ze duurzamer gaan werken aan hun positieve gezondheid. Die verbinding tussen vakmanschap en meer conceptueel niveau is dan makkelijk gelegd.”

Ontstaat er ook een gelijkwaardigheid onder de verschillende studenten in die multilevel samenwerking?

“Ja dat zal ook wel moeten. De bron van kansenongelijkheid zit hem echt in het feit dat heel veel mensen op het mbo nog steeds denken dat ze voor een dubbeltje zijn geboren, en nooit een kwartje worden. Dat blijft maar van generatie op generatie worden overgegeven. Het gaat juist om die gedachte in de samenwerking, dat we elkaars capaciteiten erkennen. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Het is heel belangrijk dat mbo-studenten gezien en erkend worden in hun kunnen door hbo- en wo-studenten, dit geeft hen zicht op de mogelijkheid tot doorgroeien. Dit vind ik ook echt een maatschappelijke opdracht.”

Hoe heeft het maatschappijgericht werken vorm gekregen in jullie onderwijs, in het curriculum?

“We hebben Talentlab. Dat is eigenlijk de plek waar dit type opdrachten binnenkomt en waar studenten en opleidingen zich aan kunnen verbinden. Op termijn denk ik dat we samen met de HAN en RU echt een visie op multilevel onderwijs gaan ontwikkelen. Elke onderwijsinstelling heeft een maatschappelijke opdracht om die verbinding met de omgeving tot stand te brengen. Wij maken die transitie ook door. Nu komt een project binnen centraal via Talentlab. Dan zoeken we intern naar verbinding. We willen steeds meer de vanzelfsprekenheid creëren, dat wanneer je projecten binnenhaalt je meteen denkt aan samenwerken met hbo’ers en universitaire studenten. Het moet gaan uitrollen, zodat steeds meer studenten en opleidingen zich eraan willen verbinden. Dus dat moet georganiseerd gaan worden. Dat is natuurlijk wel een uitdaging en daar hebben we eigenlijk nog geen infrastructuur voor ingericht. Dat is volgens mij echt the next step.”

Heb je nog aanbevelingen voor wat the next step kan zijn voor de City Deal?

“Waar ik graag over zou willen meedenken, en waar bij ons energie op zit, is hoe we een mindset kunnen creëren binnen de onderwijskolom  dat je gaat denken in termen van multilevel onderwijs. Dat je bij complexe opdrachten bedenkt of het van meerwaarde kan zijn voor zowel student, als voor de opbrengst van dit project, om er in een soort netwerkstructuur studenten vanuit die kolom op te kunnen zetten. Neem dat mee in de criteria die je hanteert bij de selectie van opdrachten, en probeer daar ook een infrastructuur voor in te richten die het mogelijk maakt. Daar zou ik m’n nek in de stad wel voor willen uitsteken om dat te gaan stimuleren en te faciliteren. Ik ben wel heel erg nieuwsgierig hoe andere steden dat denken in termen van multilevel onderwijs, standaardiseren in een mindset en structuur. De City Deal kan nooit een doel op zich zijn. Het gaat erom dat de samenwerking in de kolom niet alleen voordelen heeft voor het onderwijs, maar ook op korte termijn een beter rendement heeft voor die maatschappelijke opdrachten. Er valt zoveel van elkaar te leren.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.