Studenten over de rijke leeromgeving

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

In de 19 steden van de City Deal Kennis Maken zijn onderwijsvernieuwers bezig met allerlei trajecten om de samenwerking te bevorderen tussen stad en kennisinstellingen. Steeds meer universiteiten sturen in navolging van de hogescholen hun studenten de campus af, de samenleving in. Op 12 oktober komen de bestuurders van alle City Deal partners samen voor een diner met minister Van Engelshoven. Maar wat willen de studenten eigenlijk?

Rowinda Appelman (CKDM) en Renske Heemskerk (OCW) deden eerder deze maand een rondje langs een dertigtal studenten van de landelijke studentenfocusgroep. Zij vertegenwoordigen ROC’s, hogescholen en universiteiten uit de steden die meedoen aan de City Deal. De input uit de focusgroep sessies nemen ze mee naar het bestuurdersdiner.

Is de kennisinstelling verantwoordelijk?

Wat vinden de studenten nu eigenlijk zelf van de verbinding met de samenleving? Is hun ROC, hogeschool of universiteit ervoor verantwoordelijk dat zij in aanraking komen met de stad? En zo werken aan echte opdrachten uit de stad, op stage gaan, de wijk ingaan, en samenwerken met echte partners en organisaties?

De meeste studenten vinden van wel. Zoals Iris, studente geschiedenis in Leiden. “Nu zie je dat er een groep mensen wordt opgeleid, die eigenlijk geen idee heeft wat ze straks kunnen en waar ze hun kennis kunnen inzetten. Als je dat al gaat proeven in maatschappelijke opdrachten tijdens je studie leer je dat. Zes procent van de studenten gaat echt werken als onderzoeker. De rest moet wel in de maatschappij een baan vinden. Ik vind het toch echt een plicht dat een opleiding je daarbij helpt.” “Het is toch het doel dat universiteiten en hbo’s mensen goed voorbereiden op de maatschappij? Dit is een essentieel onderdeel ervan”, zegt Bas, voorzitter van studentenmedezeggenschapsraad aan de Christelijke Hogeschool Ede. Imke, student communicatie aan Avans hogeschool in Breda vindt het enorm belangrijk dat er tijdens je studie een keuzemogelijkheid is om in de stad te werken aan een maatschappelijke uitdaging. Verplicht hoeft voor haar niet. “School moet daar echter wel echt een rol in spelen om die keuze structureel aan te bieden.”

Binding met de stad

Luca en Ayla, studenten bouwkunde in Heerlen, zijn het daarmee mee eens. “Als student zit je toch een aantal jaren in de stad. Er is altijd wel een uitdaging waar je je voor kunt inzetten. School moet dat faciliteren.” Maar, het moet wel goed in elkaar zitten. Nu hangt succes van maatschappelijke projecten te veel af van een docent, hoe gepassioneerd die ook is. Daarom is het belangrijk dat de verbinding met de samenleving echt onderdeel is van het curriculum. Daar is Galoeh, student en teamlid Community Service Learning (CSL) aan de VU het mee eens. ‘Het valt of staat met een gedegen infrastructuur voor dit soort verbindingen.’

De meeste mensen vinden niet dat het verplicht moet zijn in een opleiding. Monique, student bestuurskunde in Deventer, vindt echter van wel, al is het maar één vak. “Nu zie je dat studenten in Deventer helemaal geen binding hebben met de stad.”

Overigens zijn maatschappelijke projecten niet voor alle opleidingen interessant, stellen sommige studenten. Thijs, student technische wis- en natuurkunde aan de TU Delft, denkt zelfs dat het hoge niveau van de prestigieuze masters aan TU Delft minder zal worden, als de studenten projecten in de stad moeten gaan doen. Werken aan maatschappelijke opdrachten kan daar prima naast de studie.” Dat denkt Manouk, student geneeskunde aan de Universiteit Twente, ook wel. “Hier op de UT willen veel mensen iets extra’s doen naast hun studie, zoals een bestuursjaar. Er is veel aandacht om bij te dragen aan de universiteit, studenten of de stad. De wil is er echt wel.”

Studiepunten of andere erkenning?

Is er een beloning nodig om studenten aan te sporen om zich in te zetten voor de stad waarin ze wonen? De meeste studenten van de focusgroep vinden van wel. Anke denkt dat studiepunten een belangrijke motivatie zijn, maar vindt dat het vak niet verplicht moet zijn binnen de studie. Het moet wel echt je eigen initiatief zijn.” Manouk voegt daaraan toe: “Studiepunten motiveren meer, maar ik denk dat je met andere manieren van erkenning meer gemotiveerde studenten krijgt bij maatschappelijke projecten.”

Thijs gelooft meer in andere vormen van erkenning, zoals een vergoeding of een compensatie, zoals je die nu ook al krijgt voor bestuurscommissie werk. Anderen stellen een oorkonde voor of honors op je diploma.

Wanneer studenten in aanraking moeten komen met de samenleving tijdens hun studie, blijkt een groot discussiepunt te zijn in de focusgroepen. De meeste studenten zeggen dat het goed is niet in het eerste jaar te beginnen met maatschappelijke projecten. Er komt dan al genoeg op je af: studeren, op kamers wonen, nieuwe werkvormen en vriendschappen. Galoeh stelt voor dat wel in het eerste jaar de maatschappij dan naar het klaslokaal komt, als een soort training om te werken met echte data. De meeste studenten stellen echter het derde of vier jaar voor om te beginnen met een project in de stad. Dan zit je gedegen in de stof, en heb je de kennis en ervaring om ermee aan de slag te gaan. Alle studenten zijn het echter met elkaar eens dat in elk jaar van de studie wél de mogelijkheid zou kunnen worden aangeboden, op verschillende manieren.

Inspraak studenten

En hoe zit het met de erkenning van docenten? Vaak zijn voor de maatschappelijke opdrachten namelijk geen uren vrijgemaakt. De waardering is dan alleen voor de eigen carrière van de docent. Op de VU is dat geen probleem, stelt Galoeh. Het CSL team is volgens hem een van de innovatiekindjes van de VU. “Daar is dan ook veel erkenning voor.” Jens, student aan de Haagse Hogeschool, vindt dat de kwaliteit per project nog te veel verschilt. “Het ligt erg aan de docent en hoe die de kar trekt.” Een manier om die kwaliteit te verbeteren is door studenten te laten meedenken. Meerdere studenten uit de focusgroep pleiten voor meer inspraak over de maatschappelijke projecten in de stad. Zoals Galoeh aangeeft, “Bij Community Service Learning is de docent ook niet altijd expert. Hij weet het antwoord ook niet. Ik vind daarom dat studenten inspraak moeten hebben op de kwaliteit van hun studie.” Overigens gebeurt het meedenken al in verschillende projecten, zoals in het EnschedeLab en het project Leren met de Stad in Leiden, vertellen de studenten uit deze steden. Dit zou een landelijk groeiende beweging moeten zijn.

Inter- en multidisciplinair werken

En hoe zit het met dat inter- en multidisciplinaire werken, dat centraal staat bij veel van de projecten in de stad? Het klinkt zo mooi, maar werkt het in de praktijk? Nogal lastig, zo blijkt uit de rondgang onder de studenten. Dat komt vooral omdat het verschil tussen de studenten van universiteit, hbo of mbo zo groot is. “Het idee is heel goed, het is een weerspiegeling van de werkelijkheid. Na je studie moet je ook met andere disciplines samenwerken. Maar het werkt alleen als het robuust wordt neergezet. Nu loopt het soms goed de mist in”. “We moeten echt zoeken naar een manier dat het echt voor iedereen zinvol is. Nu matcht het vaak niet”, zegt Ayla. Het vraagt daarom dan ook veel van docenten om de spanningen tussen studenten van hbo en universiteit te doorbreken, stelt Anke.

Input voor de bestuurders

De belangrijkste punten die de studenten mee willen geven aan de bestuurders tijdens het diner op 12 oktober is dan ook dat ze meer met studenten in gesprek gaan over concepten, projecten en opzetten. “Betrek ze vanaf het begin erbij.” Dit geldt zowel voor de instellingen als voor het landelijk netwerk.  Daarnaast pleiten de studenten zelf voor een onderlinge kennisuitwisseling van City Deal projecten. “Waarom zouden studenten niet op één dag bij elkaar kunnen komen, als een soort Dutch Design Week en elkaars projecten zien? We kunnen dan heel veel van elkaar en de verschillende aanpakken leren. De City Deal is namelijk ook voor een groot deel bedoeld om studenten meer met de samenleving te verbinden”.

Een derde punt dat ze willen meegeven is dat multi/interdisciplinariteit toegevoegde waarde heeft, maar dat het lastig is. De studenten benadrukken wel dat de kennisinstellingen hier op moeten blijven inzetten. “Het moet echt goed georganiseerd worden en met de juiste studies, nu gaat het vaak mis of is het lastig de meerwaarde te vinden.”

Verder stelt de focusgroep dat werken met de stad toegankelijk moet worden voor alle studenten die dit willen. Dit betekent ook dat het belangrijk is dat het onderdeel is van de opleiding. Als het iets extra is of vrijwillig, dan is het voor studenten met een functiebeperking, of studenten die mantelzorger zijn of niet voldoende financiële middelen niet mogelijk deel te nemen. Dit kan vanaf het eerste jaar, of pas later met meer ervaring. Het gaat er met name om dat het wordt aangeboden als keuze binnen de studie, en niet dat de student er zelf veel naar moet zoeken. Beloning ervoor wordt zeer gewaardeerd.

Als laatste willen ze meegeven dat er ruimte is voor innovatie binnen de instelling. “Wees niet bang voor veranderingen.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.