Van start met de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling: sneller, slimmer en duurzamer
Wat begon als een verkenning naar een City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling, werd uiteindelijk een Samenwerkingsagenda. Op de Dag van de Volkshuisvesting is deze Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling (TBGO) uit de startblokken gekomen; een agenda met de ambitie om gebiedsontwikkeling sneller, slimmer en duurzamer vorm te geven. Dealmaker voor Agenda Stad Patricia Overheul en voormalig kwartiermaker van de City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling Gertjan de Werk blikken terug én vooruit.
Laten we beginnen bij het begin. Waarom werd er gekozen om een verkenning naar een City Deal op te starten rond dit thema?
Gertjan: “De oorsprong van de Samenwerkingsagenda TBGO gaat terug naar 2024. In dat jaar werd de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen afgerond, waar ik projectleider van was. In die City Deal is in het klein gebeurd wat we het afgelopen jaar in het groot hebben gedaan: het verbinden van verschillende directies, programma’s en gemeentes met de ingewikkelde gebiedsopgaven waar we in Nederland voor staan. Hoe kunnen we woningbouw én snel bouwen met minimale milieu-impact bij elkaar brengen? In de City Deal lukte het ons om van drie programma’s – Circulair Bouwen, Conceptueel Bouwen en Biobased Bouwen – één integraal programma te maken. Wat in 2020 begon als een relatief kleine City Deal met tien steden, eindigde in 2024 met zo’n twintig gemeenten, acht provincies en heel veel marktpartijen die eenzelfde intrinsieke motivatie deelden om samen aan de opgave te werken. Toen de City Deal eindigde, was een groot doel bereikt door twee werelden bij elkaar te brengen: die van het circulair bouwen en het industrieel bouwen. Tegelijkertijd wisten we toen ook dat het niet alleen gaat over huizen bouwen, maar ook over toekomstbestendige gebieden ontwikkelen. De eerste afspraken daarover zijn gemaakt in de Woondeals onder de paragraaf ‘Toekomstbestendig bouwen’. De volgende vraag was: wat hebben ambitieuze gemeenten nou nodig om dit te kunnen realiseren? Dat was het begin van de verkenning naar een volgende City Deal.”
Het is geen City Deal geworden, maar een Samenwerkingsagenda. Waarom is hiervoor gekozen?
Patricia: “We zagen tijdens de verkenning van de City Deal dat er veel draagvlak was om gezamenlijk op te trekken in dit thema, maar dat het vraagstuk voor een aantal partijen ook onrust opleverde vanwege de omvang en urgentie ervan. De verkenning is vervolgens met een half jaar verlengd om comfort te organiseren bij marktpartijen en erachter te komen wat zij nodig hadden om goed samen te kunnen werken. Uiteindelijk hebben is ervoor gekozen om door te gaan in een Samenwerkingsagenda, omdat we zagen dat er een behoefte was aan een gezamenlijke beweging en een gebiedsgerichte koers. Zo kunnen we toch samen de uitdagingen van vandaag – klimaatverandering, verstedelijking, energietransitie en woningbouw – het hoofd bieden. We zijn blij om te zien dat het gedachtegoed van Agenda Stad geland is in deze agenda. Het brengt gemeentes, ministeries, corporaties, marktpartijen en kennisinstellingen bij elkaar om concrete uitdagingen in gebieden innovatief aan te pakken, versneld te leren, te vernieuwen en te bouwen. Daarnaast verbinden we bestaande initiatieven en is de Samenwerkingsagenda ook echt een krachtenbundeling van gemeenten, provincies, marktpartijen, brancheorganisaties, kennisinstellingen en drie Rijksprogramma’s – Agenda Stad, het Innovatie- en Opschalingsprogramma (IOP) Woningbouw en het DMI-ecosysteem. Omdat die programma’s al veel in dezelfde gebieden werken, willen we bestaande expertise dichter bij elkaar brengen. Ik zie het als een gezamenlijke beweging waarbij we gebiedsgericht aan de slag gaan, leren en verbeteren, en samen opschalen.”

Gertjan de Werk vertelt tijdens een CoP-bijeenkomst over duurzaam bouwen. Foto: Paul Tolenaar.
Wat heeft de verkenning opgeleverd?
Gertjan: “We hebben het thema stevig op de kaart gezet. De afgelopen twee jaar hebben we knetterhard gewerkt. We hebben een solide netwerk opgebouwd, werklijnen opgezet en ons huiswerk gedaan. Dat vormt nu de basis voor de werklijnen en werkgroepen van de Samenwerkingsagenda. En misschien nog wel het belangrijkste: we hebben vanuit de inhoud het vertrouwen van heel veel mensen kunnen krijgen. We hebben het voor elkaar gekregen om al die duurzaamheidsbewegingen – van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen en Cirkelstad, tot het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, DGBC, GPR, GreenlabelNL en het Nieuwe Normaal – in één ruimte te krijgen om samen te gaan werken aan één standaard voor de aanpak van Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling. Dat is uniek. Dus ja, ik ben al heel tevreden en trots. En dat er nog steeds meer dan twintig gemeenten klaar staan om morgen te beginnen aan een zo toekomstbestendig mogelijke gebiedsontwikkeling met onze hulp, dat is natuurlijk supervet.”
Patricia: “We zien dat er een brede coalitie of the willing is ontstaan met gemotiveerde partners en vooral ook 27 gemeenten waar veel energie in zit: zij willen graag vooruit. Ze willen goede, mooie gebieden bouwen voor hun inwoners. Die beweging is heel mooi om te zien. Het is goed om te zien dat er ook daadwerkelijk naar deze community wordt geluisterd en dat ze elkaar bestuurlijk weten te vinden. Het zijn gedeelde ambities geworden.”
De Samenwerkingsagenda TBGO gaat over nieuw bouwen, nieuw denken en nieuw werken. Gertjan, kan jij dat toelichten?
Gertjan: “De Samenwerkingsagenda kiest voor een aanpak met drie sporen die uitgaat van de behoeften vanuit de praktijk. De eerste gaat over nieuw bouwen, in de zin van sneller toekomstbestendig ontwikkelen. De tweede gaat over nieuw werken in de zin van heldere kaders, standaarden en zoveel mogelijk eenduidig beleid. Met nieuw denken ten slotte doelen we op het opschalen naar de dagelijkse praktijk. In mijn ogen gaat het meer om ‘anders’ dan om ‘nieuw’. We weten al hoe het moet, dus we moeten het vooral anders doen dan we gewend zijn. Daar zit de kern. We maken zo optimaal mogelijk gebruik van de beschikbare data om gebiedsontwikkeling te versnellen met zo hoog mogelijke kwaliteit. En kijken dan welk rijksprogramma het best aansluit bij de desbetreffende gebiedsontwikkeling. Vervolgens maken we hier samen met de gemeenten een actieplan voor. De nieuwigheid zit hem voor mij voornamelijk in de manier van samenwerken en plannen, en aan de voorkant nadenken over inhoud en kwaliteit en niet alleen over kwantiteit en het aantal huizen. Dat is dé meerwaarde die gemeenten nu nodig hebben: nu nadenken over inhoud en kwaliteit en samen met het Rijk tot het einde van de ontwikkeling de ambities hooghouden en resultaten opschalen. Dat kan zomaar een mooie samenwerking van twintig jaar opleveren.”
Wat kan het deelnemers aan deze agenda nog meer opleveren?
Gertjan: “Er zijn nu veel uitdagingen in gebiedsontwikkelingsland. Er wordt vaak pas als we bijna gaan bouwen nagedacht over de kwaliteit van de woningen en het gebied. Tot die tijd gaat het vooral over aantallen: aantallen woningen, aantallen voorzieningen en de hoeveelheid parkeerplaatsen die er nodig zijn. Het gaat vaak niet over de kwaliteit van het gebied dat er al is, de kwaliteit die je wil realiseren voor de bewoners die er al zijn en wat dat betekent voor de keuzes in de schaarse ruimte, of welke interactie en sociale cohesie je wil realiseren voor bewoners die daar gaan wonen. Als je dat als uitgangspunt neemt en vanuit integrale kwaliteit gaat denken, krijg je een heel ander gebied. Als je tegen bewoners zegt dat er veel natuur komt, ruimte voor kinderen om te spelen en te voetballen, en handige voorzieningen, dan wordt het ook veel makkelijker om al die panden te verkopen. Dat is iets wat de eerste studies hiernaar ook uitwijzen. Voor mij gaat deze samenwerkingsagenda over het realiseren van goede gebieden, en kijken wat daarvoor nodig is. Projectleiders worden extern ingehuurd. Bestuurders weten niet wat er kan, geven niet de goede opdracht, spreken een andere taal dan projectleiders in de bouw. Alles waar je aan de voorkant al over nadenkt en vastlegt, levert heel veel winst in kwaliteit, snelheid en geld op, bij zowel bouw als beheer. En bij dat gezamenlijke nadenken, mag het af en toe best een beetje schuren.”
De opgave is groot, hoor ik je zeggen. Maar het kan wel.
Gertjan: “Jazeker. Het gaat ook over de goede keuzes maken. We zien nu dat beleid en de bouw- en gebiedsontwikkelingspraktijk vaak niet op elkaar aansluiten. Het is heel makkelijk om te zeggen dat het 50% circulair en klimaatadaptief moet zijn, maar als je vervolgens niet uitlegt wat je daarmee bedoelt, krijg je een probleem als je gaat bouwen. Dan hoor je dat het twee keer zo duur is, omdat de bouwer iets heel anders heeft ontworpen dan de gemeente bedoelde. Dus het gaat ook over gedeelde ambities en het voeren van gesprekken op de inhoud en het proces, zo vroeg mogelijk. Bouw- en gebiedsontwikkeling zijn goed te vergelijken met de transitie van de auto-industrie van brandstof naar elektrisch. Sommige merken zijn lang bezig geweest om de benzinemotor te vervangen door een paar accu’s. Als je vanuit de accu start en daar een auto omheen gaat bouwen, krijg je een heel ander resultaat. Die logica hebben we ook nodig bij gebiedsontwikkeling: ontwerp eerst het gebied dat je wilt realiseren, en voeg dan de woningen toe. Er zijn al mooie voorbeelden van gebieden waar dat goed gelukt is.”

Dealmaker Patricia Overheul. Foto: Paul Tolenaar
De Dag van de Volkshuisvesting was een belangrijke dag. Waarom was dat zo’n belangrijk moment?
Patricia: “Die dag spraken we met de hele keten uit dat we veel meer vanuit samenwerking en samenhang richting en inhoud willen geven aan de manier waarop Nederland de komende jaren toekomstbestendig bouwt en ontwikkelt. Het is voor ons het gezamenlijke vertrekpunt van een agenda die verder kijkt dan losse projecten en programma’s, maar initiatieven juist samenbrengt. We bouwen hiermee aan een lerend netwerk waarin beleid, innovatie en praktijk elkaar versterken, met de ambitie om gebiedsontwikkeling sneller, slimmer en duurzamer vorm te geven. Het is de markering van een nieuw begin, samen met bestuurders en directeuren van gemeenten, meerdere ministeries, provincies, corporaties, marktpartijen, koepels en kennisorganisaties.”
Wat zijn de eerste stappen die nu gezet gaan worden?
Patricia: “Komende maanden worden de actieplannen voor de eerste gebieden ontwikkeld. Daarmee laten we zien dat het wél snel, duurzaam en gezond kan. Ik hoop dat we met het gedachtegoed waar wij mee gestart zijn, gemeenten echt kunnen helpen om dit te gaan realiseren. Dat er zo meteen naast die gemeente iemand staat vanuit VRO of DMI, die ze bij die gebiedsontwikkeling kan gaan helpen. En dat alles wat we daar leren, opgeschaald kan worden; richting andere gemeenten en richting de betrokken departementen die hier beleid op maken. Dat noemen we de feedbackloop tussen praktijk en beleid, en daarbij houden we oog voor goede interbestuurlijke samenwerking – tussen Rijk en medeoverheden, en tussen publiek en privaat.”
Gertjan: “Alles komt nu bij elkaar: belangen, opvattingen, en gezamenlijke taal, waar kwaliteit en kwantiteit hand in hand gaan. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde, maar we roepen het op een andere manier. De afgelopen jaren hebben we ervoor gezorgd dat die werelden bij elkaar komen. En soms botst en schuurt dat, omdat het onder hoogspanning moet vanwege het grote tekort aan woningen. Maar we zijn nu klaar om samen toekomstbestendige gebiedsontwikkelingen concreet te maken.”