Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

‘Verbinders’ in beeld nr. 4: Ilse Markensteijn

Ilse, je werkt als verbinder binnen de Wageningen University & Research (WUR). Wat houdt jouw baan nu precies in? 

Ilse Markensteijn

“Ik heb het Onderwijsloket mede opgezet. Daarmee verbinden wij vragen vanuit de samenleving met vakken van de Bachelor- en Masteropleidingen. Wij zorgen ervoor dat studenten in een team aan een actuele opdracht werken. Op deze manier stimuleren wij real life learning binnen de universiteit en delen wij Wageningse kennis met de maatschappij. Wij zijn dus echt de tussenpersoon tussen het netwerk van docenten en de organisaties op regionaal, landelijk en internationaal niveau”.

Hoe ziet dit er concreet uit? Aan hoeveel vragen werken jullie, en met hoeveel studenten?

 “Gemiddeld ontvangen wij zo’n 550 aanvragen per jaar. Hiervan komt 40% vanuit het bedrijfsleven, met name MKB. De overige vragen die we krijgen zijn gelijk verdeeld tussen publiek-private samenwerkingen (10%), gemeente en overheid (10%), ngo’s (10%) en kennisinstituten (10%). Met de aanvragers bespreken we welke kennis ze zoeken. Aan de hand hiervan kijken we hoe hun vraag – via vakken, stage, onderzoek – het beste beantwoord kan worden. Ongeveer 200 van deze vragen zetten we om in projecten voor studententeams in Bachelor en Master vakken. De meeste projecten starten in het Master onderwijs (75%). Stageverzoeken zetten we direct door naar Student Career Services van de WUR”.

Als studenten aan de slag gaan met zo’n vraag uit de samenleving, hoe ziet dit er dan uit aan de WUR?

“Dit verschilt per vak, vaak duurt een real-life project acht weken. Een voorbeeld van zo’n vak is Academic Consultancy Training (ACT). Studenten met verschillende studieachtergronden – van 20 verschillende masters is dit vak een vast onderdeel van het curriculum – werken in teams van 5-7 aan een multidisciplinaire adviesopdracht voor een echte opdrachtgever. Dit vak wordt vijf keer per jaar gegeven en wordt jaarlijks door zo’n 1000 studenten gevolgd. Elke twee maanden zoeken we nieuwe opdrachten voor ACT. Studenten worden in dit vak begeleid door een coach en een academisch adviseur”.

Hoe ben je hiermee gestart?

“Het opzetten van het Onderwijsloket als centrale ingang voor real-life studentprojecten is een heel bottom-up proces geweest. In de begintijd hebben we veel met opleidingsdirecteuren en docenten gesproken, om zo docenten te vinden die graag echte opdrachten in hun onderwijs willen inpassen. De ene docent werkte al met real-life opdrachten en zijn we gaan ondersteunen met de werving van projecten, andere docenten hebben we geholpen met het inpassen van real-life projecten in hun vak waar eerst nog een fictieve opdracht werd gebruikt. Praat met de sleutelfiguren binnen jouw eigen instelling en zorg dat het op de agenda komt te staan. Zo kun je er voor zorgen dat real-life learning onderdeel wordt van de algemene visie op onderwijs, en het op termijn ook een top-down proces wordt.

De WUR heeft zich echt gecommitteerd aan deze verbinding met de samenleving: real-life learning is onderdeel van de nieuwe onderwijsvisie. Alle organisaties weten ons steeds beter te vinden en zijn enthousiast over het werken met studenten. Ik merk dat onze rol continue verandert; daarom zijn wij aan het verkennen hoe we het Onderwijsloket de komende jaren kunnen door ontwikkelen”.

Als je denkt vanuit die nieuwe visie: waar werkt het Onderwijsloket naartoe?

“Kwartiermaken is ontzettend belangrijk. Dit soort samenwerking gaat niet vanzelf. Je moet hier echt mankracht op inzetten. Wij zien dat externe partijen, docenten en studenten graag samenwerken, het geeft hen energie en motiveert enorm. Je moet zelf scherp hebben waar je voor staat en je hebt een mandaat nodig. Begin met een stukje, houd het klein en laat vervolgens zien wat het oplevert. Zelfs voor een pilotprogramma heb je de neuzen dezelfde kant op nodig. Zo hebben we het Onderwijsloket langzaam uitgebouwd tot wat het nu is.

Real-life learning was ook voordat het Onderwijsloket startte al onderdeel van het Wageningse curriculum. Met het Onderwijsloket versterken we dit. Ik denk dat er universiteit breed nog veel kennis te ontwikkelen en te delen valt op het gebied van real-life learning en de impact van studentprojecten op de maatschappij”.

Hoe zie je dit bij andere Nederlandse kennisinstellingen?

“Wij onderhouden contacten met andere hbo en wo instellingen, hebben veel contact met Wageningen Research en ook zijn we betrokken bij verschillende regionale en landelijke publiek-private netwerken, zoals Kenniswerkplaatsen en bijvoorbeeld de Alliantie Voeding. Wij zien dat andere kennisinstellingen ook aan real-life learning doen, vaak is de organisatie hiervan wat meer decentraal georganiseerd. Voor ons is de centrale organisatie misschien ook makkelijker; Wageningen University bestaat uit één faculteit. Dat ligt voor andere kennisinstellingen toch een stuk complexer”.

Waarom blijf je dit doen sinds het opzetten?

“Omdat het verbinden en kwartiermaken in een kennisinstelling en daarbuiten ontzettend leuk en belangrijk is. Vaak hebben opdrachtgevers hun vraag niet helder. Het is uitdagend om mee te mogen denken met allerlei organisaties en te kijken hoe een vraag zo goed mogelijk door studenten kan worden opgepakt. Ook is het mooi om te zien hoe bottom-up en top-down samenkomt in beleid en uitvoering.

Het blijft soms zoeken naar onze rol. Zo signaleren we bijvoorbeeld veel topics die nu hot zijn in maatschappij. Wat is dan onze rol? Moeten wij hier iets mee doen? Hoever ga je ook als universiteit? Hier zou ik graag de komende tijd mee aan de slag gaan met anderen; we leren samen een stuk sneller dan alleen.”.

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Onze Partners