‘Big deals’ krachtig instrument als de diversiteit benut kan worden

De eerste City Deals die in 2015 gesloten werden, bestonden uit zo’n 10 tot 15 partners, merendeels gemeenten. Maar het instrument City Deals evolueerde. Inmiddels staat de teller op 28 City Deals. Drie recentere deals hebben meer dan 80 partners, een enkele zelfs meer dan 100! Wat levert deze toegenomen omvang en diversiteit City Deals op, maar ook: welke uitdagingen brengt dit met zich mee en hoe kunnen City Deals dit ondervangen? Wouter Kersten van Platform31 onderzocht het in opdracht van Agenda Stad en Regio. We spraken met hem over zijn onderzoek naar ‘Big Deals’.

“Grotere City Deals waren geen doel op zich”, licht Kersten toe. “Ze ontstonden wel min of meer gelijktijdig, begin 2021, maar aan hun uiteindelijke omvang liggen verschillende oorzaken ten grondslag. In de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen kwamen meerdere stromen eigenlijk samen in één deal. De City Deal Een Slimme Stad borduurde voort op eerder opgedane inzichten en kende een goed ingevoerde projectleider. Het thema was dus al meer ‘volwassen’. En de projectleider van de City Deal Impact Ondernemen begon niet alleen met een grote drive, maar ook met een groot eigen netwerk dat een aanzuigende werking had.”

Anticipeer op diversiteit

Kersten onderzocht de dynamiek in deze grote deals en ging hiervoor onder andere in gesprek met Platform31-collega’s, dealmakers van Agenda Stad en Regio die nauw bij de deals betrokken waren en de projectleiders van de deals. Daaruit bleek dat je niet kunt zeggen dat een grote City Deal per definitie een goede of slechte ontwikkeling is. “Het hangt erg af van het thema en de ambities. Een grotere City Deal weet zich verzekerd van meer draagvlak en kan dus een stevigere lobby uitoefenen. Maar groter betekent veelal ook diverser. Met meer verschil in inzet en in ‘tempo’”. Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat het zaak is deze diversiteit te voorzien en ook niet bang te zijn om deze te benoemen. Dan kun je erop anticiperen en ‘overkomt’ het je niet. Met andere woorden, om een uitspraak uit de wereld van de ontwikkelaars aan te halen: ‘it’s not a bug, it’s a feature

In een City Deal worden vaak koplopers onderscheiden die harder willen of kunnen lopen dan de andere deelnemers. Al is Kersten voorzichtig met het plakken van labels. “Alles wordt al gauw een ‘frame’. Als je het hebt over ‘koplopers’, ‘achterblijvers’, ‘tweede ring’ et cetera – al die termen hebben connotaties en doen geen recht aan het feit dat alle partners belangrijk zijn in een City Deal.”

Startkapitaalgesprekken

Daarom is het volgens Kersten van belang dat in de aanloop naar een City Deal ‘startkapitaalgesprekken’ gevoerd worden, een term die in de City Deal Impact Ondernemen al wordt gebruikt. “In die gesprekken wordt doorgesproken wat wederzijdse verwachtingen zijn en hoe partners hun bijdrage zien. En, dat is het belangrijke inzicht, die bijdrage niet alleen laten afhangen van het type partner (gemeente, marktpartij, etc), maar ook van de mate waarin een partner zelf in het thema is ingevoerd en er urgent belang bij heeft. Het kan, afhankelijk van de context, bijvoorbeeld best zo zijn dat je het eerste jaar nog wat minder actief bent. Dat je dat wil gebruiken om op te halen en te leren. Terwijl je voor jezelf later in de looptijd een nadrukkelijker rol ziet.”

“Het is niet erg en bovendien onvermijdelijk dat in grote deals met meer dan 80 partners verschillen in tempo ontstaan. Maar door rollen van tevoren te benoemen en gaandeweg te evalueren creëer je helderheid en structuur. Zo ontstaat ruimte voor alle partners om een positie in te nemen die bij ze past.”

In de huidige generatie City Deals zien we niet alleen meer maar ook veelal andersoortige partners dan in de eerste lichting. Zo treden steeds meer marktpartijen toe. “Dat kan een voordeel zijn”, weet Kersten. “Marktpartijen hebben een andere insteek en willen vaak doorpakken. In een City Deal rond een volwassen thema waar de insteek is om concrete instrumenten op te leveren, zoals de City Deal Een Slimme Stad, kan dat goed werken.” Risico is echter dat het tempo dan voor andere partners te hoog ligt of dat marktpartijen in deals waar een thema nog verkend wordt gedemotiveerd raken als de daadkracht in hun ogen achterblijft. Of dat ze heel snel willen beginnen aan de oplossing, terwijl gemeenten er bij gebaat zijn om eerst het probleem goed af te bakenen.”

Lobbykracht

Je kunt je afvragen of het erg is, als een City Deal een partner niet brengt wat hij verwacht had. En tot de conclusie komt dat het beter is om uit te stappen. Toch is dit volgens Kersten niet wenselijk. “Je moet er gewoon aan de voorkant heel goed over nadenken. Een City Deal met veel partners heeft weliswaar meer lobbykracht, maar je bent ook vatbaarder voor reputatieschade als er ineens partners afhaken. Met startkapitaalgesprekken waarin rollen begrippen benoemd worden, voorkom je frustraties doordat de rollen ook voor partners onderling duidelijk zijn.”

Een begrippenkader kan handig zijn, want een diversiteit aan partners betekent ook een diversiteit aan belevingswerelden. “Neem een begrip als ‘Regio’ of ‘Project’. Dat kan verschillende dingen betekenen. Maak met behulp van zo’n begrippenkader duidelijk wat je met een begrip bedoelt om ruis te voorkomen.”

Snelle volgers

Ondanks startkapitaalgesprekken, het benoemen van rollen en het hanteren van een begrippenkader, ontstaan er in grote deals altijd tempoverschillen. “Dan is het belangrijk dat er verbinding blijft tussen de verschillende groepen.” Dat kan volgens het onderzoek van Kersten door ‘snelle volgers’ in te zetten. “Die term wordt gebruikt in de City Deal Circulair en Conceptueel bouwen, waar 80-100 partners verdeeld zijn over drie hoofdwerklijnen. Dat creëert al meer overzicht en, om de wielermetafoor door te trekken: de snelle volgers houden de koplopers in het zicht en het peloton kan de snelle volgers in het zicht blijven houden.”

Agenda Stad en Regio

Interessant in dit verband vindt Kersten ook de doorontwikkeling naar een Agenda Stad en Regio. “Bij de doorontwikkeling wordt bewust gekozen voor meer diversiteit op een specifiek vlak: middelgrote en kleinere gemeenten. Ook hier geldt vaak: size doesn’t matter. City Deals zijn thematisch en rond sommige opgaven hebben Amsterdam en Stadskanaal misschien meer gemeen dan Amsterdam en Rotterdam. En soms komen opgaven in een stadsdeel van een grote stad overeen met die van een kleinere gemeente elders. Bovendien zijn in kleinere gemeenten bepaalde zaken vaak verder ontwikkeld. Denk bijvoorbeeld aan de sociale cohesie in de gemeenschap.”

De kracht van grotere City Deals schuilt volgens Kersten dan ook niet primair in het aantal partners als wel in de diversiteit van de samenstelling. En het bewust benutten van die diversiteit. “Dat houdt ook verband met een onderwerp dat ik eerder onderzocht: de opschaling van City Deals (gepubliceerd eind 2020): City Deals gedijen bij ruimte om te leren en experimenteren, maar ze zijn niet vrijblijvend: doel is om kennis en ervaring te vergaren die leidt tot verbeteringen van (landelijk) beleid en de uitvoering ervan. Maar dat kun je alleen bewerkstelligen als je bevindingen ook representatief zijn. Nederland bestaat immers niet alleen uit de Randstad of de G4. Diversiteit in de opgedane ervaringen is dus een belangrijke voorwaarde voor opschaling en dat is toch een belangrijk doel van City Deals. Daarom is de doorontwikkeling naar Agenda Stad en Regio een flinke stap in de goede richting.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.