Bouwen aan een duurzame kennisinfrastructuur in Nieuw-West

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken
Studenten aan het werk aan tafels in een creatieve werkruimte

In Amsterdam zijn in maart twee trekkers gestart voor het coördineren en verbinden van studentenonderzoek in Nieuw-West. Dit is de invulling van Amsterdam met de nieuwe middelen, die zij ontvingen uit de City Deal Kennis Maken gelden. Aukelien Scheffelaar en Ellen Budde gaan namens de City Deal partners in Amsterdam bouwen aan een duurzame kennisinfrastructuur voor dit stadsdeel. 

Ellen Budde.

Wie is Ellen?
Ellen: “Ik werk ruim twintig jaar voor de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Sinds 2001 werk ik aan projecten en geef ik geen les meer. En de laatste jaren is dat vooral met projecten die zich in de stad afspelen. En dat is heel erg leuk. Ik ben momenteel als kwartiermaker betrokken bij het samenwerkingsverband dat we hebben met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) in Nieuw-West. Doel is om meer exposure te krijgen naar buiten toe voor het werk van onze studenten in de wijk, ook naar de bewoners toe. Voor de bibliotheek zelf is het een kans om meer dynamiek te genereren. Sommige locaties lopen niet altijd even goed. Die kunnen wel een extra boost gebruiken. We denken eraan om nog twee van zulke stadcampussen te starten in andere stadsdelen. En dat is eigenlijk mijn link met de City Deal. Nieuw-West is een grote wijk met heel veel vraagstukken. In de wijk zijn veel partners die er opereren. Van het Calvijn College, de VU, de HvA en het ROC tot heel veel bewonersinitiatieven. Hoe interessant is het om dat te coördineren? Daar ligt echt een kans  voor de City Deal, denk ik. Wat is er mooier dan dit allemaal bij elkaar te brengen?”

Aukelien Scheffelaar.

Wie is Aukelien?
Aukelien: “Ik werk als postdoc onderzoeker en docent bij de VU bij het Athena Instituut. Vanuit dat instituut doen we veel inter- en transdisciplinair onderzoek, waarbij we zoveel mogelijk onderzoek vóór en samen met de samenleving doen. Ik heb een sociaalwetenschappelijke achtergrond. Ik werk bij het team Community-Service Learning (CSL). In deze onderwijsvorm zetten studenten hun academische vaardigheden in om maatschappelijke vraagstukken te adresseren, samen met bewoners en maatschappelijke partners , zoals de gemeente en  welzijnsorganisaties. Het mooie van CSL is dat het zowel meerwaarde heeft voor de studenten als voor de bewoners. Binnen de VU worden in veel CSL-cursussen maatschappelijke thematiek geadresseerd zoals eenzaamheid, duurzaamheid, inclusiviteit en roken. Daarom ben ik gevraagd om samen met Ellen om dit project te trekken in Amsterdam.”

Wat gaan jullie precies doen in Nieuw-West?
Ellen: “We hebben eerst gekeken wat er allemaal al is aan studentenonderzoeken in de wijk. Vanuit de VU wordt er veel onderzoek gedaan en ook vanuit BOOT Nieuw-West, de kenniswinkel voor de wijk van de HvA, lopen er veel studentenprojecten in de wijk. Wij willen kijken waar onze meerwaarde ligt? Waar kunnen we een pilot van maken? We hebben als eerste gekozen voor de Alliantie Eenzaamheid, een samenwerkingsverband in Nieuw-West met veel partners, waaronder kerkelijke organisaties, de HvA, de VU, de Regenboog Groep, Markant en het Calvijn College. In 2018 is de Alliantie gestart. We willen helpen deze samenwerking verder te brengen. Wat kunnen we daarvoor doen? Hoe kunnen wij als kennisinstellingen bijdragen om dit weer een succesvolle club te laten zijn? Vanuit de kennisinstellingen ligt ook de wens en de kans om zo de vraagstukken uit de wijk terug te brengen naar de curricula.”

Aukelien: “Het tweede onderwerp dat we willen oppakken is duurzaamheid. Dat is nog een project dat helemaal moet worden opgestart om samen met bewoners en maatschappelijke partners studentenprojecten op vorm te geven. We hebben bewust gekozen voor de combinatie van een bestaande samenwerkingen als pilot en een nog niet zo ontwikkeld thema. Dan heb je twee verschillende casussen die enorm van elkaar verschillen qua ontwikkeling.”

Ellen: “Ook verschillen ze erg qua inhoud. De meeste projecten in wijken spelen zich toch af in het sociale en maatschappelijke domein. Voor duurzaamheid kunnen we juist hele andere faculteiten benaderen, zoals economie, techniek en creatieve industrie. “

Hoe zien jullie de verdeling onderling van het werk?
Aukelien: “We zijn per 1 februari gestart en tot nu toe werken we heel veel gezamenlijk. We hebben samen een ‘Plan van Aanpak’ geschreven en daardoor hebben we elkaar ook beter leren kennen. Het is leuk om te zien hoe onze verschillende achtergronden naar voren komen.”
Ellen: “In het ‘Plan van Aanpak’ hebben we vier grote actiepunten opgesteld. Ten eerste gaan we een literatuuronderzoek doen naar (bestaande) kennisinfrastructuren. Ten tweede gaan we de kennisinfrastuctuur operationaliseren en best practices verbinden en opzetten. De eerste concrete stap daarin is mensen interviewen die betrokken zijn bij de Alliantie Eenzaamheid. Daarin bleek ik wat pragmatischer te zijn dan Aukelien. En Aukelein een meer academische invalshoek te kiezen. Het is een mooi voorbeeld van wat de kracht is van elkaar aanvullen en elkaars eigenheid. Dus nu gaan de we de interviews samendoen.”

Aukelien: “Op de universiteit ben ik, vind ik zelf, al heel praktisch en pragmatisch. Als ik samenwerk met Ellen dus niet… (lacht)”.

Ellen: “Ik leer weer dat ik heel zorgvuldig moet zijn, bijvoorbeeld bij het opstellen van de interviewvragen. Ze dwingt me heel scherp te zijn.”

Wat zijn de andere twee actiepunten?
Ellen: “Als derde gaan we de verschillende typen kennis in beeld brengen. Je hebt soms hele andere skills en kennis nodig bij een opdracht in de praktijk. Het matcht niet altijd. Dan krijgt een student een opdracht, maar heeft de praktijk er niets aan. We moeten echt op zoek naar onderzoek waar ook de bewoners van Nieuw-West wat aan hebben, bijvoorbeeld  een flyer of een voorlichtingsbijeenkomst. Tegelijk ligt er voor een docent de uitdaging om het product te beoordelen en de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. Het is het spanningsveld van het werken in de praktijk. En dat vind ik juist erg mooi. Het vierde punt is de procesbeschrijving. Met vallen en opstaan gaan we leren wat wel en wat niet werkt. Niks is helemaal van te voren al uitgedacht. Met de lessen die we leren uit deze projecten willen we beschrijven waar je op moet letten als je een volgende keer zo’n project op zet.”

Aukelien: “Daarom willen we cyclisch werken. Als iets niet goed werkt, passen we het aan, zodat het beter aansluit. Niet alles is helemaal uitgedacht.”

Nieuw-West in Amsterdam. Foto: Jeroen Mirck/Flickr Creative Commons.

Jullie vertegenwoordigen al die partners. Hoe is de samenwerking?
Aukelien: “Op dit moment zijn we net begonnen natuurlijk, maar er was al een stuurgroep cyclisch werken actief met relevante partners, waaronder de gemeente, de Universiteit van Amsterdam, In Holland, ROC en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Het biedt allemaal mogelijkheden voor creatieve input en producten. We willen zoveel mogelijk de expertise van onze partners benutten. We hebben regelmatig bijeenkomsten met alle Amsterdamse partners van City Deal waar we hun kritische feedback vragen.”

Wat zien jullie als de grootste mogelijkheden en uitdagingen de komende tijd?
Aukelien: “Er zijn al heel veel initiatieven gaande in Nieuw-West en we zien allerlei mooie kansen. Maar we willen de samenwerking vooral duurzamer maken, echt een infrastructuur opbouwen. Het moet dus niet iets eenmaligs worden maar voor langere tijd voortbouwen. Daarvoor is draagvlak heel erg belangrijk en dat de partners zich gelijkwaardig voelen.”

Ellen: “Ja, we hebben daar drie mooie woorden voor bedacht in onze Plan van Aanpak: Robuust, Duurzaam en Eigenaarschap.”

Waar zijn jullie verder nog naar op zoek vanuit het landelijke netwerk?
Aukelien: “Vooral leren van anderen. We willen bij deze een oproep plaatsen: Als andere stedenervaring hebben bij het opbouwen van een duurzame kennisinfrastructuur waar wij van kunnen leren, dan  horen we er graag meer over. Neem dan vooral contact met ons op!  Verder kijken we uit naar de City Deal Kennis Maken uitwisselingen.”

Ellen: “Ik ben inderdaad erg benieuwd naar infrastructuren van samenwerking in andere steden. Hoe breed en smal zijn de voorbeelden? We gaan er nu echt verder induiken.”

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *