Ongezonde reclame weren uit openbare ruimte – doe mee en deel jouw ervaring!

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving
Reclame in het straatbeeld

Steeds meer gemeenten willen reclame in de openbare ruimte voor ongezonde producten, voor vlees of  advertenties gericht op kinderen kunnen weren. Bijvoorbeeld reclame op bussen en trams en op billboards. De City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving wil gemeenten hierbij helpen, onder andere door voorbeelden van definities van ‘vleesreclame’ en ‘ongezonde producten’ beschikbaar te maken. We zoeken contact met steden die hier ervaring mee hebben of juist ermee aan de slag willen.

Veel steden hebben gezonde ambities. Ze werken aan een gezond aanbod in de stad, bieden gezonde schoollunches en stimuleren een gezonde levensstijl. Het weren van ongezonde reclames in de openbare ruimte is ook een logisch instrument om in te zetten. Reclames normaliseren en zetten (onbewust) aan tot consumptie.

Gemeenten hebben de juridische mogelijkheden om reclamebeleid vorm te geven met het doel om ongewenste reclames in de openbare ruimte te weren. In de praktijk gebeurt het nog weinig. Het aanpassen vraagt om een zorgvuldige motivering en juridische formulering van welke reclames niet gewenst zijn.

Betrokken City Deal steden hebben al behoorlijk wat (juridische) kennis verzameld om ongewenste reclame te weren. De City Deal wil deze kennis verzamelen en ontsluiten, zodat andere gemeenten ook hiervan gebruik kunnen maken.

De City Deal zoekt daarom contact met gemeenten die ervaring hebben – of de ambitie hebben – met het weren van reclame voor ongezond voedsel of vlees. Ook zijn we benieuwd naar ervaringen met het weren van reclame van fossiele brandstof, vliegvakanties, of fast fashion.

Gemeenten kunnen contact opnemen met Huibert de Leede, [email protected] of 06-28071984. Bij voorkeur voor 15 juni, want we streven er naar al in de zomer de eerste voorbeeldteksten online beschikbaar te hebben.

Over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving
De ambitie van deze City Deal is om de stad in 2030 overwegend gezond en duurzaam te maken. Vooral rond scholen, in openbare gebouwen, in supermarkten, catering en horeca. Hiermee dragen we bij aan fitheid, vitaliteit, preventie van ziekten en op een natuur, milieu en klimaatsysteem in balans. Een reclamebeleid dat aansluit bij deze doelen is een logische stap.

Onderzoek: de impact van lokale voedselinitiatieven

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

Wat kunnen gemeenten doen om buurtinitiatieven waar mensen samen koken en eten te ondersteunen? En hoe kunnen gemeenten deze initiatieven gebruiken als vliegwiel om het gezamenlijk eten van gezond en lokaal voedsel te stimuleren? Stichting Ulebelt onderzocht het in opdracht van de City Deal.

In Nederland moet maar liefst 14 procent rondkomen van een laag inkomen. Gezond eten is dan vaak moeilijk. Daarnaast leven veel mensen alleen, die niet voor zichzelf willen of kunnen koken en eten. In heel Nederland zijn lokale voedselinitiatieven die met tal van vrijwilligers hun stads-, dorp- of wijkgenoten helpen aan een gezamenlijke, gezonde en duurzame maaltijd.

In de buurtrestaurants die Ulebelt onderzocht, kunnen bewoners vaak tegen kostprijs aanschuiven voor een warme, zelf gekookte en vaak gezonde maaltijd. Deze restaurants zijn laagdrempelig, dichtbij en goedkoop. Ze hebben de potentie om gezondheidsachterstanden terug te dringen, ontmoetingen te faciliteren en een sociaal netwerk te versterken. Bovendien kunnen buurtrestaurants als vliegwiel worden ingezet om het eten van vers en lokaal voedsel te bevorderen.

Impact vergroten
Veel buurtinitiatieven zouden graag hun impact willen vergroten. Sommigen willen graag meer mensen aan tafel, anderen geven aan de diversiteit aan deelnemers te willen uitbreiden: meer mensen met een migratie-achtergrond of meer niet-kwetsbare mensen aan tafel hebben, zodat het concept meer genormaliseerd wordt. Ook benoemen buurtrestaurants vaak dat ze graag meer met lokaal geproduceerd voedsel willen koken.

Gemeenten willen buurtinitiatieven vaak ondersteunen. Dat is vaak ook hard nodig, want om een betaalbare, gezonde maaltijd te bieden is geld, huisvesting en een stabiele organisatie nodig. Ulebelt adviseert gemeenten o.a. om bestaande buurtrestaurants in beeld te brengen en onder de aandacht te brengen van wijkbewoners. Ook adviseert het om te onderzoeken wat elk buurtrestaurant nodig heeft om te overleven en te groeien.

Lees het onderzoek

Onderzoekers UvA en Amsterdam UMC maken voedselomgeving meetbaar

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

De overheid moet burgers beschermen tegen een ongezonde leefomgeving – tegen bijvoorbeeld luchtverontreiniging en geluidsoverlast, maar ook tegen een ongezonde voedselomgeving. Maar hoe bepaal je hoe gezond of ongezond de voedselomgeving in een bepaald gebied is, zodat deze, net als de luchtkwaliteit, gereguleerd kan worden?

Een interdisciplinair team van juristen en gezondheids- en voedingswetenschappers, geleid door de UvA en Amsterdam UMC, is er voor het eerst in geslaagd om de voedselomgeving uit te drukken als een omgevingswaarde. De onderzoekers onderzochten een meetinstrument waarmee buurten en straten op een betrouwbare manier een ‘voedselomgevingsscore’ krijgen. De uitkomsten van het onderzoek bieden handvatten om de voedselomgeving in de toekomst te kunnen reguleren. Dit onderzoek is in opdracht van de gemeente Amsterdam en in samenwerking met de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving.

Een gezonde voedselomgeving is belangrijk in de strijd tegen ernstige aandoeningen zoals obesitas, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. ‘Nederland krijgt steeds meer de vorm van een ‘voedselmoeras’. Bijna altijd en overal is een overvloed aan ongezond eten en drinken beschikbaar’, aldus hoogleraar Gezondheidsrecht en -beleid Anniek de Ruijter.

‘In ons onderzoek uit 2020 concludeerden we al dat de Nederlandse overheid, op grond van Europese en nationale regelgeving, de verplichting heeft om zijn inwoners te beschermen tegen een ongezonde leefomgeving, en dus ook tegen een ongezonde voedselomgeving. Als de keuze voor gezond voedsel beperkt is, moeten overheden – volgens het voorzorgsbeginsel – actieve maatregelen nemen. Maar de maatregelen die tot nu toe worden genomen om een gezondere voedselomgeving te realiseren, zoals ambities in het preventieakkoord, hebben een vrijblijvend karakter.’

Meten is weten
In de nieuwe studie, die een vervolg is op het eerdere onderzoek, is het team op zoek gegaan naar de ruimtelijke, juridische aanknopingspunten om de voedselomgeving te kunnen reguleren. Onderzoekers Coosje Dijkstra en Wilma Waterlander van de afdeling Public & Occupational Health van Amsterdam UMC zijn eerst gaan kijken hoe gemeten kan worden hoe gezond de voedselomgeving is. In samenhang deden De Ruijter en Bastiaan Wallage onderzoek naar de juridische voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor deze metingen. Deze samenwerking leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van een meetinstrument met een afwegingskader (figuur 1).

Amsterdamse winkelstraat
Aan de basis van het meetinstrument staat een eerder ontwikkelde voedselomgevingsscore op basis van een zogenoemde Delphi-studie met experts. De onderzoekers testten de betrouwbaarheid hiervan door in een winkelstraat in Amsterdam het totale voedselaanbod te inventariseren. Aan de hand van de Schijf van Vijf-criteria van het Voedingscentrum bepaalden ze in hoeverre producten, en vervolgens het hele assortiment van een voedselaanbieder, gezond waren. De resultaten lieten zien dat 77% van het totale voedselaanbod in de straat niet binnen de Schijf van Vijf viel. Vervolgens hebben de onderzoekers de totale voedselomgevingsscore voor de winkelstraat berekend door de voedselomgevingsscore van alle individuele voedselaanbieders bij elkaar op te tellen. De totale score voor de winkelstraat was negatief (-77). ‘Dat betekent dat de voedselomgeving een negatieve invloed heeft op de voedingskeuzes en mogelijk op de gezondheid van inwoners’, aldus Dijkstra  . ‘De score geeft ook aan dat ongezonde voedselaanbieders het gebied domineren.’

Toelaten nieuwe winkels
Doordat de onderzoekers de voedselomgeving op gebiedsniveau kwantitatief inzichtelijk hebben weten te maken, wordt het mogelijk een passende omgevingswaarde vast te stellen. Deze waarde kan als basis dienen voor een afwegingskader waarmee gemeenten de voedselomgeving kunnen reguleren, bijvoorbeeld door in een bepaald gebied nieuwe winkels die voedsel verkopen, al dan niet toe te laten.

Download het onderzoeksrapport

Het rapport is opgesteld door juristen en voedings- en gezondheidswetenschappers van de UvA, Amsterdam UMC, Vrije Universiteit Amsterdam en de WUR, in opdracht van de gemeente Amsterdam en in samenwerking met de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving.

Lees meer over het onderzoek uit 2020

Analyse toont aan: Een op de vijf stadsbewoners in kwetsbare positie

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

Maar liefst een op de vijf inwoners in de steden Amsterdam, Den Haag, Almere, Ede, Rotterdam, Haarlem en Utrecht bevinden zich in een kwetsbare positie en heeft daardoor mogelijk moeite met het bekostigen van gezond voedsel. In de grotere steden is deze groep mensen groter, maar het patroon dat ouderen vaker kwetsbaar zijn is zichtbaar in alle steden. Dit geldt ook voor eenoudergezinnen en gezinnen met oudere kinderen of grote gezinnen.

Dat blijkt uit een analyse onder de zeven steden, die is gemaakt in opdracht van de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving. In dit onderzoek is gekeken naar hoe waarschijnlijk het is dat mensen moeite hebben met het betalen van gezonde voeding, het aantal inwoners met problematische schulden en de keuzes die mensen maken bij de aankoop van voedsel.

Maaltijd overslaan
Mensen met een laag inkomen slaan ook wel eens een maaltijd over omdat er niet genoeg geld is. Dat blijkt uit de enquête onder inwoners van Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Hieruit blijkt ook dat mensen met een laag inkomen minder vaak groente eten dan gemiddeld. Ongeveer de helft van deze groep eet 6 of 7 keer per week een zelfgemaakte warme maaltijd, dit is lager dan gemiddeld onder alle inkomensgroepen.

Betaalbaarheid is voor mensen met een laag inkomen de belangrijkste drijfveer bij het kiezen en kopen van voedsel. Zij geven aan dat ze gezonder zouden eten als ze meer geld zouden hebben. Dat geldt voor maar liefst 58% van de Rotterdammers met een laag inkomen en ook in Amsterdam is dat aandeel hoog (83%).

Gezond en betaalbaar voor iedereen
Om de kansen op een goede gezondheid te vergroten is het belangrijk dat mensen gezond eten. De gemeente Amsterdam heeft in januari 2023 een onderzoek uitgevoerd naar de aard en omvang van de groep die problemen heeft met de betaalbaarheid van gezonde voeding. Dit onderzoek is nu vergeleken met Den Haag, Almere, Ede, Rotterdam, Haarlem en Utrecht.

Deze steden werken samen in de City Deal gezonde en duurzame voedselomgeving. Hierin werken tien steden, een provincie, drie ministeries, het Voedingscentrum en diverse maatschappelijk organisaties gedurende vier jaar samen aan een gezond, duurzaam en betaalbaar voedselaanbod.

Download de factsheet

 

Column: de invloed van reclame op voedselkeuzes

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

De hele dag door maken we keuzes in wat we eten. Vaak onbewust. Deze beslissingen worden mede beïnvloed door een aantal belangrijke factoren: persoonlijke kenmerken zoals opvoeding en kennis, en externe invloeden zoals sociale omgeving en wetgeving. Maar er is één factor die bijzonder prominent aanwezig is: reclame. Vaak zonder dat we het doorhebben, beïnvloedt het subtiel ons gedrag, stuurt het onze keuzes en vormt het onze gewoonten.

Voedselreclame is non-stop aanwezig, de hele dag door. In advertenties, in bushokjes, op de radio en via social media. Zo aanwezig dat we het normaal vinden. En juist daar speelt reclame op in. Door maar gewoon veel en regelmatig aanwezig te zijn, kweek je vertrouwen.

Voedselreclame nestelt zich in ons onderbewuste.

Dr. Ronald Voorn – Gedragswetenschapper

Dat voedselreclame continu aanwezig is, blijkt ook uit cijfers van Panteia. In Nederland worden jaarlijks circa 4 miljard besteed aan reclame, waarvan bijna de helft naar voedselreclame gaat. Driekwart van dit budget wordt besteed aan voedingsmiddelen die niet in lijn zijn met de Schijf van Vijf. En dat zie je ook in het straatbeeld. Wie over het station loopt, of door een winkelstraat, ziet vooral vette en snelle snacks. En bied dan – als je moe bent of trek hebt – maar eens weerstand tegen al die ongezonde verleidingen.

Ik wil niet stellen dat mensen een willoos slachtoffer zijn van alle reclame om hen heen, of alle vestigingspunten die er zijn van die winkels, of je eigen driften. Maar wie succesvol gedrag van mensen wil veranderen – en mensen wil stimuleren om gezonde keuzes te maken – moet met een breed pakket aan maatregelen komen: gezonde voeding makkelijker en aantrekkelijker maken, producenten overtuigen dan wel dwingen waar nodig om gezondere ingrediënten toe te passen, minder reclame, minder aanbod van ongezond voedsel, beter voorlichten en een verbod op reclame van ongezonde voeding gericht op kinderen.

Kindermarketing
Want natuurlijk is het belangrijk om kinderen op jonge leeftijd te onderwijzen over gezond voedsel De rol van ouders is daarbij uiteraard groot. Maar onderschat niet de invloed van marketing op kinderen. Kleurrijke verpakkingen, stripfiguren, influencers op Youtube, alles wordt uit de kast gehaald om de aandacht te krijgen van de jonge consument. Mensen ontwikkelen een verdedigingsmechanisme tegen pogingen om te beïnvloeden, maar dat gebeurt helaas pas vanaf ongeveer je zevende.

Maar om het voedselsysteem echt te veranderen, heb je veel partijen nodig: de rijksoverheid, burgers, winkelketens en voedselfabrikanten. Maar ook steden! Verbied ongezonde reclame in de stad, zorg voor een gezond aanbod in school- en sportkantine, voor een divers aanbod in je winkelstraten en help mensen gezondere eetkeuzes te maken.

Dat alles vraagt om politieke lef. Want wie gezond eten wil stimuleren, krijgt algauw te horen dat je niet moet betuttelen. Een prachtig lobbyisten frame: betuttelen. Een woord dat het gevoel oproept dat je in je vrijheid wordt beknopt. En laat dat nou net een aspect zijn dat we ontzettend belangrijk vinden: de vrijheid om je eigen keuzes te maken. En dat is nu precies wat reclame met ons doet: onze keuzes beïnvloeden. Dus, als we niet willen dat ons de les wordt gelezen, is het aanpakken van de voortdurende stroom aan reclame voor ongezond voedsel een noodzaak.

 

 

 

Column: ‘Het is dringend tijd om de voedselomgeving te transformeren.’

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

-door Maartje Poelman- 

‘Een gezond voedingspatroon is één van de belangrijkste fundamenten van onze gezondheid. Toch blijft het een uitdaging voor de meeste Nederlanders om gezond te eten. In de afgelopen decennia hebben we vooral ingezet op het aanleren van een gezondere levensstijl, terwijl de voedselomgeving onaangetast blijft. Als we serieus werk willen maken van de preventie van overgewicht en chronische ziekten, dan is het dringend tijd om onze voedselomgeving te transformeren.

De voedselomgeving is de afgelopen decennia sterk veranderd. Momenteel wordt het voedselaanbod gedomineerd door ongezonde opties. Tachtig procent van het aanbod in supermarkten valt buiten de Schijf van Vijf en hetzelfde geldt voor aanbiedingen. Of je nu in de stad rondloopt of online surft, je wordt voort durend verleid door reclames die geen rekening houden met onze gezondheid. We moeten dan ook af van het denkbeeld dat individuele voedselkeuzes ‘vrije keuzes’ zijn en dat het verbeteren van de 10 voedselomgeving betutteling is. Sterker nog, als we een evenwichtiger aanbod en aanbiedingen creëren, vergroten we juist de keuzevrijheid van de consument.

Dr. Maartje Poelman – Universitair Hoofddocent, Consumptie en Gezonde Leef stijl, Wageningen Universiteit

De noodzaak van preventie
De noodzaak van preventie en de rol die de voedselomgeving hierin speelt, dringt steeds meer door, al blijft de focus binnen preventie nog te veel op het individu liggen. Door ons enkel te richten op individuele gedragsverandering zijn we onvoldoende in staat om gezondheid van de gehele samenleving te verbeteren. Wat zoden aan de dijk zet, is een fundamentele systeemverandering, waarbij politieke betrokkenheid en gezondheidsbescherming centraal staan. Schoon drinkwater en adequate riolering hebben ervoor gezorgd dat ziekten zoals cholera werden voorkomen; een historisch succes van preventie waarvan we veel kunnen leren. Deze structurele verbeteringen pakken het gezondheidsprobleem bij de wortel aan. Als je het voedingspatroon van de gehele bevolking wilt verbeteren, dan begint dat ook met creëren van een gezondere omgeving, die mensen ondersteunt en het gemakkelijk maakt om gezond te kunnen leven.

Nationaal Preventieakkoord
De afgelopen jaren zijn er diverse initiatieven ontplooid om de voedselomgeving aan te passen en zo gezondere eetgewoon ten te bevorderen. Het Nationaal Preventieakkoord van 2018 omvat afspraken zoals het streven naar jaarlijkse groei in de consumptie van producten uit de Schijf van Vijf, het bevorderen van groente- en het verminderen van vleesconsumptie in de horeca, en het verleiden van consumenten in supermarkten om meer Schijf van Vijf-producten te kopen. Hoewel dit de voedselomgeving op de agenda heeft gezet, blijven structurele maatregelen voor een gezonde voedselomgeving grotendeels uit en heeft tot nu toe weinig tastbare verbeteringen opgeleverd.

In 2021 concludeerde het RIVM dat de maatregelen in het akkoord niet ambitieus genoeg waren om de beoogde vermindering van overgewicht en obesitas te bereiken en dat een krachtigere aanpak van de voedselomgeving vereist is. Het verbeteren van de huidige voedselomgeving is geen gemakkelijke taak en vereist een collectieve inspanning. Een essentiële missie die samenwerking en vastberadenheid vergt. De komende maanden staan in het teken van de ver kiezingen en kabinetsformatie. De tijd zal leren of de nieuwe regering zal streven naar een voedselomgeving waarin de gezonde keuze de gemakkelijke keuze is.’

 

Deze column is in oktober 2023 verschenen in het magazine GoodFoodCity

Lees hem nu: Good Food City Magazine

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

Good Food City Magazine is uit! Een tijdschrift vol inspirerende verhalen over hoe we het voedselaanbod in de stad gezonder en duurzamer kunnen maken.

Gemeenten hebben de mooie opdracht om te zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving voor hun burgers. De toegang tot gezond en duurzaam voedsel valt hier ook onder. Maar het voedselaanbod gezond en duurzaam maken, blijkt niet eenvoudig. Sterker nog: het aantal fastfoodzaken blijft stijgen en 91% van het aanbod in de horeca is ongezond. Daarbovenop zijn in arme buurten twee keer zoveel aanbieders met ongezond voedsel.

Tijd voor verandering
En daar moet verandering in komen, want we zijn massaal te zwaar. In 2021 had de helft van de volwassen Nederlanders overgewicht, waarvan 14% met ernstig overgewicht (obesitas). Dit leidt weer tot een grotere kans op diabetes, hart- en vaatziekten, terwijl het zorgsysteem al flink onder druk staat. Bovendien is ons huidige voedselsysteem erg belastend voor het klimaat.

In dit magazine leest u hoe de steden Almere, Amsterdam, Den Haag, Ede, Haarlem, Rotterdam, Utrecht en Wageningen ernaar streven om van een gezonde en duurzame keuze ook de meest logische en makkelijke keuze te maken. Dit willen ze bereiken door mensen te verleiden gezonde keuzes te maken, het aandeel lokaal voedsel te vergroten en het aanbod gezonder en duurzamer te maken, met name rond scholen, in sportkantines en kwetsbare wijken.

Inspiratie
Ook vindt u in het magazine inspirerende columns. Zo pleit wethouder Leon Meijer (gemeente Ede) voor meer instrumenten voor gemeenten om het voedselaanbod in de stad te kunnen beïnvloeden. Dr. Maartje Poelman (Wageningen Universiteit) beschrijft hoe onze voedselomgeving invloed heeft op onze keuzes en Dr. Hanno Pijl van het LUMC gaat in op de impact van ongezond eten op onze gezondheid. Gedragswetenschapper Dr. Ronald Voorn licht toe hoe reclame ons verleidt tot ongezonde keuzes.

Wilt u een papieren exemplaar ontvangen? Stuur dan een e-mail met uw contactgegevens naar [email protected]. Of lees het magazine online.

 

 

Tilburg nieuwe partner City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving  

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

De gemeente Tilburg sluit zich aan bij de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving. Samen met acht andere steden, de provincie Zuid Holland, drie departementen, het Voedingscentrum en diverse andere organisaties investeert de gemeente de komende twee jaar in zoeken naar mogelijkheden voor gezond en duurzaam voedsel in de stad.  

Het belang om te werken aan een gezondere leefomgeving is in Tilburg heel duidelijk. Meer dan de helft van de inwoners is te zwaar en bepaalde vormen van kanker komen vaker voor dan op andere plekken. Gezond en betaalbaar voedsel is belangrijk om gezond te kunnen leven. In de afgelopen jaren werd het voedselaanbod  echter steeds minder gezond; in tien jaar tijd steeg het aanbod met ongezond voedsel met zo’n 45%. Vooral in de kwetsbare wijken en rondom scholen is er te weinig gezond aanbod.

Die trend moeten we zien te keren vindt Marcelle Hendrickx, wethouder gezondheid, zorg en ondersteuning: ‘We zetten graag een stap naar voren als het gaat om een gezonde(re) voedselomgeving en onze rol als gemeente daarin. Uit de ervaring van andere gemeenten zien we dat er kansen liggen en die willen we nu pakken. Samen werken aan een gezonde stad waarin iedereen de vrijheid heeft om voor gezonde voeding. Dat is in sommige wijken nu bijna niet mogelijk. Gezond voedsel is meteen een kans om mensen dichter bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld via buurtmoestuinen.’

‘Met aansluiting bij de City Deal willen we onze rol als gemeente in de voedselomgeving onderzoeken. Wat kunnen en willen we doen om een gezondere voedselomgeving te krijgen? We doen dit samen met onze inwoners, omdat het uiteindelijk gaat om hun gezondheid. Gelukkig zien we in Tilburg al goede voorbeelden. We zijn trots op onze gezonde wijkcentra en op het Tilburgse platform voor voedsel-ondernemers, 013Food. We hopen ook de andere gemeenten in de City Deal te inspireren met goede Tilburgse voorbeelden,’ aldus wethouder Marcelle Hendrickx.

Over de City Deal

De ambitie van deze City Deal is om de voedselomgeving in 2030 overwegend gezond en duurzaam te maken. Vooral rond scholen, in openbare gebouwen, in supermarkten, catering en horeca. En dat is hard nodig. Uit onderzoek blijkt dat in onze steden het voedselaanbod de afgelopen jaren is toegenomen en steeds ongezonder is geworden. En dat heeft gevolgen voor onze gezondheid en voor de natuur: meer dan de helft van alle volwassen Nederlanders heeft overgewicht én niet duurzaam geproduceerd voedsel zorgt voor een uitstoot van broeikasgassen, ontbossing en verlies aan biodiversiteit.

City Deals zijn afspraken tussen gemeenten, provincies en het rijk, bedrijven en andere organisaties om samen te weken aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. De partners in deze City Deal partners werken samen op drie onderwerpen: een gezondere balans in het voedselaanbod in de stad, zoals in winkels, horeca en kantines, het veranderen van eetpatronen en het vergroten van de beschikbaarheid van lokaal voedsel.

Partners:
De City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving is gestart in oktober 2021. Eerder tekenden al de gemeenten Almere, Amsterdam, Ede, Haarlem, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Wageningen. Het  Voedingscentrum, JOGG, Taskforce Korte Keten, en de Flevo Campus. De Provincie Zuid Holland en de Ministeries van LNV VWS, BZK en  Platform 31.

 

Waarom we de samenleving anders moeten inrichten om de zorg beheersbaar te houden.

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

In 2022 hadden ruim 10 miljoen Nederlanders ten minste één niet-overdraagbare chronische aandoening. De kosten van genees- en verpleegkundige zorg voor de fysieke en sociale consequenties bedroegen € 91.786M. Naar verwachting zullen die kosten blijven stijgen als er niet fundamenteel wordt ingegrepen. De overheid doet al jaren pogingen om de zorgkosten te drukken via herstructurering van financieringsstructuren en verhoging van efficiëntie in de zorg. Hoewel er af en toe succesjes geboekt worden, is er in de verste verte geen sprake van kostenbeheersing. Vermindering van de ziektelast is uiteindelijk de enige afdoende manier is om de zorg structureel beheersbaar te houden. Maar hoe dan?

Prof. Dr. Hanno Pijl, Endocrinoloog, Hoogleraar diabetologie LUMC

De veronderstelling dat veroudering de belangrijkste oorzaak is van de niet-overdraagbare ziektepandemie berust op een misverstand. Veroudering vergroot weliswaar de kans op ziekte, maar hoeft helemaal niet met ziekte gepaard te gaan. In “primitieve” culturen komen ook op hoge leeftijd veel minder niet-overdraagbare aandoeningen voor. Zodra mensen vanuit zo’n primitieve cultuur naar de “ontwikkelde” samenleving verhuizen, slaat niet-overdraagbare ziekte toe. Dat suggereert dat hier sprake is van een cultureel gedreven fenomeen.

Onze huidige manier van leven vergroot de kans op ziekte sterk. Daar is steeds meer wetenschappelijk bewijs voor. Te veel van het verkeerde voedsel, te weinig beweging, te weinig (diepe) slaap, chronische stress en het gebruik van alcohol, tabak en drugs veroorzaken, in samenspraak met onze genen en de bacteriën in onze darm, schade aan onze cellen. In de loop van de jaren hoopt die schade zich op. Dat leidt uiteindelijk tot ontregeling van de cel functie en ziekte.

Ons gedrag speelt dus een cruciale rol in de ontwikkeling van de chronische ziektepandemie. Als wij allemaal onbewerkt, matig en gevarieerd zouden eten, elke dag uren matig intensief zouden bewegen, regelmatig zouden gaan slapen bij het ondergaan van de zon, chronische stress van ons af zouden werpen en alcohol, tabak en drugs uit ons leven zouden verbannen, zou er naar schatting van Harvard wetenschappers 60-90% minder ziekte zijn. Dat is waar we naar toe moeten als we de zorg beheersbaar willen houden. Alweer: maar hoe dan?

Voorlichting en coaching alleen zijn niet voldoende. Ons gedrag wordt sterk gestuurd door onze omgeving. Hoewel de ratio en vrije wil in theorie onze leefstijl keuzes bepalen, worden die keuzes sterk beperkt door (voedsel)aanbod, marketing, sociaal-economische condities, de gebouwde omgeving en arbeidsomstandigheden. We hebben inmiddels meer dan 100.000 leefstijlcoaches in Nederland. Die voeren echter een verloren strijd zo lang we niets doen aan onze omgeving. De zorg beheersbaar houden: dat kán door de ziektelast drastisch te verlagen. En daarvoor zal onze samenleving in de (nabije) toekomst fundamenteel anders ingericht moeten worden.

Onderzoek: de duurzaamheid van lokaal en regionaal voedsel

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving
Foto: Edwin van Eis

Onder welke voorwaarden kunnen korte keten initiatieven sociaal, ecologisch én  economisch duurzamer worden? Met deze vraag stapte de City Deal Gezonde en duurzame Voedselomgeving samen met het ministerie van LNV naar Wageningen Universiteit.

Soms zijn initiatieven in de korte voedselketen vooral gericht op een beter inkomen voor de boer en een lagere prijs voor de consument. Andere initiatieven leggen juist de nadruk op de zorg voor de omgeving: bodem, biodiversiteit en landschap. En weer anderen willen vooral de lokale gemeenschap bij elkaar brengen. Dit zijn de drie componenten van duurzaamheid: economie, ecologie en maatschappij. Zelden zijn initiatieven op alle drie deze terreinen actief.

Veel lokale en regionale initiatieven richten zich in eerste instantie op een of hooguit twee aspecten van duurzaamheid. In het onderzoek van de WUR wordt geconcludeerd dat de doorontwikkeling van initiatieven naar andere duurzaamheidsbijdragen meestal afhankelijk is van drie dingen: de ambities, de clientèle en klantgerichtheid van de ondernemers of initiatiefnemers.  Vooral interactie tussen boeren en burgers blijkt een belangrijke trigger om te verduurzamen op andere terreinen dan de initiële. Beleid zou kunnen helpen door verbeteren van nationale en lokale wetgeving, stimuleren door bijvoorbeeld marktregulering en eigen inkoop, en faciliteren van bijvoorbeeld zichtbaarheid en inclusiviteit.

Type korte ketens
Op basis van de literatuur onderscheiden de onderzoekers drie typen korte ketens, met ieder hun eigen duurzaamheidsbijdrage:

  • Sociaal gedreven initiatieven van sociale ondernemers, maatschappelijke organisaties en burgers. Een optimale productie en een goed verdienmodel zijn ondergeschikt aan sociale en vaak ook ecologische Voorbeelden zijn voedseltuinen (die voor de voedselbank produceren), voedselgemeenschappen en sommige stadslandbouwinitiatieven.
  • Gemeenschapgerichte landbouw waarin boeren en tuinders die een volwaardige en ecologisch duurzame landbouwproductie nastreven, ondersteund worden door burgers die vaak actief betrokken zijn bij de Voorbeelden zijn Community Supported Agriculture (CSA’s) zoals Herenboeren, Lenteland, StreekWaar en Land van Ons.
  • Economisch gerichte initiatieven. Dit betreft gangbare boeren die vaak meer zijn gaan samenwerken, in gezamenlijke inkoop en/of verkoop, in (regionale) ketens en/of internet platforms om zo een deel van hun producten voor een hogere prijs in de regio te kunnen afzetten. Voorbeelden hiervan zijn Oregional, Boerschappen, Rechtstreex en

Doorontwikkeling van korte ketens
De impact van korte ketens op duurzaamheid is, volgens de literatuur, afhankelijk van (1) de diversiteit in motieven van ondernemers, (2) de interactie tussen ondernemer en consument, (3) de mate van betrokkenheid van burgers, (4) de context ofwel sociale omgeving, (5) de indicatoren die gebruikt worden, (6) de mate van doorwerking van consumentenbehoefte, (7) transparantie en vertrouwen, (8) opschalingsmogelijkheden, (9) internet of food, (10) inclusiviteit en (11) de waarden die men meeneemt in waardencreatie.

Sommige initiatieven in de korte keten ontwikkelen zich uiteindelijk naar sociale, economische en ecologische duurzaamheid. Anderen doen dit niet.  Dat is afhankelijk van zaken als de uitgangspositie en ambitie van de initiatiefnemers/ondernemers en de intrinsieke motivatie van de ondernemers om door te ontwikkelen naar andere vormen van duurzaamheid. Ook de mate waarin ondernemers eigenaarschap nemen, hebben en houden blijkt belangrijk te zijn, zodat die niet in de handen komt van adviseurs of andere buitenstaanders (de governance van initiatieven). De clientèle is ook van belang, want met name klanten met een lager inkomen zullen vragen om lagere prijzen. In alle gevallen is de interactie tussen boeren en burgers een belangrijke trigger om verder te verduurzamen.

Verschillende soorten monitoring kunnen bijdragen aan verdere verduurzaming van initiatieven. Benchmarking en registratie in bijvoorbeeld het MAEX systeem, een landelijke Nederlands platform voor het maken, meten en managen van sociale impact, kan hierbij helpen. Ook een Participatory Guarantee System (PGS) kan bijdragen aan het beter aansluiten bij duurzaamheidswensen van burgers.

 Obstakels voor verduurzaming van korte ketens

De belangrijkste obstakels voor duurzaamheid van korte keten producten zijn:

  • De grote diversiteit aan typen initiatieven, maakt dat maatwerk advies nodig is hoe sociale, economische en ecologische duurzaamheid kan worden bereikt;
  • Meer transparantie over ambities en resultaten is nodig om te kunnen bepalen of lokale producten ook duurzamer zijn (anders greenwashing);
  • Korte ketens vragen meer van de consument/burger dan reguliere ketens;
  • Het ondernemersmotief om met korte ketens te starten is niet altijd duurzaamheid op alle dimensies vaak wordt gestart vanuit een sociaal of economisch motief;
  • Korte ketens zijn nog niet inclusief: het beeld dat lokale producten duurder zijn, belemmert de deelname van klanten met een laag inkomen.

Beleidsaanbevelingen voor verdere verduurzaming van korte ketens

Het beleid ten aanzien van lokale en regionale ketens zou op een groot aantal punten kunnen verbeteren om verduurzaming te stimuleren:

  • Wetgeving: de regelgeving ten aanzien van korte ketens kan worden verbeterd. Ondernemers  die in de korte keten willen gaan ondernemen of activiteiten willen professionaliseren of verbreden lopen tegen allerlei lokale wetgeving aan. Met name lokale overheden zouden hier kunnen steunen.
  • Maar ook de nationale overheid heeft voedselveiligheidsrestricties die hoge kosten met zich meebrengen voor individuele Door samenwerking kan hier mogelijk kostenreductie worden gerealiseerd.
  • Stimulering: de COVID-periode heeft geleerd dat consumenten producten uit de korte keten als het premiumproduct zien. Er liggen dus kansen die kunnen worden opgepakt. De overheid kan het korte keten product op allerlei manieren toegankelijker en aantrekkelijker maken (b.v. door marktregulering, prijsinstrumenten, eigen inkoopbeleid en gebruik te maken van Sustainability Agreements)
  • Facilitering: de nationale en lokale overheden kunnen ondernemers ook faciliteren door betere communicatie of  duidelijke vergunningstrajecten, waardoor omschakeling minder kostbaar wordt. Ook zou de overheid cursussen kunnen initiëren waar ondernemers vaardigheden kunnen opdoen die noodzakelijk zijn voor professionele bedrijfsvoering in de korte
  • Inclusiviteit: Met name sociaal gedreven initiatieven, specifiek gericht op mensen in kwetsbare posities, zijn vaker succesvol in het bereiken van die doelgroep. Voor andere korte keten initiatieven is dat lastiger. Het faciliteren van weekmarkten met lokale producten is bij uitstek een manier om de producten laagdrempeliger en betaalbaarder te maken.

Het onderzoek is uitgevoerd door Jan Hassink, Ghalia Nasser en Gemma Tacken, Wageningen Universiteit, 2023 in opdracht van de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving en het ministerie van LNV.