Deal maken wordt het ‘nieuwe normaal’, als we er systematisch van leren

Seminar Samen Leren

Eind vorig jaar verscheen het essay Leren Institutionaliseren: reflecties bij het leren door de Rijksoverheid in de deal-aanpak. Voor deze gezamenlijke productie interviewden onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) managers van verschillende ‘dealvormen’, opgavegerichte samenwerkingen tussen rijksoverheid, andere overheden en private partijen.

In het essay wordt deze ‘multilevel’, opgavegerichte aanpak benoemd als een innovatieve en noodzakelijke manier om de complexe maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen het hoofd te bieden. Dealvormen zijn naar hun aard experimentele vormen van besturen. En daarmee dus altijd leerzaam. Maar vindt dat leren al voldoende systematisch plaats? Worden de opgedane lessen ook opgeschaald naar de gangbare bestuurlijke instituties?

Deze en andere vragen stonden centraal tijdens het online seminar Leren samen werken aan opgaven, dat PBL en NSOB op 15 januari organiseerden. Onder leiding van moderator Ruben Maes gingen drie programmamanagers die aan het onderzoek meewerkten, Olga van Kalles (IBP Vitaal Platteland), Marc Hameleers (Regio Portefeuille LNV) en Frank Reniers (Agenda Stad) met elkaar en met adjunct-directeur van het NSOB, hoogleraar Martijn van der Steen, in debat.

Leren hoeft niet altijd leuk te zijn

Het seminar begon echter met een gesprek met twee auteurs van het essay, Eva Kunseler (PBL) en Martin Schulz (NSOB), over de conclusies van hun onderzoek. Kunseler schetste dat het ‘leren door te doen’ centraal stond. “Daarbij kom je beren op de weg tegen en ook leuke dingen. Dat is het leren.” Schulz: “Dat is belangrijk: dat leren niet altijd leuk hoeft te zijn. Je kunt juist ook veel leren als het schuurt.” Kunseler geeft aan dat ‘deal maken’, of het nu een Woon, City, Health, Green of Regio Deal is, een vak is. En dat dit vraagt om organisatie en een bestuurlijke en politieke context die randvoorwaarden schept voor deze manier van werken. Daarom is het belangrijk dat instituties structureler experimenteerruimte bieden. Met andere woorden: ‘ruimte voor fouten’. Daarnaast is volgens Schulz tijd nodig: in een tijd waarin alles snel klaar moet zijn moet je, zeker met zo’n multilevel aanpak van complexe vraagstukken, durven om de tijd te geven.

Ruben Maes opent het panelgesprek met de vraag aan Van der Steen waarom we leren in deze context zo lastig vinden. Van der Steen geeft aan dat we als lerende wezens altijd leren, maar dat het institutionaliseren ervan het lastig maakt. “Als je van leren iets systematisch maakt, roept dat allerlei vragen op.” Wat ‘leren van deal maken’ onderscheidt van leren in reguliere beleidsprocessen is dat daar verantwoording leidend is en dat het leren daar vaak de vorm heeft van evalueren achteraf. Bij deal maken leer je terwijl je het aan het doen bent, waardoor je kunt bijsturen.

Leuk, lekker en inhoudelijk fucking goed

Maes schetst dat de focus in bijvoorbeeld City Deals vaak ligt op samenwerking tussen Rijk, gemeenten, kennisinstellingen en marktpartijen, maar dat er ook niet één Rijksoverheid is. Frank Reniers van Agenda Stad beaamt dit en geeft aan dat het feit dat departementen elk hun eigen cultuur en leermechanieken hebben, ook voor complexiteit zorgt. Op de vraag of er dan wel tijd is om te leren in dit proces, antwoordt Reniers dat dit een ontwerpvraag is en dat hij zijn mensen altijd meegeeft: “Zorg dat het leuk, lekker en inhoudelijk fucking goed is, zodat mensen de tijd willen vinden om een leertraject in te gaan.”

Frank Reniers

Frank Reniers

Martijn van der Steen vult aan dat we ook af moeten van het idee dat leren tijd kost. “Door te leren versnel je door in het begin te vertragen.” Marc Hameleers meent dat dealmakers van nature nieuwsgierige mensen zijn. Je verzamelt dus ook mensen die stimuleren dat je een ‘Pippi Langkous-methodiek’ toepast van ‘we hebben het nog nooit gedaan, dus we denken dat we het wel kunnen’. Vanuit de Regio-aanpak vroeg LNV het PBL om hen tijdens dit proces te voeden. Daarnaast noemt Hameleers het goed ‘organiseren van je umfeld‘ belangrijk bij het borgen van leren binnen deal maken. “Er moet dus ook interactie zijn.”

Van der Steen benadrukt dat er een verschil is tussen leren van een taak en leren van de samenwerking. Maes is benieuwd hoe Van Kalles dit binnen haar IBP-programma heeft gestimuleerd. Ze vertelt hoe 25 gebieden tijdens een bijeenkomst werden uitgenodigd om hun eerste plannen samen met planbureaus uit te werken en te presenteren. Andere gebieden zaten daar als in een arena omheen terwijl de gebieden feedback kregen. Zo ontstond al een open vorm waarin fouten gedeeld werden. Daarnaast werd een ‘roddelrondje’ ingelast waarin gevraagd werd wat mensen nou écht van een plan vonden. Dat leverde heel waardevolle, soms scherpe maar altijd opbouwende feedback op.

Meta-leren

Maes benoemt dat er altijd spanning is tussen verschillende domeinen: als je toegeeft dat je iets niet goed gedaan hebt, zet je je organisatie te kijk. Dat remt af. Reniers beaamt dat iedereen zijn eigen resultaten moet boeken en dat dat kan conflicteren, maar dat je in deals altijd probeert om mensen daar overheen te tillen. “’Als jij dít niet oppakt, kunnen wij allemaal niet verder met ons gemeenschappelijke doel’. Dat werkt mits je de setting voldoende veilig maakt voor mensen. En vooraf voldoende duidelijk bent. Inherent aan ons werk is dat we aangeven dat we niet zeker weten of we alle doelstellingen halen. Maar dat we ons wel inspannen om gezamenlijk condities te creëren waarin de kans zo groot mogelijk is. Dat maakt ons vak zo spannend.” Om het ‘meta-leren’ tussen City Deals te bevorderen, richtte Agenda Stad een Community of Practice op. Volgens Reniers kan het succes daarvan deels verklaard worden door een embedded aanpak waarbij ook instituties als de Urban Futures Studio, Platform31 én creatieve ondernemers meedoen en -denken met de dealmakers.

Martijn van der Steen

Martijn van der Steen

Van der Steen benadrukt dat de systeemkant belangrijk is. “Je moet bij deals leertijd en leerdoelen definiëren. Je moet systeemprikkels inbrengen die voorbij de welwillendheid gaan.” Leren is nu nog vaak vrijwillig en volgens Van der Steen moet het belangrijk gaan worden in de afrekening. Dat betekent dat leidinggevenden er om moeten vragen en dat ministers tolereren dat het resultaat vooraf niet altijd goed te voorspellen is. Van Kalles denkt dat veel mensen met hun hakken in het zand gaan staan als je van tevoren zegt dat er afrekenbare leerdoelen moeten zijn. “Terwijl je vaak merkt dat het gaandeweg steeds interessanter wordt om elkaar op een lerende manier aan te spreken wanneer je samen aan het werk bent, waardoor het leren steeds professioneler wordt. Dit heb ik althans achteraf bekijkend in mijn programma zien gebeuren.”

Deal maken als ‘het nieuwe normaal’

Hameleers benadrukt dat het essay niet over leren ‘op zich’ ging, maar over een nieuwe aanpak – de dealaanpak, een opgavegerichte manier van samenwerken tussen – in zijn geval – Rijk en regio. Wie werkt aan zo’n deal pioniert en leert, voor zichzelf en de samenleving. Het essay onderzoekt: hoe kunnen we die vorm van leren nu naar een ‘next level’ brengen – institutionaliseren dus – zodat die werkvorm ‘normaal’ wordt. Daarvoor is ook draagvlak binnen organisaties nodig. Frank Reniers geeft aan dat je met een City Deal eigenlijk al institutionaliseert. “Wij maken een hekje om transitievraagstukken heen. Partijen zetten hun handtekening onder een City Deal en trekken daarmee een vraagstuk uit de kelder. Met zo’n dealtekst waarmee je je voor vier jaar committeert – een tekst die óók in de Staatscourant gepubliceerd wordt – institutionaliseer je al.” Daarnaast, zo geeft Reniers aan, worden ervaringen en inzichten niet alleen in een Community of Practice gedeeld, maar ook geborgd in een Handboek City Deals waardoor nieuwe dealmakers niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden.

Marc Hameleers en Olga van Kalles

Marc Hameleers en Olga van Kalles

Ter afronding geven alle sprekers nog een inzicht mee. Van Kalles bepleit om de leervraag in een samenwerkingsverband meteen expliciet te maken: ‘Wat willen wij met elkaar leren?” Hameleers bepleit het inbouwen van een ‘lerende evaluatie. “Kijk constant of inhoud en samenwerkingsvorm nog werken. Maak continu loopjes.” Van der Steen geeft aan dat we ‘leren opnieuw moeten aanleren’ omdat het er een beetje ‘uitgeramd’ is. Het lezen van het essay helpt volgens hem omdat je dan denkt: ‘Nu weet ik wat ik al dacht’. Reniers wil meer gehoor geven van de oproep in het essay om het leren van dealvormen interdepartementaal te stimuleren. Betrokkenen bij verschillende dealvormen zijn inmiddels binnen BZK al in één afdeling bij elkaar gebracht. Zelf was hij ook bij andere dealvormen betrokken. Hij hoopt dat in het volgende kabinet ook de dealmakers van verschillende departementen elkaar beter vinden.

Benieuwd naar het volledige seminar? Bekijk dan de videoregistratie op Vimeo.

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *