Learning communities moeten interdisciplinair onderwijs stap verder brengen in Deventer

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

In Deventer werken gemeente en de hogeschool Saxion al vier jaar strategisch samen. Vanuit allerlei opleidingen werken studenten, veelal interdisciplinair, aan maatschappelijke vraagstukken in de stad. Dit moet nu structureler vorm krijgen. Met de opschalingssubsidie van de City Deal onderzoekt de hogeschool hoe dat het beste kan.

Tijdens de coronaperiode onderzochten studenten hoe effectief de maatregelen van de gemeente waren voor de anderhalve meter samenleving. Met stadscampus De Kien werkten ze aan het inzetten van digitale technieken in de fysieke leefomgeving. Ook thema’s als biodiversiteit en duurzaamheid worden door de gemeente bij het onderwijs neergelegd.

Er lopen al allerlei projecten vanuit de strategische samenwerkingsovereenkomst die Deventer en Saxion in 2018 afsloten voor vier jaar. Doel van dit project was om te komen tot een eenduidige implementatie van het interdisciplinair onderwijs binnen Saxion door middel van het Smart Solutions Semester, dat al eerder liep vanuit technische opleidingen. Daarvoor moet het onderwijsconcept verder geprofessionaliseerd worden, zodat meer vraagstukken kunnen worden opgepakt en meer studenten ermee aan de slag kunnen gaan.

Dat is wat jullie nu aan het onderzoeken zijn. Wat willen jullie precies, en waar staan jullie nu in het project?

Janneke de Graaff, projectleider bij Saxion: “We zijn het interdisciplinair projectonderwijs semester al een aantal jaren aan het ontwikkelen binnen de hogeschool. Vanuit de  onderwijsvisie en de strategie is heel erg duidelijk gesteld dat we de verbinding met onze regio belangrijker willen maken, maar ook studenten willen voorbereiden op die complexe wereld, waar problemen niet meer vanuit één discipline zijn op te lossen. Wij willen eigenlijk dat al onze studenten al tijdens hun studie kennis maken met die complexe wereld en die complexe vraagstukken gaan oplossen met elkaar. Daar geven we ze straks in iedere bacheloropleiding een half jaar de tijd voor.”

“Dat is redelijk vernieuwend als je kijkt naar onderwijsland. Ook intern is dat best spannend. We zeggen het wel, maar lukt het ook? Daarom zijn we in dit project tegelijk aan het kijken naar interne opschaling als naar uitbreiding van de verbinding met stad en regio. In Enschede doen we dat vanuit het EnschedeLAB, en in Deventer kijken we echt hoe we de verbinding met de stad nog verder kunnen verbeteren. We zijn nu bezig met het implementatieplan om dat vorm te geven.”

Studenten werken aan de Challenge Deventer Binnenstad.

Studenten werken aan de Challenge Deventer Binnenstad.

Jullie hebben als een van de weinige steden een vaste liaison bij de gemeente, Meike Heijenk, die zich bezighoudt met de verbinding van opdrachten richting onderwijs. Hoe belangrijk is dat?

De Graaff: “Het is zeker een succesfactor. Je hebt elkaar echt nodig voor deze samenwerking.”

Heijenk: “De rol van liaison die ik in Deventer mag uitvoeren is er o.a. op gericht om volop bezig te zijn met studenten verbinden aan die maatschappelijke opgaven. Dat doe ik natuurlijk niet alleen, want vanuit de City Deal Kennis Maken is ook Frank Evers, coördinator van het StadsLAB, betrokken. Met hem heb ik veel afstemming over waar de opdrachten passen binnen Saxion? Hoe formuleren we die goed? Samen hebben we bijvoorbeeld het afgelopen jaar alle beleidsprogramma’s van de gemeente bezocht om samen met docenten en onderzoekers van Saxion de match tussen opgaven en onderwijsconcepten te maken.”

Jullie willen de verbinding met stad en regio en Saxion dus verder brengen. Wat houdt dat in? Wat voor ambities liggen er?

Heijenk: “We zetten echt in op nog meer structureel samenwerken. Voor het Smart Solutions Semester dienen we als gemeente bijvoorbeeld voor ieder semester onze opdrachten in. Het zou mooi zijn als je die zou kunnen bundelen in learning communities, waarin je de opdrachten ook weer met elkaar uitwisselt. Waar zijn de andere groepen mee bezig? Kunnen ze verder gaan met een lopend onderzoek? Er is al eerder een soortgelijk cluster geweest ‘Deventer of the Future’ en dat vond ik eigenlijk wel heel leuk. En in deze community ook optrekken met opdrachten van andere opdrachtgevers naast die van de gemeente. De Kien, de stadscampus in Deventer is bijvoorbeeld ook een goede partner om erbij te betrekken.”

De Graaff: “Learning communities zien we een klein beetje als de holy grail om niet alleen steeds losse projecten te doen, maar juist ook om voort te bouwen op de kennis die we met elkaar maken. En dat houdt dus ook in dat we opdrachtgevers uit onze regio en studenten, maar ook docenten en onderzoekers van bijvoorbeeld Saxion lectoraten daar bij elkaar willen krijgen.”

Wat levert zo’n learning community precies op?

De Graaff: “Je gaat veel meer kennis met elkaar delen binnen een thema. In zo’n community leren studenten van onderzoekers, docenten van studenten en organisaties uit de regio en vice versa. Die zien dat er weer andere opdrachtgevers zijn, die mogelijk interessant kunnen zijn. Met een learning community verstevig je ook de verbinding met de partners in de regio. Studenten kunnen goed zien wat er nou echt goed bij hen past. Zo hoeven ze niet vooraf te kiezen voor een onbekend project waarvan ze eigenlijk nog niet goed weten wat het inhoudt. Studenten kunnen zich daarmee veel beter onderscheiden in de ontwikkeling van hun persoonlijke en professionele profiel. Lectoraten en onderzoekers kunnen meer kennis inbrengen. Ik denk dat ook voor onze partners het gewoon heel prettig is om steeds door te kunnen bouwen op opdrachten, in plaats van steeds weer opnieuw een losse opdracht. In de context van zo’n learning community kan van alles plaatsvinden. Van interdisciplinair projectonderwijs tot stageopdrachten van een individuele studenten, tot afstudeerprojecten van groepjes studenten.”

Hoe zou zo’n learning community er concreet uitzien? Is er bijvoorbeeld ook een fysieke plek, van waaruit gewerkt wordt?

De Graaff: “Ja dat kan. We hebben een aantal pilots gehad het afgelopen jaar met learning communites . Door corona vonden die vooral digitaal plaats. We zien dat het ontzettend veel meerwaarde heeft als je dat combineert met een fysieke omgeving en je dus ook een verzamelplek hebt, waar je regelmatig bij elkaar komt. Die uitwisseling moet je dus gaan organiseren. Ook al ontstaat het ook wel vanzelf, je moet het wel faciliteren met bijeenkomsten en kennisdeelmomenten.”

Waar lopen jullie binnen de eigen organisatie tegenaan om die holy grail te bereiken?

Fleur Degeling, taskforce Smart Solutions Semester bij Saxion gaat verder: “Er zijn nu 27 opleidingen aangehaakt en er gaan ongeveer tweeduizend studenten per jaar door de twee semesters heen, waarbij ze werken aan een kleine driehonderd opdrachten. In de learning communities is straks een nieuwe mindset. We praten niet meer over opdrachten, maar over vraagstukken. De bedoeling is dat studenten in de communities zelf hun probleemstellingen ophalen en dan een beetje hun eigen opdracht daaruit destilleren in overleg met alle andere stakeholders. We functioneren niet meer als een soort opdrachtenmarkt.”

“Dat biedt echt wel wat uitdagingen. Hoe hou je bijvoorbeeld het interdisciplinaire waardevol genoeg? Hoe zorg je ervoor dat je echt opdrachten hebt waar alle disciplines genoeg te onderzoeken aan hebben, en hoe hou je dat tegelijkertijd organiseerbaar? Intern merken we dat dat er een roep is voor meer ruimte om dingen zelf in te vullen, voor meer keuzevrijheid en flexibiliteit, en minder een afgekaderd semester met bepaalde beoordelingskaders. Toch heb je om het organiseerbaar te houden, eigenlijk wel weer nodig dat iedereen het een beetje op dezelfde manier doet. Anders kun je die match tussen de groepen niet maken.”

Studenten werken aan de Challenge Deventer Binnenstad.

“Dus je moet een balans vinden tussen de vrijheid voor alle opleidingen en disciplines aan de ene kant, versus die organiseerbaarheid om de disciplines te kunnen matchen aan de andere kant. Het levert soms echt wel wat scepsis, kritiek en ook weerstand op. Waarom zouden we meedoen, zeggen opleidingen. Ze willen wel genoeg inhoudelijke vakkennis kwijt kunnen bijvoorbeeld. Aan ons is het de taak om hen te verleiden en te laten zien wat de meerwaarde is om mee te doen. Iedereen ziet wel de meerwaarde van interdisciplinair onderwijs. Iedereen weet dat we goud in handen hebben, dat het niet alleen een prachtige intensieve leerervaring voor studenten is, maar ook nog eens iets kan opleveren voor de opdrachtgevers.”

“Maar de devil is in the details. Hoe ga je dat dan praktisch uitwerken zodat het ook voor iedereen werkbaar blijft? Vanuit onderwijs hebben we te maken met beoordelingen, accreditaties en certificeren. Hoe beoordelen we dan precies? Hoe zorgen we dat tutoren ook echt meer die rol van coach kunnen uitvoeren? Dat is voor sommige docenten een hele mindshift.”

Toch zijn jullie met tweeduizend studenten, driehonderd opdrachten en 27 opleidingen al heel goed bezig. Dat moet dus nog meer worden?

Degeling: “Er staat al iets heel moois echt waar, maar er zijn ook echt wel wat negatieve sentimenten, waar we met elkaar over in gesprek over moeten gaan om dat te verbeteren. Nu het interdisciplinair onderwijs zo groot wordt, willen we kijken hoe we mensen kunnen verleiden om nog meer aan te haken of aangehaakt te blijven.”

De Graaff: “We moeten door de groeipijn heen komen, denk ik. Dat is onderdeel van dit implementatieplan en dat doen we samen met de (nog niet) deelnemende opleidingen, iets minder dan de helft van alle opleidingen bij Saxion. In de toekomst zullen jaarlijks maximaal 3500 studenten interdisciplinair onderwijs volgen.”

Degeling: “De learning communities moeten het interdisciplinair onderwijs een stap verder brengen. Worden de opdrachten en studenten tot nu toe handmatig gematcht, omdat het nu zo groot wordt is er een systeem nodig om de opdrachten beter te matchen aan de voorkeuren van studenten. Ook de formulering en matching van de opdrachten kan in die communities plaatsvinden. Dat scheelt een hele hoop organisatie. Dit zijn natuurlijk geen processen die morgen geregeld zijn. Dat kost tijd”

De Graaff: “Het past in ieder geval goed bij onze onderwijsvisie: hoe langer studenten studeren, hoe meer regie we ze willen geven op de ontwikkeling van hun persoonlijke en professionele profiel. Dat heeft nog wel wat voeten in de aarde nodig om dat te organiseren, maar daar gaan we met elkaar nu een aantal stappen in zetten.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.