Leren samenwerken door rollenspel in rijke leeromgeving

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken
Spoorzone in Delft. Foto: Wattman/Flickr CC.
Spoorzone in Delft. Foto: Wattman/Flickr CC.

Hoe leer je nu beter dan in de praktijk? Op de TU Delft coördineert Peter de Jong het ontwerpvak BK6ON5, een verplicht vak voor derdejaars Bachelors van de faculteit Bouwkunde. Het staat ook wel bekend als ‘de Managementgame’. Aangezien deze rijke leeromgeving ontzettend veel lessons learned bevat voor het City Deal netwerk heeft De Jong deze in een onderzoek op een rij gezet.

Vanuit de City Deal Onderzoeksregeling is De Jong aan de slag gegaan om de verschillende projecten in kaart te brengen. Samen met studenten heeft hij daarvoor de website City Deal Managementgame opgezet, waar hij alle cases die zijn gedaan in het vak beschrijft. In zijn onderzoek kijkt De Jong naar wat het didactisch concept is achter de managementgame, en hoe dit binnen andere steden, niveaus en contexten kan worden toegepast. “In hoeverre werkt het? Dat is wat ik met dit onderzoek wil laten zien.  Juist door die cases op een rijtje te zetten, en de verschillende insteken, wordt dat duidelijk. Door de samenwerking met al die partners is het enorm verrijkend wat er uit komt, zowel voor de stad als het onderwijs.”

Het is niet alleen een rijke leeromgeving om te bestuderen, maar de uitkomsten van die studie zijn ook weer zeer bruikbaar voor de betrokken gemeenten. En dat past helemaal bij de doelstellingen van de City Deal Kennis Maken, stelt De Jong. “De City Deal is bij uitstek een perfecte bijdrage voor mijn vak. De combinatie onderwijs en gemeente is in feite waar wij helemaal voor staan. Het paste zo nauw op mijn activiteiten dat het naar mijn smaak perfect bij elkaar kwam en ook om het verder te brengen. Ik heb elk jaar een nieuwe case, ik zoek naar nieuwe relaties bij gemeenten en partners om daar die versterking verder te brengen. Dat de City Deal als project er tussen kwam en geeft me de mogelijkheid om die continue relatie goed te duiden en te illustreren.”

Kijken uit verschillende rollen

Peter de Jong.

Het vak loopt al sinds 2013. De jarenlange relatie met de gemeenten en andere partners in de samenleving, maar ook de innovatieve opzet van het vak en de nauwe samenwerking tussen docenten en studenten zijn allemaal lessen waar City Deal partners van kunnen leren. Om de daadwerkelijke impact van de uitkomsten in de stad niet te vergeten. De Managementgame is eigenlijk een rollenspel wordt de praktijk van een

gebiedsontwikkelingsproces gesimuleerd. Studenten krijgen ieder een professie toegewezen en werken in groepen aan een Masterplan voor het gebied. Zo leren ze kijken vanuit verschillende rollen, van landschapsarchitect, vastgoedontwikkelaar tot bestuurder van een gemeente. De studenten zijn er erg enthousiast over: “Het is in onze ogen een van de bijzonderste vakken van de Bachelor Bouwkunde. We hebben geprobeerd de impact die ON5 heeft op mens, op de faculteit, en op de stad concreet te maken in het kader van City Deal Kennis Maken”, aldus studenten op de website.

Elk jaar wordt in de Managementgame een actuele casus aan studenten voorgelegd. Van de Herontwikkeling van Blaak in Rotterdam, de Campus van de TU Delft, herinrichting van de Spoorzone in Delft tot de Alexanderpolder in Rotterdam. In kleine groepen gaan studenten tien weken lang aan de slag met de analyse en formuleren ze een ontwikkelingsvisie voor de komende 50 jaar. Allerlei maatschappelijke vraagstukken komen aan de orde. Van klimaatverandering, economische ontwikkeling, verschuivende politieke verhoudingen, een meer circulaire economie tot een inclusieve samenleving.

Maar hoe start je nu met zo’n casus? “Er zit een redelijke toeval in”, vertelt De Jong. “Ik zoek de projecten in de buurt. Van Dordrecht tot Delft. Het is namelijk belangrijk dat studenten er met enige regelmaat naar toe kunnen. Je ziet dat in de loop der jaren er een opbouw is geweest van contacten, dat tot het een en ander leidt. Het gebeurt vaak door ervaringen uit het verleden, vanuit eerdere samenwerkingen, of via andere hoogleraren. Zo ben ik in Schiedam en Dordrecht terechtgekomen.

Delft-Zuid

Dit jaar staat Delft-Zuid als casus op het programma. Er liggen vraagstukken rond de ontwikkeling van de campus van de TU Delft, studentehuisvesting en samenwerking met bedrijfsleven. “Maar het is bij de ontwikkeling van dit gebied juist goed om het in groter geheel te bekijken”, aldus De Jong. “De keuzes die er worden gemaakt rond de campus hebben ook veel invloed op hoe bepaalde andere gebieden zich ontwikkelen. Als de universiteit station Delft-Zuid, -wat nu al Delft Campus is gaan heten-, serieus weet in te passen in de plannen kan het station veel meer betekenis krijgen voor wat eromheen gebeurt. Voor wijken als de Kabelhof, Schieoevers, maar ook de herontwikkeling van allerlei nieuwe wijken. De campus is naar buiten toe gericht, maar door de grote vraag naar woningen ligt de campus voor die het weet ingesloten door de stad. Er speelt hier een vorm van segregatie: de inwoners van de wijk Tanthof voelen zich gepiepeld, dat het station Delft-campus gaat heten. Waarom is het niet meer ons station? Ik denk dat dit een verkeerde insteek is geweest. Ik denk zelf dat zo’n stationsontwikkeling vanuit veel bredere visie moet worden opgezet om zo’n doel te bereiken. Het gaat niet alleen om wat universiteit ermee wil bereiken, maar juist ook zo’n wijk als Tanthof die er achter ligt.”

De studenten gaan er zich over buigen in het ontwerpvak. “Juist het ontwerpen van zo’n visie past daar goed bij”, denkt De Jong. “Van planoloog tot stedenbouwkundige en landschapsarchitect. Al die disciplines halen we erbij om tot een geïntegreerd antwoord te komen voor de komende vijftig jaar 50 jaar.” Elke casus komt twee keer per studiejaar terug als vak. “De eerste vier tot vijf weken concentreren we ons op kennisontwikkeling, daarna gaan we aan de slag met de rollenbenadering en het maken van de visie, die we aan het eind presenteren aan de partners. Nu werken we met een groep van honderd studenten. In februari zullen dat er driehonderd zijn. Dat zijn dertig teams van tien man, dus dertig visies. Dat resulteert in een enorme rijkdom voor de aangesloten partners.”

Hoe ziet De Jong dat de Managementgame werkt? “Dat zie ik vooral in het enthousiasme van de studenten die daarmee bezig zijn. Ik ben heel blij te kunnen zeggen dat dit het leukste vak is, want dat zeggen de studenten. Juist door de casebenadering is de samenwerking met de gemeenten elke keer verschillend. Achteraf blijken gemeente erg veel waardering te hebben voor die rijkdom die het heeft opgeleverd. Vooral ook omdat het hun ogen heeft geopend dat de samenwerking heel efficiënt kan zijn. Je ziet wel stukken van onze plannen terugkomen in die strategie van bijvoorbeeld Spoorzone in Dordrecht of M4H in Rotterdam.”

De campus van de TU Delft.

Groot realiteitsgehalte

Wat kan het City Deal netwerk leren? “Dat is hoe belangrijk de lokale verbinding is. Zoals Delft samenwerkt met de universiteit en omliggende gemeenten, voor en met elkaar. Je zou ook andere universiteiten op dezelfde manier kunnen aanspreken op dat soort verbanden. Een van de aspecten die het vak zo leuk maken is het grote realiteitsgehalte die het krijgt. En dat het ook echt impact heeft.”

Een van de aansprekende voorbeelden daarvan is Schiedam. De Jong: “In het station hebben de studenten samen met de gemeente een posterpresentatie gegeven voor inwoners van de stad, die we een rijkdom aan ideeën wilden meegegeven. Maar daar was niet iedereen blij mee. Er waren mensen bij die zeiden wat flik je me nou? Ga je op mijn volkstuin huizen bouwen? Beter kon ik het niet illustreren dat er daar een man zich persoonlijk geraakt voelde door wat de studenten bedenken. Dat is heel direct, heel effectief, en heeft ook voor Schiedam een belangrijk verhaal van realisme.”

Het gaat immers om mensen, aldus De Jong. “Mijn boodschap met het vak is dan ook dat het gaat om de samenwerking met de vele partijen en dat je daar rekening mee moet houden. Het is veel meer dan een academisch verhaaltje, van doe maar theoretisch alsof het echte mensen zijn. Nee, je hebt hier een echte opdrachtgever, die ook feedback geeft, en echte mensen waarom het gaat.”

Het leren samenwerken is voor De Jong dan ook 50 procent van het vak. Uiteindelijk na je opleiding wanneer je architect of stedenbouwer wordt, besef je dat je nooit meer alleen werkt. Dat is wel heel belangrijk dat je dus kan. De bouw is een vak waar je elkaar steeds tegenkomt dus netwerken is ook cruciale vaardigheid. Of je elkaar nou leuk vindt of de tent uitvecht, de enige zekerheid is dat je elkaar weer tegenkomt. Dat samenwerken zit ook in de inhoud van dit vak. Zorg dat mensen betrokken zijn, zorg dat je elkaar in de waarde laat en elkaars kracht weet in te zetten. Daardoor kun je als groep juist goed presteren. Het gaat om communicatie en onderlinge waardering. Dat is juist op die leeftijd een belangrijke binnenkomer.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.