Open education is resultaten delen. ‘Laat het niet een duf rapport worden’

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

Nederland stimuleert de vrije en veilige uitwisseling van ideeën en borgt de academische vrijheid van wetenschappers. Open science en open education worden de normen, mits de nationale veiligheid hierbij niet in het geding komt. Zo staat in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Maar wat is open education precies? En wat kunnen we ervan verwachten? Expert en Lector Open Educational Resources bij Fontys Hogescholen Robert Schuwer legt uit wat het inhoudt.

Als eerste: een eenduidige definitie van wat open education is bestaat niet. Schuwer: “Als je alle opvattingen naast elkaar zet kom je drie gedeelde kenmerken tegen.” Als eerste heeft open education als doel om het onderwijs laagdrempelig, of laagdrempeliger, te maken. Dat kan bijvoorbeeld door allerlei zaken die toegang tot onderwijs belemmeren op te heffen of te verminderen.”

Tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs

Robert Schuwer

Robert Schuwer

“Zo hebben we de tijd-plaats beperking, namelijk dat iedereen op dezelfde plek op hetzelfde moment moet zijn om onderwijs te krijgen, behoorlijk losgelaten sinds de Covid-tijd”, legt Schuwer uit. Hybride onderwijs, waar je zelf kan kiezen of je naar college komt of vanaf huis het volgt, heeft zijn plek gevonden. Maar je kunt ook verder gaan met open education. Het onderwijs staat open voor iedereen. Er is dus geen voorkennis nodig. Iedereen mag aan een opleiding beginnen. Ook kun je vrijheid in tempo hebben. Schuwer: “Kijk zelf maar hoe lang je over een programma doet. Je hoeft er bijvoorbeeld niet een jaar over te doen.”

Een andere vrijheid die in opkomst is, is vrijheid in programma. Schuwer: “Dat zie je veel terug bij university college-achtige omgevingen. In het Nederlands hoger onderwijs kennen we het vrij wo. Daarin kun je helemaal zelf je pakket samenstellen. Natuurlijk moet je wel aan bepaalde eisen voldoen. Je kan bijvoorbeeld niet alleen maar introductievakken kiezen, anders word je geen master of bachelor. Maar verder heb je alle vrijheid om je pakket te kiezen. Dit vrij wo wordt overigens nog niet door veel universiteiten aangeboden. De Open Universiteit deed dat tot voor kort, maar verder zie je het niet. In het buitenland zie je dat soort initiatieven echter wel steeds meer in opkomst.”

Klassieke openheden

Al deze openheden noemt Schuwer klassieke openheden. Het zijn allemaal maatregelen die je als instituut kunt nemen om je onderwijs meer toegankelijk te maken. De Open Universiteit is in Nederland de exponent ervan. Die is in 1984 opgericht als zogeheten tweede kans onderwijs. Mensen die om wat voor reden dan ook geen gelegenheid hadden gevolgd om hoger onderwijs te volgen, kregen dan een tweede kans om dat alsnog te doen. Meestal ging het om werkende mensen met een baan en gezin. Schuwer: “Al die vrijheden die ik net opnoemde, behalve dan het vrije programma, waren daar heel expliciet aanwezig. Het was wel een volwaardige universiteit, het voldeed aan alle eisen waar de andere universiteiten ook aan voldoen, maar ze richtte zich op hele specifieke doelgroep, en die had nodig dat het wat opener werd.”

Toen het internet en de digitalisering opkwam, ontstonden er nieuwe vrijheden. Het vrije onderwijs kreeg toen pas echt een vlucht, volgen Schuwer. “Toen kwamen de digitale openheden erbij kijken. Die maakten het mogelijk om onderwijs, of de resultaten ervan worden, open toegankelijk te maken. Denk aan leermaterialen, die gemaakt zijn door docenten, of groepen docenten of hele community’s, en dan vervolgens open gedeeld worden en daardoor vrij toegankelijk zijn via internet. Vaak heb je ook nog het recht om het materiaal te gebruiken, aan te passen en te verspreiden zonder dat je terug moet naar de oorspronkelijke eigenaar om te vragen of dat wel mag. Een open licentie geeft dan aan onder welke voorwaarden dat mag. Je kunt het open delen, met bepaalde voorwaarden.”

Open Pedagogy

Het tweede kenmerk van open education gaat nog een stap verder. Dat is wanneer je het onderwijsproces dusdanig inricht dat studenten hun resultaten en onderzoeken ook open beschikbaar maken. Dat is volgens Schuwer een ontwikkeling van de laatste jaren, die ook wel bekend staat als Open Pedagogy. “Het gaat om de didactische werkvormen waarmee je als docent je les gaat ontwerpen. Je richt je proces zo in dat de resultaten die studenten tijdens het onderwijsproces genereren open beschikbaar komen voor belangstellenden. Vorig jaar had de Universiteit Utrecht bijvoorbeeld tijdens de Covid-tijd het vak Dynamische Oceanografie. De docent wilde wat anders, aangezien iedereen college op afstand volgde. Daarom gaf hij de studenten de opdracht om een Wikipedia-artikel te schrijven over onderwerpen uit de cursus. Door het schrijven van het artikel laat jij zien dat je het vak beheerst. Die artikelen op Wikipedia zijn dus toegankelijk voor alle belangstellenden. Het is een resultaat dat in het onderwijs tot stand komt en wat dus open gedeeld wordt buiten de instelling.”

Het derde kenmerk is dat open onderwijs meestal een samenwerking is tussen partijen binnen en buiten het onderwijs. Dat zie je vaak terug in leeromgevingen als Living Labs. “Het onderwijs en onderzoek wordt gezamenlijk met partners, zoals andere kennisinstellingen of maatschappelijke partners, vormgegeven”, legt Schuwer uit. “Daarmee gooi je je klaslokaal of collegezaal open en betrek je partijen van buiten bij jouw onderwijs en je geeft ze een rol erin. Overigens bestaan er allerlei gradaties van open education. Het is niet zo dat je per se aan alle drie aspecten hoeft te voldoen, maar een of meer van deze kenmerken zijn altijd aanwezig.”

Toegankelijk onderwijs. Foto: Unsplash/ Kenny Eliason.

Toegankelijk onderwijs. Foto: Unsplash/ Kenny Eliason.

Trends

De open education trends van de laatste tijd vind je vooral in het tweede kenmerk, aldus Schuwer. “Open Pedagogy zie je steeds meer ontstaan, waarbij de student een veel actievere rol speelt. Die kan niet meer achterover leunen en luisteren naar een docent die twee keer drie kwartier zijn verhaal houdt. Nee, hij of zij moet verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen activiteiten. De resultaten daaruit deelt hij of zij met de buitenwereld.”

Ook open leermaterialen worden al jaren als potentieel erg waardevol gezien. Schuwer: “Docenten in Nederland worden toch betaald door de overheid? Moet de belastingbetaler dan opnieuw betalen om de resultaten te mogen zien? Dat is dubbelop. Bij onderzoeksresultaten, open science, is dat al vrijgegeven. Dat zou met het creëren van leermaterialen ook zo moeten zijn. Als de docent mooie leermaterialen maakt zouden die beschikbaar moeten zijn voor iedere burger. De Nederlandse overheid is de afgelopen twaalf jaar daar al groot voorstander van. Ze zijn erg actief om dat te stimuleren.”

In 2014 formuleerde staatssecretaris Dekker een wet die voorschreef dat in 2020 alle resultaten uit publiek gefinancierd onderzoek open access beschikbaar moesten zijn. Een dergelijke statement is nog niet gemaakt voor leermaterialen, maar wel (zoals eerder gemeld) over open education. De vraag is welke invulling ze aan open education gaan geven. Dat kan nog alle kanten opgaan.

Vooralsnog blijft de beweging hangen bij de voorlopers. De echte sprong naar de grote massa van de docenten is nog niet gemaakt. Je ziet het wel steeds meer gebeuren, stelt Schuwer. “Steeds meer docenten adopteren deze beweging en dat is met name door die Open Pedagogy mogelijkheden, waardoor ze zien met dat ze met deze open leermaterialen hun onderwijs en onderzoeksresultaten veel dynamischer kunnen maken.”

Wat kan de City Deal Kennis Maken leren van  open education?  Schuwer wil de netwerkpartners van de City Deal vooral meegeven dat ze vooral de resultaten uit de projecten met open licentie delen. “Laat het niet een of ander duf rapport worden die in de lade van een paar mensen verdwijnt. Informeer je omgeving erover. Gaat het om ingewikkelde onderwerpen, maak er een korte cursus van, of een korte informatiefilm zodat de omgeving weet waar het over gaat. De resultaten uit die projecten zijn immers voor een groep mensen in de maatschappij. Die mensen moet je wel meenemen, informeren en kennis meegeven over wat er allemaal in die projecten langskomt.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.