‘Samenwerken markt, steden en Rijk leidt tot mooie oplossingen’

Het Nederlandse netwerk van middelgrote steden heeft een sterke uitgangspositie ten opzichte van miljoensteden als Londen en Parijs. Agenda Stad kan een belangrijke bijdrage leveren aan het versterken van dat netwerk, stelt Bart van Breukelen, voorzitter van de Neprom, de vereniging van professionele projectontwikkelaars. “Het wegnemen van praktische belemmeringen kan de boel versnellen.”

Nederlandse steden concurreren nog te veel onderling, en stellen niet altijd de goede prioriteiten, meent de Neprom in haar onlangs uitgebrachte visie ‘Ruimte maken voor het Nationaal Geluk.’ Het Rijk moet daarbij helpen en een voortrekkersrol vervullen in het aanjagen van verbindende infrastructuur als hoogwaardig OV, fietsinfrastructuur, autodeelplatforms en versterking van groenstructuren. Een goed ingerichte leefomgeving draagt namelijk, volgens de vereniging van projectontwikkelaar, bij aan het geluk van mensen, welvaart en welzijn, en is een stimulans voor onze economie.

Volgens jullie visie moeten we opschieten met het inrichten van de leefomgeving, en niet bijvoorbeeld wachten op de Omgevingsvisie. Waarom die haast?
Van Breukelen: “Daar zijn tweede redenen voor. Ten eerste dreigt de woningmarkt vast te lopen. Die draait eindelijk weer heel goed, maar tegelijkertijd loopt het aantal beschikbare woningen terug. We moeten dus snel met nieuwe locaties aan de slag, zodat we kunnen voorkomen dat die markt vastloopt. Ten tweede zijn er de maatschappelijke veranderingen waar we tegenaan lopen, zoals de demografische transitie, de energietransitie, de revoluties in mobiliteit en in informatie- en communicatie­technologie. We moeten met de verduurzaming van de huidige voorraad echt aan de slag. De Omgevingswet gaat in 2019 in, dat is weliswaar slechts over drie jaar maar er zijn nu eenmaal dossiers die een snelle oplossing nodig hebben. Zoals de leegloop in winkelgebieden. Dat is toch wel urgent. Gemeenten werken daar weliswaar aan, maar wel binnen de eigen mogelijkheden.”

Kunnen gemeenten het niet zelf oplossen?
“Wij denken dat er een goede beweging geweest is om de keuzes over de leefomgeving decentraal neer te leggen. Alleen is de optelsom van wat daaruit is gekomen niet voldoende gebleken. Het heeft niet het inspirerende beeld opgeleverd van waar Nederland naar toe zou moeten. Het Rijk zou op basis van het instrumentarium dat haar ten dienste staat, infrastructuur, mobiliteit, OV en groenstructuren, dat inspirerende beeld kunnen formuleren, juist nu er zulke belangrijke maatschappelijke veranderingen op stapel staan.  Wij denken bijvoorbeeld dat er kansen liggen in versterking van de infrastructuur en hoogfrequent OV tussen de grote steden om zo de internationale concurrentie van onze stedelijke gebieden te vergroten. Decentraal is prima, dat moeten we vooral blijven doen, maar er is net even wat meer nodig gegeven al die veranderingen en de hoge dichtheid die we nu eenmaal hebben in Nederland. Daar ligt een grotere rol voor het Rijk. Daarbij bedoelen we niet dat alles centraal van boven moet worden beslist maar dat het Rijk wel een helder kader schetst waarbinnen steden hun keuzes kunnen maken.”

Bouwen in Deventer flickr cc frans schouwenburg

Bouwen in de binnenstad van Deventer. Foto: Flickr Creative Commons/Frans Schouwburg.

En in dat kader is dus meer ruimte voor (her)ontwikkeling in de bestaande stedelijke gebieden in plaats van nieuwe buitenruimte gebruiken?
“Was het eerst een trend dat mensen een brede voorkeur hadden om de stad te verlaten, nu zien we dat juist jonge mensen bewust kiezen om in de stad te gaan wonen. Dat is goed nieuws. Dat brengt wel de belangrijke verantwoordelijkheid van overheid en markt met zich mee om het tempo te verhogen van het creëren van woonruimte. Anders kunnen de steden de druk niet aan. We denken niet dat er alleen binnen de stedelijke grenzen moet worden gebouwd, maar er ligt wel een duidelijke opgave. Als je te weinig doet om mensen aan de stad te binden gaat dat ten koste van grote en krachtige steden.”

Want die steden kunnen dus samen een krachtig netwerk vormen?
“Je ziet dat stedelijke regio’s veel belangrijker aan het worden zijn dan steden of zelfs landen. Als ze goed samenwerken zijn ze complementair aan elkaar. In Nederland hebben we bijvoorbeeld Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Het zijn steden met allemaal een eigen economie en cultuur. Als deze steden meer uitwisselen en samenwerken kunnen ze hun netwerken versterken. De Holland Metropool kan een gezonde internationale concurrentie aan, maar is daarnaast een geweldig gebied om te wonen en te werken. De steden doen er goed aan de kwaliteit van deze netwerkstad en de prachtige groenstructuren in het hart en aan de randen verder te versterken. De bereidheid is er misschien wel maar de gezamenlijke strategische agenda ontbreekt nog.”

Kan Agenda Stad een rol spelen bij de verdere herontwikkeling van steden?
“Ik vind het heel goed dat de Agenda Stad het belang van de steden zowel op nationaal als Europees vlak op de kaart zet. Er wordt in de Agenda Stad gewerkt aan het wegnemen van belemmeringen, dat is een goede zaak. Het kan de aanpak van de woningopgave in steden versnellen. De City Deals kunnen daar zeker aan bijdragen aan de huidige opgave. Neprom is in gesprek met de steden over hoe we de herontwikkeling kunnen opschalen. Vaak hebben we het als we het over herontwikkeling hebben vaak nog op het niveau van een individueel gebouw. Als je het breder bekijkt naar grotere binnenstedelijke gebieden kan het efficiënter.”

Hoe bedoel je?
“Ik denk dat vanuit de samenwerking tussen steden, marktpartijen en Rijk, zoals in de City Deals, er betere oplossingen kunnen ontstaan. Een goed voorbeeld vind ik de City Deal Binnenstedelijk Bouwen en Transformatie. Die biedt praktische manieren om belemmeringen onderling weg te nemen. Op het moment dat je gaat kijken naar grotere stedelijke gebieden ga je gezamenlijk kijken naar vragen als hoe krijg je het gefinancierd, hoe pakken we de sanering grootschalig aan? Als de markt, steden en Rijk samen naar zo’n vraagstuk kijken, ontstaat een mooie systematiek voor een oplossing.”

Staat jullie visie nu haaks op ‘Geef wonen de ruimte’ van de TU Delft en G32, waarbij de focus juist meer ligt op het verder bouwen in het buitengebied?
“Nee, we zitten niet in de tegengestelde richting van dat rapport. We hebben alleen een ander vertrekpunt. Die van ons is het stedelijk gebied. We geloven ook dat een deel van de woningopgave moet worden opgelost met nieuwe buitenwijken. Dat hebben we gemeen met de G32. Met onze visie wilden we een bijdrage leveren om de discussie te voeden. We wilden zelf neerzetten wat wij verstandig vinden, in plaats van alleen maar te reageren op anderen. Wij zetten in onze visie het belang van de stad wat sterker aan. Maar één ding is duidelijk, we moeten wat doen. Er is onvoldoende antwoord op de woningvraag. Schaarste dreigt.”

Verbouwing van het Stationsgebied Utrecht. Foto: Flickr Creative Commons/Franklin Heijnen.

Verbouwing van het Stationsgebied Utrecht. Foto: Flickr Creative Commons/Franklin Heijnen.

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.