‘Het werk is nooit klaar met cybercrime’

Na vijf jaar intensieve samenwerking kwam eind vorig jaar de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime ten einde. Wat begon als een ambitieus experiment groeide uit tot een breed netwerk van gemeenten, ministeries, politie, onderzoekers en private partijen. Allemaal werkten zij samen aan één doel: het versterken van de digitale weerbaarheid van burgers en ondernemers op lokaal niveau. Nu staan de initiatiefnemers voor de volgende stap: hoe zorgen we dat alle kennis, projecten en interventies niet verdwijnen, maar juist breed worden toegepast? Twee betrokken beleidsmedewerkers leggen uit wat de volgende stap is.

Tim van Vliet

Vijf jaar City Deal leverde een indrukwekkende hoeveelheid kennis en concrete interventies op. Denk aan projecten als ‘Cyberbreinen in beeld’ in Almere, lesprogramma’s zoals ‘Digitaal niet te foppen’, en diverse jeugd- en mkb-interventies. Al deze initiatieven zijn vastgelegd in wat Tim van Vliet, beleidsmedewerker bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, de ‘gereedschapskist’ noemt.

Over de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime

In de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime zetten gemeenten zich met ministeries, veiligheidsorganisaties en andere instellingen tussen 2020 en 2025 in om de cyberweerbaarheid van burgers en ondernemers te vergroten, onder andere door de overheidsorganisaties en innovatieve marktpartijen aan elkaar te verbinden op cybervraagstukken. Jongeren, senioren en het Mkb vormden de primaire doelgroep van de City Deal. Lees ook het slotinterview dat bij de afronding van de deal werd gehouden met programmaleider  Roy Tomeij en secretaris Sten Meijer van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, het CCV.

In deze database van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) zitten 35 tools en interventies die zich lenen voor een brede implementatie. “De City Deal heeft deze gereedschapskist aan interventies opgeleverd voor verschillende doelgroepen,” vertelt Van Vliet. “We hebben met koplopers gewerkt en samen met partners en onderzoekers gekeken: wat werkt, wat niet, en waar is behoefte aan? Op basis daarvan gaan we nu dit jaar verder met selecteren en deze interventies actief richting gemeenten en andere partners brengen. 2026 wordt daarmee echt een overgangsjaar: van ontwikkelen naar toepassen.”

Landelijke spreiding als volgende stap

Een belangrijk doel in deze vervolgfase is het voorkomen van ongelijkheid tussen gemeenten, vult Dirk Maats, beleidsmedewerker bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan. Niet elke gemeente beschikt namelijk over dezelfde kennis of capaciteit om cybercrime aan te pakken en het belang van een gelijk speelveld is groot. “Je wilt toe naar een gelijkmatig aanbod van ondersteuning. Dat alle gemeenten dezelfde handvatten hebben om hun inwoners te helpen. Je wilt voorkomen dat de ene gemeente heel actief is en de andere achterblijft.”

Dirk Maats (geheel links op de foto) bij de uitreiking van de ‘Unlock Award’ voor de interactieve film ‘Echt of Nep?’

Die ambitie vraagt om meer dan alleen het beschikbaar maken van kennis. Het gaat ook om het actief ondersteunen van gemeenten bij de toepassing ervan. Van Vliet voegt toe: “Omdat cybercriminaliteit al langer een probleem is, zien we dat de urgentie wordt gevoeld op lokaal niveau, maar dat het handelingsperspectief vaak ontbreekt. Daarom willen we gemeenten echt gereedschap meegeven, en ze stimuleren om dat samen met lokale partners en buurgemeenten in te zetten.”

Van film tot Cyberwegenkaart

In de ‘gereedschapskist’ van de City Deal zijn meerdere interventies te vinden die klaar zijn voor bredere toepassing. Een aansprekend voorbeeld is de interactieve training cyber­weerbaarheid voor senioren, ‘Echt of nep?’. Deze voorlichtingsfilm laat verschillende situaties zien waar senioren mee te maken krijgen, zoals WhatsAppfraude, phishing, stemnabootsing en bankhelpdeskfraude. Maats: “Dankzij de ‘stopmomenten’ in deze film kun je makkelijk met een groep in gesprek over wat ze zien en wat ze zelf zouden doen. Het is laagdrempelig: een zaaltje en een kop koffie zijn genoeg. Mensen herkennen zich in het verhaal en merken dat ze niet de enigen zijn.” Het concept wordt nu ook voor andere doelgroepen verder ontwikkeld, zoals voor mensen met een licht verstandelijke beperking.

Voor jongeren is er de zogenoemde Cyberwegenkaart, waarin preventie, onderwijs en signalering samenkomen. Van Vliet: “We kijken niet alleen naar de preventie van slachtofferschap, maar ook naar daderpreventie, of zoals we liever zeggen, naar talentontwikkeling. Jongeren die handig zijn met computers willen we juist positief begeleiden richting bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, en zo voorkomen dat ze het verkeerde pad kiezen.”

Daarnaast bevat de ‘gereedschapskist’ allerlei praktische tools voor het mkb, zoals een geautomatiseerde gedragsscan voor websites en de ontwikkeling van een Cyber Alarmcentrale: een centrale plek waar ondernemers terecht kunnen met vragen of incidenten.

De kracht van het netwerk

De misschien wel belangrijkste opbrengst van de City Deal is echter minder tastbaar; dat is het netwerk dat is ontstaan, stelt Maats. “Er is echt een ecosysteem ontstaan. Partijen die eerst los van elkaar werkten, trekken nu samen op. Dat zorgt voor synergie en maakt het geheel veel effectiever.”

Dat netwerk, een officiële naam heeft het niet, blijft ook na afloop van de City Deal bestaan en vormt de basis voor verdere implementatie. Organisaties zoals SeniorWeb, gemeenten, maatschappelijke instellingen en regionale samenwerkingen spelen daarin een sleutelrol. Van Vliet: “Gemeenten moeten niet alles zelf willen doen. Juist door samen te werken met lokale partners en bestaande netwerken kun je veel meer impact maken.”

Tim van Vliet (links) vertelt over de City Deal tijdens de CoP-jaarparade van Agenda Stad eind 2025. Geheel rechts secretaris Sten Meijer en tweede van rechts programmaleider Roy Tomeij. Foto: Paul Tolenaar.

Maar hoe maak je al die kennis en interventies nu breed toegankelijk? Dat is een van de belangrijkste onderdelen van de vervolgaanpak dit jaar. De gereedschapskist wordt daarom omgezet in een landelijke landingspagina met interventies, best practices en handleidingen.

Van Vliet gebruikt een treffende metafoor: “Je kunt iemand een hamer geven, maar als je niet weet hoe je moet slaan, gebeurt er niets. Daarom zorgen we ook voor duidelijke uitleg en ondersteuning bij implementatie. Onze aanpak blijft flexibel. Wat werkt in Amsterdam, werkt bijvoorbeeld niet automatisch in Heerlen. Lokale context, de couleur locale, blijft bepalend.”

‘We moeten blijven meebewegen met cybercriminelen’

Hoewel de City Deal formeel is afgerond, is het werk dus allesbehalve klaar. Dat is het eigenlijk nooit, stelt Van Vliet. “Cybercriminaliteit ontwikkelt zich razendsnel, en vraagt om voortdurende aanpassing. Het wordt steeds makkelijker om op grote schaal schade aan te richten. We moeten blijven meebewegen met cybercriminelen.”

De overgang van innovatie naar implementatie betekent dan ook niet het einde van vernieuwing, vult Maats aan. “Integendeel, juist in de praktijk ontstaan nieuwe inzichten en verbeteringen. Deze City Deal laat dan ook zien dat tijdelijke programma’s waardevolle resultaten kunnen opleveren. Als je maar op tijd nadenkt over borging. Je moet je afvragen: is dit echt het einde, of wil je dat de opbrengsten blijven bestaan? Daar moet je op tijd in je programma over nadenken.”

De partners uit de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime hebben in ieder geval opgelet. Het netwerk is klaar voor de volgende uitdaging. Zorgen dat de kennis niet op de plank blijft liggen, maar daadwerkelijk het verschil maakt in de dagelijkse praktijk van gemeenten voor senioren, ondernemers en jongeren.