‘Bedrijven hoeven geen sociale ondernemingen te worden om bij te kunnen dragen aan maatschappelijke veranderingen’
“Projectleider zijn van de City Deal Impact Ondernemen is de leukste klus die ik ooit gedaan heb”, aldus Edwin Teljeur, projectleider van de City Deal Impact Ondernemen die in april na vijf jaar werd afgerond. Agenda Stad blikt met Teljeur op de successen en lessen van de City Deal.
“Ik kwam als ondernemer binnen in de wereld van departementen, gemeenten, wethouders, hoogleraren, beleidsmedewerkers en allerlei maatschappelijke organisaties. Zeker in het begin dacht ik regelmatig ‘waar ben ik in beland?’, schetst Teljeur eerlijk. Op woensdag 8 april werd de City Deal Impact Ondernemen feestelijk afgesloten tijdens het twaalfde Social Enterprise Overheidscongres in Nijmegen. De City Deal ging in 2021 van start. Na een jaar nam Edwin Teljeur het stokje over van Willemien Vreugdenhil als projectleider. Hij begeleidde de City Deal de resterende twee jaar van de eerste fase, én tijdens de verlenging van twee jaar.

Edwin Teljeur, op de rug gezien, tijdens de slotbijeenkomst van de City Deal Impact Ondernemen op het Sociaal Enterprise Overheidscongres in Nijmegen op 8 april, geflankeerd door het rode hart, een glansrol van City Deal-secretaris Roos Marinissen. Foto: Danny van der Sluijs.
“Het is goed dat de City Deal gestopt is”
“We hebben met de City Deal veel bereikt. Op het gebied van inkoop, onderwijs, de toegang tot kapitaal en de ‘impact dinsdag’. Tegelijkertijd ligt er nog heel veel werk. En tóch is het goed dat de City Deal gestopt is. Mijn beeld – en dit werd bevestigd in de circa 60 evaluatiegesprekken die ik voerde met partners – is dat het ecosysteem rond impact ondernemen steeds beter staat. En organisaties als Social Enterprise NL kunnen de verdere ontwikkeling prima dragen. Tegelijkertijd geloof ik ook dat de tijd rijp is voor een andere aanpak. Cruciaal voor het duurzamer en sociaal bewuster maken van het bedrijfsleven is namelijk dat we het reguliere MKB, de motor van de Nederlandse economie, meekrijgen. In de City Deal hebben we met fantastische partners samengewerkt die maatschappelijke waarde echt expliciet onderdeel hebben gemaakt van hun bedrijfsmodel. Er is een risico dat de impactgemeenschap een strikte – en daarmee waarschijnlijk ook kleine – club blijft als er allerlei strenge voorwaarden gekoppeld worden aan het label ‘impactondernemer’. Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat we véél grotere stappen kunnen zetten als MKB’ers en grote bedrijven aanpassingen doen – een onderdeel van de onderneming anders organiseren, de inkoopketen veranderen of kansen bieden aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Daar hoeven die bedrijven geen ‘sociale ondernemingen’ voor te worden. De relevante vraag is welke maatschappelijke waarde die veranderingen opleveren. “
Volgens Teljeur sluit dit ook beter aan bij maatschappelijke ontwikkelingen: “Bedrijven krijgen steeds meer vragen over hun keten, hoe ze omgaan met werknemers, het milieu en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Steeds vaker is de vraag niet alleen ‘wat kost het?’ maar ook ‘waar komt het vandaan?’, ‘onder welke omstandigheden wordt het geproduceerd?’ en ‘wat betekent deze keuze voor mens en milieu?’. En Europese regels rond rapportage en ESG-normen versterken dit verder. Tegelijkertijd kampt het MKB ook met uitdagingen als personeelskrapte en verzuim en technologische uitdagingen zoals AI. Om grote stappen te zetten in sociaal bewuster ondernemen, heb je het MKB nodig en dus moet je de problemen die MKB’ers tegenkomen als uitgangspunt nemen. En samen kijken hoe het realiseren van een duurzame of sociale verandering juist ook een vliegwiel kan zijn voor oplossingen voor die andere, zeer reële problemen van deze ondernemers.”
Een andere reden dat het goed is dat de City Deal gestopt is, is dat het tijdens de looptijd vaak lastig bleek om scherp te krijgen wat de deal concreet oplevert. Teljeur: “Veel resultaten ontstaan niet als direct product van de City Deal, maar doordat een partner iets mee terug neemt naar zijn eigen organisatie. Of doordat een gemeente zijn beleid verandert, of een kennisinstelling een lectoraat start. De causaliteit is niet altijd evident en juist bij de afronding die hoeveel stenen er daadwerkelijk zijn verlegd. Dit hebben we in ons eindverslag in kaart gebracht.” Binnenkort lees je het eindverslag op Agendastad.nl.

Edwin in conclaaf met dealmaker Moniek Peen (rechts), tekstschrijver en communicatieadviseur van de City Deal Jan Bockma (links) en City Deal-secretaris Roos Marinissen (uiterst links) tijdens een CoP-bijeenkomst in Utrecht in maart 2025. Foto: Paul Tolenaar.
Veel bereikt
Want dát er veel bereikt is met de City Deal Impact Ondernemen, dat staat voor Teljeur als een paal boven water: “In verschillende steden en regio’s is meer toegang tot kapitaal: in o.a. Groningen, Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Nijmegen en Haarlem/Kennemerland zijn lokale impactfondsen actief waarvoor gemeentelijk geld gecombineerd wordt met privaat kapitaal. Daarnaast hebben we beweging gecreëerd bij het landelijke adviesorgaan voor impact investeringen, waardoor ook grote instituties als pensioenfondsen meer doordrongen zijn van het belang van investeren in maatschappelijke impact. Waar ik ook heel blij mee ben is dat impact ondernemen veel beter verankerd is in het onderwijs. Zo is de Hogeschool van Amsterdam een lectoraat Impact Ondernemerschap gestart en heeft ook de Hanzehogeschool het stevig in het curriculum belegd. Het is belangrijk dat de mindset van impact ondernemen al in het onderwijs ontwikkeld wordt. En dat geldt niet alleen voor het hoger onderwijs – ook voor het MBO en zelfs het primaire onderwijs zijn programma’s en initiatieven ontwikkeld waarbij kinderen leren dat ondernemerschap om meer draait dan alleen geld verdienen. Daarnaast is er veel gebeurd rond inkoop en social return. Zo heeft de discussie hierover in de City Deal geleid tot Kamervragen en heeft de Universiteit Utrecht n.a.v. vragen vanuit SZW en EZK de kansen en belemmeringen bij inkopen bij impactondernemingen onderzocht. En zeker op lokaal niveau zie je dat maatschappelijk bewust inkopen steeds vaker in beleid landt. Zoals in Amsterdam, waar impactvol inkopen steeds meer de norm wordt.”
Teljeur ziet ook het Sociaal Innovatie Fonds en de Impact Dinsdag als waardevolle opbrengsten van de City Deal. “Het Sociaal Innovatiefonds van SZW stimuleert ondernemingen om sociaal innovatiever te gaan werken. Het fonds heeft inmiddels een paar miljoen budget en is belangrijk om wat ik al eerder schetste: investeer juist ook in reguliere bedrijven die maatschappelijke waarde onderdeel willen maken van hun bedrijfsvoering. Met de Impact Dinsdag hebben we rond de City Deal echt een infrastructuur gecreëerd. Deze maandelijkse laagdrempelige bijeenkomst waar ambtenaren, ondernemers en projecten hun verhaal konden delen, werd echt een begrip: een plek waar mensen inspiratie konden opdoen en concrete ervaringen konden uitwisselen. Ik vind het geweldig dat Platform31 en Social Enterprise NL de Impact Dinsdagen voortzetten. En dat niet alleen: er is zelfs aanvullend budget geregeld voor een leergang voor ambtenaren die met vijftien ambtenaren van start is gegaan. Die leergang is belangrijk. Zo ontstond in de City Deal een Community of Practice voor wat wij wel ‘de eenzame ambtenaar’ noemden. Omdat Impact Ondernemen bij gemeenten meestal niet aan één domein gekoppeld is – het raakt immers economie, het sociaal domein, inkoop, werk en inkomen, duurzaamheid en soms gebiedsontwikkeling – is er vaak één ambtenaar binnen een gemeente die probeert het onderwerp verder te brengen, maar de steun mist van collega’s die aan hetzelfde thema werken.”
Niet alles gelukt
Edwin is trots op de resultaten, maar erkent ook dat niet alles gelukt is. “De grootste teleurstelling voor mij was het afhaken van het ministerie van Economische Zaken. Bij de start waren er echt een paar goede, betrokken mensen aangehaakt. Maar gedurende de looptijd wisselde de bezetting en uiteindelijk was Economische Zaken niet echt meer betroken. Dat was des te pijnlijker omdat het thema uiteraard inhoudelijk echt thuishoort bij EZ. Ook EZ-onderdelen als RVO en de KVK konden daardoor niet echt meer doorpakken. Zo hadden we erg graag gezien dat impactondernemingen herkenbaarder in de SBI-classificatie, die bepaalt hoe bedrijven bij de KvK geregistreerd worden, konden worden opgenomen. Dat is niet gelukt, terwijl impact ondernemen in veel andere Europese landen wel al nadrukkelijker als aparte categorie gezien wordt. Wat overigens wel weer positief was, was dat het ministerie van Buitenlandse Zaken vervolgens onverwacht een belangrijke rol innam, vanuit de Sustainable Development Goals, de SDG’s. Dat heeft mede geleid tot een ander groot succes van de City Deal: de Impact Agenda 2030.”

De Impact Agenda 2030 wordt aangeboden aan Anna Pot (rechts). Foto: Danny van der Sluijs
Ook de bestuurlijke structuur van de City Deal zelf werkte niet optimaal. “Tijdens de verlenging van de deal hebben we geprobeerd om van de bestaande stuurgroep met wethouders en gedeputeerden een bestuurlijke kopgroep te maken. We merkten dat de stuurgroep onvoldoende beweging opleverde. We hoopten dat bestuurders in de kopgroep minder als formele vertegenwoordiger van hun organisatie zouden optreden en meer hun netwerk zouden gebruiken om doorbraken te realiseren. Dat was achteraf wellicht een naïeve verwachting. Want het bleef lastig om bijvoorbeeld social return tússen regio’s of gemeenten te harmoniseren. En dat was voor ondernemers heel waardevol geweest. Er was niet echt een directe prikkel voor individuele wethouders om zo’n bovenlokale harmonisatie te realiseren. Bovendien is het praktisch gezien heel ingewikkeld om zes wethouders regelmatig bij elkaar te krijgen. Mijn les zou dan ook zijn om veel meer in te zetten om een gemengde samenstelling van zo’n bestuurlijke of strategische groep: niet allen wethouders, maar ook bestuurders uit bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere opgaven met dezelfde systeemopgave.”
Edwin is overwegend positief over de samenwerking met Agenda Stad: “Als projectleider kreeg ik veel vrijheid van Agenda Stad om samen met het team te zoeken naar routes die niet vooraf volledig waren uitgeschreven. Die ruimte vond ik belangrijk. De introductie van de Impact Maak- en Meettool, die ons ook hielp reflecteren op waar we stonden, vond ik een waardevolle aanvulling. Een soort APK voor de City Deal. Net als de inzet van Ontwerpkracht overigens. Ik was niet bij voorbaat overtuigd, maar nadat we tijdens de CoP met ontwerpers aan de praat raakten met KO social design, hebben we samen met hen een ‘evaluatiekoffertje’ ontwikkeld, waar ik bij de afronding en borging van de deal veel aan heb gehad. Met de kennis van nu zou ik Ontwerpkracht veel eerder in de City Deal ingezet hebben en daar budget voor hebben gereserveerd.”

Farida Polsbroek. Foto: Paul Tolenaar
Net zoals wisselingen bij EZ roet in het eten gooiden, had ook de wisseling van dealmaker effect op de deal. “Ik heb zowel met Farida als Moniek heel goed samengewerkt, maar het waren heel verschillende mensen en dus was ook hun rol verschillend. Farida bracht veel bestuurlijke en departementale ervaring en statuur mee. Als zij aan tafel zat, maakte dat echt verschil. Dat was complementair, omdat ik weinig relaties had bij de overheid. Met Moniek heb ik heel erg prettig en ook inhoudelijk goed samengewerkt, maar de positie aan tafel was anders. De les, voor Agenda Stad wellicht, is dat je bij koppeling tussen projectleider en dealmaker nadrukkelijker kijkt naar complementariteit: wat brengt de projectleider mee en welke kwaliteiten zijn op dat moment aanvullend nodig? Soms heb je als ervaren projectleider niet per sé een dealmaker nodig die alle inhoud kent, maar juist iemand met toegang en gezag binnen het Rijk.” Ook zou Edwin in een volgende City Deal meer projectmatig willen werken en aan de voorkant duidelijker willen maken wat de City Deal van partners verwacht. “Zo zou je naast de dealtekst bijvoorbeeld ook van partners kunnen vragen zich te committeren aan het leveren van capaciteit of een financiële bijdrage, of deelname aan een aantal projecten. Er zijn namelijk best veel fondsen die maatschappelijke projecten financieren. En hoewel het niet om geld draait in City Deals, is het wel een ‘enabler’ die experimenten mogelijk maakt.”
Met al die geleerde lessen en het feit dat er nog veel werk ligt om impact ondernemen echt de norm te maken, doemt de vraag op: ligt er nog een City Deal in het verschiet voor Edwin? “Wie weet. Ik schetste al dat ik een cruciale rol zie voor het MKB, waar men ook met andere kansen en uitdagingen worstelt. Maatschappelijk bewuster ondernemen, als onderdeel van een weerbaar MKB – ik merk dat daar wel kansen liggen voor een City Deal. Dus dat gaan we de komende tijd verkennen.”