Eerste Open Huis-sessie: een snoepwinkel

Gemeenten en organisaties kunnen veel doen om mensen meer te laten lopen. Dat blijkt tijdens het eerste Open Huis City Deal Ruimte voor Lopen op 5 juli 2022. Bestuurders, specialisten en andere professionals reiken hun belangrijkste ‘tips en tools’ aan. Hella van der Wijst, journaliste en loop-enthousiast (KRO tv-programma De Wandeling) gaat met hen in gesprek. Online en in de zaal bij Beeld & Geluid in Den Haag maken volgers de interviews en presentaties mee.

Meer aandacht voor lopen is urgent, schetst Martine de Vaan, projectleider van de City Deal Ruimte voor Lopen: “Veel mensen lopen en genieten daarvan. Maar er valt heel wat te verbeteren, zeker voor iedereen die iets minder flexibel is dan de gemiddelde gezonde Nederlander. Een scheve stoeptegel weerhoudt mensen ervan om naar buiten te gaan”.

Frank Reniers, Programmamanager van Agenda Stad, legt uit hoe City Deals steden helpen versterken. Een voorbeeld is de afgeronde City Deal Klimaatadaptatie. Een geslaagde toekomstgerichte samenwerking tussen belangrijke partijen. Wat verwacht hij van deze Deal? “Ik vertrouw hier ook op zo`n succes. Een miljoen woningen bouwen kan alleen met meer lopen en dat is nog onvoldoende in het vizier bij gemeenten. Stap voor stap werken we daar nu aan”.

Frank Reniers, Hella van der Wijst en Martine de Vaan in gesprek (vlnr)

Troep van de stoep

Annemieke Molster, stedenbouwkundige en auteur van het boek ‘Loop!’, toont goede voorbeelden van herinrichting, zoals de Groene Loper in Breda. Maar regelmatig wordt bij projecten niet gedacht vanuit voetgangers zelf en hun looplijnen. Haar tips voor gemeenten? “Stel een doel, zoals bijvoorbeeld meer tevreden burgers. Zet daarna het voetgangersnetwerk op je netvlies. Wat heb je en wat wil je? Doe tellingen, gebruik kaarten. Kijk over plangrenzen heen, want te vaak stopt een route abrupt. Waarmee beginnen? Met troep van de stoep. Ruimte is er al en die hoef je alleen maar vrij te maken”.

Annemieke Molster

André de Wit, adviseur mobiliteit van de gemeente Rotterdam: “Bij ons gebruiken we meer de benenwagen dan in andere steden, ondanks de vele lege ruimtes en langere afstanden. Een gedreven wethouder in het vorige college, maar met steun van alle wethouders, heeft een aantal ingrepen in de binnenstad aangejaagd. Aantrekkelijke voetgangersgebieden zijn ontstaan zoals het Binnenrotteplein. Een prima plek als verbindingsroute en als verblijfsgebied. De nieuwe coalitie zet het beleid voort met veel aandacht voor toegankelijkheid en autoluwe gebieden”.

Lopen is leven

In haar gesproken column gaat Patty Muller uit van de belevingswereld van de voetganger. Zij is voorzitter van de Voetgangers Vereniging Nederland. Ruimte voor lopen is ruimte voor leven en zou in de dagelijkse praktijk centraal moeten staan: “Heel anders dan fietsen, waarbij je altijd een zekere oogklep op moet hebben. Fietsend kijk je nauwelijks links of rechts, daar kom je niet aan toe. Een kind van vier moet vooral lopen, spelen en onverhoedse, kriskras bewegingen kunnen maken: nodig voor de ontwikkeling van de hersenen”.

Productiever dankzij lopen

Femke Hulshof is projectleider bij ‘Werken in Beweging’, een samenwerkingsverband van Wandelnet en de Fietsersbond. Zij biedt faciliteiten en kant en klare tools voor bedrijven die medewerkers meer willen laten lopen. Soms is goede motivatie de invalshoek, soms financiële voordelen. Zo becijfert een rekentool productiviteitsstijging en afname van ziekteverzuim wanneer medewerkers, bijvoorbeeld, twee keer per week een uur lopend overleggen. “Beloon lopers op allerlei manieren”, adviseert zij. “Geef ze voorrang in de lunchrij. Zet in agenda`s een overleg buiten als standaard optie”.

Femke Hulshof en Govert de With

Medewerkers verleiden tot bewegen lukt, maar vereist regelmatig opnieuw aandacht. Dat is de ervaring van Marjan den Braber, directeur Marktgroep Water, Klimaat en Landschap bij Arcadis. Het bedrijf kent al jaren een vitaliteitsbeleid. “Regelmatig achter de computer vandaan komen als blijvende sociale norm, is een kwestie van herhaling. Stimuleringsprogramma`s hebben regelmatig een impuls nodig, globaal één keer per jaar schat ik. Wij kijken ook hoe je thuiswerkers in beweging krijgt. Met het sponsoren van sta-bureaus doen wij daarin een eerste stap”.

Hella van der Wijst vraagt aan Govert de With, beleidsadviseur verkeer en openbare ruimte van de gemeente Amsterdam, wat de stad doet om voetgangers te helpen, gegeven de schaarse ruimte: “Het is lastig kiezen, er zijn veel gevechten om de vierkante meter, of zelfs centimeter. Terrassen en groen kunnen ten koste gaan van loopruimte. Lopen wordt wel steeds meer gezien als onderdeel van het hele straatleven, zoals Patty Muller aangaf. Zo leveren lagere snelheden een meer leefbare stad op. Amsterdam wil in een jaar of wat in één keer de standaard van 50-kilometer snelheid omdraaien in 30 kilometer. Dat gebeurt voor een groot deel van de stad”.

Snoepwinkel

Burgemeester Simon de Boeck van het Vlaamse Gooik, tevens architect, vergelijkt drie grote steden die voetgangers meer ruimte geven. Barcelona bereikte aanvankelijk veel door abrupt een andere straatinrichting door te voeren en quasi autovrije zogenaamde superblokken te maken (‘tactical urbanism’). Na zo`n voldongen feit werd vervolgens de weerstand overwonnen. Later ging de stad meer inzetten op een mooi ontwerp en vroegtijdige, intensieve participatie.

Burgemeester Simon de Boeck van het Vlaamse Gooik, tevens architect, licht zijn onderzoek naar infrastructurele verbeteringen voor voetgangers in drie Europese hoofdsteden toe.

Een loopvriendelijker stad maken blijkt in Londen vooral een apolitiek onderwerp. Voor de verkiezingen liet negentig procent van de bevolking weten dit accent op parken en vergroening te ondersteunen. Alle kandidaat-burgemeesters namen deze keuze over.

In Parijs geldt sterke polarisatie, maar won een gemeentebestuur met een sterk voetgangersvriendelijk programma twee keer de verkiezingen. Bewoners hebben veel zeggenschap over projecten in hun directe woonomgeving. Parijs wordt zo wel minder coherent dan Barcelona, daar wordt meer van bovenaf op consistentie gestuurd.

Wat kunnen we leren? Martine de Vaan: “Deze ervaringen zijn bij elkaar een ware snoepwinkel waaruit je kunt kiezen voor je eigen methoden en financieringsstrategieën.  In deze City Deal werken we met veel partijen aan vernieuwing, maar we hebben meer gemeenten nodig die dezelfde druk gaan uitoefenen op deze verandering.

De komende tijd gaan we binnen de City Deal verder aan de slag met de ideale voetgangersstad. In september dragen we bij aan de Dag van de Stad, samen met de City deal Openbare Ruimte. En in oktober komt ons tweede Magazine uit rond het Nationaal Voetgangerscongres”.

Terugkijken

Nieuwsgierig geworden naar de volledige Open Huis-sessie? Die kun je gelukkig integraal terugkijken op ons Youtube-kanaal:

 

Lefgozers (M/V) treffen elkaar op het VNG Congres

‘Lefgozers gezocht voor een dealaanpak die nu beschikbaar is in alle gemeenten’. Die oproep deed Agenda Stad voorafgaand aan het VNG Jaarcongres. Zo’n 25 wethouders en burgemeesters reageerden en deden mee aan de sessie op 28 juni, waarin topsporter en olympisch kampioen Kiran Badloe zijn persoonlijke leer- en ontwikkelproces met hen deelt. Wat valt daar als bestuurder uit te leren?

Trainen, fouten maken, vallen, opstaan én beter worden. Daar draait het leven van een topsporter om. Professioneel windsurfer Kiran Badloe bereikte vorig jaar op de Olympische Spelen een hoogtepunt in zijn carrière met een gouden plak. Nu heeft hij zijn pijlen erop gericht om foiling, een nieuw soort windsurfen, tot olympische sport te maken. Op het VNG Jaarcongres deelt hij zijn ervaringen om de absolute top te bereiken. Hoe kunnen bestuurders die lessen gebruiken om dieper in te gaan op de samenwerking tussen gemeenten en het Rijk om tot vernieuwende aanpakken te komen, zoals in City Deals? Gemeenten staan namelijk voor een veelvoud aan complexe opgaven. Beschikbare generieke en gebiedsgerichte middelen zijn daarvoor vaak niet toereikend.

Bestuur is topsport

Henk-Jan Bierling van Agenda Stad opent de sessie en steekt de aanwezige wethouders en burgemeesters een hart onder de riem. “Als bestuurder ben je ook een topsporter.” Dat beaamt Badloe, die zijn verhaal begint met hoe hij in zijn jeugd opgroeide in Bonaire en daar het windsurfen ontdekte. Hij kwam erachter dat hij het best goed kon. Zo groeide een uit de hand gelopen hobby uit tot een levensbezigheid die hem uiteindelijk naar de wereldtop in de sport zou brengen. “De laatste jaren van mijn leven heb ik de mogelijkheid gekregen om de beste versie van mijzelf te laten zien op de momenten dat het moet. Olympisch goud is mijn highlight, maar zeker niet de laatste.”

Die gouden medaille had hij nooit kunnen halen zonder zijn beste vriend en medesurfer Dorian van Rijsselberghe, die tegelijkertijd zijn grootste concurrent was. Want er kon maar één van hen naar de Olympische Spelen. “Door samen te trainen konden we onze krachten bundelen en allebei een sterke groei doormaken. Door met je grote rivaal samen te werken moet je wel diep graven om een sessie te voltooien, zeker met iemand van zo’n zwaar kaliber.”

Natuurlijk was er ook een spanningsveld, vertelt Badloe. “Je wil samenwerken, maar bent deels ook concurrent. Wat we voor ogen hielden, is dat we een samenwerking aan gingen voor eigen belang. Ik moest steeds een stapje erbovenop doen. Zonder Dorian had ik niet zo snel dat niveau gehaald. Omdat je partner de kaarten open gooit, kom je zelf in zesde versnelling.”

Kaarten open op tafel

En daar ligt een gelijkenis met de City Deals, vult Bierling aan. “In de City Deals werken we samen met koplopers en departementen. Als je je kaarten niet open wilt leggen, kom je uiteindelijk in neerwaartse beweging.” Programmamanager Agenda Stad Frank Reniers legt de bestuurders kort uit hoe City Deals werken. “We krijgen bijvoorbeeld een vraag uit een gemeente. Die vraag ligt ergens bij het Rijk en tussen gemeenten in. Wij gaan dan alle deuren af om te kijken wie erover gaat. En vaak is dat nog niemand. Wij zoeken de samenwerking op, en brengen de betrokken partijen samen. Zo staan we dan met elkaar voor het vraagstuk, wat veel meer slagkracht geeft. Maar het werkt alleen als je wel de kaarten op tafel legt. En dat vinden mensen nog vaak lastig.”

Programmamanager Frank Reniers licht toe hoe City Deals werken tijdens het VNG Jaarcongres. Foto: Kick Smeets.

Chief Exploration Officer Suzanne Potjer van BZK verwijst naar de openingsspeech van Koningin Máxima diezelfde ochtend op het VNG Jaarcongres. “Ze zei dat we allemaal te veel het wiel aan het uitvinden zijn. Stap naar buiten toe. Door van elkaar te leren kun je winst maken. Er zit wel een kleine investering in vooraf, het loont niet direct. Dat is misschien wel lastig.”

In de surfsport zijn overigens meer variabelen, die bijdragen aan succes, dan alleen goed trainen en samenwerken. “Dat begrijpen mensen niet altijd”, aldus Badloe. “Als surfer heb je geen controle over een windvlaag of bepaalde golven. Dat moet je accepteren en er geen energie aan verspillen. Het was dus niet zo dat wij er van overtuigd waren dat ik wel ‘even’ de Olympische Spelen zou gaan winnen. Het is een sport waar van alles mis kan gaan. Ik moet ervan uitgaan dat als ik maar zo goed mogelijk presteer, we dan wel zien waar het schip strandt. Dat is hoe ik met de druk omging. Ik zou het accepteren als ik zesde zou eindigen als ik de beste week van mijn leven had gesurft.”

Foiling

Wat voor Badloe een enorme rol speelde, is zijn liefde voor de sport. “Als je iets leuk vindt zal dat meer effort opleveren. Als ik iets op 90 procent doe wat ik leuk vind, of iets dat ik minder leuk vind op 80 procent, kost dat eerste me veel minder energie.” Nu zet hij spannende stappen als lobbyist om de sport foiling, waarbij de surfplank door een foil boven het water zweeft, te promoten. Het is volgens Badloe een evolutie die eraan zat te komen. De RS:X-klasse, waarin hij naast goud in Tokio ook drie keer wereldkampioen werd, is namelijk verleden tijd. Bij de Spelen in Parijs worden alleen medailles verdeeld in de IQFoil-klasse. Om mee te doen op niveau in deze sport, kwam hij dan ook zeventien kilo aan in vier maanden tijd. “In deze nieuwe sport ga ik van favoriet naar middenveld. Het is een andere manier van varen. Ik moet accepteren dat ik nu nog heel veel kan en moet gaan leren.  Het is wel heel uitdagend.”

Wethouders en Burgemeesters luisteren naar ‘mede-topsporter’ Kiran Badloe tijdens het VNG Jaarcongres. Foto: Kick Smeets

Dat accepteren geldt ook bij City Deals, vult Reniers aan. “Je begint met elkaar aan een vraagstuk, maar je weet geen er pasklare oplossing voor is. Is dat erg? Je moet beginnen zonder dat je een blauwdruk hebt. Je moet lef hebben, maar je moet elkaar ook iets gunnen. Daarom hebben we de oproep gedaan voor lefgozers. Op ieder terrein heb je een trekker nodig, maar je moet als collectief eraan trekken. Dat betekent dat je ook moet gunnen dat er een andere burgemeester op het podium staat.

Een van de lefgozers in de zaal is net zes dagen begonnen als wethouder. “Het is net als de  coalitieonderhandelingen in Nijmegen”, vertelt hij. “Daar was ook lef voor nodig. Na jaren oppositie moeten we ineens samenwerken met GroenLinks. Daarvoor krijg je bakken ellende over je heen, maar we zijn doorgegaan.” Misschien moet je met zijn allen de basisregel van Friso de Zeeuw volgens, stelt iemand anders. “Leg je belangen op tafel. Je mag van iedereen aan tafel de vraag verwachten ‘wat kan ik voor je betekenen?’ Daarvoor is wel vertrouwen van elkaar nodig. Dat is lef. Durf je de eerste afslag te nemen, durf je gemeenschappelijk belang te dienen?” “Je bent bezig niet alleen vanuit eigenbelang, maar ook vanuit liefde voor wat je doet. Het grotere doel waar je aan werkt”, vult Potjer aan.

Breaking news: de Town Deals gaan van start

Na het sportdeel is het woord aan Dealmaker Steven Kroesbergen van Agenda Stad, die groot nieuws aankondigde. Na het succes van de City Deals, uitgeroepen tot de beste overheidsinnovatie van het jaar 2021, is er nu een nieuw instrument om tot integrale oplossingen voor complexe stedelijke opgaven te formuleren, speciaal voor kleine en middelgrote gemeenten: de Town Deals.

De werkwijze van de City Deals – vanuit een gedeelde opgave op gelijkwaardig niveau samenwerken tussen overheden en private instellingen – is natuurlijk ook waardevol voor middelgrote en kleinere gemeenten, stelt Kroesbergen. De samenwerking biedt immers schaalvoordelen, toegang tot relevante kennis en een ‘stoel aan tafel’ bij de departementen. Daarom verzochten kleinere gemeenten, via de koepels M50, K80 en P10, Agenda Stad om de aanpak ook voor hen beschikbaar te maken.

Dealmaker Agenda Stad Steven Kroesbergen vertelt over het nieuwe instrument Town Deals en de Town Deal Sterke Streken tijdens het VNG Jaarcongres. Foto: Kick Smeets

Het past volgens Kroesbergen bij de veranderende overheid. “Voorheen ging je over een onderwerp of niet. We werkten verkokerd. De laatste jaren zie je dat overheden steeds meer gebiedsgericht zijn gaan werken, zoals bij het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), de Woondeals en de Regiodeals. “Zo dringen de problemen en kansen in de stad door tot de ministeries. Het gaat niet om het geld dat je geeft, maar om naast gemeenten gaan staan. Wat kun je daarnaast leren van het buitenland of van andere experts? Het gaat om het thema waar je aan werkt.”

Sterke Streken

Kroesbergen vertelt meer over de start van een Town Deal. “We beginnen met een coalitie van koplopers. Dat is vrijwillig. We zoeken mensen met ambitie, lefgozers. We willen niet alleen praten, maar werken aan projecten. Experimenteren staat centraal, net als lerend werken, learning by doing in gelijkwaardigheid. De opgave is leidend. Of het nu gaat om cybercrime of de gezonde voedselomgeving. Het begon te wringen dat we voornamelijk met grote steden werkten, terwijl kleinere steden ons ook benaderden om met het Rijk samen te werken. Daarom hebben we de Town Deal-systematiek bedacht. We hebben met kleine en middelgrote gemeenten gespard, zoals Hoogland, Goes, Noordoost Friesland. Welk thema is bij het meest urgent? Er kwamen thema’s naar boven zoals aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat, doorstroming op de woningmarkt, slimme voorzieningen en economie.” Kroesbergen nodigt tenslotte de aanwezige bestuurders om de handschoen op te pakken om hier onderdeel van te zijn en te werken aan de gemeente van morgen.

De eerste Town Deal is al in voorbereiding en wordt naar verwachting in het najaar ondertekend. De deal richt zich op het op gang brengen van innovaties die de woningmarkt laten stromen, lokale voorzieningen slimmer maken en economisch zelfbewustzijn vergroten. Er worden nu nog partners voor geworven. De bedoeling is dat deze Town Deal ‘Sterke Streken’ in oktober van start gaat.

Chief Exploration Officer Suzanne Potjer vertelt over de kunst van het Deal maken en zet de deelnemers aan het denken en aan het werk tijdens het VNG Jaarcongres. Foto: Kick Smeets.

In de deelsessie over Town Deals die volgde, reageerde bestuurders enthousiast. Zo is er onder meer interesse vanuit Zutphen, Peel en Maas en Drechterland. In een andere deelsessie gaf CXO Suzanne Potjer een workshop over de kunst van het Deal maken, waarin de bestuurders zelf actief aan de slag mochten.

Zie ook

Presentatie Steven Kroesbergen over Town Deals en de Town Deal Sterke Streken

‘De Kunst van en-en. Onderzoek naar de onbewuste kennis van makers van City Deals’ van Suzanne Potjer

Dit zijn de slimste steden van Nederland – BNR Eyeopeners

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

Op 2 juni waren Jan-Willem Wesselink(programmamanager van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ en de City Deal ‘Slim Maatwerk’), Wim Willems (wethouder mobiliteit, innovatie en toerisme bij de gemeente Apeldoorn) en Robin Schapink, manager smartcity-iot.nl bij IT-bedrijf Flexyz te gast bij BNR Eyeopeners om te vertellen over de voordelen en nadelen van slimme steden.

Onder leiding van presentator Meindert Schut vertelden zij wat een stad allemaal moet hebben om als ‘smart city’ bestempeld te worden. Een wethouder voor digitalisering is pas recent onderwerp van gesprek, maar de stad kan een hoop baat hebben bij meer kennis over omgevingsdata. Welke ontwikkelingen zijn er gaande?

Luister hier de uitzending terug

 

 

Een goede grenswerker zoekt en benut de spanning

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken
Presentatie Zoek de Grens op. Martine de Jong, leermiddag Opschaling nr 2: Grenswerken op 14 april 2022

Op donderdag 14 april vond de tweede van vier leermiddagen plaats over opschaling voor de City Deal Kennis Maken. Het onderwerp Grenswerken stond centraal. Onderzoeker Martine de Jong van TwynstraGudde, die werkt aan een proefschrift over Grenswerken aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, deelde haar inzichten over Grenswerken.

Lector Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken en directeur van het Centre of Expertise Urban Governance en Social Innovation aan de Hogeschool van Amsterdam Stan Majoor, reflecteerde vervolgens vanuit zijn praktijkervaring op de gedeelde inzichten. Nadat de kwartiermakers en kennismakelaars uit de City Deal in break-outsessies hun ervaringen als grenswerker deelden, werd de online leermiddag plenair afgesloten door de randvoorwaarden voor opgavegerichte samenwerking binnen én tussen organisaties te bespreken. Lees hieronder het uitgebreide verslag.

Sociale verandering

Nadat projectleider Rowinda Appelman de aanwezigen welkom heet, introduceren hosts Joshua Cohen en Suzanne Potjer hoofdgast Martine de Jong. Opschaling is een complexe opgave die vraagt om een sociale verandering. Want samenwerking over organisatiegrenzen heen gaat niet vanzelf. Wat is er nodig om verbinding te creëren tussen kennisinstellingen, gemeenten en andere partijen die samenwerken in projecten binnen de City Deal? En is het creëren van verbinding binnen de eigen organisatie – een opgave op zich – wellicht een voorwaarde om die bredere verbinding te bewerkstelligen?

Martine de Jong neemt ons mee in haar eigen loopbaan die haar bracht in haar huidige ‘dubbelrol’ als adviseur bij Twynstra Gudde én buitenpromovenda bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Door haar huidige combi-functie voelt ze zich verbonden met de grenswerkers in de City Deal, die ook op de grensvlakken van organisaties en opgaven opereren.

Uit De Jongs onderzoek blijkt: hoe meer partijen van elkaar verschillen, hoe groter de meerwaarde van de samenwerking. Maar ook: hoe complexer. “Dat komt doordat de ‘logica’s’ van organisaties onderling sterk verschillen.” Daarom is het belangrijk om je voorafgaand aan de samenwerking al in elkaars logica te verdiepen. “Hoe meer mensen vooraf de tijd nemen om elkaar te leren kennen, hoe soepeler de samenwerking later is”, aldus De Jong.

De Jong onderscheidt drie niveaus die de samenwerking complex maken: het intra-organisatorische (tussen teams in een organisatie), het inter-organisatorische niveau (tussen organisaties) en het supra-organisatorische niveau (tussen coalities). Ze is benieuwd op welk niveau de aanwezigen de grootste uitdaging ervaren. Volgens De Jong roepen systemen vaak ‘absolute reacties op’: je keert je ervan af of je gaat er helemaal in mee. Dat maakt het verbinden van verschillende systemen een flinke opgave voor de kenniswerker, die immers ‘binnen’ – in de eigen organisatie – én in de coalitie sterk moet staan.

Naast de formelere samenwerking op het intra- en inter-organisatorische niveau, vindt er in samenwerkingsverbanden ook op supra-organisatorisch niveau samenwerking plaats. “Veel labs en experimenten ontstaan door deze informelere manieren van samenwerken. Maar wanneer je deze projecten wilt opschalen, zijn de formelere niveaus van samenwerking cruciaal om de opgedane lessen te kunnen laten landen.” Verbinding op zowel het intra-, inter- als supraniveau is nodig om effectief te kunnen zijn.

Martine de Jong merkt dat er een ‘wildgroei’ is aan termen rond grenswerken, doordat het een ‘vrije functie’ is. Ze is benieuwd of de deelnemers de rol van grenswerker als een tijdelijke zien, of als een ‘permanente brugfunctie’. Want: “De interne logica dwingt je steeds weer naar binnen, dus wellicht heb je altijd een spiegel nodig die de buitenwereld blijft betrekken.” Ze benoemt dat grenswerken ‘in je eentje’ bovendien eenzaam kan voelen. Dit wordt door verschillende deelnemers herkend.

Spanning

Vervolgens schetst De Jong het belang van spanning. “Er zijn veel spanningsvelden, dat ligt niet aan jou als grenswerker, maar aan de positie die je hebt. Het maakt organisaties ook veranderlijker als er spanningen zijn.” Ze benadrukt dat het juist bij complexere opgaven belangrijk is die spanning op te zoeken. “Hoe eerder je het ongemak opzoekt en bespreekt, hoe soepeler het vervolg wordt.” Dat begint met de spanning voelen en herkennen. Je kunt het herkennen aan je eigen onrust of aan taalgebruik, bijvoorbeeld als je partners vaak dingen hoort zeggen als ‘enerzijds…anderzijds’ of ‘eigenlijk…’.  “Maar als je de spanning oplost, ben je vaak de meerwaarde kwijt. Dus je wilt hem eigenlijk ook behouden.”

Na het herkennen van de spanning is het zaak om deze te benoemen: durf kleur te bekennen en je grenzen te markeren. Vervolgens kun je proberen de grenzen te overbruggen, door te benoemen wat het gesprek erover met je doet. “De worsteling verbindt meer dan de oplossing”, aldus De Jong. “Het leidt tot meer gedeeld eigenschap.” Maar dit vraagt wel om het vermogen je kwetsbaar op te stellen, en dus om zelfvertrouwen. Door het spanningsveld te benoemen, kun je er ook later weer bij terugkeren.” En als extra stap om de spanning te hanteren, kun je ook nog ‘sturen en tegensturen’. Het stellen van kaders kan ongemakkelijk voelen, maar vaak bevordert het juist creativiteit, omdat de afwezigheid van kaders als ‘leegte’ gezien kan worden.

De Jong raadt in deze processen aan om extremen te vermijden.  Een stevige actie roept immers altijd een tegenreactie op. “In onze opgaven moet je blijven laveren. Het is sturen en tegensturen, altijd een beetje uit balans zijn om in beweging te blijven en niet in extremen te vervallen.”

Tweebenigheid

Dat brengt De Jong bij ‘tweebenigheid’: buiten en binnen opereren en beide hersenhelften gebruiken. “Vaak zijn het organisatorische deel en het vrijere deel nog twee gescheiden werelden en dat beperkt het leervermogen.” Om die ‘tweebenigheid’, zowel je analytische als creatieve been, te trainen, kun je verschillende dingen doen. En het verduren van ongemak is daar inherent aan, aldus De Jong, die verwijst naar de suggesties die Cohen en Potjer in de 8-pager hebben opgenomen die de deelnemers hebben ontvangen.

Hiermee rondt De Jong haar verhaal af en geeft Cohen het woord aan Stan Majoor, een goede bekende van de City Deal Kennis Maken met een ruime ervaring in zowel onderwijs als onderzoek en bestuur. “Ik denk niet als ik opsta: ik ben grenswerker. Dus nuttig als iemand dit onderzoekt en er concepten voor ontwikkelt. Dat helpt je bij dingen die je normaalgesproken intuïtief doet.” Majoor schetst dat kennisinstellingen vaak gericht zijn op grootschaligheid en efficiency, terwijl we het vandaag meer hebben over exploratie. “Dat aspect moet vaak opboksen tegen de olietanker van de corebusiness van een kennisinstelling en dat blijft lastig.”

Grenswerker-teams

Volgens Majoor dreigen grenswerkers als ‘super human being’ gezien te worden, maar zo ziet hij zichzelf helemaal niet. Hij beschouwt zichzelf als iemand die aardig is, maar bijvoorbeeld niet per sé heel zakelijk. “Misschien heb je dus niet zozeer één grenswerker nodig, maar grenswerker-teams.” Verder schetst hij dat het een zoektocht is om uit te vinden in welke gremia’s grenswerkers werken. “Want die gremia’s zijn niet gegeven – die ben je zelf aan het maken en dat is een kunst op zich.”

De Jong refereerde in haar lezing ook aan het belang van gemeenschappelijke en inspirerende taal. Majoor onderschrijft wat Martine de Jong in haar verhaal al opmerkte: dat gemeenschappelijke en inspirerende taal belangrijk is. Bovendien meent hij dat het belangrijk is om je als grenswerker bewust te zijn van je eigen vooroordelen. En om die van anderen te ontrafelen.

Tot slot geeft Majoor mee dat de grootstedelijke vraagstukken waar we aan werken, zich afspelen op het snijvlak van historisch gescheiden thema’s als sociaal, ruimtelijk et cetera. Ook binnen kennisinstellingen zijn dit vaak letterlijk gescheiden werelden, in verschillende faculteiten en gebouwen. “Als je tegen de gemeente zegt: we willen je helpen om de complexe opgaven op te lossen, dan heb je vaak binnen je eigen kennisinstelling eerst nog veel huiswerk te doen.”

Martine de Jong herkent zich in de reflectie en geeft aan dat het moeilijk is om de grenswerker te typeren, ook omdat diens resultaat vaak ‘zacht’ is en moeilijk SMART te maken is. Daarom is het belangrijk om collega’s mee te nemen in het grenswerk, mee naar buiten te nemen en hen te leren om verhalen te vertellen.

Het is tijd voor vragen uit de chat. Iemand vraagt zich af of grenswerkers ook nodig zijn voor de samenwerking an sich. Majoor interpreteert dit als een ‘intermedair tussen organisaties’, maar de vraag is dan wie die intermediair betaalt. De Jong legt uit dat zo’n rol ook meervoudig gefinancierd kan worden vanuit een ‘potje’ waar meerdere organisaties aan bijdragen, of door een organisatie die iemand beschikbaar stelt die geen interne verantwoording hoeft af te leggen. Anderen vertellen in de chat hier goede ervaringen mee te hebben. Al ging dat niet vanzelf. Zo wordt er verzucht dat ‘vergevingsgezindheid ook een belangrijke kwaliteit is voor een grenswerker’.

Majoor geeft grenswerkers nog twee tips om met spanning om te gaan, vanuit zijn eigen perspectief: “Het helpt als je als persoon ontspannen bent en goed kunt relativeren. Daarnaast vind ik het fijn om veel op papier te zetten. Dat is ook een goede oefening in de juiste woorden kiezen.”

Break-out sessies

Vervolgens bespreken de deelnemers in break-out groepjes voorbeelden van spanningen die zij in de samenwerking met andere organisaties of in hun eigen organisatie ervaren hebben. In een van de groepen wordt gesproken over impactmissies, die doorgaans vooral vanuit het perspectief van de penvoerder wordt opgezet, terwijl het verhelderend kan zijn om open kaart te spelen en van andere organisaties te horen waarom het voor hen interessant is om deel te nemen aan de samenwerking. Anderen herkennen dat mensen vaak nog vanuit hun eigen organisatiedoelstellingen meewerken. Maar de veelzijdigheid van invalshoeken en talenten zorgt juist ook voor meer expertise.

In de groepen is veel herkenning van wat Martine de Jong en Stan Majoor vertelden. Zo wordt ook herkend dat spanningen vaak na een vruchtbare plan-fase terugkeren bij de uitvoering. Omdat mensen dan zien dat er extra werk van hen verwacht wordt. De Jongs suggestie om bij spanningen het gesprek open te gooien en de spanning te benoemen, vinden veel deelnemers inspirerend.

Terug in de plenaire bijeenkomst herhaalt Martine de Jong dat de rol van grenswerker soms eenzaam kan voelen, maar dat je anderen kunt meenemen en trainen zodat ze meedoen. Al vraagt het overbrengen van die grenswerkervaardigheiden op anderen, weer heel andere kwaliteiten dan je zelf als grenswerker, vaak intuïtief, in je werk benut.

Er wordt naar aanleiding van een vraag in de chat nog gesproken over het ontwikkelen van lijnorganisaties tot netwerkorganisaties Sommige deelnemers hebben ervaren dat je eerst een platform binnen je organisatie moet creëren om alle interne netwerken te verbinden, voordat je effectief deel kunt nemen aan een extern platform.

Gestructureerd maatje

De Jong constateert dat het populair is om een netwerkorganisatie te zijn, maar ze benadrukt dat ook de bureaucratie een functie heeft. Een deelnemer aan de sessie merkt bijvoorbeeld dat ze vaak achter de feiten aanloopt, omdat partners in de alliantie meer tijd hebben om aan het gezamenlijke project te werken. Zij zou er erg bij geholpen zijn als er meer op papier zou staan, maar ze merkt dat dit niet ‘de cultuur is’. De Jong: “In de chat werd opgemerkt: ‘ik gun elke grenswerken een gestructureerd maatje’. Dat kan een enorme meerwaarde zijn. Het is een misvatting dat je in grenswerken geen zakelijke of gestructureerde kant nodig hebt. Maar het ‘type mens’ van de grenswerker is daar vaak niet zo van’.

Eén van de deelnemers oppert dat het om kunnen gaan met spanningen wellicht een vaardigheid is die je samen moet ontwikkelen. En dat onze ‘polder-mentaliteit’ ons daar wellicht bij in de weg zit. De Jong herkent dit: “Nederlanders zijn erg harmonieus – het poldermodel zit in onze genen. We richten ons op overeenkomsten, terwijl we verschillen kunnen benutten en erover in gesprek kunnen gaan. Het gaat meer over het begrijpen van elkaars waarden dan standpunten.”

Iemand anders meent dat je als grenswerker meer overziet dan collega’s, waardoor je een ‘meta-positie’ hebt. Dat vraagt om een andere manier van communiceren en de vraag is of daar passende communicatiestijlen voor bestaan. De Jong ziet een parallel met reizen: “Als je op reis geweest bent, kijk je anders naar je eigen land. Maar je collega’s hebben niet dezelfde reizen gemaakt als jij.” Ze heeft vijf samenwerkingsstijlen ontwikkeld die kunnen hulpen en zal deze verspreiden onder de deelnemers.

Biografie

De Jong hoort deelnemers zeggen dat je al gauw in een grenswerkerpositie terecht komt wanneer je andere perspectieven ziet. Ze heeft het idee dat grenswerken daarmee al erg in de ‘biografie’ van grenswerkers zit en wil dit graag nader onderzoeken. Als laatste tip geeft ze mee: sta stil bij waar jíj aan bijdraagt, en tussen welke grenzen je werkt? Een grenswerker riskeert niet zo snel een bore-out, maar wel een burn-out, dus ze gunt hen allemaal ook af en toe een moment rust.

Joshua Cohen vertelt dat in de derde leermiddag de vraag ‘hoe kun je opschaling organisatorisch verankeren?’ centraal zal staan. Die leermiddag zal deel uitmaken van de landelijke CDKM-dag in Breda en hij hoopt alle deelnemers daar weer te zien. Suzanne Potjer geeft tot slot nog een gedachte mee: “We zijn bezig met vernieuwende initiatieven en willen dat die duurzaam kunnen bestaan. Door te institutionaliseren willen we die vernieuwing onderdeel maken van het reguliere proces. De vraag eerder vandaag naar structurele grenswerkers triggerde mij: de organisatie moet ook mee veranderen.”

Rowinda en Joshua danken de aanwezigen voor hun deelname en Martine de Jong voor het delen van haar inzichten.

Lees verder

  • De 8-pager over Grenswerken voor deze tweede leermiddag, door Joshua en Suzanne
  • Het hoofdstuk Tweebenig spelen uit:  Tweebenig samen werken. De Jong, M. Bakker, H en Robeerst, F (TwynstraGudde en Vakmedianet, 2018)
  • Het artikel over vijf signaturen voor samenwerking, genoemd door Martine tijdens de leermiddag:  Inzicht in de handtekening van grenswerkers tussen organisaties. De Jong, M in SOMSAMMAG (TwynstraGudde, 2014)
  • De presentatie die Martine op 14 april verzorgde tijdens deze leermiddag
  • Handig: dit verslag in pdf-vorm.

BINT

Bekijk ook eens de website van Bint: deverbindingsdienst.nl, het netwerk voor en door grenswerkers. Je vindt er tips en inspiratie en kunt deelnemen aan evenementen zoals de BINT festiverentie op 21 en 22 juni.

Resultaten van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

In de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ hebben de partners in werkgroepen instrumenten ontwikkeld die focussen op de hoe-vraag en voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Door het veranderen van processen, maken we optimaal gebruik van de mogelijkheden die digitalisering en technologisering biedt voor onze regio’s, steden en dorpen. Hieronder een overzicht van enkele instrumenten.

In de Toolbox ‘Slimme stad’ verzamelen we alle instrumenten die zijn ontwikkeld in de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’. Die delen we in volgens de categorieën van de G40. Al bestaande instrumenten die door derden zijn ontwikkeld verzamelen we ook in de instrumentenkoffer. Zo voorkomen we dat we dubbel werk doen. Dit is de Toolbox.
Al bestaande instrumenten kun je hier aanmelden.

Modelverordening smartcitytoepassingen
Probleem: Steeds meer steden en gemeenten willen smart worden, maar weten niet hoe ze hun smartcitytoepassingen moeten, en mógen vergunnen.
Oplossing: Ondanks dat er op dit onderwerp nog geen hogere regelgeving is, kunnen gemeenten wel regels opstellen voor deze slimme technologie in hun gemeente. Advocaat Anita Nijboer schreef eerder de ‘Modelverordening voor smartcitytoepassingen in de openbare ruimte’. Met deze standaardverordening voor smartcitybeleid kunnen gemeenten zien wat ze zelf kunnen regelen en wat niet. Binnen de City Deal is de verordening getoetst bij gemeenten en doorontwikkeld. Medio november 2022 is de vernieuwde versie van de modelverordening beschikbaar. Bekijk hier de eerste versie van de modelverordening.

Afwegingskader Sensordata en Privacy
Probleem: Hoe borg je als gemeente privacy en het naleven van de AVG bij de inzet van sensoren in de openbare ruimte?  
Oplossing: Om gemeenten handvatten te geven is het ‘Afwegingskader sensordata en privacy’ ontwikkeld. Dit is een instrument voor iedereen die te maken heeft met het plaatsen van sensoren en de data die worden verzameld in de openbare ruimte, voor zowel beleid als uitvoering. Het geeft handvatten om in de organisatie het gesprek aan te gaan bij de te maken keuzes op het vlak van techniek, gebruik en eigenaarschap. Ook biedt het een leidraad om te komen tot een plan van aanpak waarin genoemde aspecten aan de orde komen. Met het afwegingskader kunnen gemeenten meer bewust een smartcitybeleid maken voor het plaatsen en aanbesteden van sensoren. Bekijk hier het Afwegingskader sensordata en privacy.

Drukte monitoren en voorspellen
Probleem: Drukte en onvoorspelbare groepen mensen zorgen in een stad of gebied steeds vaker voor vervelende, ongewenste en zelfs levensgevaarlijke situaties. Gemeente en politie kunnen daar nu vooral achteraf op reageren.
Oplossing: Om meer inzicht te krijgen in drukte is de Crowd Safety Manager ontwikkeld, een digitale weergave van de stad waarmee politie en overheden drukte kunnen monitoren en uiteindelijk ook kunnen voorspellen. Deze zomer is het systeem getest op Scheveningen in samenwerking met de Nationale Politie en de gemeente Den Haag. Ze onderzoeken hoe digitale technologie en data kunnen worden gebruikt om voordat drukte ontstaat en tijdens drukte passende maatregelen te kunnen nemen. Dat doet het dashboard door een aantal anonieme databronnen met elkaar te combineren. Bekijk hier meer informatie over de Crowd Safety Manager.

Op weg naar een veilige stadPrioritering nood- en hulpdiensten bij verkeerslichten
Probleem: Elk jaar vinden in Nederland 270 ongelukken plaats als gevolg van een hulpvoertuig van politie, brandweer of ambulance dat met zwaailichten en sirene door rood rijdt. Dat leidt tot leed bij dat ongeluk, maar ook bij het incident waar de hulpverlener naartoe onderweg was.
Oplossing: Dat kan slimmer, bijvoorbeeld door het stoplicht op groen te zetten als er een hulpvoertuig aan komt of door via autonavigatiesystemen te communiceren met andere weggebruikers. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft samen met partners een platform ontwikkeld waarop je kunt zien welke steden al werken met intelligente verkeerslichten (iVRI’s) en een stappenplan hoe je deze implementeert in je eigen gemeente. Elk hulpdienstvoertuig dat in het platform is opgenomen en met spoed onderweg is, zal binnenkort zichtbaar zijn bij automobilisten die gebruikmaken van apps of navigatiesystemen. Bekijk hier het stappenplan.

Slimme stad, slimmer samenwerken
Probleem: Samenwerken aan een smart city ofwel slimme stad. Dat is leuk, inspirerend, maar ook lastig. Lastig, omdat samenwerkingspartners niet altijd hetzelfde denken over begrippen en wat er nodig is om tot het gezamenlijke doel te komen.
Oplossing: Binnen de City Deal is het ‘Bewustwordingsmodel Smart City’ ontwikkeld. Het laat in vijf levels zien in welke mate een organisatie of bedrijf slim is. Het doel hiervan is om te bepalen of opdrachtgever en opdrachtnemer dezelfde taal spreken. Per stap is aangegeven hoe het level bepaalt hoe men omgaat met samenwerkingsvormen, businesscases, organisatie, data en technologie. Het model zorgt ervoor dat alle partners binnen een samenwerking dezelfde betekenis van begrippen hanteren, wat moet leiden tot betere resultaten.

De Slimme Initiatieventoets
Probleem: Stel, je hebt een initiatief wat gaat plaatsvinden in de buitenruimte, hoe mooi zou het zijn als je dan ‘als vanzelf’ allerlei informatie krijgt aangereikt over de omgeving. En niet zelf hoeft te bedenken waar je allemaal rekening mee moet houden, zonder dat je alle vakkennis in huis hebt.
Oplossing: In de City Deal is een framework van de Slimme Initiatieventoets (SIT) ontwikkeld. Het voorstel verkend hoe we data en technologie kunnen inzetten om initiatiefnemers (bewoners en bedrijven) optimaal gebruik te laten maken van de mogelijkheden die er zijn voor initiatieven in de fysieke ruimte/leefomgeving. Het idee van de SIT is dat ongevraagd voor de vraag en specifieke tijd of context, de relevante data vanzelf naar voren komt. Zonder dat de gebruiker deze relevantie of zelfs het bestaan van de data zelf vooraf kende. Alle benodigde informatie worden actief in een informatiesysteem op het moment dat de gebruiker een locatie confronteert met een plan. Op basis van het framework kan er een prototype van de SIT worden ontwikkeld.  

Kookboek effectieve datastrategie
Probleem: Er is zoveel data beschikbaar en tegelijk: waar begin je als gemeente? En hoe kun je data het beste gebruiken in Omgevingsbeleid?
Oplossing: Om gemeenten op weg te helpen is het ‘Kookboek effectieve datastrategie’ ontwikkeld voor professionals bij gemeenten die wel met data willen werken, maar geen gisspecialist zijn. Zoals elk kookboek, is ook dit datakookboek slechts een greep aan alles wat er mogelijk is op datagebied. De basisprincipes voor datagedreven werken worden uiteengezet en een uitgelegd met goede voorbeelden.  

Deze pagina wordt in de komende weken aangevuld met meer tools waar nog aan wordt gewerkt.

En de City Deal heeft naast concrete instrumenten nog meer opgeleverd:

  • City Deal ‘Slim Maatwerk’ – In de City Deal ‘Slim Maatwerk’ kijken we hoe we digitalisering en technologisering kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat inwoners langer in de gewenste thuissituatie kunnen blijven wonen. Dit doen we met de kennis en resultaten van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’.
  • We zijn blij dat de Europese Commissie onze aanvraag in het kader van het ‘Technical Support Instrument (TSI)’ heeft goedgekeurd.  Binnen de aanvraag is het betrekken van burgers bij burgermeetinitiatieven benoemd; het mogelijk maken dat uitkomsten van deze initiatieven vergeleken kunnen worden en het voorkomen dat groepen worden uitgesloten. Deze opdracht wordt uitgevoerd door Eurocities, waarmee de City Deal werkgroepen een Europees spiegelproject krijgen. Ook wordt een kenniscentrum opgezet waarmee deze en andere smart-city-tools op een actieve manier kunnen worden gedeeld met de rest van de wereld. Eurocities heeft hiertoe het project CitiMeasure opgezet.
  • Bij het Innovatiebudget Digitale Overheid is succesvol een subsidie aangevraagd van € 711.775,00 door partners van de City Deal ‘Een Slimme Stad, zo doe je dat’ (Argaleo, ELBA\REC, Future City Foundation, Gemeente Den Haag, Nationale Politie. WE-CPV) in samenwerking met TNO, TU Delft en Q-TC. De aanvraag is een direct vervolg op de werkgroep ‘Crowd Safety Manager’ in de City Deal.
  • We zijn ook heel blij met het Europese project Smart City Monitor. Binnen dit project werken City Deal partners gemeente ’s-Hertogenbosch en gemeente Breda) en Argaleo samen met kennisinstellingen (Breda University of Applied Sciences, Jheroniumus Academy of Data Science) en het bedrijf Geodan samen. Het project heeft als doel: de binnensteden van ’s-Hertogenbosch en Breda aantrekkelijker, beter bereikbaar, gezonder, vitaler en duurzamer maken, door innovatieve en effectieve producten en diensten op basis van real-time en lange termijn inzicht in bezoekers- en mobiliteitsstromen uit data over de openbare ruimte.

Mediapakket City Deal ‘Slim Maatwerk’

Dit gaat over de City Deal Slim Maatwerk

We zijn heel blij met u als partner van de City Deal ‘Slim Maatwerk’. In de bijlage vindt u het mediapakket van de City Deal ‘Slim Maatwerk’. Hierin vindt u handvatten voor de communicatie rondom deze City Deal.

 

Deze bijlage vindt u hier: Mediakit

 

Organisatie City Deal Slim Maatwerk

Dit gaat over de City Deal Slim Maatwerk

De organisatie van deze City Deal wordt als volgt ingericht:

Projectorganisatie – De City Deal wordt aangestuurd en georganiseerd door een projectorganisatie die tenminste bestaat uit een projectmanager en projectsecretaris. De projectmanager is aangesteld door Agenda Stad en de initiërende Partijen in de voorfase van de City Deal. De projectorganisatie is verantwoordelijk voor het goed verlopen van de City Deal.

Bestuurdersnetwerk – Een keer per jaar wordt een bijeenkomst georganiseerd voor alle bestuurders die de City Deal hebben getekend (of hun opvolgers). Hierin wordt de voortgang gepresenteerd en vervolgstappen voorgesteld binnen en na de looptijd van de City Deal. Deze bijeenkomst vindt jaarlijks plaats in de eerste week van december.

Stuurgroep – Deze bestaat uit bestuurders en/of directeuren van de Partijen. De projectmanager rapporteert twee keer per jaar over de voortgang van de City Deal aan de stuurgroep. Op basis van deze evaluatie wordt de opzet van de City Deal geactualiseerd. In de stuurgroep zit tenminste een bestuurder van Stedennetwerk G40 en een vertegenwoordiger van een van de deelnemende Ministeries.

Kerngroep – Hierin zitten ten minste de projectmanager en de Dealmaker vanuit Programma Agenda Stad en Regio van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kerngroep is een wendbare, kleinere groep die besluiten voorbereidt en uitvoerende werkzaamheden bespreekt.

Kwaliteitsteams – Vanuit het netwerk van de City Deal worden kwaliteitsteams samengesteld die gevraagd en ongevraagd advies geven aan de werkgroepen. Leden van de teams zijn Partij in de City Deal. De kerngroep kan besluiten kwaliteitsteams toe te voegen of op te heffen.

Inwonerspanel – Vergelijkbaar met de kwaliteitsteams wordt een inwonerspanel samengesteld, die vanuit inwonersperspectief feedback geeft op de ontwikkelde instrumenten. Bij het samenstellen van de groep worden de opgaven uit artikel 2.1 als uitgangspunt genomen.

Werkgroep – Per procesvraag, wordt een werkgroep geformeerd, waarin de procesvraag stapsgewijs wordt opgelost en instrumenten worden ontwikkeld. Partijen nemen deel aan de werkgroepen.

Regionale alliantie  Partijen kunnen kiezen om rondom een procesvraag een regionale alliantie op te zetten om zo toepassingen direct in de eigen praktijk te kunnen testen.

Projectorganisatie City Deal Slim Maatwerk

Dit gaat over de City Deal Slim Maatwerk

Voor deze City Deal slaan de City Deals ‘Eenvoudig Maatwerk’ en ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ de handen ineen. Beide City Deals zijn een initiatief van Agenda Stad van het Ministerie van BZK. Door krachten, netwerk en kennis te bundelen hopen ze echt het verschil te kunnen maken. Vanuit die bestaande City Deals werken de Future City Foundation, het Programma Sociaal Domein en Stedennetwerk G40 nauw samen.

Projectmanager: Jan-Willem Wesselink – jan-willem@future-city.nl +31628638426

Projectsecretaris: Zoë Spaaij – zoe@future-city.nl +31650586953

Principes en randvoorwaarden City Deal Slim Maatwerk

Dit gaat over de City Deal Slim Maatwerk

Bij het beschrijven van de processen en het ontwikkelen van de instrumenten wordt uitgegaan van de volgende principes en randvoorwaarden:

Principes

Democratisch – Er wordt rekening gehouden met de ethische dilemma’s die door het Rathenau Instituut zijn benoemd in het rapport ‘Opwaarderen’: privacy, autonomie, veiligheid, controle over technologie, menselijke waardigheid, rechtvaardigheid, machtsevenwicht.
Versterking van het sociaal domein – Zoals bedoeld in de propositie ‘De winst van het sociaal domein‘ : herstellen van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en het makkelijker maken van gezond leven

Randvoorwaarden
Haalbaar – Binnen een afgesproken tijd, met een afgesproken budget wordt een bepaald resultaat behaald. Dit resultaat is toepasbaar in de gangbare praktijk.
Schaalbaar – Geschikt voor de gangbare praktijk en zoveel mogelijk gestandaardiseerd. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van bestaande uniforme uitgangspunten, zoals standaarden, afspraken en normen.
Deelbaar – Het resultaat kan breed gebruikt worden. Vendor lockins worden voorkomen.

Wat willen we bereiken in de City Deal ‘Slim Maatwerk’

Dit gaat over de City Deal Slim Maatwerk

In deze City Deal  focussen we op het innoveren, implementeren en continueren van een aantal verschillende processen waar digitalisering en technologisering een positief effect kunnen hebben binnen het sociaal domein.

We zoeken niet alleen nieuwe vragen, maar verzamelen wat er al is in een online toolbox. Want het afgelopen jaar zijn er al een aantal mooie digitale hulpmiddelen ontwikkeld die we graag via deze City Deal delen.

Ken je bestaande tools en wil je die met ons delen? Dat kan hier.

Lees hier welke instrumenten we in ontwikkeling hebben

 

Wat zijn instrumenten?
In deze City Deal stellen de deelnemers zich tot doel om processen te veranderen in het sociaal domein zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt van de kansen die digitalisering en technologisering bieden.

We ontwikkelen, per te veranderen proces, tenminste één instrument waarmee het veranderde proces kan worden uitgevoerd. Het nieuw ontwikkelde proces en het daarbij behorende instrument worden daartoe in de praktijk getest. We ontwikkelen en vullen een online instrumentenkoffer waarin deze nieuwe instrumenten worden verzameld. De instrumentenkoffer wordt aangevuld met reeds bestaande instrumenten uit binnen- en buitenland. We spannen zich in om de nieuw ontwikkelde processen en instrumenten te borgen en bekend te maken in de vakwereld, zodat ze worden toegepast in de praktijk.

Instrumenten voorkomen zo dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden. En zo maken we optimaal gebruik van de mogelijkheden die digitalisering en technologisering biedt. Deze City Deal zorgt dus voor procesinnovatie.

Standaarden, normen enzvoort

Er bestaan verschillende soorten uniforme uitgangspunten zoals afspraken, standaarden en normen. Elk vakgebied heeft ze. Soms zullen we deze uitgangspunten moeten opstellen, vaak zullen we gebruik kunnen maken van bestaande uitgangspunten. Als de uitgangspunten nog niet bestaan, is het ontwikkelen ervan op zich ook een interessante uitkomst van de City Deal. Die uitgangspunten kunnen op verschillende manieren worden vastgelegd in een proces. Dat kan heel simpel via een norm, maar ook in een verordeningen of in (Europese) wetgeving. Bij veel technische afspraken is de standaard op zich al een manier van een procesafspraak. Als we allemaal dezelfde technische standaarden gebruiken voor het opslaan van een bepaald soort data, zijn die data beter met elkaar te vergelijken.

De processen kunnen op verschillende manieren worden omgezet in een instrument. In producten, in softwaretoepassingen, in modelverordening, in een wetbundel, in een app enzovoort.

De partners bepalen

De partners bepalen zelf welke instrumenten ze ontwikkelen. Dat doen we in de komende bijeenkomsten die we organiseren. We ontwikkelen alleen instrumenten (verder) waar eigenaarschap voor te vinden is in de groep partners en die nog niet bestaan. Elk instrument ontwikkelen we (verder) met een deel van de partners waaronder tenminste drie deelnemende gemeenten, waar het instrument ook wordt getest. We willen dat de instrumenten die we ontwikkelen haalbaar, schaalbaar en deelbaar zijn. En dat ze voldoen aan de democratische eisen die we stellen en er aan bijdragen dat mensen langer zelfstandig en gezond thuis wonen.

Hoeveel instrumenten?

We willen ten minste tien instrumenten ontwikkelen gedurende de looptijd van de City Deal om ten minste tien processen te veranderen, te borgen, te implementeren en zo uiteindelijk opschaling te bereiken.

Instrumenten die al ontwikkeling zijn

Naast de tools die we zelf ontwikkelen, komen we ook in contact met tools die worden geïnitieerd door anderen, waar onze partners bij betrokken kunnen worden. Hierbij slaan we de brug tussen de organiserende partij en ons netwerk en afhankelijk van het onderwerp zijn we er in meer of mindere mate bij betrokken.

De ‘instrumentenkoffer’

De instrumenten verzamelen we in een instrumentenkoffer. Al bestaande instrumenten verzamelen we ook in de instrumentenkoffer. Zo voorkomen we dat we dubbel werk doen.

We zoeken daarbij aansluiting bij de Toolbox Slimme Stad. 
Al bestaande instrumenten kun je hier aanmelden.