Stagnerende transities aanleiding voor brede integrerende gebiedsontwikkeling

Foto Jessica de Boer, gemeente Bronckhorst
Town Deal Sterke Streken

Het instrument Town Deal Sterke Streken is een initiatief van Agenda Stad en Regio’s aan de grens. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt hierbij samen met Platform31 en vijf gemeenten. Jessica de Boer, Kwartiermaker Regiorotonde en projectleider Town Deals in de gemeente Bronckhorst, vertelt wat het project inhoudt waarvoor deze gemeente  ondersteuning krijgt vanuit de Town Deal.

Het project in Bronckhorst begon medio 2023 met het opstellen van een haalbaarheidsstudie voor het realiseren van een duurzaam lokaal energiesysteem. Hiervoor kwam de gemeente via de Town Deal in contact met een goede adviseur met ervaring in gebiedsontwikkeling. Vanwege de stagnatie van meerdere transitieopgaven in het gebied werd het project geleidelijk aan breder opgepakt. Onder de naam Regiorotonde Steenderen-Achterhoek wordt nu gewerkt aan een integrerende gebiedsontwikkeling.

Netcongestie belemmert ontwikkelingen

De Regiorotonde is ontstaan uit de urgente behoefte om een oplossing te vinden voor de netcongestie. Die belemmert oplossingen op verschillende dossiers. De gemeente Bronckhorst en de Achterhoek in zijn geheel staan voor een uitdagende mix aan opgaven. Denk aan de stikstofproblematiek en het perspectief voor de agrarische sector, druk op voorzieningen, krapte op de woningmarkt, de behoefte aan een meer circulaire economie, de droogteaanpak en natuurlijk de transitie naar een duurzaam en veerkrachtig energiesysteem. Het gebrek aan leveringszekerheid van energie als gevolg van de netcongestie, belemmert nieuwe ontwikkelingen en dreigt deze regio op slot te zetten. Het idee achter de Regiorotonde is om als gebiedsprogramma verschillende projecten aan elkaar te koppelen en zo de druk op het hoogspanningsnet en de afhankelijkheid ervan te verminderen.

Gebiedsafbakening en scope

Grote, actuele innovaties bij toonaangevende bedrijven in Steenderen en omstreken maken het logisch om juist nu te beginnen, met een lokale focus. Zodat ook urgente lokale opgaven zoals de droogteproblematiek worden meegenomen. In eerste instantie focust het gebiedsprogramma nu op Steenderen en de omliggende kernen. De Boer: ‘We gaan er vanuit dat de realisatie van een eerste rotonde ook kansen biedt voor andere lokale rotondes. Daarom is ons uitgangspunt dat het te bouwen raamwerk niet alleen kopieerbaar, maar ook uitbreidbaar is in geografische zin (langs de lijnen van het middenspanningsnet en andere bestaande verbindingen). Zo vergroten we de potentiële meerwaarde voor de regio Achterhoek.’

Figuur 1: De deelprojecten van de Regiorotonde

Effect Town Deal Sterke Sterken

Deze Town Deal draagt er aan bij dat er contacten zijn gelegd met andere ministeries, waaronder Economische Zaken en Klimaat (EZK). EZK wil betrokken blijven bij het vervolgtraject van de Regiorotonde. De Boer: ‘We merken wel dat het door de kabinetsformatie lastig is om, naast de bijdrage vanuit Town Deals, substantiële subsidiemiddelen te vinden. Terwijl de netcongestie zo urgent is en we expertise moeten inhuren voor dit soort complexe projecten.’ Overigens werd enige weken na het interview bekend dat de Achterhoek, waar de gemeente Bronckhorst toe behoort, een nieuwe Regio Deal heeft gesloten, ter waarde van 25 miljoen euro.

Dynamische rol gemeente

Aan de hand van deze gebiedsopgave maakt De Boer inzichtelijk wat het effect ervan is op de rol van een gemeente. ‘Waren regiogemeenten voorheen vooral faciliterend, nu wordt verwacht dat we het initiatief nemen in de opstart van integrale gebiedsopgaven. Deze nieuwe rolneming vraagt om organisatorische innovatie en een andere denkwijze en manier van handelen.’

Figuur 2: Rollen van de overheid, vrij naar Van der Steen et al, 2014

In Bronckhorst zijn stappen gezet om een deel van de organisatie op projectbasis in te richten. De Boer: ‘Dan merk je wel dat we nog niet gewend zijn om zo te werken. Niet iedereen is even bekend met een projectmatige aanpak. Bovendien strookt het tempo waarin wij als gemeente acteren – we werken met maatschappelijk geld en willen daar verantwoord mee omgaan  – niet met het tempo dat onze partners vereisen. Het is ook zoeken naar de vorm, want wij willen als ondernemende gemeente niet alle risico’s op ons nemen.’ Voor het procesontwerp, de gemeentelijke rolneming en het tot stand brengen van de samenwerking met gebiedspartners laat Bronckhorst zich bijstaan door een goede adviseur. In het gebiedsprogramma Regiorotonde komen alle rollen samen. De Boer: ‘Wij nemen het voortouw in het ontwerp en het aanjagen van het gebiedsprogramma: de ondernemende overheid. We gaan gesprekken aan met marktpartijen: de overheid als partner. We houden toezicht op de uitvoering: de normerende overheid. We zoeken de samenwerking met medeoverheden en kijken of en hoe we knelpunten op kunnen lossen: de ondersteunende overheid. Daarbij helpt de Town Deal met het vinden van ingangen bij ministeries, waar we knelpunten in wet- en regelgeving aan kunnen kaarten.’

Figuur 3: Rollen gemeente in integrerende gebiedsontwikkeling. Bron: gemeente Bronckhorst

Aandacht voor maatschappelijke verdienmodellen

Vanuit de rol die gemeenten hebben bij gebiedsontwikkeling, vindt De Boer het belangrijk dat er gekeken wordt naar maatschappelijke verdienmodellen voor een duurzame samenleving. Bijvoorbeeld door koppelkansen beter te benutten. Door projecten aan elkaar te koppelen is het volgens De Boer mogelijk om maatschappelijke verdienmodellen te creëren. ‘Normaal gesproken wordt industrieel proceswater na zuivering geloosd op het oppervlaktewater. Hiermee brengt het feitelijk niets op. In deelgebied Steenderen worden al wel energie en nutriënten gewonnen bij het zuiveringsproces. Nu onderzoeken we binnen het gebiedsprogramma Regiorotonde de mogelijkheid om meer proceswater  te behouden binnen de regio. Als vervolgens het gezuiverde proceswater de ondergrond in kan, gaan we daarmee verdroging tegen. Bovendien ontstaan er mogelijkheden om proceswater op te werken tot drinkwater. Dat hele proces kost geld, maar zorgt ook voor opbrengsten in de vorm van energie, nutriënten en het tegengaan van droogte. Dat is de maatschappelijke plus die we met elkaar willen realiseren.’

Regelgeving en loonhuis belemmerende factoren

De Boer benoemt nog een tweetal knelpunten waar ze tegenaan lopen in een gebiedsprogramma als Regiorotonde. De eerste is de regelgeving. ‘Binnen de gebiedsontwikkeling Regiorotonde willen we diverse vraagstukken in brede samenhang met elkaar aanpakken. Enerzijds werken aan oplossingen voor de energieproblematiek, anderzijds onder andere aan het tegengaan van de droogteproblematiek, hergebruik van nutriënten en het bevorderen van de vitaliteit van de kernen. We merken dan dat we tegen regels aanlopen die niet passen bij dit nieuwe denken. Doordat we deelnemen aan de Town Deal is het wel eenvoudiger om dit soort zaken in Den Haag beter onder de aandacht te brengen.’ Een tweede knelpunt dat De Boer signaleert is het loonhuis van kleinere gemeenten. ‘Het is lastig om altijd de juiste mensen aan ons te binden. Voor vergelijkbaar werk krijgen ze bij grotere gemeenten meer betaald. Bovendien wonen de experts die we zoeken niet altijd in deze regio. We moeten dan ook relatief veel externen inhuren. Daardoor houd je een soort tijdelijke organisatie in stand.’ De Boer ziet wel een oplossing in samenwerking met de provincie: ‘Maak afspraken met de provincie over de inzet van hun experts op bepaalde projecten. Op het gebied van wonen, kregen we al hulp van provincie Gelderland. Maar het zou goed zijn om dat uit te breiden, zodat provincies als het ware hun eigen flexpool hebben. Overigens lijkt het erop dat provincie Gelderland op termijn ook een expert gebiedsontwikkeling beschikbaar wil gaan stellen. Dat zou de Regiorotonde erg helpen.’

Jessica de Boer, kwartiermaker Regiorotonde Steenderen en programmamanager energietransitie gemeente Bronckhorst

Studeerde Bestuurskunde aan Universiteit Twente, gevolgd door ArtScience aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Een paar jaar later promoveerde ze bij de afdeling Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het onderwerp van haar promotieonderzoek was “Een gebiedsgerichte onderzoekbenadering van energietransitie”. De Boer werkte onder andere in Australië bij New South Wales Government en voor adviesbureau Wing. Als zelfstandig ArtScientist ontwikkelde zij kunstinstallaties van natuurlijke processen die autonoom hun weg vinden.

City Deal inspireert Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Circulair en conceptueel bouwen zorgt voor CO₂-reductie. De City Deal met dit onderwerp is de katalysator geweest voor een Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), waarmee de teelt, verwerking en toepassing van biogrondstoffen in de bouw gestimuleerd wordt.

In de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen is sinds 2021 veel bereikt. Als je in 2050 een volledig klimaatneutrale en circulaire bouweconomie wilt, moet er snel veel kennis ontwikkeld worden. De City Deal ondersteunde projecten en zorgde voor kennisuitwisseling op drie thema’s: biobased bouwen, conceptueel bouwen en nieuwe financierings- en waarderingsmodellen voor vastgoed. Dat resulteerde in een enthousiasmerende verzameling kennis die laat zien dat biobased, circulair en conceptueel bouwen nu al kan. Over de looptijd van de City Deal werd een drietal online ‘biobased magazines’ gemaakt met voorbeeld bouwprojecten, achtergrond bij materialen en inzicht in business cases, het Nieuwe Normaal mede-ontwikkeld en de Transitiestrategie toekomstige leefomgeving. Er was een biobased campus op het Floriade terrein in Almere en er werd een inspirerende verhalenbundel gemaakt over biobased wonen en leven.

“Zo veel energie”

In een thema waar veel bouwers, opdrachtgevers en andere belanghebbenden wel willen maar nog zitten met de vraag ‘hoe dan?’, is die kennisuitwisseling van grote invloed. Hanna Lára Palsdóttir was projectleider biobased bouwen bij deCity Deal CCB en zij vertelt over het enthousiasme onder deelnemers om van de duurzaamheidsambities verder te brengen: “We zaten aan het begin natuurlijk in de corona-periode, dus alles ging online. Maar naar die eerste bijeenkomsten kwamen wel elke keer 70 tot 100 mensen. De City Deal is uiteindelijk ondertekend door meer dan 120 partners. En nog steeds; er is veel belangstelling voor de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. In een klankbordgroep zitten meestal een paar mensen – hier zitten er 110 partijen die twee keer per jaar bij elkaar komen. Dit naast alle reguliere overleggen. Zo veel energie zit hierop.”

Ontwikkeling van markten nodig

Pálsdóttir noemt niet toevallig de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Net als bij veel andere City Deals is gewerkt aan het veranderen van de spelregels en verdere beleidsontwikkeling. Hoe maak je van biobased, circulair en conceptueel bouwen de standaard en wat is er op de verschillende niveau’s voor nodig om dat mogelijk te maken? Een van de belangrijkste prestaties van de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen is de bijdrage aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Daarnaast heeft de Deal ruimtelijke kaders voor conceptueel bouwen ontwikkeld en het zogenoemde “Nieuwe Normaal” ontwikkeld. Antwoorden gegeven op de vraag ‘hoe dan?’ want het kan niet alleen binnen gemeenten worden gevonden. Er is ontwikkeling van markten en ketens nodig zoals bij biobased bouwen en verbouwen: van teelt, verwerking en toepassing door bouwbedrijven.

Opschalen in zeven jaar

Bouwe Meijer is beleidsmedewerker Biobased bouwen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij werkte aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen: “Het doel van de aanpak is om de markt voor biobased materialen de komende zeven jaar op te schalen. Dat zorgt voor CO₂-reductie in de bouw, maar het biedt ook perspectief voor boeren. En het draagt bij aan een circulaire economie en aan de ruimtelijke ontwikkeling.” Meijer benadrukt dat opschalen gebalanceerd moet gaan; eenzijdig de teelt van biogrondstoffen, zoals vezelhennep of stro, opschalen zonder dat het verwerkt kan worden zorgt ervoor dat de boer snel weer afhaakt. Andersom geldt dat het geen zin heeft om de vraag in de bouw enorm te stimuleren zonder dat er aanbod vanuit de landbouwsector is.

Olifantsgras

Ketens stimuleren

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen worden biobased ketens gestimuleerd. Meijer: “Er wordt straks met koolstofcertificaten gewerkt waarbij een boer financiële beloning krijgt als die een gewas produceert dat CO₂ opslaat in gebouwen. De boer wordt betaald voor die maatschappelijke dienst, zodat het interessant is om die keuze te maken. Aan de industriekant wordt gekeken naar extra gunstige leningen voor bedrijven die investeren in de verwerking van gewassent totroductie biobased bouwmaterialen. Aan de vraagkant wordt gewerkt aan aanscherping van normeringen, aan duurzamer uitvragen door het rijksvastgoedbedrijf en aan het verhogen van subsidies voor woningeigenaren als je biobased isolatie toepast.” Worden voor houtbouw ook productiebossen gestimuleerd? “Houtbouw wordt wel gestimuleerd in de bouwsector, maar we gaan niet de productie van hout in Nederland stimuleren. Dat komt vooral uit andere landen, waardoor het voor Nederlandse agrariërs die moeten verduurzamen geen nieuw verdienmodel oplevert,” aldus Meijer.

“Blauwdruk voor nationale aanpak”

De gebalanceerde ontwikkeling van regionale ketens en markten komt mede voort uit de Interdepartementale werkgroep Biobased Bouwen (IDOBB). Pálsdóttir: “In een vroeg stadium zagen we dat het feit dat ketens nog niet ontwikkeld waren remmend werkte. Vanuit het ministerie van BZK is Building Balance gefinancierd om een voorstel te doen voor een nationaal programma dat regionale en landelijke biobased ketens ontwikkelt.” Meijer: “De aanpak  van Building Balance is de blauwdruk geweest voor de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. In de City Deal is heel veel kennis opgedaan over wat er wel en niet kan. En je ziet een deel van het grote netwerk van partijen dat in de City Deal is opgebouwd terug in deze nationale aanpak.”

“Dit is wat je hoopt”

Je kunt de aanpak volgens Pálsdóttir niet één op één terugvoeren op de City Deal; niet te ontkennen valt dat het werk van de afgelopen drie jaar – netwerken bouwen, kennis ontwikkelen, coalities sluiten, projecten stimuleren– als katalysator heeft gewerkt. Pálsdóttir: “Dit is wat je hoopt met een City Deal. Lokaal experimenteren en dingen voor elkaar krijgen, projecten van deelnemers realiseren. Op deze manier condities, capaciteit en energie mobiliseren en dan ook nog de ontwikkelde aanpakken en borgen in beleidsprocessen.“

De Nationale Aanpak Biobased Bouwen heeft een 30-30-30-doelstelling: in 2030 wordt in 30 procent van de nieuwbouw 30% biobased materialen toegepast. Je hoeft geen deelnemer van de aanpak te zijn; iedereen kan gebruikmaken van de regelingen.

Circulair, biobased en conceptueel bouwen in het kort: boeren in de regio verbouwen vezelgewassen die de basis zijn voor bouwmaterialen. Bosbouw  – meestal wat verder weg – zorgt voor bouwhout; beide zijn biobased materialen. Omdat planten- en bomengroei CO₂ opslaat en je dit vervolgens voor vele jaren in gebouwen vastlegt, maak je CO₂-winst. Door standaardisering via bouwconcepten (met oog voor diversiteit en afwisseling natuurlijk) kan woningbouw voor een groot deel industrieel uitgevoerd worden. Dit beperkt CO₂- én stikstofuitstoot tijden de bouw. Daarnaast zorgt deze manier van werken ervoor dat delen van gebouwen gemakkelijk opnieuw gebruikt kunnen worden, wat de levensduur van materialen (en de langdurigheid van de CO₂-opslag) nog verder verlengt. Het verbouwen van bekende grondstoffen als vlas, miscanthus en hennep is daarnaast op zichzelf beter voor het milieu dan wat er nu meestal verbouwd wordt.

City Deal Health Hub organiseert zorginnovatie in indrukwekkend netwerk

De Health Hub Utrecht is een ecosysteem van overheden, bedrijven, zorginstellingen, bewoners en kennisinstellingen in de provincie Utrecht. Wat begon als een City Deal op papier is nu een dynamische regio-alliantie op het gebied van gezondheid, zorg en welzijn.

Marjoke Verschelling is strategisch beleidsadviseur Volksgezondheid bij de gemeente Utrecht en programmamanager van de Health Hub Utrecht: “Ik was projectleider van de City Deal Health Hub. Het tijdens de City Deal opgebouwde netwerk is blijven bestaan en daarvan ben ik nu programmamanager.” De City Deal startte al in 2016; sinds 2019 is Verschelling erbij betrokken. Sinds vorig jaar zit het project in fase 2 (met als titel ‘Meters maken’) en de planning loopt door tot 2030 (‘Doelen halen’) met uitzichten op 2040.

Gezondheid en geluk

De te halen doelen liegen er niet om: gezondheid en geluk voor Utrechters. Verschelling: “Het gaat trouwens om alle Utrechters, in de provincie Utrecht en niet alleen Utrecht-stad. Ja, we moeten even een stip op de horizon zetten. Het is een doel dat alle organisaties in het ecosysteem bindt en het gaat echt over de inwoners. Er liggen nog twee doelen onder: 1. de gezondheidsverschillen met 30 procent verkleinen en 2. de positionering van de regio Utrecht als ‘Heart of Health’, het zichtbaar maken dat deze regio de plek is waar de beste opleidingen zitten, waar interessante innovaties te vinden zijn, waar je als verpleegkundige en onderzoeker wilt wonen en werken.”

Het is nu bijna acht jaar na het allereerste begin van de City Deal. Er is een indrukwekkend netwerk opgebouwd, met maar liefst dertig organisaties – ziekenhuizen, hogescholen, universiteit, bedrijven, de provincie, gemeenten, het RIVM en ministeries. Er zijn kennistafels tussen professionals en onderzoekers, er is een verzameling coalities die zich richten op deelonderwerpen en er was in 2023 een Future Health Expo met reflectie op de vraag hoe gezond en gelukkig er in de toekomst uitziet.

 Ontmoeting en over domeinen heen samenwerken

‘Hub’ betekent letterlijk ‘naaf’ – het midden van een fietswiel waar alle spaken samenkomen. Waar is de ‘hub’ in deze verzameling overlegstructuren? Verschelling: “De hubfunctie zit hem in de kennisverspreiding en kennisverbinding. Dat gaat niet vanzelf. We organiseren die kennistafels, er zijn innovatie-ontbijten; allemaal manieren om de mensen en organisaties in het ecosysteem op elkaar aan te sluiten. En te zorgen dat ze dezelfde taal spreken – of tenminste van elkaar weten dat ze bijvoorbeeld het woord ‘preventie’ heel anders gebruiken.”

Zijn er na die acht jaar kennisuitwisseling eigenlijk al Utrechters gezonder en gelukkiger geworden? Dat is volgens Verschelling “dé hamvraag. Volgens mij kan ik nog niet zeggen dat Utrechters gezonder zijn omdat de Health Hub er is. Nóg niet. Er zijn in het netwerk wel initiatieven ontstaan die voor meer gezondheid en geluk zullen zorgen. Voorbeeld. Een directeur van Huisartsen Utrecht Stad ontmoet tijdens een Health Hub-bijeenkomst een directeur van een roc en zij hebben een nieuw zij-instromerstraject ontwikkeld voor doktersassistenten. Jonge ontwerpers van de Hogeschool voor de Kunsten ontwikkelen met zorginstelling Reinaerde nieuwe zorg-gemeenschapconcepten. Was dat zonder de City Deal ook gebeurd? Misschien, maar het is wel ontstaan omdat wij de ontmoeting en over domeinen heen samenwerken centraal hebben gesteld.”

Health Hub Utrecht

Bijeenkomsten van allerlei soorten vormden de basis van experimenten, uitwisseling, inspiratie en ontmoetingen die het verschil maakten.

 Resultaten: nadruk op preventie, bewonersperspectief en een druppelbril

Verschelling benadrukt dat de Health Hub een positieve rol speelt bij ontwikkelingen, zonder dat altijd één op één het resultaat te ‘claimen’ is: “Neem nou het IZA (Integraal Zorgakkoord) dat anderhalf jaar geleden is afgesloten tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg. Met als gedachte: in plaats van sectorakkoorden (een voor ggz, een voor ouderenzorg) doen we het integraal, zodat de nadruk gaat van zorg naar gezondheid ‘aan de voorkant’ en dus preventie. Dit heeft de Health Hub niet bedacht, maar het loopt wel erg parallel aan de beweging die wij met de partners in de regio hebben gemaakt. En in de regionale uitwerking van het IZA is het werk van onze coalities Arbeidsmarkt en Digitalisering zichtbaar terechtgekomen.”

“Waar we ook voor gezorgd hebben, is dat er bewoners aan de bestuurlijke IZA-tafels zaten.  We hebben in de Health Hub een bewonerstafel georganiseerd en het inwoners-perspectief een stem gegeven op onze bestuurdersbijeenkomsten. Want de nadruk op preventie en gezondheid vraagt om betrokkenheid van de mensen om wie het gaat. Het hoort ook bij onze ‘multiple helix’-aanpak: succesvolle transformaties krijg je voor elkaar als overheden, bedrijven, kennisinstellingen, zorginstellingen én inwoners samenwerken.”

Veel resultaten zitten in de hoek van de randvoorwaarden, maar er zijn ook conretere dingen te noemen. Verschelling: “Er is een handreiking valpreventie gemaakt. Een aantal organisaties hebben regionaal werkgeverschap georganiseerd zodat mensen gemakkelijk naar andere organisaties kunnen overstappen. Een concrete innovatie: er wordt een druppelbril geïmplementeerd die mensen helpt bij het zichzelf oogdruppels toedienen.”

Zoek de verbeeldingskracht

De Health Hub is voortgekomen uit een City Deal. Volgens Verschelling was dat belangrijk om het ecosysteem op te bouwen: “Wat heel belangrijk aan de City Deal-aanpak is, is dat je experimenteerruimte organiseert. Vrij uitproberen geeft een goede energie – we proberen dat aspect ook nu in het netwerk vol te houden. Dat is ook een belangrijke tip voor andere City Deals: zoek de verbeeldingskracht op. Bij ons heeft de Hogeschool voor de Kunsten vaak die rol gespeeld, maar we hebben ook een excursie naar de Dutch Design Week georganiseerd. Het perspectief van ontwerp-denken en de energie van inspiratie zijn heel belangrijk om mensen bij elkaar te krijgen.”

Een ander voordeel van City Deals – intensief contact met de departementen – speelde minder een rol in Utrecht. Verschelling vindt dat ze de directe lijntjes met de departmenten (VWS, EZK en BZK) te weinig benut heeft: “We hadden ook weinig concrete vragen aan de ministeries. En andersom vermoed ik dat zij zich wel eens afvroegen wat wij voor breed netwerk we aan het bouwen waren.” Ze vult aan, lachend: “En eerlijk gezegd hadden wij onze handen ook wel vol aan het werk hier in Utrecht.”

Werkbezoek ministerie van BZK aan Rotterdam in teken van verbinding – tussen opgaven en tussen overheid en inwoners

Op dinsdag 6 februari brachten directeuren-generaal Arne van Hout (Openbaar Bestuur en Democratische Rechtstaat) en Marjolein Jansen (Ruimtelijke Ordening) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) op uitnodiging van Rotterdam een bezoek aan de wijk Bospolder-Tussendijken.

In de wijkhub van de wijk werd de delegatie van BZK verwelkomd door wethouder Klimaat, Bouwen en Wonen, Chantal Zeegers. Zij noemde Bospolder-Tussendijken een ‘voorbeeldwijk waarin de passie voor goede samenwerking zichtbaar wordt’. Het bezoek stond in het teken van samenwerking – tussen Rijk en gemeenten, maar ook tussen overheid en inwoners. In veel Rotterdamse wijken worden maatregelen genomen voor de energietransitie, zoals het aardgasvrij maken van wijken. Dat heeft veel impact op bewoners. “Zonder de sociale kant, kun je de fysieke kant niet oplossen – en het oplossen van de fysieke kant doe je uiteindelijk voor bewoners”, aldus de wethouder.

Wethouder Chantal Zeegers in gesprek met aan haar rechterhand Hermineke van Bockxmeer en Marjolein Jansen en links Arne van Hout en Dirk Spannenburg. Foto: Arnoud Verhey.

Waardevolle lessen uit City Deals

Tijdens het bezoek werd ook uitgebreid stilgestaan bij de City Deals waaraan Rotterdam deelneemt. City Deals zijn onderdeel van het interbestuurlijke programma Agenda Stad van BZK. Als innovatieve, thematische samenwerkingen tussen gemeenten, Rijk, maatschappelijke organisaties, wetenschap en marktpartijen, vormen deze deals bij uitstek een manier om gezamenlijk de complexe opgaven van vandaag en morgen aan te pakken. Tijdens een nadere kennismaking onder leiding van afdelingshoofd Regio & Leefbaarheid van BZK, Dirk Spannenburg, werd dieper ingegaan op de kansen en uitdagingen van samenwerking tussen de gemeente en het Rijk. Concerndirecteur Stadsontwikkeling Hermineke van Bockxmeer gaf aan dat Rotterdam gemerkt heeft dat er veel waardevolle lessen uitgewisseld kunnen worden tussen de maar liefst acht City Deals waar de gemeente aan deelneemt.

Directeur-generaal Jansen van Ruimtelijke Ordening geeft aan dat ze bij gesprekken in het land over ruimtelijke vraagstukken, merkt dat ook sociale vraagstukken daarbij nadrukkelijk ter sprake komen. Van Hout vertelt dat een goede dialoog met bewoners over beleid dat hen raakt, ook belangrijk is voor het in stand houden van de democratie. Van Hout vraagt zich af hoe de overheid de wereld van bewoners beter kan verbinden aan de opgaven die de overheid heeft. Zo is het voor mensen die al moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen, lastig om belang te hechten aan het aardgasvrij maken van hun woning en wijk. Zeegers geeft aan dat dit zeker in Rotterdam een grote rol speelt in welke inzet de gemeente moet doen om van beleid tot daadwerkelijke uitvoering te komen. Dit geldt ook voor het aardgasvrij maken van de woning, waarvoor minimaal70% van de huurders en 100% van de woningeigenaren akkoord moet gaan. Dat leidt in de praktijk vaak tot vertragingen in de uitvoering.

Meer inzicht en overzicht door instrumenten City Deals

Na het gesprek presenteert de gemeente twee instrumenten die samen met andere gemeenten en kennispartners in City Deals zijn ontwikkeld. Coördinator Rampen- en Crisisbeheer bij de gemeente Wil Kovacs toont de delegatie samen met Jeroen Steenbakkers van ontwikkelaar Argaleo de Crowd Safety Manager, een instrument dat gemeenten kunnen gebruiken om verkeersstromen en drukteontwikkeling te monitoren en voorspellen, waardoor ze gerichter maatregelen kunnen nemen om risico’s te beperken. Het instrument is al bij verschillende evenementen gebruikt en Rotterdam zette het afgelopen succesvol in tijdens het bezoek van de koning op Koningsdag. De Crowd Safety Manager, ontwikkeld voor de City Deal Een Slimme Stad, combineert gegevens uit verschillende bronnen, waardoor meldkamers meer overzicht hebben en niet langer verschillende losse bronnen hoeven te raadplegen.

Bert Vos (rechts) van de gemeente Rotterdam over het belang van het Dashboard Geldstromen in de wijk. Foto: Arnoud Verhey.

Vervolgens introduceert Bert Vos, programmamanager Aardgasvrij Prinsenland / Het Lage Land samen met dealmaker Henk Jan Bierling van Agenda Stad, beiden betrokken bij de City Deal Energieke Wijken, Duurzaam en Sociaal, het Dashboard Geldstromen in de wijk. Makers Hans van den Broek en Cas Werkhoven van Zicht op Overheid vertellen dat het dashboard geldstromen van gemeenten, huishoudens en sinds kort ook van zorgkosten, op wijkniveau en in de toekomst ook op buurtniveau inzichtelijk maakt. Vos legt uit dat het dashboard onderbouwt dat bestaande ideeën over het verbinden van sociale en fysieke opgaven inderdaad tot meer duurzame resultaten leidt. Als voorbeeld noemt hij gezonde buitenruimte: cruciaal om de gezonde levensverwachting van minima te verbeteren en dus ook van belang voor zorgverzekeraars.

Verbinding met bewoners cruciaal voor transitie

Na de presentaties maakt het gezelschap een wandeling door de wijk onder leiding van Anne-Marie Verheijen, programmamanager Aardgasvrij van Bospolder-Tussendijken. Tijdens de wandeling wordt uitgebreid stilgestaan bij uitdagingen en successen in het betrekken van bewoners bij de transitie-opgave. Julia Hevemeyer van VvE-010 schetst hoe complex besluitvorming binnen een VvE vaak is, omdat VvE’s veelal niet actief zijn, weinig geld in kas hebben of onvoldoende weten hoe procedures werken. Hanke Haagsma, als strategisch adviseur Bouw- en woningtoezicht van de gemeente Rotterdam betrokken bij de City Deal Energieke Wijken, voegt toe dat complexe eigenaarsvormen van meerdere grote en kleine VvE’s, vaak in één gebouw, het lastig maken om op grote schaal tot goede afspraken te komen.

Julia Hevemeyer vertelt over complexe besluitvorming binnen VvE’s. Foto: Arnoud Verhey.

Hayat Errakba en Marianne de Koning van de Verbindingskamer vertellen bevlogen over de sociale kansen die de energietransitie biedt. Door het contact met bewoners kunnen immers beter signalen achter de voordeur opgepikt worden en kan aan duurzame wederzijdse betrokkenheid tussen bewoners en gemeente worden gewerkt. De Koning deelt het inzicht dat ze in het begin op zoek ging naar de ‘sterkste schouders’ in de wijk om van daaruit verbinding te creëren. Vaak bleken deze mensen al erg drukbezet te zijn en werden het andere wijkbewoners die cruciaal bleken om verbinding te bewerkstelligen.

Marianne de Koning van de Verbindingskamer (links) vertelt over het belang van goed contact met de bewoners. Foto: Arnoud Verhey.

Na afloop van de wandeling bedanken Jansen en Van Hout de wethouder en de gemeente voor de wandeling en het gesprek. Zowel de gemeente als het ministerie ervaren de meerwaarde van de samenwerking en kijken daarom uit naar een vervolg op dit leerzame werkbezoek. Jansen benadrukt het belang van sleutelpersonen, mensen uit de wijk met een vergelijkbare achtergrond als veel van de bewoners, die de dialoog voor de gemeente aangaan. Van Hout geeft aan dat het belangrijk is om met mensen die in deze buurt werken, gesproken te hebben. “De mensen maken de buurt en de buurten maken de stad.”

 

Deelnemers Town Deal Sterke Streken wisselen ervaringen uit: ‘Alleen ga je misschien sneller, maar samen kom je verder’

Het Hogeland, hier afgebeeld als een grasveld en blauwe lucht.

Onlangs hebben de deelnemers van de Town Deal Sterke Streken een tweedaags bezoek gebracht aan de gemeenten Noardeast-Fryslân en het Hogeland. Deze bijeenkomst bood bestuurders en projectleiders van de vijf gemeenten en vertegenwoordigers van diverse koepels en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de mogelijkheid om kennis te delen en samen te werken aan de uitdagingen waarmee deze gemeenten geconfronteerd worden.

Kleinere en toch grote gemeenten

Met Town Deals richt het Rijk zich op middelgrote en kleinere gemeenten. Klein in dit geval in de zin van het aantal inwoners (tot 50.000). Drie (Bronckhorst, Noardeast-Fryslân en het Hogeland) van de vijf deelnemende gemeenten (verder nog Voerendaal en Beesel) behoren namelijk qua oppervlakte tot de grootsten van Nederland. Ook zij willen aan de slag met zaken als verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, ontwikkeling van decentrale energiesystemen of gebiedsontwikkelingen. Voor deze gemeenten is het met een relatief kleine personele bezetting een uitdaging om deze complexe opgaven alleen op te pakken. Een deel van deze problematiek wordt opgevangen door de ondersteuning door de partners die verbonden zijn aan Town Deals.

Brede welvaart als rode draad

Rode draad in de presentaties van de gemeenten was de aandacht voor het welzijn van de inwoners, het versterken en vergroten van de brede welvaart en het creëren van een prettige leefomgeving. Daarnaast werd ook het belang van samenwerking vaak genoemd. De veranderingen waar gemeenten voor staan, vragen om samenwerking binnen en tussen gemeenten. Maar ook om samenwerking met verschillende overheden en vooral met de inwoners en bedrijven in een gemeente. Daarbij ging het vooral om de vraag hoe je als gemeente het beste je rol kunt pakken in deze samenwerking. Waren zij voorheen vaak vooral faciliterend, nu wordt verwacht dat ze het initiatief nemen in de opstart van integrale gebiedsopgaven. Deze nieuwe rol vraagt om een andere organisatievorm en andere manier van denken en handelen. Door de dealmakers van BZK, die gekoppeld zijn aan de vijf deelnemers, zijn inmiddels ook ambtenaren van andere ministeries betrokken bij enkele Town Deals. Die toegang tot andere ministeries in Den Haag wordt door de gemeenten gezien als één van de sterke punten van Town Deals. Departementen leren op hun beurt overigens ook weer van de ervaringen die worden opgedaan.

Waardevol

De tweede dag van het bezoek stond in het teken van het nader kennismaken met de gemeenten Noardeast-Fryslân en het Hogeland. De deelnemers brachten onder andere een bezoek aan een lokaal initiatief voor verduurzaming van woningen. In Lauwersoog kreeg het gezelschap een presentatie over het Werelderfgoedcentrum Waddenzee dat hier gerealiseerd wordt. Tijdens een wandeling langs het Reitdiep wezen beide projectleiders op de grote natuurhistorische en culturele waarde van het landschap. Wethouder Bert Koonstra van Noardeast-Fryslân vatte deze tweedaagse als volgt samen: ‘Een nieuwsgierige tweedaagse, waar we plannen en ideeën hebben gedeeld, met als doel elkaar te inspireren. Een win-win effect, dat vraagt om een vervolg. Alleen ga je misschien sneller, maar samen kom je verder.’

Over Town Deals

Town Deals is een samenwerking waarin middelgrote en kleine gemeenten, de Rijksoverheid, kennisinstellingen en private partijen kennis en ervaring delen. Samen zetten zij zich in om vraagstukken over wonen, werken, leven en recreëren het hoofd te bieden. De opgedane kennis en lessen worden gedeeld, zodat ook andere gemeenten hier hun voordeel mee kunnen doen. Town Deals zijn ontwikkeld met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Platform 31 en de koepelorganisaties van middelgrote (M50), kleinere (K80) en plattelandsgemeenten (P10). Ze zijn een aanvulling op City Deals en het programma Regio’s aan de grens.

Van idee tot succes. Zo schaal je innovatieve samenwerking op – Lezing door prof. dr. Albert Meijer (Slimme Stad Parade)

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

Er zijn allerlei mooie experimenten gaande in smartcity Nederland en Vlaanderen. Hoe zorg je ervoor dat een experiment landt in de organisatie? Hoe kun je publieke innovaties opschalen en ervoor zorgen dat ze ook echt deel worden van de organisatiecultuur? Prof. dr. Albert Meijer, hoogleraar publieke innovatie aan de Universiteit Utrecht, presenteert het proces van experiment naar praktijk in zijn lezing ‘Van idee tot succes. Zo schaal je innovatieve samenwerking op’.

Deze lezing maakte deel uit van de Slimme Stad Parade op 25 mei 2023.

Bekijk het videoverslag van de Slimme Stad Parade

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

Op 25 mei kwamen de partners van de City Deals ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ en ‘Slim maatwerk’ samen in Den Bosch voor de Slimme Stad Parade. Een videoverslag vind je hierboven. Je vindt het reeds beschikbare fotoverslag op future-city.nl.

City Deal-professional moet schakelen tussen rollen

Het succes van een City Deal valt of staat met de mensen die eraan werken, zoals de projectleiders, -secretarissen en dealmakers. Zij werken met volle toewijding aan hun opgave. Maar wat hun rol precies is en hoe ze die kunnen invullen, verschilt per deal en is afhankelijk van de context en de fase waarin de deal zich bevindt. Dat maakt het werk uitdagend, maar niet eenvoudig. Een goed – terugkerend – gesprek over rollen en hoe je daarin kunt switchen blijkt onmisbaar.

In de bijeenkomst van de Community of Practice (CoP) bijeenkomst van Agenda Stad op 19 september stond het thema rolbewustzijn centraal. Een groep van zo’n 25 projectleiders en secretarissen van City Deals en hun dealmakers vanuit het ministerie van BZK kwam samen in Den Haag. De aanwezigen deden inspiratie op en deelden ervaringen.

Van guerrilla naar institutie

De werkwijze van Agenda Stad voelde in de beginjaren aan als een guerrillaprogramma: als team  proberen in te breken op bestaande structuren. Niet uit verzet, maar uit noodzaak, omdat huidige complexe opgaven vragen om creatieve aanpakken en nieuwe allianties. Koen Haer, waarnemend Programmamanager Agenda Stad, schetst een beeld van City Dealprofessionals die met één been binnen en een been buiten de gebaande structuren staan. Een positie die ze meer bewegingsruimte en mogelijkheden geeft.

Inmiddels is Agenda Stad getransformeerd naar een meer institutioneel interdepartementaal programma. Met de groei van het aantal City Deals (en dus ook de geldstromen) zijn er verschillende rollen bij gekomen en bestaande rollen gewijzigd. Dat vraagt om inzicht in ieders belangen, in verschillende rollen die passen bij een functie en hoe je daartussen kunt schakelen.

CoP-rede: werken aan perspectief voor steden

De CoP-bijeenkomst in het Haagse hotel Park Centraal krijgt op deze derde dinsdag van september een wat Prinsjesdagachtig karakter. In de statige Laurentinezaal, met de kroonluchters hoog aan het plafond, geeft Koen Haer de aftrap met het voorlezen van de “CoP-rede”.

Hij benoemt het belang van de City Deals, waarin we “werken aan perspectief voor onze steden voor de dag van morgen en de verder weg gelegen toekomst.” Haer onderstreept het doel om “zo goed mogelijk en innovatief met elkaar samen te werken voor een sprankelende toekomst.” De CoP-bijeenkomst over rolbewustzijn laat zien dat professionalisering binnen de City Deals niet stil staat.

Een belangrijke rol voor de dealmakers – als verbindende partij tussen de deals en de ministeries – is dat zij gezamenlijk moeten zorgen dat het gedachtengoed uit en werkwijze van de City Deals na afloop wordt belegd bij de juiste directies. Op die manier kan Agenda Stad belangrijke resultaten uit de deals verankeren in beleid. Zo wist de City Deal Energieke wijken bijvoorbeeld te bereiken dat aanpassing van de ISDE-regeling (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing) is opgenomen in een brief aan de Tweede Kamer.

Tips en inzichten

De inspirerende bijeenkomst levert voor de City Dealprofessionals nieuwe inzichten op en bruikbare tips, zowel van externe sprekers als van andere deelnemers. Een overzicht.

Tip: Rolswitchen, of schakelen tussen rollen

Een functie mag dan helder omschreven zijn, dat geldt niet altijd voor je rol. Binnen een functie  moet je als professional kunnen switchen tussen rollen, betoogt Dees van Oosterhout, auteur van het boek ‘Rolswitch, Weer van waarde zijn’.

De realiteit van werken in een complexe professionele omgeving vraagt dat je meerdere keren per dag professioneel tussen rollen switcht. “Een rol is niet statisch. Je kunt denken dat je een procesmanager bent en geen projectleider, maar in de praktijk kun je best allebei deze rollen vertolken”, zegt Van Oosterhout. Mensen kiezen vaak een rol die goed bij hen past. “Maar soms moet je stretchen naar andere rollen die je minder makkelijk afgaan.” Niet makkelijk, volgens Van Oosterhout, maar wel te leren. En meer dan ooit nodig in de huidige arbeidsmarkt.

Inzicht uit de praktijk: Meer coördinator dan projectleider

Bart Stoffels (projectleider City Deal Openbare Ruimte) noemt zichzelf liever programmacoördinator dan projectleider.

De verschillende fasen in mijn werk voor de City Deal vragen verschillende rollen, ook naar en van de mensen om me heen. In de kern is de City Deal een programma, waarin je een samenwerking aangaat tussen partijen. Dat vraagt vooral dat je moet aanjagen, partners in beweging brengen. Zelf moet je dan leunen op de rol van participanten. Als projectleider ben je in die rol dus meer coördinator dan leider van het project.

Tip: Voer het gesprek

Bewustzijn over die verschillende rollen is cruciaal. Maar minstens zo belangrijk is om het gesprek erover aan te gaan. Dat kun je bijvoorbeeld doen met een startgesprek, een strategische verkenning van de opdracht. Zo’n gesprek tussen partijen in een samenwerking helpt om aan de voorkant te zorgen dat je rollen en afspraken over succes goed verankerd hebt. Het gesprek moet dus gaan over méér dan het inhoudelijke vraagstuk van de opgave.

Onderwerpen om ook te bespreken zijn bijvoorbeeld:

  • Wie zie ik als mijn opdrachtgever?
  • Hoe regelen we de interne verankering: wie is betrokken, hoe gaan we borgen en sturen?
  • Gaan we projectmatig, procesmatig of programmatisch werken? Want dat betekent iets voor rolprofessionaliteiten: een procesregisseur doet andere dingen dan een projectleider.
  • Hoe ziet het escalatieproces eruit?
  • Wat is onze gezamenlijke strategie?
  • Wat is het (onbewuste) beeld van succes?
  • Wat hebben we aan het einde van de deal bereikt?

Voer dit gesprek in de eerste plaats met het kernteam: dealmaker, projectleider, secretaris en communicatie-expert. Maar aangezien het opdrachtgeverschap bij City Deals niet is belegd bij één partij, is het belangrijk om de samenwerkingspartners in de deal te betrekken bij een vervolggesprek.

Inzicht uit de psychologie: De bril van het systeem

“Wij leven in de wereld en de wereld leeft in ons”, houdt Ewoud Dekker, psychotherapeut en systeemtherapeut de toehoorders van de CoP voor. Waarmee hij bedoelt dat wij ons gedrag vormgeven en interpreteren afhankelijk van de context, en dat wij tegelijkertijd deel uitmaken van die context: wij vormen met elkaar een systeem, waarin alles met elkaar samenhangt. Ook Dekker ziet dat mensen continu switchen tussen rollen, niet alleen professioneel, maar ook privé.

Je bent moeder, partner, projectleider. Ieder mens vervult meerdere rollen, dat zit in onze natuur.

Een belangrijk uitgangspunt is volgens Dekker om je af te vragen in welke rol je een bepaalde situatie aangaat. “Zodat je je doel kan bereiken zonder dat het negatief voelt voor jezelf.”

Tip: elke fase vraagt wat anders

Verschillende fases in een deal vragen andere rollen van projectleiders. Het begint met ontwikkelen en doordenken, verschuift dan naar bouwen en netwerken en vervolgt met een doe-fase. Elke fase vraagt andere competenties. Oók van partners. Maak dus ook je partners en deelnemers in de deal rolbewust en bewust van welke competenties op welk moment nodig zijn. Vraag je steeds af of je nog met de juiste mensen om tafel zit voor de betreffende fase. Overigens kan ook een stuurgroep verschillende rollen invullen. Maak dus vooraf duidelijk wat de City Deal van een stuurgroep verlangt.

Overigens geldt dit ook voor de rol van projectsecretaris: ook die varieert per moment in de deal, maar bovendien ook per duo met de projectleider. Nodig elkaar daarom uit om uit te zoomen en rollen te expliciteren, los van de inhoud van het werk en de uitwisseling over praktische zaken. De CoP-bijeenkomst leidde overigens meteen tot de praktische afspraak dat de projectsecretarissen structureel een intervisiegroep gaan vormen.

En dan zijn er nog de impliciete rollen

De boodschap tijdens deze CoP om vooral met elkaar te spreken over rollen, is wel duidelijk. Wie doet wat, hoe werk je samen, wat verwachten we van elkaar? Het advies is om dat gesprek minstens een of twee keer per jaar te doen. Realiseer je daarbij dat er naast de formele en beschreven rollen ook allerlei impliciete rollen zijn. Mensen pakken dingen op die niet formeel bij hun rol horen, maar die wel belangrijk zijn voor het succes van resultaten. Ook dit vraagt aandacht in een gesprek. Cruciaal hierbij is vertrouwen en inzicht in elkaars belangen. Werken aan een City Deal is werken in een ecosysteem. Hoe gezonder dat systeem – hoe opener we zijn over rollen -, hoe effectiever en makkelijker we resultaten kunnen boeken.

Community of Practice: impact maken én opschalen

Borgen en opschalen van de impact van City Deals. Dat is geen kwestie van copy-paste, maar van een goed begrip van wat impact nu eigenlijk is en van het bewust en vroegtijdig opschaling organiseren. De deelnemers van de Community of Practice voor City Deals kregen uitleg van Jacqueline Scheidsbach van het Impact Centre Erasmus en van Wouter Kersten van Platform31. Over weerstand, profijtgroepen, diversiteit en zachte waarden.

Op 5 maart 2024 zijn vertegenwoordigers van City Deals en Town Deals in Amersfoort voor de Community of Practice (CoP) van Agenda Stad. Het voormalige ketelhuis van de Prodent-tandpastafabriek is nu een aangename plek voor een CoP-bijeenkomst. De beide hoogwaardige en informatiedichte presentaties worden – in het kader van een beetje druk van de ketel – afgewisseld met praktische werkvormen: de kennis meteen toepassen op je eigen City Deal.

Fabrieksterrein van voormalige Prodentfabriek in Amersfoort, vrouw laat hondje uit

Het Prodent-fabrieksterrein – het voormalige ketelhuis ligt onder de hoge schoorsteen.

Evalueren en leren

Na een inleiding door dagvoorzitter Vera Beuzenberg geeft Koen Haer een korte update over Agenda Stad: personele wisselingen, afgeronde, doorstartende en nieuwe City Deals en verkenningen. Angélique Boel vertelt over 2024, het jaar van de evaluatie van Agenda Stad. Onafhankelijk onderzoek naar de opbrengsten van Agenda Stad wordt daarin gecombineerd met reflecteren en leren op City Dealniveau. Het Planbureau voor de Leefomgeving onderzoekt Agenda Stad in een case study en er wordt gewerkt aan een bundel met essays van wetenschappers. Om evalueren en leren meer deel te maken van de praktijk in City Deals wordt een monitoring-tool ontwikkeld.

‘Zachte’ waarde is ook hard

Jacqueline Scheidsbach is Executive Director bij Impact Centre Erasmus. Dit expertisecentrum doet onderzoek naar impact en slaat een brug tussen wetenschap en praktijk. Het voert in opdracht complexe impactmetingen uit en vergroot de capaciteit van organisaties om op impact te sturen.

 

Jacqueline Scheidsbach van Impact Centre Erasmus geeft uitleg over de weg van maatschappelijke ambities naar echt impact maken.

Jacqueline Scheidsbach van Impact Centre Erasmus geeft uitleg over de weg van maatschappelijke ambities naar echt impact maken.

 

Volgens Scheidsbach begint impact maken met je eigen ‘waarom?’-vraag. De waarde in bedrijven is in 50 jaar verschoven van voornamelijk ‘harde waarde’ naar ‘zachte waarde’; van spullen en machines naar sociaal kapitaal en licenties. Veel ‘zacht’ kapitaal is dat alleen maar op het eerste gezicht. Scheidsbach noemt ze pre-financieel; ze lijken niet in geld uit te drukken, maar dat worden ze wel. Ze geeft het voorbeeld van dieselgate bij Volkswagen, waar de ethische waarde van verlies van vertrouwen het bedrijf veel geld heeft gekost. Milieu is een ander voorbeeld. Bedrijven hebben minder waarde in de boeken als hun activiteiten milieuschade veroorzaken. Chemours moet als verantwoordelijke voor PFAS-vervuiling veel geld uitgeven aan het schoonmaken van tuintjes. De waarde van de aandelen van het moederbedrijf zijn met 35% gedaald.

 Van ambitie naar impact

Om vat te krijgen op impact gebruikt Scheidsbach de impact-waardeketen. Impact is dan het additionele effect – positief en negatief – van jouw organisatie op de maatschappij, op de economische, milieu- en sociale dimensie. Je komt van het antwoord op de ‘waarom?’-vraag (je missie, ambitie)  in vier stappen bij impact. Ambitie > beleid & strategie > implementatie > output > impact. Output zijn telbare resultaten van je activiteiten (bijvoorbeeld 100 gezinnen hebben een training over voedingssupplementen gevolgd). Impact behelst effecten op de lange termijn, het behalen van je ambitie (in dit voorbeeld: de gezinnen weten hoe ze voedingssupplementen moeten gebruiken en handelen daarnaar). De stap van output naar impact is geen kwestie van 1 + 1 = 2. Het is de kunst om te begrijpen welke aannames je doet als je van output ook impact verwacht (bijvoorbeeld: de training was op het goede niveau en de gezinnen onthouden het).

Tussendoor doen de deelnemers aan de CoP een oefening, waarbij kritisch naar de ambities van de City Deals gekeken werd. Grote ambities als ‘gelijke kansen voor iedereen’ en ‘versterken van kennisverbinding in de stad’ vragen om concrete invulling. Vragen als ‘waaruit zal voortgang of succes blijken?’ en ‘welke niet-financiële verantwoording verwacht je bij deze ambitie?’ helpen daarbij. In de discussie is men het erover eens dat City Deals hun impact vaak pas maken enige tijd nadat deze is afgesloten. Dit onderstreept uiteindelijk vooral het belang van bewust impact plannen en borgen.

 

Vier mensen aan tafel bespreken ambities van projecten

Met andere ogen naar je eigen en andermans ambities kijken: concreet genoeg?

 

Vier fasen van impactvol veranderen

De mensen die voordeel zouden moeten hebben van je impact, noemt Scheidsbach niet de doelgroep, maar de profijtgroep. Om impact te maken is het belangrijk dat je die groep erbij betrekt. Co-creëren met de profijtgroep is deel van het continu leren, experimenteren en doorzetten dat past bij een proces van verandering. Scheidsbach ziet vier fases in het toewerken naar impact:

  1. Verkennen en ontwerpen: wat zijn de juiste dingen om te doen?
  2. Aanjagen en implementeren: doen we de juiste dingen?
  3. Leren en verbeteren: doen we nog altijd de juiste dingen, doen we dingen juist en hoe verloopt de samenwerking?
  4. Borgen: hoe behouden we het effect? Opschalen, repliceren of stoppen?

 Vind de werkzame elementen!

Voor zowel borgen als opschalen heeft Scheidsbach een interessante tip: zoek naar werkzame elementen. Werkzame elementen zijn goede voorspellers van langetermijn-impact. Ze geeft als voorbeeld de casus Maatschappelijke Diensttijd, waar jongeren ervaring opdoen met vrijwilligerswerk. Met als ambitie dat ze dat na de diensttijd blijven doen. Dat werkt, blijkt uit de praktijk en wetenschappelijk onderzoek. Maar alleen onder voorwaarde dat het een positieve ervaring is voor de jongeren en dat ze waardering krijgen. Waardering is een werkzaam element dat output (zoveel jongeren hebben diensttijd gedaan) koppelt aan impact (ze blijven vrijwilligerswerk doen) en zal helpen bij succesvolle borging en opschaling.

Opschalen van impact is een keuze

Bij de vorige Community of Practice in november 2023 is geïnventariseerd wat deelnemers ervan verwachten. Behalve de al genoemde ‘zelf met de kennis aan de slag’ kwam men uit op meer verdieping – en daarmee op CoP-bijeenkomsten die langer duren dan een kleine middag. Na een kennisintensieve ochtend en lichte lunch ging de verdieping dan ook verder – nu met opschalingsexpert Wouter Kersten en, voor de bijbehorende ‘zelf aan de slag’-werkvorm, Janneke ten Kate van Platform31.

 

 

Wouter Kersten van Platform31 vertelt over opschalen

Wouter Kersten van Platform31: “Om op te schalen moet je zorgen voor diversiteit.”

 

Kersten pakt door op de boodschap van de ochtend: opschalen van impact is een keuze; daar kun je naartoe werken. De kern van zijn verhaal is, dat succesvolle opschaling wordt geboren aan het begin, niet aan het eind van een veranderingsproces. Een goede manier om later klaar te zijn voor opschalen is om in een vroeg stadium te zorgen voor diversiteit. Diversiteit in situaties waarin je experimenteert; diversiteit in doelgroepen; diversiteit in wensen en belangen en diversiteit in omgevingsfactoren.

 

Korte video over belemmeringen en tips bij opschalen:

 

Experimenteren met opschaling in het achterhoofd

Kersten gebruikt het voorbeeld van de nieuwe City Deal Fietsen voor iedereen: diversiteit in belangen zou je terug kunnen vinden in het belang voor binnenstedelijk woon-werkverkeer (snelheid, weinig stoplichten) en het belang van gezinnen met kinderen (lage snelheden). Dan is het zaak niet één use case te optimaliseren. Werken aan lokale casussen met in het achterhoofd een systeemdoorbraak is eigen aan City Deals. Houd daarbij ook de (latere) opschaling in het achterhoofd, aldus Kersten. Het betrekken van de ‘profijtgroep’ is een verstandige manier om gedeelde belangen te formuleren en daarmee een groter scala aan toekomstige situaties af te dekken.

Partijen die deelnemen in een City Deal vallen vaak niet samen met de partijen die bij opschaling een (belangrijke) rol kunnen spelen. Kersten beargumenteert dat het vroeg betrekken van opschaalpartners op korte termijn wat lastiger is, maar de uiteindelijke impact zal vergroten. Dat geldt zeker ook voor partijen die weerstand bieden.

Levendige discussie tussen 7 mensen, zittend en staand aan tafel

Levendige discussie en eye openers bij het uitwerken van opschalingskansen voor City Deals.

Zoek enthousiasme, maar betrek ook de weerstand

In groepen met City Deals in dezelfde fase (start, lopend, eind) gaan de deelnemers aan de slag met een inventarisatie van redenen voor opschaling, van ingebouwde diversiteit en van stakeholders en mogelijke opschalingspartners. Dat levert in de groepen levendige discussies op. Eén inzicht wordt plenair gedeeld: de grondhouding van City Deals is om met welwillende partijen meters te maken. We zoeken vaak enthousiasme op, maar moeten nu ook de bravoure hebben om anderen te overtuigen die er met weerstand in zitten. Wetend dat je niet-mede-ondertekenaars goed kunt meenemen. Niet als partner, maar wel omdat ze relevant zijn in het ecosysteem dat je in beweging wilt brengen. Kersten onderstreept dat je voor je gewenste impact uiteindelijk met al die partijen aan tafel moet, anders heb je drie jaar later een probleem.

 

De CoP wordt afgesloten met de boodschap dat Platform31 City Deals kan helpen met opschalingsvraagstukken – in een vroeg of laat stadium. Wouter Kersten heeft een menu van opschalingstools en ondersteuning in de aanbieding. Als je daarvan gebruik wilt maken, neem dan contact op met je dealmaker of met [email protected]

Community of Practice: kritische vrienden delen successen en fouten

Een verandering van de subsidieregels zodat bewoners ontzorgd worden; studenten die trots vertellen dat zij met hun kennis bijdragen aan hun eigen stad; mooie een-tweetjes tussen steden en rijk voor gezond voedsel – tijdens de Community of Practice (CoP)-bijeenkomst voor City Deals op 23 november keken deelnemers graag terug op mooie successen van het afgelopen jaar. Ook was de opzet van de CoP zelf onderwerp van een creatieve ontwerpsessie.

Behalve over successen werd er openhartig gesproken over tegenslagen en over gemaakte fouten. Lastig op te vangen verloop van mensen, te snel gaan in de ogen van partners, toezeggen om in drie jaar klaar te zijn: de openheid werkte inspirerend. Bij die inspiratie hielp ook de ruimte waarin de bijeenkomst was: de zwart-gele hangar op het voormalige Haagse PTT-terrein en nu het domein van de visueel-denkers van Buro BRAND.

Jaar van evaluatie

Agenda Stad organiseert de CoP drie of vier keer per jaar om onderling leren tussen City Deals te bevorderen. Koen Haer van Agenda Stad ziet een mooie nieuwe ontwikkeling afgelopen jaar: de Town Deal, waarin de City Dealmethode toegepast wordt op niet-stedelijke gemeenten. Hij verwacht dat de lessen van de huidige Town Deal het instrument zullen scherpen en dat in de toekomst meer Town Deals gesloten kunnen worden. Haer kondigt ook aan dat 2024 een jaar van evaluatie zal zijn; vanuit meerdere invalshoeken zullen de methoden en resultaten van de City Deals doorgelicht worden.

 

Jaarparade: opbouwen

Tijdens de Community of Practice-jaarparade vertellen elf projectleiders, -secretarissen en dealmakers over hun City Deals. Voor een aantal recent opgestarte City Deals is meteen het grootste succes dát de City Deal (CD) het afgelopen jaar is begonnen. Bijvoorbeeld de CD Fietsen voor Iedereen, die tijdens de Dag van de Stad begin oktober is ondertekend. Projectleider Monique Verhoef vertelt over opstart-uitdagingen zoals de vaststelling dat gemeenten behoefte hebben aan uitvoerings-capaciteit; een praktisch probleem waarvoor meteen extra budget is gezocht en gevonden.

Monique Verhoef legt uit dat we in fietsland Nederland aan de slag moeten met fietsen toegankelijk maken voor meer mensen.

Monique Verhoef: we moeten aan de slag met fietsen toegankelijk maken voor meer mensen.

Jos Sentel, projectleider van de CD Dynamische Binnensteden, die in juni dit jaar is ondertekend, merkt dat het lastig is dat dat mensen die een andere uitdaging aangaan soms een voortrekkersrol hadden die moeilijk gemist kan worden in de fase van opbouwen van de coalitie. Des te positiever is dan ook dat hij ziet dat het netwerk en het commitment groeit: ook vanuit vastgoedondernemers – belangrijke partners voor deze CD – begint actieve interesse te komen.

Jaarparade: resultaten

City Deals die al wat langer bezig zijn, kunnen voor het afgelopen jaar indrukwekkende resultaten melden. De CD Energieke Wijken, Duurzaam en Sociaal, zo vertelt projectleider Regien van Adrichem, heeft één van de sterke punten van de City Dealaanpak verzilverd: zorgen voor impact voor bewoners door het creëren van doorbraken in wet- en regelgeving. Per 1 januari is er op voorspraak van de City Deal een wijziging in aanvragen voor de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Gemeentes mogen die nu aanvragen en de bewoners financieel ontzorgen.

 

Roy Tomeij (CD Lokale Weerbaarheid Cybercrime) vertelt over succesvol borgen van resultaten en is openhartig over gemaakte fouten.

Roy Tomeij (CD Lokale Weerbaarheid Cybercrime) vertelt over succesvol borgen van resultaten.

 

De sterke samenwerking met ministeries werpt ook haar vruchten af bij de CD Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Programmamanager Huibert de Leede vertelt hoe steden op de rijksoverheid vooruitliepen om gezond en duurzaam voedsel te stimuleren, maar dat na actief agenderen in ‘Den Haag’ er nu een mooi een-tweetje ontstaat tussen Rijk en de steden. De steden experimenteren en als ze tegen grenzen aanlopen is dat een extra argument om met landelijke oplossingen te komen.

Jan-Willem Wesselink is projectleider van de City Deals Slimme Stad en Slim Maatwerk. De CD Slimme Stad is aangehaakt bij Dutch Metropolitan Innovation (DMI). De ontwikkelde toolbox voor democratisch en slim omgaan met digitalisering heeft daar een thuis gevonden. Nu wordt met DMI gewerkt aan standaardisatie, zodat er een stelsel van afspraken komt en een level playing field waarop zich een markt kan ontwikkelen. Bij CD Slim Maatwerk – meer op het sociale domein gericht – is de uitdaging om niet te ver op de troepen vooruit te lopen.

Jaarparade: borgen en opschalen

Een succesvolle City Deal bouwt niet alleen een actief netwerk, maar zorgt ook dat de ontwikkelde kennis geborgd wordt en opgeschaald, zodat oplossingen en instrumenten beschikbaar zijn voor partners buiten de City Deal. Roy Tomeij van CD Lokale Weerbaarheid Cybercrime ziet als grootste succes dat de CD bestuurlijk draagvlak heeft georganiseerd voor de derde tranche in de City Deal: na implementeren en innoveren wordt nu ingezet op borgen. Alle relevante partijen, ministeries, banken, politie enzovoort, zijn aangehaakt. Uitdaging is nu om de kennis en tools bij natuurlijke partners te beleggen.

 

Farida Polsbroek beantwoordt vragen over Impact Ondernemen. Tijdens de presentaties worden ook dwarsverbanden tussen City Deals gezocht en gevonden.

Farida Polsbroek beantwoordt vragen over Impact Ondernemen.

 

De City Deal Kennis Maken wil grootschalig organiseren dat onderzoekers, docenten en studenten ingezet worden om maatschappelijke opgaven aan te pakken. Na 6 jaar komt die grootschaligheid in zicht, vertellen projectleiders Roselinde Wijnands en Christiaan Seemann. Een groot succes was de pot van 5 miljoen voor projecten in dit kader, waar zo veel goede projectvoorstellen op kwamen, dat er geld bij is gezocht – en gevonden. Een groot klein succes was het moment waarop tijdens een bijeenkomst een van de betrokken leerlingen enthousiast vertelde over het kunnen leveren van een bijdrage aan de stad waar hij woont.

Projectsecretaris Iris Visser van CD Ruimte voor Lopen werkt met de partners aan een breed gedragen nationaal masterplan als afsluiting – en borging – van deze City Deal. De CD Openbare Ruimte is ook in de afrondende fase – al ziet projectleider Bart Stoffels dat de destijds toegezegde looptijd van 3 jaar aan de korte kant is. Er is nog tijd om te borgen; onder andere door de integrale-aanpaklessen van de City Deal te integreren in lokale programma’s.

Dat drie jaar kort is, erkennen ook dealmaker Farida Polsbroek en communicatie-adviseur Jan Bockma van de CD Impact Ondernemen. Voor hen reden om te streven naar verlenging van twee jaar. Met een indrukwekkend aantal van 100 partners en een groeiende gereedschapskist voor zowel ondernemers, overheden als financiers begint het gewenste ecosysteem voor impact-ondernemen vorm te krijgen.

Agenda Stadsbus en andere bouwstenen

Jurian Strik, creatief strateeg, leidt aan het einde van CoP-middag een ontwerpsessie met als onderwerp de Community of Practice zelf. In een omgeving die creativiteit bevordert – met tekeningen op de muur, praatplaten, oproepen om visueel te denken en knutselspullen bij de hand – gaan de deelnemers in groepen aan de slag. De vragen: moeten we doorgaan met de CoP, hoe zou de CoP moeten werken, welke bouwstenen zou je willen zien?

 

 

Tekening en knutselwerk van bussen met tekst erbij, onder andere 'Agenda Stadsbus'

Op schoolreisje met de AgendaStadsbus?

 

Na een half uurtje wordt het prikbord volgehangen met woorden, ideeën en natuurlijk beelden. Een opvallende is de ‘Agenda Stadsbus’, met de oproep: “uit de bubble, in de bus” om langs te gaan waar de ‘impact’ gemaakt wordt: de plekken dus waar concrete verbeteringen voor bewoners te vinden zijn. Ook een heus hamburgermodel – mogelijk opgepikt tijdens een eerdere CoP, met een pleidooi voor segmenteren naar fase en rollen tijdens de CoP. Kritische vrienden, City Deals voor dummies, experts van buiten de bubbel, netwerkverbreding: deze en nog meer inbreng leidde tot levendige discussie. Het antwoord op de vraag ‘moeten we doorgaan?’ was duidelijk, de organisatoren hebben voor de volgende keer nog scherper hoe.

De tijdens de middag gevonden dwarsverbanden en overlappingen tussen City Deals worden beklonken tijdens de afsluitende borrel – een bouwsteen die onder het kopje ‘netwerk’ volgens de deelnemers niet mag ontbreken.

Mensen , staand aan een tafel in gesprek over de vraag: wat is je ideale CoP?

Creatief in een creatieve omgeving: wat is je ideale CoP?