Vibe coderen en hyperpolitiek: CoP in teken van bestuurlijke betrokkenheid in een veranderende overheid

Je kunt dit verslag ook lezen of delen als PDF-bestand.

Op dinsdag 29 september was de Community of Practice te gast bij de City Deal over AI in het prachtige kantoor van ELBA\REC in de voormalige Sint Henricuskerk in Amersfoort.

Voordat Jan-Willem Wesselink van ELBA\REC, projectleider van de City Deal over AI, ons meenam in het programma, werden de deelnemers welkom geheten door Janneke ten Kate van Platform31. Janneke blikte kort terug op de vorige CoP in Houten, waar de gemeente en de Town Deal Krachtige Kernen ons meenamen in de impact van de AZC-protesten, waarna we in twee workshops aan de slag gingen met organisatieopstellingen in City Deals.

Impact Maak- en Meettool

Ook vraagt Janneke aandacht voor het invullen van de Impact Maak- en Meettool, waarbij de oproep is om deze zo breed mogelijk binnen je City of Town Deal te laten invullen. Dan kunnen we zo veel mogelijk inzichten ophalen. De ingevulde formulieren ontvangen we graag vóór 15 oktober. De analyse van de resultaten zullen we in maart, tijdens de eerste CoP van 2027 met jullie delen en bespreken.

Bestuurlijke samenwerking

Vervolgens heet programmamanager van Agenda Stad Koen Haer de deelnemers welkom en neemt de deelnemers mee in de ontwikkelingen binnen Agenda Stad. Allereerst deelt Koen de anekdote dat hij onlangs de documentaire The End of Suburbia zag, geïnspireerd door een vakantie in Orlando deze zomer. De film toont hoe anders de Verenigde Staten ruimtelijke ordening heeft ingericht dan Nederland. Centraal staat de keuze van de VS om het wonen buiten stadskernen als invulling van de ‘American dream’ te zien. Een keuze die alleen te hanteren blijkt met goedkope benzine- en energieprijzen. “Het deed me realiseren hoe anders het hier in Nederland is, waar we het vaak hebben over ‘de 15-minuten-stad’ en hoe je een stad leefbaar houdt. En in City Deals als Ruimte voor Lopen en Dynamische Binnensteden gaat het nadrukkelijk over het toevoegen van waarde aan de leefruimte. Om daar succesvol in te zijn heb je bestuurlijke samenwerking nodig”, introduceert Koen het thema van deze CoP-sessie.” Koen zegt het hoopgevend te vinden dat we ons in onze community dagelijks werken aan het realiseren van leefbare en weerbare steden. Verder deelt Koen dat we momenteel vier nieuwe City Deals in Verkenning hebben: Gezond en Duurzaam Wonen, die tijdens de komende Dag van de Stad wordt ondertekend, Kennissteden en Innovatielocaties, Ruimte voor Werk én Gemeenschapskracht en maatschappelijke ontwikkelingen. Hij heet de kwartiermakers van deze Deals in verkenning nadrukkelijk welkom in de CoP.

Europese City Deals

Koen roept alle deelnemers ook op om naar de Dag van de Stad in Leeuwarden te komen. Dit jaar een tweedaagse, op 28 en 29 oktober, met een fantastisch programma. Veel City Deals spelen dit jaar weer in een rol in de programmering of in een bestuurderssessie. Tot slot kan Koen een primeur delen. De City Deal over AI gaat Europa in! Doordat een voorgesteld Accelarated Urban Action (AUA) wordt aangenomen, kan de City Deal aanhaken bij Europese fondsen en op Europees niveau meesturen in beleid. Koen vertelt dat er bovendien dat Leiden deelneemt een voorstel voor Europese call heeft ingediend naar aanleiding van een pilot met consultancybureau ERAC in de City Deal Tijdloze Grachten. “Mijn insteek is om samen met ERAC te gaan onderzoeken hoe we ook bij andere City Deals Europese samenwerking kunnen opzoeken.”

Wandelend ‘vibe coderen’

Dan is het woord aan Jan-Willem, die uitlegt dat we met behulp van AI een prototype van een app gaan bouwen. Dit principe is vorig jaar ook toegepast bij het Congres Over AI, waar 350 deelnemers uit heel Europa deelnamen aan een afsluitende workshop Vibe Code, waar de geleerde lessen van het congres terugkwamen. De opdracht van vandaag is hier van afgeleid. Jan-Willem geeft het woord aan ‘Citney’, die zich voorstelt als ‘digitaal mens’ en publieke servicecompagnon van de City Deal. De ‘menselijke’ AI-bot licht de opdracht toe.

Afbeelding 1: Jan-Willem Wesselink laat de CoP kennismaken met digital human Citney. Foto: Paul Tolenaar.

De deelnemers maken in groepjes een lunchwandeling door Amersfoort, waarbij ze een vragenformulier mee krijgen. Dat vragenformulier helpt de groepjes om voor een door hen gekozen opgave een goede ‘prompt’ te maken voor een app. Het idee is dat de app een goede bijdrage kan leveren aan oplossingen voor de opgave. Na de lunchwandeling, licht Jan-Willem toe, kiezen we gezamenlijk van welk app-idee we met behulp van AI een prototype gaan bouwen.

De deelnemers hebben geluk en lopen onder een heerlijk zonnetje een rondje door de omgeving van de voormalige Sint Henricuskerk. Ze doen onder andere de Wagenwerkplaats aan, het voormalige onderhoudsterrein van de NS waar in 2018 de tweede Dag van de Stad plaatsvond.

 

Afbeelding 2 en 3: Wandelend vibe coderen in Amersfoort. Foto: Paul Tolenaar.

Veni Vidi Fietsie

Na geanimeerde gesprekken over opgaven die zich lenen voor een app, keren de groepjes terug in de voormalige kerk en wordt een idee geselecteerd voor een prototype. De keuze valt op de opgave: een fiets voor iedereen. Het is belangrijk dat iedereen die dat wil een fiets kan hebben, betoogt Anita Stienstra van de City Deal Fietsen voor Iedereen, óók mensen die geen fiets kunnen betalen of nog niet hebben leren fietsen. Voorgesteld wordt om de locatie van de Fietsdepots, waar ‘weesfietsen’ worden opgeknapt en aangeboden, via een kaart te ontsluiten. Daarnaast wordt voorraadinformatie uit de depots toegevoegd. Hoewel het een prototype is en er daarom gebruik gemaakt wordt van fictieve data, is Jan-Willem’s punt duidelijk: AI biedt krachtige mogelijkheden om bij het gebruik van een effectieve prompt, beschikbare data te combineren tot een informatieve en effectieve tool. Jan-Willem vult de informatie uit de ingevulde formulieren in in de AI-tool, die nog wat aanscherpende vragen stelt. Dan rolt in een paar tellen een prototype van de ‘Veni Vidi Fietsie’-app uit de tool, die door Lars van Vianen ontwikkeld werd voor de City Deal. “Ik denk dat bijvoorbeeld ruimtelijke plannen steeds beter gemaakt kunnen worden door deze tools te gebruiken,” zegt Jan-Willem. “Het proces wordt veel intuïtiever. Je hebt aan de voorkant veel kennis nodig om een goed ‘gesprek’ met de tool te kunnen voeren, maar je hebt minder téchnische kennis en vaardigheden nodig.”

Afbeelding 4: Bouwen aan de Veni Vidi Fietsie app: Anita Stienstra en Jan-Willem Wesselink voeren de prompt voor de app in in de AI-tool. Foto: Paul Tolenaar.

Een ijskast is geen vuilnisbak

Daarna neemt Jan-Willem ons in vogelvlucht mee in de City Deal over AI, die zich inmiddels een jaar buigt over de vraag: hoe zet je AI  in om steden beter te maken? Hij schetst hoe stedelijke opgaven als een soort ‘mikadostokjes’ op elkaar liggen, en AI en data kunnen helpen door inzicht te bieden. Binnenkort tekent de gemeente Groningen als 33ste actieve partner. Jan-Willem schetst hoe in de City Deal gewerkt wordt met projecten die in AI Ateliers gerealiseerd worden. Elk project moet uit tenminste drie partijen bestaan en een begroting en plan van aanpak hebben. Er zijn 32 projecten geïnitieerd. Sommige daarvan zijn in de ‘ijskast’ beland. Jan-Willem: “Je moet ook durven stoppen. Als we na twee gesprekken merken dat ergens geen energie meer op zit, dan belandt een project in de ijskast. Maar dat is nadrukkelijk geen vuilnisbak: als er wél weer energie rond ontstaat, kan het weer opgepakt worden.” Op de vraag hoe men in de City Deal zorgt dat er van elkaar geleerd wordt, antwoord Jan-Willem dat dat gebeurt op bijeenkomsten van de City Deal en door altijd tenminste drie partijen in een project te laten samenwerken. Daarnaast worden resultaten gedeeld in de ‘City-chat’ en worden de projecten nu thematisch geordend: om een kapstok te creëren waarop partijen elkaar kunnen vinden.

Afbeelding 5: Van elkaar leren in een inspirerende omgeving. Foto: Paul Tolenaar

Als voorbeeld van een geslaagd project, noemt Jan-Willem de Bouw- en woningtoezicht app. “Toezichthouders geven aan de app heel handig te vinden. Normaal gaan ze ergens heen, constateren – bijvoorbeeld – een verrot hekje, maken een omschrijving en een foto en moeten dan nagaan welke weten overtreden worden zodat ze een verordening kunnen opstellen. De app analyseert het beeld, gaat na welke wetten overtreden worden en stelt de conceptverordening op. Dat maakt het werk voor de toezichthouders leuker en bespaart ze kostbare tijd die ze nu kunnen inzetten om achterstanden weg te werken.”

Verbinding ontbreekt

Jan-Willem doet ook een appél op het Rijk: “We zien dat ‘Big Tech’, it-bedrijven die in toenemende mate in handen zijn van de regering van de VS, ons steeds meer ‘koloniseren’: we voeden die bedrijven elke keer wanneer we gegevens delen met Amerikaanse tools. Tegelijkertijd kijken we in Nederland bij het Rijk een beetje naar elkaar en ontbreekt een cruciale verbindende rol, bijvoorbeeld naar voorbeeld van de Rijksbouwmeester. En we kunnen ons dat niet permitteren. Daarvoor gaan de ontwikkelingen eenvoudigweg te snel. Twee jaar geleden was ‘AI’ nog een relatief nieuw begrip. Nu is het vanzelfsprekend geworden. Als je drie maanden niet oplet, heb je een achterhaalde tool. Dus je moet er vol op zitten.”

“Er gaat veel geld van gemeenten in AI zitten, terwijl het Rijk er niet op stuurt”, beaamt Koen. En dus is het nodig bestuurders te betrekken. Hoe we dat kunnen doen, vertelt Andrea Frankowski ons.

Van rechtmatige naar responsieve overheid

Andrea Frankowski is senior onderzoeker bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. “Wij zijn een school voor publieke professionals en hebben daarnaast een denktank waar we onderzoeken in opdracht doen. Wellicht zijn er alumni van ons in de zaal?”, vraagt Andrea. Tweederde van de aanwezigen steekt tot Andrea’s genoegen een hand op. “Ik werk al 12,5 jaar als onderzoeker bij de NSOB en doe onderzoek naar netwerksamenwerking. Als je al zo lang onderzoek doet, ontdek je op een gegeven moment rode draden. Daar neem ik jullie vandaag graag in mee”, vertelt Andrea, die ook werkt aan een proefschrift over netwerksamenwerking aan de Universiteit van Tilburg.

Andrea begint met de introductie van het kwadrantenmodel van de NSOB. Het doel van het model is om een gemeenschappelijke taal te formuleren. Het kwadrantenmodel kan helpen ons inzicht te geven in wat City en Town Deals nou zo speciaal maakt en waarom bestuurlijk commitment daar zo’n issue is.

Afbeelding 6: Andrea Frankowski van de NSOB licht het kwadrantenmodel toe. Foto: Paul Tolenaar

In het kwadrant zien we linksonder de Rechtmatige overheid, de klassieke overheid van de jaren ’50 en ’60, waar beleid met hiërarchische interventies tot stand komt en compliance-instrumenten worden ingezet om naleving te garanderen. Een overheid dus, die zelf bepaalt wat er moet gebeuren. “Bij dit type beleid werden de randvoorwaarden belangrijker geacht dat het effect dat het beleid sorteerde. Daarom werd dit model wel eens kritisch omschreven als: ‘operatie geslaagd, patiënt overleden’.” Daarom leidde dit beleid tot de tegenhanger linksboven in het kwadrant: de Presterende overheid uit de jaren ’80 en ’90, waarbij de overheid meer een opdrachtgever werd die stuurt op resultaten, met evaluaties en prestatiemetingen. “Een omstreden figuur als Elon Musk is hier bijvoorbeeld de belichaming van: het gaat om het dóen en belangrijke waarden worden ineens minder belangrijk. Een ander risico is dat de uitvoerders zich meer richten op meet indicatoren dan op de gehele opgave. Je kunt het vergelijken met onderwijs waarbij mensen bijles te nemen die er vooral op gericht is om beter te scoren op een test. De indicatoren richten dan ons gedrag. Een uitdrukking die hier vaak op wordt toegepast is: ‘hitting the target, missing the point’.”

En zo ontstond midden jaren ’00 de Samenwerkende overheid, die we rechtsboven in het kwadrant zien. Vanuit het besef dat we het als overheid niet alleen kunnen en dat we niet altijd een mandaat hebben over anderen waar we van afhankelijk zijn, kwamen verschillende soorten samenwerkingen op. “Waar de overheid eerst top-down vanuit een democratisch mandaat handelde en daarna als presterende overheid vanuit het mandaat van een opdrachtgever, is het hier heel anders: hier wordt veel zeggenschap uit handen gegeven. Doelstellingen worden in gezamenlijkheid vormgegeven. City en Town Deals zie ik ook als voorbeelden hiervan,” licht Andrea toe. Tot slot zien we rechtsonder in het kwadrant de Responsieve overheid. “Daar is echt de samenleving aan zet. De overheid probeert zich te verhouden tot maatschappelijke initiatieven. Daar hoort ook de taak bij ‘wat doen we als inwoners in een wijk zelf een gewenst zebrapad aanleggen, terwijl je de plek hiervoor als overheid onveilig vindt?” Of hoe ga je om met het goedbedoelde initiatief van iemand die thuis 40 kinderen wil opvangen. Hoe ga je er mee om als er dan brand uitbreekt?

Lastige buitenboordmotor

Andrea licht toe dat de linkerhelft van het kwadrant meer ‘doelgericht’ is en de rechterkant meer ‘doelzoekend’. De ónderkant neemt de randvoorwaarden als uitgangspunt, terwijl bij de bovenste twee posities in het kwadrant de resultaten meer centraal staan. “Als City en Town Deals werken jullie behoorlijk aan de rechterkant. Je kunt wel aan je water aanvoelen dat die rechterkant lastig is voor bestuurders, omdat ze er minder grip op hebben. Als deals zijn jullie ook een soort ‘buitenboordmotor’. Fijn voor bestuurders, omdat er iets gebeurt op thema’s die aan de linkerkant van het kwadrant te weinig aandacht krijgen. Maar tegelijkertijd: het is niet meer ván jou als bestuurder. Dus je kunt je handen er ook makkelijk vanaf trekken.”

Andrea laat een inspirerend fragment zien over de campagne ‘Let’s do it!’, een burgerinitiatief waarbij in Estland in 2008 in één dag 50.000 ton afval door 50.000 vrijwilligers werd opgeruimd. Andrea licht toe dat de kracht van het initiatief is dat er geen ‘plafond’ is, wat bij overheidsinitiatieven doorgaans wel zo is. De deelnemers bespreken waarom zulke initiatieven lastig zijn voor bestuurders: je gaat er niet over, er zijn veiligheidsrisico’s, er zijn geografische complicaties: gaat een lokale bestuurder erover, of is het een landelijk vraagstuk. Bovendien: je moet het risico durven dragen – zo’n burgerinitiatief kan immers ook weinig respons krijgen. En: het is vrijblijvend. Als er niks gebeurt is dat in een private context ‘all-in the game’ maar met publieke middelen is zoiets een ‘doodzonde’.

De-politiseren en hyperpolitiek

De consensus is dan ook dat een dergelijke clean-up dag er is als overheidsinitiatief nooit zou zijn gekomen. “Soms kun je ook kijken naar de dingen die je kunt doen zónder afhankelijk te zijn van de bestuurlijke top”, meent Andrea. Vanuit de zaal wordt gevraagd hoe je kan zorgen dat bestuurders betrokken zijn, zónder dat je vervolgens een speelbal van die bestuurder wordt. Zo zie je dat raadsverkiezingen veel impact kunnen hebben op deals, omdat je ineens met een andere bestuurder, mogelijk van een andere politieke kleur, geconfronteerd wordt. Politieke betrokkenheid is dus een kans én een risico. Vanuit het ministerie van BZK is wel eens hoogambtelijk geopperd om opgaven dan maar te ‘de-politiseren’. “Ook dat is een risico”, zegt Andrea. “Want bewindspersonen legitimeren jou werk ook.”

Willemien Vreugdenhil, projectleider van de Town Deal Krachtige Kernen, vult aan dat de discussie aansluit op wat politicoloog Anton Jäger ‘hyperpolitiek’ noemt. Daar valt de tendens dat initiatieven als ‘clean-ups’ toenemen en de slagkracht van de overheid afneemt, ook onder. Maar uiteindelijk heb je wel de structuur van de politiek nodig om opgaven op lange termijn op te lossen.  Willemien deelt het Tegenlicht-item met Jäger met de aanwezigen.

Andrea: “Wat heel mooi is aan Deals is dat ze innovatief zijn en nieuwe oplossingen vinden, maar vroeg of laat verzandt dat in experimentele innovatieve benaderingen die de status quo bevragen. Daarom zie je haatliefdeverhouding bij bestuurders: het is ook een bedreiging voor hoe het normale beleid werkt. Omdat ze blootleggen dat het systeem waar zij toe behoren minder goed werkt. City Deals worden vanuit verantwoordingslogica aan ‘linkerkant’ gefinancierd, maar ruimte om te proberen is heel lastig vanuit bestuurlijke verantwoording. Er moeten grote resultaten uit komen die geborgd moeten worden om het maatschappelijk te verantwoorden. Experimenteren en bevragen van de status quo botsen.”

Bekijk de presentatie over bestuurlijke betrokkenheid (.pdf) van Andrea Frankowski.

Bestuurlijke uitdagingen van City Deals

Tot slot gaan de deelnemers tweemaal in vijf groepen uiteen. Eerst om te inventariseren welke issues er in de deals spelen rondom bestuurlijk commitment en vervolgens om te bekijken waar voor bestuurders het bestuurlijke voordeel zit in commitment.

Bij de City Deal in verkenning Gezond en Duurzaam Wonen worstelt men collegewisselingen: de voorbereidingen werden in een vorige raadsperiode getroffen. Nu moeten nieuwe colleges de afspraken met oude colleges bevestigen. Bovendien bestrijkt de deal drie domeinen en is het een uitdaging om bestuurders elkaar te laten vinden. Het domeinoverstijgende karakter dwingt wel om lokaal te ontschotten. Daar kan het Rijk ook lessen uit trekken. Bij Ruimte voor Lopen is de bestuurlijke kopgroep eerder losgelaten door een veranderde focus van de deal. Nu de geleerde lessen geborgd moeten worden, overweegt men de eerdere kopgroep weer te betrekken.

Afbeelding 7: Brainstormen over bestuurlijk commitment. Foto: Paul Tolenaar

Ook in de City Deal Dynamische Binnensteden wordt domeinoverstijgend gewerkt. Daar ligt de focus in het laatste jaar op fondsvorming, waarbij wordt ingezet op revolverende investering: geld beschikbaar stellen om geld mee te verdienen. De ervaring in deze City Deal is: geef wethouders aandacht en ze komen tot bloei. Bij de Town Deal Krachtige Kernen is de ervaring dat het thema maatschappelijke onrust ‘van iedereen is en dus van niemand’. Het ontbreken van een ‘license to operate’ is een issue. Wat wel een succes is, is dat de Town Deal een lijntje heeft met de minister, die binnenkort op werkbezoek gaat in Oldambt.

Ook in de City Deal Fietsen voor Iedereen heeft men last van een wisselend politiek landschap. En het is lastig om kwalitatieve impact kwantitatief te meten – iets dat vanuit de verantwoordingslogica vaak gevraagd wordt. Tastbaar menselijk resultaat kan werken voor bestuurders. De City Deal stimuleert dit door ervaringsdeskundigen aan het woord te laten op bijeenkomsten. Bij de City Deal in verkenning Ruimte voor Werk is het lastig dat woningbouw vaak domineert in de discussie over de schaarse ruimte. En dat het thema zich weliswaar leent voor regionale samenwerking, maar dit moet vaak schuurt met lokale besluitvorming in een gemeenteraad.

Afbeelding 8: Andrea luistert en geeft tips. Foto: Paul Tolenaar

Geef niet op

Andrea geeft aan dat het soms kan helpen om City Deals te hernoemen of in subtitels beter aan te sluiten bij waar bestuurders op aangaan. Daarnaast kun je kijken of er andere manieren van verantwoording zijn dan kwantitatief meten. Ze noemt het rapport van de politie over Rijker verantwoorden als voorbeeld. “Geef niet zo maar op. Je hoeft niet in hun taal te spreken, maar gebruik wel taal die hen aanspreekt.” De ‘mutual gains’ theorie komt ter sprake. Andrea: “Kan interessant zijn: hoe kom je tot oplossingen waarbij alle partijen erop vooruitgaan.”

Andrea bedankt de deelnemers voor de actieve discussie. “Jullie hebben mij minstens evenveel geleerd als andersom. Ik neem jullie lessen mee.”

Janneke bedankt Andrea en Jan-Willem voor de leerzame middag en nodigt de deelnemers uit voor de CoP Jaarparade op 24 november, waar we terug- en vooruitblikken. “Denk ook na over wat jullie volgend jaar in de CoP willen leren. Dat kunnen we op 24 november ophalen, maar mail ons gerust ook tussendoor!”