Proeftuinen voor gezonde voedselomgeving: lessen uit 3 jaar experimenteren

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

Hoe kunnen gemeente invloed krijgen op het voedselaanbod in hun stad? Dit complexe vraagstuk los je niet op vanuit achter je bureau. Om in de praktijk uit te zoeken wat wel en niet werkt, startten de gemeenten Amsterdam, Ede, Rotterdam en Utrecht in 2021 een aantal proeftuinen. In deze wijken werd geëxperimenteerd met verschillende interventies en aanpakken. Lily Kramer, Karin de Jager en Martien Hagens blikken drie jaar na de start terug op deze werkwijze.

Ongezond eten is in ons straatbeeld niet te missen: het is overal aanwezig, in de binnen stad, rondom scholen en op stations. Dit ongezonde aanbod beïnvloedt onbewust de dagelijkse voedselkeuzes van mensen. Om de gezondheid van hun inwoners te beschermen, willen veel gemeenten een betere balans in het voedselaanbod in de stad, maar momenteel missen zij de juridische middelen om het voedselaanbod effectief te reguleren.

Karin de Jager, gemeente Rotterdam: ‘Gemeenten hebben niet de mogelijkheid om bijvoorbeeld te zeggen: ‘In deze straat zitten al meerdere fastfoodketens, nu willen we graag een ondernemer met een gezond aanbod.’ Met deze proeftuinen wilden we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn binnen de huidige wetgeving om het aanbod te sturen. Daarnaast denken we dat we op een aantal punten nog veel kunnen leren: hoe staan verschillende partijen hierin en welke kansen en obstakels komen we bij bewoners en ondernemers tegen?’

In Amsterdam werd gekozen voor drie locaties met verschillende opgaven en verschillende stakeholders. Lily Kramer: ‘In Amsterdam Zuidoost ging het om de vernieuwing van een winkelgebied, waar vooral de ontwikkelaar een belangrijke speler was. In Amsterdam Oost kwamen juist de ondernemers in beeld. Deze verschillende opgaven gaven een mooi zicht in de verschillende belangen: een ontwikkelaar heeft een bouwopgave, ondernemers moeten winst maken, en bewoners willen graag prettig wonen.’

Ede koos voor het stationsgebied en de nabijgelegen Parkweg en Spindopplein. ’Onze insteek was gericht op samenwerking,’ legt Martien Hagens uit. ‘We missen inderdaad de juridische kaders om invloed uit te oefenen op het voedselaanbod in de stad. Maar wat kunnen we bereiken als we samenwerken met de partijen rondom het station en de ondernemers op dit plein?’ Uit deze samenwerking ontstond een pop up store op het station waar, lokale producten werden verkocht. In de Parkweg en het Spindopplein ging Ede samen met geïnteresseerde horecaondernemers aan de slag om hun menukaart gezonder en duurzamer te maken.

Goede samenwerking
Om de voedselomgeving aan te pakken zonder juridische middelen, is een goede samenwerking nodig met partijen die de dezelfde urgentie voelen. ‘Je hebt echt ambassadeurs nodig. In Rotterdam hadden we het geluk dat de stadsmarinier van dit gebied het thema een warm hart toedroeg. Stadsmariniers werken in opdracht van de burgemeester en zetten zich in voor de veiligheid en leefbaarheid van Rotterdam. Dat zorgde voor een hele mooie entree richting bijv. de ondernemersvereniging,’ legt Karin uit. Rotterdam ging aan de slag op de Boulevard Zuid en de Beijerlandselaan, waar het aanbod ongezond eten groter is dan in andere delen van de stad. ‘Daar staat tegenover dat als enthousiaste mensen uit de wijk verdwijnen en bijv. een andere baan krijgen, dat echt gevolgen heeft voor de samenwerking. Dan zet je weer een paar stappen terug.’

‘Een gezonde voedselomgeving wordt niet door iedereen als prioriteit gezien. In Amsterdam Zuidoost en Nieuw-West spelen ook veel andere problemen die heel urgent zijn: overlast, drugsgebruik, sociale problematiek. De stadsdelen en andere belanghebbenden willen dat graag eerst op orde hebben, voordat ze met een gezonder aanbod aan de slag kunnen gaan.’

Hebben de proeftuinen iets aan het aanbod veranderd? ‘Niet in Rotterdam’, zegt Karin stellig. ‘Veel ondernemers in onze proeftuin hebben al moeite om het hoofd boven water te houden. Dan is er weinig ruimte om te experimenteren. Bovendien, als er een aanbieder stopt, dan is er veel aan gelegen om leegstand te voorkomen. Wat al snel weer leidt tot een nieuwe aanbieder van ongezond eten.

‘Ook in Amsterdam is weinig enthousiasme over het resultaat. ‘Het is wel gelukt om een zin te krijgen in een convenant en er is een horeca-ambitieplan opgesteld waar gezond aanbod ook een onderdeel van is, maar het is te vrijblijvend,’ aldus Lily Kramer. ‘Je loopt er toch tegen aan dat je niet de juridische middelen hebt om echt hierop te sturen.’

Voedselwet
De partners van de City Deal hopen daarom op de komst van een voedselwet. ‘We missen op dit moment een effectief sturingsmiddel,’ legt Martien uit. ‘Een voedselwet kan helpen om het aanbod in gebieden waar het overwegend ongezond is, beter te reguleren en bij te sturen.’ Karin voegt toe: Het helpt als we de optie hebben om bij nieuwe ondernemers te zeggen: ‘Het aanbod in deze straat is te ongezond, we willen juist een gezondere keuze toevoegen.’

Is er dan niks positiefs te melden? Zeker wel,’ zegt Lily overtuigend. ‘We hebben geleerd wat er nodig is om de voedselomgeving te veranderen. Wat weten nu beter wat werkt en we hebben nu meer inzicht in wat we moeten doen.’

Martien voegt nog een positieve ervaring toe: ‘Bij de horecaondernemers die in Ede deelnamen zien we wel aanpassingen in hun menu. Een ondernemer was zo enthousiast dat hij een tweede zaak is begonnen met alleen vegetarische burgers. Tegelijkertijd zijn dat kleine druppeltjes in een hele grote emmer. Een voedselwet met een beter sturingsmechanisme gaat ons zeker helpen om grotere stappen te zetten!’

———-

Karin de Jager, beleidsadviseur, Gemeente Rotterdam

Lily Kramer, projectleider GGD Amsterdam

Martien Hagens, projectmanager, Gemeente Ede

“Ontwerpers zijn cruciaal om gezamenlijke belangen, knelpunten en kansen inzichtelijk te maken”

De City Deal Openbare Ruimte heeft de afgelopen drie jaar laten zien hoe cruciaal een integrale aanpak van opgaven is voor de ontwikkeling van leefbare steden. Ontwerpkracht en kennisuitwisseling speelden een centrale rol in de City Deal, inclusief een heuse ateliermeester. ‘Ontwerpers zijn cruciaal om gezamenlijk belangen, knelpunten en kansen inzichtelijk te maken.’ Het succes krijgt een vervolg op een nieuw kennisplatform, dat op de Dag van de Stad wordt gelanceerd.

De keuze voor het gebruik van ontwerpend onderzoek binnen deze City Deal was vanzelfsprekend, vertelt Marleen de Ruiter, kwartiermaker bij de City Deal, werkzaam bij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het idee voor de City Deal kwam zelfs voort uit eerdere ontwerpende onderzoeken -zoals die naar een integrale aanpak in wijken. “De belangrijkste les uit dit onderzoek was dat het noodzakelijk is om in die wijken meerdere opgaven tegelijkertijd aan te pakken. Dit is cruciaal om effectief binnen de bestaande ruimte, budgetten en tijd te kunnen werken. Ontwerpers zijn cruciaal om gezamenlijke belangen, knelpunten en kansen inzichtelijk te maken.”

Marleen de Ruiter

Marleen de Ruiter

Ruimtelijk inzichtelijk

En laten er nou net in de City Deal en de community daaromheen relatief weinig ontwerpers betrokken zijn. Het waren vooral procesmanagers, projectmanagers, techneuten en beheerders, dus mensen vanuit een vrij technisch procesmatig, financiële of juridische achtergrond. “Dat is eigenlijk gek, want juist bij de openbare ruimte zou je ontwerpers verwachten”, gaat De Ruiter verder. “Het gaat altijd over maaiveldinrichting en ‘waar komen de bomen, hoe breed is het plein, waar zit het straatmeubilair?’ Juist nu je merkt dat de opgaven die nu urgent zijn, zoals klimaatadaptatie, de energietransitie, de warmtetransitie, allemaal onderwerpen zijn die in de openbare ruimte een plek moeten krijgen, is de vraag naar ontwerpers groot. Want waar ze samenkomen kom je alleen maar verder als je het ruimtelijk inzichtelijk kunt maken. En daar heb je die ontwerpende blik en die verbeelding echt voor nodig. Alleen dan zie je de gezamenlijke belangen, knelpunten en kansen bij elkaar.”

Ateliermeester

Om de zes ontwikkelteams binnen de City Deal, die elk een eigen aspect onderzochten van de bovengronds én ondergrondse openbare ruimte, te helpen ging Thijs van Spaandonk het laatste anderhalf jaar van de City Deal aan de slag als ateliermeester. Van Spaandonk, architect en medeoprichter van Bright, een research & development laboratorium voor onze leefomgeving, ontdekte en bewaakte als ateliermeester de rode raad in de verschillende ontwikkelteams. Daarnaast bleef hij het belang van een integrale aanpak van de openbare ruimte onder de aandacht brengen. “Mijn rol was om het samenhangende verhaal te creëren en een bredere visie op de stad te ontwikkelen. Wat is het integrale verhaal dat we proberen te vertellen? Waarom is die integrale aanpak in de openbare ruimte nou zo belangrijk? Waar bestaat die dan uit? Wat bedoel je dan precies met integraal? Wie moet er iets mee?”

De komst van de ateliermeester was ook echt nodig, vult De Ruiter aan: “Zelfs in de City Deal merkte je dat we het thema met werklijnen en ontwikkelteams alweer in stukjes gingen opknippen. Dat is ook normaal, want je kan niet aan alles tegelijkertijd werken. Maar op een gegeven moment wil je dat alles weer bij elkaar wordt gebracht. En dat doe je het liefst zo beeldend mogelijk. Dat werkt beter dan een nota schrijven. Visuele representatie speelt dan ook een belangrijke rol, en dat is waar de ateliermeester in beeld komt. Hij helpt om ideeën en oplossingen tastbaar te maken, en is bij uitstek de persoon die alles bij elkaar brengt en gezamenlijk de denkkracht organiseert.”

Thijs van Spaandonk (Foto: Wijnand van Til)

Thijs van Spaandonk (Foto: Wijnand van Til)

Eén grote spaghettisoep in de grond

Een van de inzichten die naar voren kwam door de ontwerpkracht in de City Deal, is de complexiteit van de ondergrondse infrastructuur. De Ruiter en Van Spaandonk beschrijven hoe Bright in staat was om deze complexiteit inzichtelijk te maken. Door het visueel weer te geven, konden ze betere gesprekken voeren met bestuurders en andere betrokkenen. Het idee was om niet alleen juridische documenten te presenteren, maar om het verhaal toegankelijker te maken. De Ruiter: “Bright heeft toen voor ons inzichtelijk gemaakt wat er eigenlijk in de ondergrond is gebeurd door de jaren heen; doordat er steeds systemen bijkomen is in de ondergrond een soort spaghettisoep van allerlei kabels en leidingen ontstaan. Ze hebben laten zien dat de regelgeving eigenlijk nooit op de goede manier is meegegroeid. Wat betekent dat voor de verschillende manieren van de stad ontwikkelen? Door het mooi inzichtelijk te maken, konden we het verhaal opeens wel goed vertellen  richting bestuurders en buitenwereld.”

Experts vanuit de gemeenten

Wat de City Deal vooral succesvol maakte, gaat Van Spaandonk verder, was de betrokkenheid en praktische samenwerking van experts vanuit de twaalf gemeenten. “Die vonden elkaar in het uitwisselen van kennis en best practices. Deze uitwisseling heeft echt geleid tot nieuwe inzichten en verbeterde aanpakken, en intensieve samenwerking. Wij hoefden dat proces alleen maar te faciliteren. Het ging vaak om zulke complexe opgaven dat we de experts niet inhoudelijk hoefden te ondersteunen, maar ons konden concentreren op onderzoekend optreden, de belangen bij elkaar brengen en daar vervolgens de rode draden uit halen.”

Nieuw platform voor integrale samenwerking

De succesvolle uitwisseling van kennis uit de City Deal krijgt nu een vervolg op het platform ISOR (Integrale Samenwerking Openbare Ruimte), dat op 4 november wordt gepresenteerd op de Dag van de Stad. “Het is zo belangrijk dat we een platform hebben waar we deze kennis kunnen samenbrengen.”, stelt De Ruiter. “Er zijn veel departementen betrokken bij de openbare ruimte en we willen niet dat gemeenten telkens weer ergens anders moeten aankloppen.”

Het platform ISOR biedt gemeenten een plek om hun kennis te delen en het organiseert korte, actiegerichte sprints om nieuwe kennis te ontwikkelen. Ook vind je informatie in de vorm van een e-learnings, webinars of workshops. “Hier kunnen mensen terecht met al hun vragen in de openbare ruimte, juist als die niet sectoraal zijn, maar integraal,” voegt Van Spaandonk toe.

Ontwerpkracht heeft zich dus echt bewezen in de City Deal Openbare Ruimte. Van Spaandonk gelooft dat het ook in andere, toekomstige City Deals een belangrijke rol kan spelen en niet alleen als er een ruimtelijke component bij komt kijken. “Verbeeldingskracht helpt om concrete plekken en gevolgen van bepaalde doelen zichtbaar te maken,” zegt hij. “Dit helpt om de dialoog te bevorderen en om sneller tot actie over te gaan.”

Dynamische Binnensteden aan de slag met ontwerpkracht

Jos Sentel en Jurian Strik
Jos Sentel en Jurian Strik

Hoe hou je binnensteden leefbaar voor inwoners, en aantrekkelijk voor ondernemers? De complexe vraagstukken in onze binnensteden vragen om een hele andere manier van denken. Daarom heeft programma coördinator, én aanjager van de City Deal Dynamische Binnensteden, Jos Sentel, sinds de start vorig jaar zomer de hulp ingeschakeld van creatief strateeg Jurian Strik.

Strik werkt al langer voor Agenda Stad en verschillende City Deals. Creatieve strategie komt in de beleidswereld nog niet veel voor, legt hij uit. “Goed vooraf nadenken hoe je ontwerpt of innoveert gebeurt weinig. Ik heb gemerkt dat het toch vaak draait om meegaan met de wind die op dat moment waait. Dan helpt het   wanneer je even op de pauzeknop drukt en samen nadenkt over hoe ontwerpers zo goed mogelijk kunnen aansluiten.”

Anders denken

Ook Sentel zelf is geen onbekende met ontwerpdenken. “Ik kom uit de vastgoedwereld en projectontwikkeling en daar wordt gelukkig in toenemende mate aan conceptontwikkeling gedaan, ook een soort creatieve strategie voor een gebouw of gebied. Een City Deal is een project van lange adem dus loont het de moeite om   goed en zorgvuldig na te denken over wat de kern wordt van het project. Daarom wilden wij    graag met Jurian aan de slag. We willen dingen echt anders gaan aanpakken, nieuwe inzichten proberen te ontwikkelen waarmee beleidsambtenaren bekende problemen op een andere manier kunnen oplossen en onderzoeken wat de opmaat kan zijn voor beter beleid.”

Jos Sentel, projectleider van de City Deal Dynamische Binnensteden

Jos Sentel, projectleider van de City Deal Dynamische Binnensteden

De City Deal werkt via vier verschillende thema’s met eigen doelstellingen en ambities. Die hebben we vertaald naar 13 concrete projecten waaraan we nu werken. De creatieve strategie moet ambtenaren en andere deelnemers in de City Deal meekrijgen in een nieuwe manier van denken, legt Sentel uit. “Mensen moeten wel leren denken langs andere lijnen, anders krijg je vernieuwing of innovatie die nodig is in deze City Deal niet van de kant. Het is een reflex in beleidsland wanneer iets onbekend is om maar weer een onderzoek bij een bureau uit te zetten Daarbij raakt echter de ‘waarom’-vraag steeds verder uit beeld.”

Ontwerpkracht krijgt vorm

De ontwerpkracht krijgt op drie manieren vorm in de City Deal, legt Strik uit. “De eerste is in het zogeheten motorblok van de City Deal. Samen met Jos en het programmateam denken we na over hoe we innoveren vanzelfsprekend kunnen maken in de City Deal. Hoe kunnen we het zo organiseren dat het voor werkgroepen aantrekkelijk is om te experimenteren?”

De tweede vorm is meer op werkgroepniveau in de 13 projecten. Daar komen de deelnemers bij elkaar om echt aan de slag te gaan binnen een bepaald thema. Strik: “Ze hebben daarbij vaak hulp nodig in de vorm van creatieve werksessies om op een andere manier naar een vraagstuk te leren kijken. Vaak is er ongelooflijk veel kennis in die werkgroepen. Mensen kennen een vraagstuk van voor tot achter. In de werksessies is het de bedoeling om niet die kennis alleen maar uit te wisselen, maar ook te gebruiken om echt tot nieuwe inzichten te komen.”

Een derde manier waarop ontwerpkracht in de City Deal vorm krijgt is door de buitenruimte op te zoeken, gaat Strik verder. “We vragen enkele ontwerpers om vanuit hun bestaande ontwerppraktijk mee te denken over de dynamiek van de binnenstad. Een van de ontwerpers waar me mee werken is Yuri Veerman, die in zijn werk op een visuele manier de rol van vastgoed in de stad onderzoekt.”

Speculatie-koekjes. Een voorbeeld van een ontwerp van Yuri Veerman

Speculatie-koekjes. Een voorbeeld van een ontwerp van Yuri Veerman

 

Woonruimte boven winkels

De eerste bijeenkomst waar ontwerpkracht centraal stond, vond plaats op het Drive Festival tijdens de Dutch Design Week in oktober 2023. Daar organiseerden Sentel en Strik namens de City Deal een workshop rond het actuele    thema: Hoe kunnen we leegstaande ruimtes boven winkels in de grotere binnensteden benutten? Er ligt namelijk een enorm potentieel in die ruimtes met oog op de woningnood in ons land. “Op dit moment zouden er wel 70.000 woningen kunnen worden gerealiseerd boven winkels in de binnensteden, stelt Sentel. Ware het niet dat wet- en regelgeving in de weg zit.”

“Het is een hardnekkig probleem waar we het al dertig jaar over hebben. De ruimtes boven winkels blijven maar leegstaan. Het huidige beleid biedt geen mogelijkheden om die ruimtes om te zetten naar bijvoorbeeld woonruimte.   De ruimtes voldoen bijvoorbeeld niet aan   bestemmingsplannen of de juiste vergunningen, omdat ze geen toegang hebben via de achterkant of zijkant, of niet voldoen niet aan de minimale oppervlakte. Dan wordt al snel gezegd dat het niet kan. Vaak genoeg begint een volgende ambtenaar weer opnieuw om te bedenken hoe dit vraagstuk op te lossen. Meestal met een onderzoek naar de situatie. In de workshop wilden we dat anders doen; verder gaan. We begonnen met de vraag: Wat weten we al, wat is er in de afgelopen 25 jaar gedaan en bedacht om dit probleem aan te pakken? En hoe kunnen we al deze kennis en ervaring nu gebruiken als bouwstenen voor nieuwe ontwerpoplossingen?”

Met de uitkomsten van de workshop hoopt Sentel breder in de City Deal een doorbraak te forceren. “Hoe mooi zou het zijn als we met ontwerpkracht en door op een andere manier naar de vraagstelling te kijken deze impasse kunnen doorbreken en een innovatie weten te realiseren, waardoor er uiteindelijk een generieke aanpak ontstaat voor meer steden?”

Experimenteren met besluitvorming

Een ander project waar ontwerpkracht belang heeft is het project ‘Efficiënte aanpak transformatie binnensteden’. “Daarin ligt de vraag vanuit gemeenten   om na te denken over hoe zij het proces rond bestemmingsplannen op een betere manier kunnen organiseren”, legt Strik uit. “Hoe kunnen gemeentenop een andere manier tot een besluit   komen, waarbij ook minderheidsstemmen in de stad een kans krijgen? Ik heb gemeenten voorbeelden laten zien van hoe ontwerpers en kunstenaars een creatieve en experimentele invulling geven aan besluitvorming. Met als oproep om experimenten in de eigen stad en gemeentelijke organisatie aan te gaan, in plaats van een extern bureau inhuren dat vaak in abstracte termen uitlegt hoe het zou kunnen.”

Hans Hemmert, Level (1997) heeft schoenen ontworpen waardoor iedereen even lang is, een mooi voorbeeld van hoe een level playing field er uit kan zien.

Hans Hemmert, Level (1997) heeft schoenen ontworpen waardoor iedereen even lang is, een mooi voorbeeld van hoe een level playing field er uit kan zien.

Sentel: “Wat we zo min mogelijk willen, zijn meer rapportages, onderzoeken of inventarisaties. Daar hebben we wel genoeg van. Het bieden van andere perspectieven, het opleveren van iets anders dan een standaard rapport en dat kunnen schetsen via bijvoorbeeld serious gaming of verhalen is volgens mij heel belangrijk. We moeten veel meer verschillende belanghebbenden bij de binnenstad het verhaal laten vertellen, dus niet alleen retailers, beleidsambtenaren en vastgoedbedrijven, maar ook inwoners, kunstenaars, daklozen, vluchtelingen.”

Van vergadertafel naar ontwerptafel

De andere manier van denken die hoort bij ontwerpkracht is overigens niet meteen voor iedereen geschikt, legt Sentel uit. “Even pas op de plaats maken vraagt reflectie, parallelle schakelingen in je hoofd en de verwarring toelaten. Bij sommigen kan dat leiden tot een lichte vorm van paniek of wanhoop. Zorg ervoor dat je die mensen niet kwijtraakt, maar geef ook aandacht aan hun zorgen.  Inzet van ontwerpkracht kost tijd en vraagt uithoudingsvermogen.  kent die plaatjes wel van heel erg grillig, steeds minder grillig tot op een gegeven moment je wel in een rustiger vaarwater en een bepaalde lijn komt.  Zo kan het met ontwerpkracht ook gaan. .”

Ontwerper Jurian Strik

Ontwerper Jurian Strik

Een andere uitdaging is om de juiste timing te vinden, vult Strik aan. “Als je te snel wilt, is er nog geen eigenaarschap bij een werkgroep, is er nog geen draagvlak of zijn ideeën nog niet op elkaar afgestemd. Dan kan een ontwerpinitiatief losgezongen blijven. Aan de andere kant als je te lang wacht kan een briefing helemaal dichtslibben allerlei wensen, verwachtingen en randvoorwaarden. Dat houdt de creativiteit weer tegen.”

Begin daarom klein, adviseert Strik. “Organiseer een ontwerpsessie van een paar uur en kijk wat je ervan vindt. Denk dan eens goed na of er in je vraagstuk ruimte is voor een ontwerper. Het uiteindelijke doel is wat mij betreft om de City Deals van de vergadertafel af te halen en aan de ontwerptafel te krijgen, zodat de betrokken partijen daar samen met de inhoud aan de slag kunnen gaan.”

Dit is een interview uit een drieluik over Ontwerpkracht. Lees meer over het Loket Ontwerpkracht van Agenda Stad. Geïnteresseerd in het toepassen van ontwerpkracht? Op de Dag van de Stad op 4 november in Apeldoorn, kun je weer deelnemen aan een aantal Ontwerpateliers. Schrijf je snel in!

Lees meer over de City Deal Dynamische binnensteden op Citydealbinnensteden.nl.

Future Green City: Van stadsingenieurs, groenprofessionals tot tijdloze grachten

Future Green Cities

Van 23 tot en met 26 september 2024 delen ruim drieduizend experts van over de hele wereld vier dagen lang hun passie en kennis over de leefbare groene stad mét toekomst op het Future Green City World Congres in Utrecht. En daar wordt ook nog eens een nieuwe City Deal ondertekend.

Het congres is een initiatief van Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland en Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG) en opgezet samen met gemeente Utrecht, VNG en Agenda Stad. Het congres verbindt bouw, groen, infra en water.

Stad met toekomst

“Door verschillende oplossingen te laten zien en netwerken in deze twee domeinen met elkaar te verbinden, bouwen we samen aan een stad met toekomst”, legt Maarten Loeffen, directeur van Stadswerk uit, een van de initiatiefnemers van het congres. “Die stad moet echt gebouwd worden vanuit de samenwerking tussen stadsingenieurs en groenprofessionals.”

Er komen steeds meer mensen in de stad wonen. Daar zijn woningen voor nodig. Tegelijkertijd willen we de stad vergroenen. “Dan heb je dus echt wel slimme oplossingen nodig om het groen in die betonnen rotsachtige omgeving tot wasdom te laten komen”, stelt Loeffen. “Onder de grond is het gevecht om de ruimte zeker net zo groot, met alle kabels en leidingen. Het is een uitdaging als je bomen wilt planten. Stadsingenieurs en groenprofessionals moeten dus meer met elkaar praten. Omdat ze hun eigen congressen hadden, leek het ons goed om ze bij elkaar te voegen tot één congres, het Future Green City Congres.”

Maarten Loeffen Stadswerk Future Green Cities 2024

Maarten Loeffen

Twee werelden bij elkaar brengen

De ambitie van Loeffen is dan ook om hier deze twee werelden echt bij elkaar te brengen en de dialoog tussen hen op gang te brengen. “Uiteindelijk hoop ik dat Future Green City uitgroeit tot een soort van beweging of een platform, een plek waar die twee werelden elkaar blijven ontmoeten. Want als we na het congres gewoon allemaal weer verder gaan met wat we al deden, dan heeft het weinig opgeleverd.”

Daarom heeft Loeffen de twee betrokken internationale koepels International Federation of Municipal Engineering en World Urban Parks uitgedaagd om een manifest op het congres in Utrecht door de deelnemers te laten ondertekenen. “Dat zou dan een soort van tienpuntenlijstje moeten zijn, wat straks iedereen wereldwijd op het beeldscherm heeft staan, of op de werkplek heeft hangen. Tien punten van hoe we nu in een betere samenwerking aan de slag gaan met die Future Green City.”

Het congres kent een uitgebreid programma met 170 activiteiten. Er zijn WorkshopsXL, waar experts met elkaar de diepte in gaan. Er zijn fieldtrips voor buitenlandse deelnemers naar andere steden en er zijn urban trails, werkbezoeken in en rond de stad Utrecht, en

De National Park City beweging is ook aanwezig, waar onder meer Rotterdam en Breda aan mee doen. Ook is er een bestuurlijk programma en legt het congres een speciaal accent op jonge professionals. Zo zijn vanuit de Future Green City Student Challenge het afgelopen jaar studenten van vijf hogescholen bezig geweest met de ontwikkeling van plannen voor de Utrechtse wijk Overvecht. De finale vindt op het congres plaats. In de stad vindt ook een tijdelijk vergroeningsproject plaats in de stad met de toepassing van stadspergola’s.

Loeffen: “We hebben een openbare ruimte waar we echt ongelooflijk trots op kunnen zijn. We kunnen mooie dingen laten zien, maar we moeten er wel aan blijven werken om ze toekomstbestendig te houden.”

City Deal Tijdloze Grachten

Daar past de ondertekening van de City Deal Tijdloze Grachten helemaal bij. Op 25 september ondertekenen zeven steden, drie ministeries, uitvoeringsorganisaties en andere instellingen de City Deal in het Future Green City Theater tijdens de vakbeurs Openbare Ruimte die samenvalt met het congres.

“Vanuit de City Deal willen we graag dat de historische waarde van grachten, kades en bruggen, die ouder zijn dan 1940, wordt meegenomen in de manier waarop we renoveren”, legt kwartiermaker van de City Deal Annemarij Kooistra uit. “De grachtengordels zijn van belangrijke waarde voor de identiteit van de steden en stadjes waarin ze liggen. Ook zijn ze een belangrijk element in de lokale economie. Ze hebben echt een intrinsieke waarde. We moeten ze niet slopen en vervangen door stalen en betonnen constructies. We willen de charmes behouden. Het zijn tijdloze grachten.”

Annemarij Kooistra

Landelijke samenwerking

Maar de renovatie en onderhoud van grachten en bruggen gaat de komende jaren veel middelen, en menskracht, kosten. Dat dit een groot vraagstuk is voor veel gemeenten wil de City Deal ook agenderen. “Gemeenten zullen wellicht onderbemensd zijn om dit goed aan te pakken. Of het wordt niet in de begroting opgenomen. Kunnen we hier geen landelijke samenwerking van maken? Kunnen we er geen landelijk team op zetten, zoals een expertteam? Dat willen we uitzoeken in de City Deal, en de behoeftes bij de verschillende gemeenten onderzoeken.”

De City Deal wil verder werken aan een nieuwe landelijke beoordelingssystematiek, gaat Kooistra verder. “We willen veel kennis bij elkaar brengen in een landelijke standaard die we dan gebruiken bij renovatie. Ook willen we inzetten dat er bij renovatie van bruggen, kades en grachten synergie is met andere vraagstukken, zoals de vergroening van de stad. Dat sluit aan bij de Future Green City. Er lopen immers verschillende opgaven door elkaar in de stad. Die willen we integraal aanpakken. Bij renovatie willen we ook aan de slag met energietransitie, ruimtelijke ordening ondergronds, hittebestendigheid en vaarwegen. Dat brengen we graag bij elkaar in een methodiek, zodat alles goed geborgd en ontsloten wordt. Daarvoor werken we samen met kennisplatform CROW aan een landelijke richtlijn.”

Na vier jaar hoopt Kooistra dat dankzij de City Deal steden daarvoor een vorm hebben gevonden, en dat ze verder structurele samenwerking met elkaar hebben gevonden en ontwikkelen. Een klankbordgroep van zeven kleinere steden gaat toetsen of de opgeleverde producten uit de City Deal ook voor iedereen bruikbaar zijn, dus niet alleen voor grote steden. Gemeenten kunnen zich blijven aanmelden voor de City Deal, ook na de ondertekening. Neem bij interesse contact op Agenda Stad, via het contactformulier.

Meer weten over het Future Green City Congres? Kijk op: https://fgc2024.com/nl/

Lees meer over de City Deal Tijdloze Grachten: https://agendastad.nl/over-agenda-stad/city-deals-in-voorbereiding/#kades

City Deal inspireert Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Circulair en conceptueel bouwen zorgt voor CO₂-reductie. De City Deal met dit onderwerp is de katalysator geweest voor een Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), waarmee de teelt, verwerking en toepassing van biogrondstoffen in de bouw gestimuleerd wordt.

In de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen is sinds 2021 veel bereikt. Als je in 2050 een volledig klimaatneutrale en circulaire bouweconomie wilt, moet er snel veel kennis ontwikkeld worden. De City Deal ondersteunde projecten en zorgde voor kennisuitwisseling op drie thema’s: biobased bouwen, conceptueel bouwen en nieuwe financierings- en waarderingsmodellen voor vastgoed. Dat resulteerde in een enthousiasmerende verzameling kennis die laat zien dat biobased, circulair en conceptueel bouwen nu al kan. Over de looptijd van de City Deal werd een drietal online ‘biobased magazines’ gemaakt met voorbeeld bouwprojecten, achtergrond bij materialen en inzicht in business cases, het Nieuwe Normaal mede-ontwikkeld en de Transitiestrategie toekomstige leefomgeving. Er was een biobased campus op het Floriade terrein in Almere en er werd een inspirerende verhalenbundel gemaakt over biobased wonen en leven.

“Zo veel energie”

In een thema waar veel bouwers, opdrachtgevers en andere belanghebbenden wel willen maar nog zitten met de vraag ‘hoe dan?’, is die kennisuitwisseling van grote invloed. Hanna Lára Palsdóttir was projectleider biobased bouwen bij deCity Deal CCB en zij vertelt over het enthousiasme onder deelnemers om van de duurzaamheidsambities verder te brengen: “We zaten aan het begin natuurlijk in de corona-periode, dus alles ging online. Maar naar die eerste bijeenkomsten kwamen wel elke keer 70 tot 100 mensen. De City Deal is uiteindelijk ondertekend door meer dan 120 partners. En nog steeds; er is veel belangstelling voor de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. In een klankbordgroep zitten meestal een paar mensen – hier zitten er 110 partijen die twee keer per jaar bij elkaar komen. Dit naast alle reguliere overleggen. Zo veel energie zit hierop.”

Ontwikkeling van markten nodig

Pálsdóttir noemt niet toevallig de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Net als bij veel andere City Deals is gewerkt aan het veranderen van de spelregels en verdere beleidsontwikkeling. Hoe maak je van biobased, circulair en conceptueel bouwen de standaard en wat is er op de verschillende niveau’s voor nodig om dat mogelijk te maken? Een van de belangrijkste prestaties van de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen is de bijdrage aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Daarnaast heeft de Deal ruimtelijke kaders voor conceptueel bouwen ontwikkeld en het zogenoemde “Nieuwe Normaal” ontwikkeld. Antwoorden gegeven op de vraag ‘hoe dan?’ want het kan niet alleen binnen gemeenten worden gevonden. Er is ontwikkeling van markten en ketens nodig zoals bij biobased bouwen en verbouwen: van teelt, verwerking en toepassing door bouwbedrijven.

Opschalen in zeven jaar

Bouwe Meijer is beleidsmedewerker Biobased bouwen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij werkte aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen: “Het doel van de aanpak is om de markt voor biobased materialen de komende zeven jaar op te schalen. Dat zorgt voor CO₂-reductie in de bouw, maar het biedt ook perspectief voor boeren. En het draagt bij aan een circulaire economie en aan de ruimtelijke ontwikkeling.” Meijer benadrukt dat opschalen gebalanceerd moet gaan; eenzijdig de teelt van biogrondstoffen, zoals vezelhennep of stro, opschalen zonder dat het verwerkt kan worden zorgt ervoor dat de boer snel weer afhaakt. Andersom geldt dat het geen zin heeft om de vraag in de bouw enorm te stimuleren zonder dat er aanbod vanuit de landbouwsector is.

Olifantsgras

Ketens stimuleren

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen worden biobased ketens gestimuleerd. Meijer: “Er wordt straks met koolstofcertificaten gewerkt waarbij een boer financiële beloning krijgt als die een gewas produceert dat CO₂ opslaat in gebouwen. De boer wordt betaald voor die maatschappelijke dienst, zodat het interessant is om die keuze te maken. Aan de industriekant wordt gekeken naar extra gunstige leningen voor bedrijven die investeren in de verwerking van gewassent totroductie biobased bouwmaterialen. Aan de vraagkant wordt gewerkt aan aanscherping van normeringen, aan duurzamer uitvragen door het rijksvastgoedbedrijf en aan het verhogen van subsidies voor woningeigenaren als je biobased isolatie toepast.” Worden voor houtbouw ook productiebossen gestimuleerd? “Houtbouw wordt wel gestimuleerd in de bouwsector, maar we gaan niet de productie van hout in Nederland stimuleren. Dat komt vooral uit andere landen, waardoor het voor Nederlandse agrariërs die moeten verduurzamen geen nieuw verdienmodel oplevert,” aldus Meijer.

“Blauwdruk voor nationale aanpak”

De gebalanceerde ontwikkeling van regionale ketens en markten komt mede voort uit de Interdepartementale werkgroep Biobased Bouwen (IDOBB). Pálsdóttir: “In een vroeg stadium zagen we dat het feit dat ketens nog niet ontwikkeld waren remmend werkte. Vanuit het ministerie van BZK is Building Balance gefinancierd om een voorstel te doen voor een nationaal programma dat regionale en landelijke biobased ketens ontwikkelt.” Meijer: “De aanpak  van Building Balance is de blauwdruk geweest voor de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. In de City Deal is heel veel kennis opgedaan over wat er wel en niet kan. En je ziet een deel van het grote netwerk van partijen dat in de City Deal is opgebouwd terug in deze nationale aanpak.”

“Dit is wat je hoopt”

Je kunt de aanpak volgens Pálsdóttir niet één op één terugvoeren op de City Deal; niet te ontkennen valt dat het werk van de afgelopen drie jaar – netwerken bouwen, kennis ontwikkelen, coalities sluiten, projecten stimuleren– als katalysator heeft gewerkt. Pálsdóttir: “Dit is wat je hoopt met een City Deal. Lokaal experimenteren en dingen voor elkaar krijgen, projecten van deelnemers realiseren. Op deze manier condities, capaciteit en energie mobiliseren en dan ook nog de ontwikkelde aanpakken en borgen in beleidsprocessen.“

De Nationale Aanpak Biobased Bouwen heeft een 30-30-30-doelstelling: in 2030 wordt in 30 procent van de nieuwbouw 30% biobased materialen toegepast. Je hoeft geen deelnemer van de aanpak te zijn; iedereen kan gebruikmaken van de regelingen.

Circulair, biobased en conceptueel bouwen in het kort: boeren in de regio verbouwen vezelgewassen die de basis zijn voor bouwmaterialen. Bosbouw  – meestal wat verder weg – zorgt voor bouwhout; beide zijn biobased materialen. Omdat planten- en bomengroei CO₂ opslaat en je dit vervolgens voor vele jaren in gebouwen vastlegt, maak je CO₂-winst. Door standaardisering via bouwconcepten (met oog voor diversiteit en afwisseling natuurlijk) kan woningbouw voor een groot deel industrieel uitgevoerd worden. Dit beperkt CO₂- én stikstofuitstoot tijden de bouw. Daarnaast zorgt deze manier van werken ervoor dat delen van gebouwen gemakkelijk opnieuw gebruikt kunnen worden, wat de levensduur van materialen (en de langdurigheid van de CO₂-opslag) nog verder verlengt. Het verbouwen van bekende grondstoffen als vlas, miscanthus en hennep is daarnaast op zichzelf beter voor het milieu dan wat er nu meestal verbouwd wordt.

City Deal Health Hub organiseert zorginnovatie in indrukwekkend netwerk

De Health Hub Utrecht is een ecosysteem van overheden, bedrijven, zorginstellingen, bewoners en kennisinstellingen in de provincie Utrecht. Wat begon als een City Deal op papier is nu een dynamische regio-alliantie op het gebied van gezondheid, zorg en welzijn.

Marjoke Verschelling is strategisch beleidsadviseur Volksgezondheid bij de gemeente Utrecht en programmamanager van de Health Hub Utrecht: “Ik was projectleider van de City Deal Health Hub. Het tijdens de City Deal opgebouwde netwerk is blijven bestaan en daarvan ben ik nu programmamanager.” De City Deal startte al in 2016; sinds 2019 is Verschelling erbij betrokken. Sinds vorig jaar zit het project in fase 2 (met als titel ‘Meters maken’) en de planning loopt door tot 2030 (‘Doelen halen’) met uitzichten op 2040.

Gezondheid en geluk

De te halen doelen liegen er niet om: gezondheid en geluk voor Utrechters. Verschelling: “Het gaat trouwens om alle Utrechters, in de provincie Utrecht en niet alleen Utrecht-stad. Ja, we moeten even een stip op de horizon zetten. Het is een doel dat alle organisaties in het ecosysteem bindt en het gaat echt over de inwoners. Er liggen nog twee doelen onder: 1. de gezondheidsverschillen met 30 procent verkleinen en 2. de positionering van de regio Utrecht als ‘Heart of Health’, het zichtbaar maken dat deze regio de plek is waar de beste opleidingen zitten, waar interessante innovaties te vinden zijn, waar je als verpleegkundige en onderzoeker wilt wonen en werken.”

Het is nu bijna acht jaar na het allereerste begin van de City Deal. Er is een indrukwekkend netwerk opgebouwd, met maar liefst dertig organisaties – ziekenhuizen, hogescholen, universiteit, bedrijven, de provincie, gemeenten, het RIVM en ministeries. Er zijn kennistafels tussen professionals en onderzoekers, er is een verzameling coalities die zich richten op deelonderwerpen en er was in 2023 een Future Health Expo met reflectie op de vraag hoe gezond en gelukkig er in de toekomst uitziet.

 Ontmoeting en over domeinen heen samenwerken

‘Hub’ betekent letterlijk ‘naaf’ – het midden van een fietswiel waar alle spaken samenkomen. Waar is de ‘hub’ in deze verzameling overlegstructuren? Verschelling: “De hubfunctie zit hem in de kennisverspreiding en kennisverbinding. Dat gaat niet vanzelf. We organiseren die kennistafels, er zijn innovatie-ontbijten; allemaal manieren om de mensen en organisaties in het ecosysteem op elkaar aan te sluiten. En te zorgen dat ze dezelfde taal spreken – of tenminste van elkaar weten dat ze bijvoorbeeld het woord ‘preventie’ heel anders gebruiken.”

Zijn er na die acht jaar kennisuitwisseling eigenlijk al Utrechters gezonder en gelukkiger geworden? Dat is volgens Verschelling “dé hamvraag. Volgens mij kan ik nog niet zeggen dat Utrechters gezonder zijn omdat de Health Hub er is. Nóg niet. Er zijn in het netwerk wel initiatieven ontstaan die voor meer gezondheid en geluk zullen zorgen. Voorbeeld. Een directeur van Huisartsen Utrecht Stad ontmoet tijdens een Health Hub-bijeenkomst een directeur van een roc en zij hebben een nieuw zij-instromerstraject ontwikkeld voor doktersassistenten. Jonge ontwerpers van de Hogeschool voor de Kunsten ontwikkelen met zorginstelling Reinaerde nieuwe zorg-gemeenschapconcepten. Was dat zonder de City Deal ook gebeurd? Misschien, maar het is wel ontstaan omdat wij de ontmoeting en over domeinen heen samenwerken centraal hebben gesteld.”

Health Hub Utrecht

Bijeenkomsten van allerlei soorten vormden de basis van experimenten, uitwisseling, inspiratie en ontmoetingen die het verschil maakten.

 Resultaten: nadruk op preventie, bewonersperspectief en een druppelbril

Verschelling benadrukt dat de Health Hub een positieve rol speelt bij ontwikkelingen, zonder dat altijd één op één het resultaat te ‘claimen’ is: “Neem nou het IZA (Integraal Zorgakkoord) dat anderhalf jaar geleden is afgesloten tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen in de zorg. Met als gedachte: in plaats van sectorakkoorden (een voor ggz, een voor ouderenzorg) doen we het integraal, zodat de nadruk gaat van zorg naar gezondheid ‘aan de voorkant’ en dus preventie. Dit heeft de Health Hub niet bedacht, maar het loopt wel erg parallel aan de beweging die wij met de partners in de regio hebben gemaakt. En in de regionale uitwerking van het IZA is het werk van onze coalities Arbeidsmarkt en Digitalisering zichtbaar terechtgekomen.”

“Waar we ook voor gezorgd hebben, is dat er bewoners aan de bestuurlijke IZA-tafels zaten.  We hebben in de Health Hub een bewonerstafel georganiseerd en het inwoners-perspectief een stem gegeven op onze bestuurdersbijeenkomsten. Want de nadruk op preventie en gezondheid vraagt om betrokkenheid van de mensen om wie het gaat. Het hoort ook bij onze ‘multiple helix’-aanpak: succesvolle transformaties krijg je voor elkaar als overheden, bedrijven, kennisinstellingen, zorginstellingen én inwoners samenwerken.”

Veel resultaten zitten in de hoek van de randvoorwaarden, maar er zijn ook conretere dingen te noemen. Verschelling: “Er is een handreiking valpreventie gemaakt. Een aantal organisaties hebben regionaal werkgeverschap georganiseerd zodat mensen gemakkelijk naar andere organisaties kunnen overstappen. Een concrete innovatie: er wordt een druppelbril geïmplementeerd die mensen helpt bij het zichzelf oogdruppels toedienen.”

Zoek de verbeeldingskracht

De Health Hub is voortgekomen uit een City Deal. Volgens Verschelling was dat belangrijk om het ecosysteem op te bouwen: “Wat heel belangrijk aan de City Deal-aanpak is, is dat je experimenteerruimte organiseert. Vrij uitproberen geeft een goede energie – we proberen dat aspect ook nu in het netwerk vol te houden. Dat is ook een belangrijke tip voor andere City Deals: zoek de verbeeldingskracht op. Bij ons heeft de Hogeschool voor de Kunsten vaak die rol gespeeld, maar we hebben ook een excursie naar de Dutch Design Week georganiseerd. Het perspectief van ontwerp-denken en de energie van inspiratie zijn heel belangrijk om mensen bij elkaar te krijgen.”

Een ander voordeel van City Deals – intensief contact met de departementen – speelde minder een rol in Utrecht. Verschelling vindt dat ze de directe lijntjes met de departmenten (VWS, EZK en BZK) te weinig benut heeft: “We hadden ook weinig concrete vragen aan de ministeries. En andersom vermoed ik dat zij zich wel eens afvroegen wat wij voor breed netwerk we aan het bouwen waren.” Ze vult aan, lachend: “En eerlijk gezegd hadden wij onze handen ook wel vol aan het werk hier in Utrecht.”

City Deal Gelukkige en Gezonde Steden nog niet van start

Een nieuwe City Deal is er niet van de ene op de andere dag. Er zijn veel complexe opgaven waar een City Deal een goede manier is om doorbraken te forceren. Veel van die opgaven signaleren we zelf bij Agenda Stad. Anderen worden ons vanuit ons netwerk aangedragen door bijvoorbeeld gemeenten, kennisinstellingen of koepels zoals de G4, G40 of M50. Wanneer er veel energie en urgentie lijkt te zijn rond een concrete opgave, begint Agenda Stad met de verkenningsfase van een nieuwe City Deal.

Vaak leidt een verkenning tot een City Deal. Vaak, maar niet altijd. Zo viel onlangs de moeilijke beslissing om de City Deal Gezonde en Gelukkige Steden die in verkenning was, nu niet van start te laten gaan. Is dat teleurstellend? Ja. Beschouwen we de verkenning daarmee als mislukt? Nee, dat niet. Kwartiermaker Judith Ludding en dealmaker Steven Kroesbergen lichten toe.

Wat was het doel van de City Deal Gezonde en Gelukkige Steden?

Judith Ludding

Judith Ludding

Judith Ludding: “Mooie vraag in deze “week van de gezondheidsverschillen!” De partijen die bij de verkenning betrokken waren, willen de grote verschillen in het aantal gezonde levensjaren tussen mensen met verschillende achtergronden en in verschillende wijken, terugdringen. We weten dat interventies in het fysieke domein, zoals meer groen, betere beweegmogelijkheden en goede ontmoetingsplekken, significant bijdragen aan gezondheid en veerkracht. Dat is niet alleen belangrijk voor mensen, het verhoogt ook de arbeidsproductiviteit en reduceert de kosten in een zorgsector die onder druk staat. Deze City Deal ziet binnenstedelijke verdichting als kans om ook de gezondheid en het geluk van mensen met weinig geld te bevorderen. Om nieuwe huizen en flats te voorzien van groene rondomruimte waar kinderen veilig buiten kunnen spelen, waar je lekker kunt bewegen, gezamenlijk tuinieren en elkaar op fijne plekken als buurtbewoners kunt ontmoeten. Groene en sociale gebiedstransformatie dus, als antwoord op eenzaamheid, stress en leefstijl gerelateerde ziekten. Een mooi streven dat door veel partijen gedeeld wordt. Om die reden was het ook niet moeilijk om een bevlogen netwerk bij elkaar te brengen, van gemeenten, provincies, departementen, projectontwikkelaars, stedenbouwkundigen, zorgverzekeraars, kennisinstellingen, creative designers, gezondheids- en maatschappelijke organisaties.”

Dat klinkt als een mooi en relevant streven. Waarom is het dan toch niet tot een City Deal gekomen?

Steven Kroesbergen: “Dat het een relevant en urgent streven is, blijkt wel uit het grote aantal partners waarmee we de verkenning hebben uitgevoerd en die onderling al mooie good practices gingen uitwisselen. Maar bevlogenheid alleen is niet voldoende. Realiteit is dat veel partijen moeten kiezen waar ze hun tijd aan besteden. We hebben na grondige inventarisatie moeten concluderen dat er op dit moment niet genoeg bestuurlijk commitment, ambtelijke capaciteit en departementale vechtlust was om deze City Deal nú te starten.”

En hoe komt dat, denk je?

Kroesbergen: “Juist op dit thema is het belangrijk om in het ruimtelijk- en sociale domein met elkaar én met inwoners tot vernieuwende projecten te komen. De opgaven in de publieke ruimte zijn momenteel immens: de energie-, mobiliteits- en klimaattransitie vragen om veel inzet en middelen. Het is ons onvoldoende gelukt om met gezondheid en geluk voet tussen de deur te krijgen bij het ruimtelijk domein en met hen concrete pilots te formuleren. De financiering van de innovaties is ook ‘een dingetje’. Voor het investeren in groen-blauwe verbindingen, moestuinen, brede stoepen, fietspaden, speelpleintjes en buurthuiskamers is veel geld nodig. Niet alleen voor aanleg maar ook voor beheer. Dus moet je op zoek naar zogenaamde ‘baathouders’ van gezonde volwassenen en gelukkige kinderen. Mensen die fit zijn, kunnen werken, voor elkaar zorgen, wonen langer zelfstandig en doen veel minder beroep op professionele hulp. Dat scheelt veel kosten. Je wil dus geldstromen verleggen naar de preventieve vóórkant, in plaats van genezen achteraf… Het feit dat veel partijen dit willen, maar het desondanks niet of nauwelijks lukt, zegt genoeg.”

Maar dan is het thema dus misschien toch niet belangrijk genoeg?

Kroesbergen: “Zo kijken we er niet naar. Er zijn sowieso altijd méér urgente thema’s dan er City Deals zijn. De formule van City Deals om én lokaal ‘werk met werk te maken’ met veel aangehaakte kennis én landelijk gewenste doorbraken te forceren, is krachtig en kansrijk, maar vraagt uiteraard de nodige energie en moed van betrokken partners. Als de opgave makkelijk zou zijn, zou er geen City Deal voor nodig zijn… “

En waarom niet toch maar beginnen en ‘kijken waar het schip strandt’?

Steven Kroesbergen, Dealmaker bij Agenda Stad.

Steven Kroesbergen

Kroesbergen: “Omdat we bij Agenda Stad werken volgens het principe ‘als je het doet, moet je het goed doen’. City Deals werken niet met grote budgetten om doorbraken te forceren. City Deals hebben hun slagkracht te danken aan betrokkenheid en motivatie van de partners. Eind december waren er gewoon net te weinig gemeenten aan boord die én hun bestuurlijk commitment én hun in te brengen gebiedspilot rond hadden. Beetje complicerend was ook het feit dat het kabinet demissionair werd, hetgeen het departementale langetermijndenken enigszins bemoeilijkte. We hadden er ook voor kunnen kiezen om het maar te proberen, maar daarvoor vonden we het thema te belangrijk en het afbreukrisico te groot. De conclusie die we daarom hebben moeten trekken is: ‘deze City Deal verdient een beter momentum’.”

Had dat niet sneller duidelijk kunnen zijn? De verkenning heeft bijna een jaar geduurd

Kroesbergen: “Het kost tijd om tot een City Deal te komen. Je hebt meerdere partners uit verschillende disciplines, organisaties en overheidslagen nodig om scherpe inhoudelijke focus aan te brengen en een ambitieuze en tegelijk realistische City Deal te maken. Het komen tot de juiste focus, hierop te verdiepen en vervolgens het commitment op inzet te organiseren doe je niet in een maand. Je bouwt samen aan een gemeenschappelijk verhaal om tot doorbraken te komen. Dat je dan achteraf moet concluderen dat er niet genoeg ‘grinta’ is om écht verschil te kunnen maken is enorm jammer.”

Dus achteraf toch zonde van de tijd, Judith?

Ludding: “Zeker niet! Wat niet is, kan nog komen! We zijn er nog steeds van overtuigd dat het thema een City Deal verdient en we laten elkaar als partners van deze verkenning dan ook niet los. Er zijn tot vandaag de dag teleurgestelde reacties uit het netwerk en ook nieuwe geïnteresseerden die zich willen aansluiten. Het netwerk dat we met deze verkenning op de been hebben gebracht, heeft geleid tot spin-offs, uitwisseling en meer samenwerking. We hebben elkaar gewezen op kansen die bijvoorbeeld de Regio Deals bieden, dankzij hun focus op brede welvaart. Er zijn leernetwerken en livinglabs in ontwikkeling voor het programma Gezonde Leefomgeving van het ministerie van VWS, waarin veel van de vraagstukken die wij verkend hebben, terugkomen. In het Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt in 20 wijken al langjarig gewerkt aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. De City Deal kan met haar ontwerp- en toepassingsgerichte focus veel van deze initiatieven verrijken en verbinden. We vinden het oprecht jammer dat dat nu niet gebeurt. Zodra het momentum er is, staat de City Deal snel weer in de stijgers. En dan duurt het vast niet lang voor we van start gaan. De Dealtekst ligt klaar!”

Heb je naar aanleiding van dit interview vragen over de City Deal Gezonde en Gelukkige Steden of heb je interesse om als partner deel te nemen? Neem contact met ons op via [email protected].

 

 

 

 

Interview Town Deal: “We vroegen ons intern af waarom we geen City Deals voor kleinere gemeenten hebben”

In mei van dit jaar werd de Town Deal Sterke Streken ondertekend. Als afgeleide van de City Deals, richt het instrument Town Deal zich op kleinere en/of meer landelijke gemeenten. Die kampen immers ook met complexe opgaven. Én hebben vaak ook nog eens minder ambtelijke capaciteit om aan die opgaven te werken. De Town Deal is nu bijna een half jaar onderweg. Aanleiding voor Gebiedsontwikkeling.nu, hét onafhankelijke platform voor nieuws over gebiedsontwikkeling, om betrokken dealmaker Steven Kroesbergen van Agenda Stad en beleidsmedewerker Marieke Meijer van mede-initiatiefnemer Regio’s aan de grens te interviewen.

Lees het volledige interview op Gebiedsontwikkeling.nu

In het interview schetst Meijer dat deelnemende gemeenten in de Town Deal zich, anders dan bij een City Deal, richten op één actueel project of een actuele hulpvraag. Daarbij maakt de Town Deal gebruik van een Impactpool van externe partijen, die helpt om gericht een impuls te geven aan een project. Meijer schetst ook dat de Town Deal weliswaar geen ‘heilige graal’ is voor alle opgaven van kleinere gemeenten,maar wel nadrukkelijk aansluit bij het adviesrapport Elke Regio Telt van de drie adviesraden Rli, RVS en ROB.

De eerste Town Deal is een pilot voor dit nieuwe instrument en wordt na de looptijd van een jaar geëvalueerd. Toch durft Steven Kroesbergen al vooruit te kijken. “We denken nu al hardop na over een nieuw thema.” Mogelijk wordt dit ‘maatschappelijke onrust.

Meer weten over de voortgang van de Town Deal? Lees het volledige interview op Gebiedsontwikkeling.nu.

Van vluchteling tot regisseur inburgering

Huisvesting, opvang, taalonderwijs: steden kampen met grote uitdagingen voor nieuwkomers in hun gemeente. Maak daarbij meer gebruik van ervaringsdeskundigen, adviseert Anwar Manlasadoon, Regisseur inburgering bij Bureau Nieuwkomers van de Gemeente Arnhem en columnist bij dagblad De Gelderlander. ‘Zij kunnen je vertellen hoe het is om vluchteling te zijn.’

Manlasadoon was net klaar met zijn studie rechten in Aleppo toen de burgeroorlog in Syrië uitbrak. In 2015 vluchtte hij voor het oorlogsgeweld. Na een levensgevaarlijke oversteek over de Middellandse Zee belandde de beloftevolle jonge advocaat van Koerdische afkomst in Nederland. Daar moest hij als vluchteling een nieuw leven opbouwen.

Een nieuw begin

“Ik had het gevoel dat ik opnieuw geboren was, niet als baby, maar als volwassen man. Ik moest opnieuw de taal leren, mensen leren kennen, een netwerk opbouwen. Ik had echt de hoop dat ik in Nederland aan de slag kon als advocaat, iets betekenen voor mijn nieuwe land”, vertelt Manlasadoon. “Dat bleek een illusie, want mijn diploma was niets waard hier. Dat was een beetje een slopend begin.”Manlasadoon besloot om snel Nederlands te leren en dat lukte hem. “Binnen elf maanden ging ik van het verplichte niveau twee niveaus omhoog. Daar ben ik heel trots op.”

Als statushouder belandde Manlasadoon in de stad Arnhem, waar hij werd uitgenodigd voor een bijeenkomst met hoogopgeleide vluchtelingen. “De gemeente wilde weten wat ze voor ons kon doen. Opvallend was dat mensen die een vak kenden, zoals installateurs en elektriciens, heel makkelijk werk vonden. Mensen met een andere achtergrond, zoals ik met mijn rechtenstudie niet. Dat was een teleurstelling. Het was gratis koffiedrinken op de bijeenkomst en terug naar het asielzoekerscentrum. Toen wist ik dat ik nog een lange weg te gaan had om mezelf te bewijzen.”

De Gelderlander

Via de bijeenkomst kwam Manlasadoon wel op het pad van De Gelderlander. De krant bood hem een eigen column aan, een kans die hij met beide handen aangreep. Hij schrijft als nieuwkomer elke week een column, Anwar burgert in. Confronterende én komische belevenissen. “Hier kan ik mijn verhalen kwijt, mijn mening geven en mijn leven delen. Ik wil een beeld geven van nieuwkomers in Nederland. Wat zijn de grappige en moeilijke dingen die wij tegenkomen? Waarom zijn we hier? Een kans om het beeld te verhelderen van vluchtelingen, en om van elkaar te leren. Ik begon in 2016 en zeven jaar later ben ik nog steeds columnist bij De Gelderlander.” Dankzij zijn columns werd Manlasadoon vorig jaar uitgeroepen als Arnhemse Held van 2022. “Dat zie ik echt als erkenning. Het geeft niet alleen maar positieve energie voor mij als persoon, maar ook een hoop motivatie voor mensen die in dezelfde situatie zitten als ik.”

Anwar de Arnhemmer

Manlasadoon besloot een andere studie te gaan doen. Omdat er veel vraag is naar technische mensen, startte hij de opleiding Industrieel Productontwerp aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) en haalde zijn diploma. “Nu ben ik de trotse bezitter van een Nederlands diploma. Als ik ergens kom zeg ik niet meer dat ik een diploma rechten heb behaald aan de Universiteit van Aleppo, maar dat ik een Nederlands diploma heb.”

Na zijn afstuderen kreeg Manlasadoon al snel een baan als product designer bij een technisch bedrijf in Nijkerk. Toch voelde hij zich daar niet helemaal op zijn plek. “In mijn hart wilde ik eigenlijk graag iets vinden in mijn stad. Ik wilde iets voor Arnhem doen. Ik geloof niet in toeval. Dat ik in deze stad ben geplaatst, zie ik als mijn lot. Dankzij de columns is mijn netwerk groot en hoe meer mensen je ergens kent, hoe meer je je er thuis voelt. Ik ben niet alleen Anwar de columnist, maar ook Anwar de Arnhemmer. Dus bleef ik zoeken naar een baan in Arnhem en zo kwam ik de vacature tegen voor regisseur inburgering. Na een sollicitatiegesprek werd ik dezelfde dag nog aangenomen. Ik was zo blij, het betekende heel veel voor mij.”

De blik van een ervaringsdeskundige

Voor zijn werk als regisseur inburgering gebruikt hij zijn ervaringsdeskundigheid. “Jaren geleden zat ik aan de andere kant van de tafel, nu ben ik degene die het gesprek voert. Ik kijk naar mijn cliënten met twee blikken, die van gemeentemedewerker en die van ervaringsdeskundige. Ik weet hoe het is als een nieuwkomer een traject in te gaan. Ik weet wat het betekent om te vallen en op te staan. Hoe het voelt wanneer iemand je zegt dat je de taal moet leren, moet werken. Ik vertel hen: door het werk leer je de taal en jezelf kennen. Ik deel mijn ervaringen en zeg vaak, zonder arrogant te zijn: kijk naar mij. Ook ik was nog niet zo lang geleden een nieuwkomer. En nu zit ik hier en heb deze baan, door mijn wilskracht. Mijn vriendin zei het laatst heel mooi: ‘De aanhouder wint.’ Vallen is niet het einde, opstaan is een nieuw begin. En iedere keer dat je valt, kom je dichter bij je dromen. Zo moet je het zien. Dát zeg ik tegen mensen.”

Daarbij snapt Manlasadoon heel goed hoe het is om ‘de oorlog in je hoofd te hebben’. “We delen kwetsbaarheden. Ook ik moest vaak huilen, ik weet hoe het is als je je niet goed voelt. Maar we moeten wel samen door en ik zal jou wijzen wat de beste manier is om door te gaan. Dat hebben de mensen echt nodig. Ze zijn ook dankbaar dat ik mijn ervaringen met hen deel. Ook al ben ik ambtenaar, ik praat met hen van mens tot mens.”

Of hij een voorbeeld is voor andere vluchtelingen, vindt Manlasadoon moeilijk te zeggen. “Ik hoor het mensen wel zeggen, maar ik ben natuurlijk niet de enige. Er zijn duizenden mensen zoals ik, alleen kreeg ik de kans als ervaringsdekundige een voorbeeld te zijn voor mensen die zich down voelen, slachtoffer zijn. Het is aan mij en anderen om hen te helpen. Een win-win situatie voor iedereen, ook voor ons als stad.”

‘Iedere persoon heeft een kracht’

Manlasadoon adviseert dan ook stedelijke professionals om ervaringsdeskundigen meer in te zetten. “Laten wij de unieke ervaringen en de kracht van mensen gebruiken in onze stad. Het beleid is: je moet eerst de taal leren en dan kun je werken. Daarmee zet je mensen thuis vast, die wel kunnen werken. Taal heeft tijd nodig, werk niet. Door meteen te werken, leer je juist de taal. Dat heb ik zelf ervaren. Door mijn werk praat ik nu goed Nederlands. Dus geef iemand die goed kan schilderen werk en laat hem niet thuis zitten tot hij het woord voor verf en muur kent. Daarmee los je heel veel problemen op in onze samenleving.”

Verder raadt hij gemeenteambtenaren aan om meer de wijk in te gaan. “Kijk niet alleen naar data en papieren, praat met mensen. Over wat hun pijn is, wat hun successen zijn. Benoem niet alleen wat fout gaat. Wij hebben het als mens nodig te horen wat we goed hebben gedaan.”

 

Dag van de Stad

Op de Dag van de Stad op 9 oktober gaat Anwar Manlasadoon in gesprek journalist en radiomaker Mischa Blok in een sessie van het blok Verhalen van dichtbij. Een gesprek over hoe het is om vluchteling te zijn, over inclusie, het belang van taal en inburgering en zelf de regie nemen. Meer informatie: www.dagvandestad.nl

Provincie Zuid-Holland nieuwe partner in City Deal voedsel

Dit gaat over de City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving

De City Deal Gezonde en duurzame voedselomgeving heeft een nieuwe partner; de provincie Zuid-Holland sluit zich aan. Irene Voskamp, programmamanager gezonde leefomgeving bij de provincie en Liane Lankreijer van de stichting Voedselfamilies Zuid-Holland vertellen hoe de provincie werkt aan een gezonde leefomgeving voor de inwoners van Zuid-Holland.

“Gezond en veilig is een van de hoofdopgaven van de provincie Zuid-Holland,” gaat Irene Voskamp van start. “En de opgave is urgent, want Zuid-Holland scoort landelijk het laagst als het gaat om levensverwachting in goed ervaren gezondheid en kent grote gezondheidsverschillen tussen gebieden onderling. Dit heeft verschillende oorzaken, die variëren van leefstijl en inkomen tot milieufactoren. Met ons programma gezonde leefomgeving willen we invloed uitoefenen op alle aspecten die het leven beïnvloeden.”

Blue Zone
“Een ideaal dat we hierbij vaak aanhalen is het verhaal van de Blue Zones,” legt Liane Lankreijer uit. “Dit zijn gebieden in de wereld waar mensen relatief lang en gezond leven. Wel ouder dan 100 jaar. Deze gebieden liggen o.a. in Italië en Griekenland. Interessant is natuurlijk om stil te staan bij de vraag hoe het komt dat deze mensen zo oud worden? Dat blijkt dan vaak een combinatie van elementen: schone lucht, sociale contact, het gevoel dat mensen hun leven nuttig vinden. Maar ook de voedselomgeving is hierbij een belangrijk aspect.”

“Vanuit dit perspectief kijken we ook naar de leefomgeving in Zuid- Holland. We willen gezonder ouder worden in een leefomgeving die ons daarbij ondersteunt. Daarbij hoort een brede aanpak, waar voedsel ook een onderdeel van is,” legt Irene Voskamp uit. “Het gaat daarbij niet alleen om gezond eten, maar ook om de sociale component van voedsel: het is een reden om bij elkaar te komen: samen voedsel bereiden en eten. Daar zitten heel veel kansen, waarbij je de fysieke en de sociale omgeving bij elkaar brengt.”

“Als provincie heb je niet heel veel macht of directe invloed op het leven in de stad. We moeten het hebben van de verbinding en de netwerken. Zo is de provincie een belangrijke partner /initiatiefnemer van Voedselfamilies.” Liane Lankreijer vult aan: “Voedselfamilies is een aantal jaren geleden gestart om de transitie in het voedselsysteem te versnellen.  Samen met pionierende boeren, onderzoekers, beleidsmakers en ondernemers werken we nu aan integrale oplossingen voor maatschappelijke voedsel- en landbouwvraagstukken.”

Het recept voor een gezonde stad
“Een mooie samenwerking is vorig jaar gestart in het Haagse Moerwijk waar veel mensen wonen met een klein budget. De participatiekeuken kookte samen met bewoners eneen oprichter van Dutch Cuisine vertelde over zijn passie voor eten. We hoeven mensen niet uit te leggen hoe ze gezond moeten eten, maar kunnen  de passie voor eten  aanwakkeren door samen aan de slag gaan.” vertelt Irene enthousiast

“Dit is een mooi voorbeeld van hoe wij graag werken. Wij zijn van het netwerkend werken. En dat willen we graag inzetten voor deze City Deal.” Aldus Irene Voskamp. “De City Deal werkt in drie werklijnen: het veranderen van de voedselomgeving in de stad, het veranderen van het eetpatroon en het vergroten van het aandeel lokaal voedsel. Met de programma’s die we nu doen op het gebied van land- en tuinbouw zijn we van mening dat we vooral op dit laatste punt een rol kunnen spelen.”

Lokaal voedsel
De provincie Zuid- Holland wil ook werken aan concrete doelen: “In Zuid Holland zijn steeds meer zorginstellingen bezig met de wens om lokaal voedsel te bereiden voor hun patiënten. Veel andere partijen zijn ook met die vraag bezig: hoe maak je lokaal eten beschikbaar voor verschillende doelgroepen,” Laten we nu niet allemaal zelf het wiel uitvinden: de City Deal is de plek om hier samen mee aan de slag te gaan!”

En op de lange termijn? “Ik hoop dat we voedsel ook gewoon weer leuk gaan vinden,” sluit Irene Voskamp af. ”Te veel mensen hebben obesitas, de relatie met boeren staat onder druk. Voor te veel mensen is eten een ingewikkeld onderwerp, waarin de nadruk ligt op wat allemaal niet meer mag.  Terwijl er heel veel mooie en goede initiatieven zijn. Een ontspannen en prettige omgang voedsel – dat zou ik ons allemaal toewensen.”