De instrumenten waaraan wordt gewerkt

Instrumenten van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’

In deze City Deal ontwikkelen we twaalf instrumenten. Lees hier hoe we dat doen.

In willekeurige volgorde worden hier de instrumenten benoemd die reeds door de partners zijn bedacht. Deze instrumenten bevinden zich allen in verschillende ontwikkelingsfases. Bij ieder instrument wordt de naam, de aanleiding en de procesvraag benoemd.

Instrument 1: Modelverordening smartcitytoepassingen in de openbare ruimte
Aanleiding – Er zijn steeds meer partijen die smartcitytoepassingen willen toevoegen aan de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan allerlei soorten sensoren. Er zijn ook steeds meer lokale overheden die dit willen reguleren, zodat er geen wildgroei aan smartcitytoepassingen in de openbare ruimte ontstaat.
Procesvraag –  Hoe kan je smartcitytoepassingen in de openbare ruimte door (lokale) wet- en regelgeving reguleren?

Instrument 2: Effectieve datastrategie voor gemeenten
Aanleiding – Er wordt steeds meer data verzameld in de openbare ruimte. En er is bij gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk behoefte naar realtime data om daarmee beslissingen te kunnen nemen.
Procesvraag – Hoe kunnen gemeenten op een verstandige manier omgaan met de verwerving en opslag van data uit de openbare ruimte?

Instrument 3: Crowd Safety Manager
Aanleiding – Door drukte in steden verspreidt het coronavirus zich. Er is bij gemeenten vraag om dit te managen en gedrag van burgers aan te pakken.
Procesvraag – Hoe kun je drukte in steden managen, zodat het coronavirus zich minder gemakkelijk kan verspreiden?

Instrument 4: Meet-je-stad (1)
Aanleiding – In steeds meer gemeenten wordt geëxperimenteerd met “meet-je-stad”-projecten. Daarbij worden door burgers, met steun van de gemeente, sensoren opgehangen om een bepaald aspect van de leefbaarheid in die wijk te meten. Het verzamelen van data biedt de inwoners inzicht in hun eigen leefomgeving en geeft aan hoe ze deze kunnen versterken. Voor gemeenten (en andere overheden) biedt dit het voordeel dat ze hun beleid en dienstverlening veel preciezer kunnen afstemmen op de werkelijkheid (op meetresultaten in plaats van op aannames) en daardoor veel effectiever kunnen werken. Er zijn echter ook nadelen en uitdagingen. Een van die vragen is hoe je inwoners betrekt bij dit soort projecten
Procesvraag – Hoe betrek inwoners bij “meet-je-stad”-projecten en zorg je er voor dat informatie leidt tot gedragsverandering en hoe je dat kan laten aansluiten op het beleid van de gemeente?

Instrument 5: Meet-je-stad (2)
Aanleiding – In steeds meer gemeenten wordt geëxperimenteerd met “meet-je-stad”-projecten. Daarbij worden door burgers, met steun van de gemeente, sensoren opgehangen om een bepaald aspect van de leefbaarheid in die wijk te meten. Het verzamelen van data biedt de inwoners inzicht in hun eigen leefomgeving en geeft aan hoe ze deze kunnen versterken. Voor gemeenten (en andere overheden) biedt dit het voordeel dat ze hun beleid en dienstverlening veel preciezer kunnen afstemmen op de werkelijkheid (op meetresultaten in plaats van op aannames) en daardoor veel effectiever kunnen werken. Er zijn echter ook nadelen en uitdagingen. Het is op dit moment nog ingewikkeld om uitkomsten te delen tussen verschillende projecten, omdat andere sensoren worden gebruikt en deze anders worden gekalibreerd. Of omdat data op een andere manier wordt verwerkt. Dat leidt er toe dat data uit de ene gemeente niet vergelijkbaar is met data uit een andere gemeente. Bovendien is het lastig om nieuwe generatie sensoren aan te haken, waardoor innovatie van sensoren vertraagt.
Procesvraag – Hoe kunnen de uitkomsten van verschillende “meet-je-stad”-projecten met elkaar worden vergeleken?

Instrument 6: Wat is de vormgeving van de nieuwe stad?
Aanleiding – Technologisering en digitalisering zorgen voor een ander gebruik van de stad. Dat leidt tot een ander gedrag, andere eisen van de gebruikers en andere uitgangspunten in het ontwerp. Maar wat zijn die nieuwe uitgangspunten. Hoe vertaal je constante verbondenheid, flexibiliteit en vraag naar betekenis naar de taal van ontwerpers, stedenbouwers, planologen, landschapsarchitecten, architecten?
Procesvraag – Hoe ziet de nieuwe stad eruit? Wat is de vormgeving die hoort bij een ‘slimme stad’?

Instrument 7: De achterkant van een slimme voortoets
Aanleiding – Voor veel gemeenten zorgen ten onrechte ingediende vergunningen voor veel onnodig werk. De Omgevingswet zal dit deels oplossen, omdat er minder vergunningplicht zal zijn. Maar in principe is elke vergunning die wordt afgewezen er een te veel. Het leidt tot frustratie bij de aanvrager en toetser.
Procesvraag – Hoe kun je als vergunningaanvrager online checken of jouw aanvraag kans van slagen heeft? Wat hebben we nodig om op een goede, handige manier een niet bindend advies te kunnen geven?

Instrument 8: Ontwerpen met data
Aanleiding – Vanuit de NVTL, BNSP en BNA is veel interesse in de vraag hoe je in het ontwerpproces gebruik kunt maken van alle data die momenteel aanwezig is over een gebied. Nu is ontwerpen altijd het interpreteren van data, maar de huidige datasets zijn veel mee realtime en veel preciezer. Daarbij zijn er nieuwe datasets voorhanden die tot nu toe niet in het ontwerp worden gebruikt. Ook kun je wellicht zo ontwerpen dat nieuwe datasets het ontwerp beïnvloeden.
Procesvraag – Hoe gebruik je (realtime) datasets in het ontwerp(proces)?

Instrument 9: Businessmodellen voor de slimme stad
Aanleiding – De huidige businessmodellen voor de smart city zijn gebaseerd op de businessmodellen voor de niet-slimme stad. Het zijn de doorontwikkelde verdienmodellen die we al decennia gebruiken. Maar is dat wel goed? Als we kijken naar andere branches dan zien we dat businessmodellen op een gegeven moment radicaal veranderen. Neem bijvoorbeeld de muziekindustrie, het verdienmodel van Spotify (abonnementen) is heel anders dan dat van iTunes van Apple (verkoop en bezit). Hoe werkt dat door in onze markt?
Procesvraag – Wat is het businessmodel voor de smart city?

Instrument 10: Vormgeving van datacenters (en alles wat daarbij hoort)
Aanleiding – We vergeten het soms, maar datacenters kun je aanraken. Ze staan in het landschap, beïnvloeden het uitzicht en worden ontworpen. Maar hoe doen we dat? Hoe passen we ze goed mogelijk in? En wat komt daar verder bij kijken aan infrastructuur? (Let op: Deze tool is eventueel te koppelen met ‘de vormgeving van de nieuwe stad.’)
Procesvraag – Hoe zorgen we voor een optimale vormgeving van datacenters?

Instrument 11: Hoe besteed je een urban data platform aan?
Aanleiding – Dataplatforms zijn nuttig voor lokale overheden om hun data op te slaan en te verwerken. Er zijn verschillende aanbieders van dit type systemen. Maar hoe selecteer en implementeer je urban data platforms op een goede manier, zodat het datacenter dat je krijgt voldoet aan de wensen die je hebt? Daarbij spelen aspecten als schaalbaarheid, flexibiliteit, deelbaarheid maar ook de borging van privacy, cybersecurity en data-autonomie een belangrijke rol.Waar moet je op letten? Hoe schrijf je een goede uitvraag en hoe toets je die goed?
Procesvraag – Hoe schrijf je een goede aanbesteding voor een urban data platform?

Instrument 12: Sensoren en privacy, hoe doe je dat?
Aanleiding – Steeds meer gemeenten hangen sensoren op in hun openbare ruimte. Vaak helemaal niet met het doel om privacygevoelige gegevens te meten. Maar ook onbedoeld kan een sensor strijdig zijn met de AVG? Omdat uit de meetgegevens bijvoorbeeld het gedrag van een individu te achterhalen is. Of omdat er toch mensen worden gefilmd. Hoe los je dat op
Procesvraag – Hoe voldoen sensoren in de openbare ruimte aan de AVG?

Instrument 13: Data en Omgevingswet: levende omgevingsplannen
Aanleiding – Met de Omgevingswet in aantocht, klinkt in het ruimtelijk domein een steeds luidere roep om ‘levend beleid’. Beleid dat niet na 10 jaar volledig hoeft te worden vervangen, maar periodiek wordt geactualiseerd en monitoring inbouwt. Met omgevingswaarden kunnen gemeenten een meetbaar doel nastreven en, zo nodig, een omgevingsprogramma vaststellen om dat te halen. Hoe bepaal je doelen die flexibel zijn om zich aan te passen aan de actualiteit, met meetbare indicatoren? Welke stappen moeten we nemen voor een goede beleidsterugkoppeling en hoe kunnen we al tijdens het opstellen van beleid, nadenken over data, monitoring en actualisatie?
Procesvraag – Hoe stellen we flexibele en meetbare doelen die leiden tot  levende omgevingsplannen?

Instrument 14: Smart mobility als onderdeel van de smart city
Aanleiding – Vanuit het Ministerie van I&W, een van de partners in de city deal, hebben we de vraag gekregen of we in onze city deal kunnen onderzoeken hoe smart mobility onderdeel kan worden van de slimme stad. De vraag daaronder is dat er veel smart mobility oplossingen zijn bedacht en beschikbaar zijn, die vaak vanuit verkeerskundig en priv;e gebruik zijn vormgegeven, maar niet per sé aansluiten bij hoe de stad bij voorkeur functioneert. De vraag is dus of we de smart city zo kunnen ontwikkelen dat smart mobility daar ook een onderdeel van wordt. Dan kunnen landelijk werkende bedrijven (IT, mobiliteitsaanbieders, logistiek en transport) overal dezelfde overheid tegenkomen met dezelfde spelregels en mogelijkheden.
Procesvraag – Nog niet bekend

Instrument 15: Logistieke platformen
Aanleiding – Er is een reeks aan verschillende stadslogistiek oplossingen, systemen waarmee de bevoorrading van winkels in drukkere delen van de stad (stadscentra en wijkwinkelcentra bijvoorbeeld), maar ook drukke woonwijken kan plaatsvinden. Vaak op lokale schaal. Vraag en aanbod wordt echter nog niet real time aan elkaar gekoppeld in de omvang dat bijv. alle gemeenten die per 2025 een ZE zone willen instellen, daarmee geholpen zijn: daar gaan de komende jaren flinke stappen worden gezet. Dat digitale platform van meerdere gemeenten en Rijk samen, koppelt ook met goederenhubs. Fysiek zijn dit overslagplaatsen waar goederen vanuit vrachtwagens in kleinere elektrische voertuigen worden overgeladen: ontkoppelpunten dus. Om deze zo efficiënt mogelijk in te zetten en te benutten, wordt gebruik gemaakt van slimme technologie die routes, lading, gewichten en aankomsttijden optimaliseren. En waar mogelijk ook efficiënt ondersteunt waar, hoe en wanneer goederen de stad weer uit kunnen. Dit onlineplatform is net zo belangrijk als de fysieke plekken waar lading wordt gebufferd en overgeslagen.

En wat voor goederen geldt, geldt ook voor mensen. Personenvervoer is de afgelopen tien jaar sterk beïnvloedt door realtime informatie over drukte op de weg en het spoor. Het is nu mogelijk om voor het vertrek online te controleren wat de beste manier van reizen is. Er wordt hard gewerkt aan MaaS, nieuwe deelmobiliteitsaanbieders melden zich dus de variatie van vervoermogelijkheden neemt sterk toe. Naast die digitale toegankelijkheid (informatie opvragen, reserveren, boeken, afrekenen) zijn er ook plekken nodig waar men die nieuwe vervoermogelijkheden kan vinden en kunt in- en opstappen: de mobiliteitshubs. Dit fysieke onderdeel moet onderdeel worden van de ruimtelijke planning en structuur.

Want in feite zijn logistieke platformen (digitaal en fysiek) een nieuwe vorm van ruimtelijke ordening. De vraag is echter hoe je ze zo goed mogelijk inricht (locatiekeuze, outillage, inpassing, rol overheid) passend bij de wensen en mogelijkheden van de betreffende gemeente. En hoe je ruimtelijke plannen zo schrijft dat deze oplossingen daarin passen, maar voor de beleverende partijen ook meerwaarde oplevert in vele gemeenten.

Procesvraag – Hoe maak je een logistiekplatform (voor goederen en personen) zo optimaal mogelijk onderdeel van je ruimtelijke plannen? Hoe richt je het digitaal in, maar ook hoe bepaal je de locatiekeuzen en inpassing, welke regels voor inrichting en gebruik wil je hieraan stellen als gemeenten, bewoners, bedrijven?

Instrument 16: Deelmobiliteit
Aanleiding – Als de ruimte in de stad schaars is, is onnodig autobezit dat slechts een paar procent van de tijd wordt gebruikt, een flinke ruimteverspilling. Bovendien willen we naar een samenleving waarin mensen kiezen voor het vervoersmiddel dat past bij hun behoefte op dat moment. Bezit is daarbij niet per se nodig, zeker niet als dat bezit veel ruimte kost. Er bestaan al verschillende deelmobiliteitsoplossingen die in grote steden ook op kleine schaal redelijk functioneren. In de Randstad bestaan bijvoorbeeld verschillende aanbieders van deelauto-systemen. Maar ook dat levert soms problemen op. Deelfietsen en deelsteps zijn streng gereguleerd in Nederland. Deelscooters zijn een klein succes in grotere steden. Succesvoller is bijvoorbeeld de OV-fiets. Maar het blijft vooralsnog een alternatief voor de norm: privé-autobezit. Want afstand doen van de eigen eerste of tweede auto veronderstelt de beschikbaarheid van een deelauto, -scooter of –fiets op het moment dat de klant die nodig heeft. En een aantrekkelijk tarief, een goede maar betaalbare verzekering, een parkeervergunning in vele steden etc.
Procesvraag – Hoe wordt deelmobiliteit een nieuwe normaal? Voor gemeenten en gebruikers? En onder welke condities?

Instrument 17: Hulpdiensten in de smart city
Aanleiding – Elk jaar vinden in Nederland 270 ongelukken plaats als gevolg van een hulpvoertuig van politie, brandweer of ambulance dat met zwaailichten en sirene door rood rijdt. Dat leidt tot leed bij dat ongeluk, maar ook bij het incident waar de hulpverlener naartoe onderweg was. Dat kan slimmer, bijvoorbeeld door het stoplicht op groen te zetten als er een hulpvoertuig aan te zetten of door via autonavigatiesystemen te communiceren met andere weggebruikers. Techniek die ook ingezet zou kunnen worden om pollers en andere paaltjes in de openbare ruimte automatisch te laten zakken als er een hulpvoertuig aan komt. Dat vraagt om technische oplossingen, maar ook samenwerking tussen kolommen. Want tijdens de verkeersles lijkt het één pot nat: een sirene is een sirene en daarvoor ga je aan de kant. Maar in bestuurlijk Nederland zijn de hulpdiensten verdeeld over drie ministeries en vallen ze ook lokaal in verschillende kolommen. De vraag is dus hoe we hulpvoertuigen smart maken.
Procesvraag – Hoe kunnen hulpvoertuigen online optimaal communiceren met medeweggebruikers, verkeersregelinstallaties en andere onderdelen van de openbare ruimte?

naar de City Deal