‘Ieder Talent Telt: een groeiende beweging’

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

Ieder Talent Telt is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een levendige beweging die zich inzet voor de talentontwikkeling van kinderen en jongeren in Nijmegen en omstreken. Samen met onder andere docenten, ouders, inwoners, maatschappelijke professionals en ondernemers gaan jongeren in zogenoemde broedplaatsen op zoek naar hun talenten om die vervolgens te versterken aan de hand van learning-by-doing. Dit gebeurt altijd vanuit de intrinsieke motivatie van mensen. We spraken programmaleider Mirjam Ottens over het aanzwengelen van deze beweging. Wat zijn de succesfactoren en welke uitdagingen liggen nog in het verschiet?

Mirjam Ottens

Je bent programmaleider van Ieder Talent Telt. Wat is Ieder Talent Telt en hoe kwam het project tot stand?

“In 2016 heb ik in samenspel met anderen een ontwikkelingsgerichte aanpak geschreven voor een groep van Nijmeegse bestuurders – van kinderopvangorganisaties tot aan bestuurders van de Radboud Universiteit en de gemeente. Zij deelden de ambitie om de talenten van kinderen en jongeren beter te benutten en versterken, en gelijke kansen te bevorderen. Ieder Talent Telt is het resultaat ervan. Daar waar energie van jongeren zit, kunnen er broedplaatsen worden opgericht. Daarin werken kinderen en jongeren met andere partijen en betrokkenen aan talentontwikkeling. Een broedplaats moet aan drie voorwaarden voldoen: het vertrekpunt van een broedplaats is de leef- en leerwereld van kinderen en jongeren, er is sprake van samenwerking tussen verschillende disciplines, bijvoorbeeld tussen onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties en bedrijven, en er wordt in een broedplaats geleerd door te doen. Ieder Talent Telt is eigenlijk geen project, maar een beweging richting een globaal verbindend doel, namelijk talentontwikkeling voor iedereen. Het is een brede beweging bestaande uit intrinsiek gemotiveerde deelnemers met verschillende achtergronden. Deze mensen zouden elkaar zonder Ieder Talent Telt niet zo snel ontmoeten.”

Kun je een voorbeeld geven van een broedplaats?

“Enkele jongeren van het ROC Nijmegen zijn een tijdje geleden in Rotterdam naar een kinderrechtenconferentie geweest en kwamen op het idee om een eigen conferentie te organiseren in Nijmegen. Want ook zij maakten zich zorgen over bijvoorbeeld kindermishandeling. Het organiseren van een conferentie paste niet binnen het curriculum van de opleiding van de studenten, maar er waren wel een aantal krachtige mensen om hen heen die het project bleven tillen en het onderwijs op ‘nieuwe manieren’ willen organiseren. Zo ontstond er een broedplaats rondom het idee van de studenten om een Nijmeegse kinderrechtenconferentie te organiseren. Het is uitgegroeid tot een volledige conferentiedag, en allerlei mensen en organisaties zijn erbij betrokken, zoals welzijnswerkers en de provincie.

Een andere broedplaats stond in het teken van een bezoek aan de politie in Rotterdam met als thema radicalisering. De broedplaats kwam tot stand toen ik anderhalf jaar geleden kookte voor een groep jongeren. Daar zat een jongen bij wiens broertje geradicaliseerd was en omgekomen in Syrië. Hij deelde zijn verhaal. Het deed iets met de groep jongeren. Ik ken het hoofd van de nationale politie – zo kreeg ik het idee om een bezoek aan de politie in Rotterdam te organiseren voor de jongeren en anderen die wilden aansluiten. Tijdens zo’n dag zie je dat mensen van en met elkaar samen kunnen leren. Het maakt niet uit waar je vandaan komt. Zo was er iemand van niveau 1 van het ROC bij, maar ook studenten van de Radboud Universiteit. Iedereen die erbij was heeft op zijn of haar eigen niveau geleerd van het bezoek. De jongen met het geradicaliseerde broertje was er die dag niet bij. Want dat was te heftig. Maar hij heeft alles via Whatsapp meegemaakt.”

Ieder Talent Telt op een bezoek in Den Haag

Je geeft aan dat de broedplaats rondom het idee om een Nijmeegse kinderrechtenconferentie te organiseren niet binnen het curriculum van de studenten paste. Kun je daar iets meer over vertellen?

“Ieder Talent Telt speelt zich heel erg af aan de randen van de kennisinstellingen. De beweging wordt kracht gegeven door de intrinsieke motivatie van studenten, docenten, burgers, leiders en andere betrokkenen. Maar de kunst is om Ieder Talent Telt meer de kennisinstellingen in te trekken. Dat is lastig. Zo organiseerden we een huiskamerfestival voor alle betrokkenen bij de broedplaatsen (het festival trok maar liefst 854 bezoekers!), om aan elkaar te laten zien dat, in de ontmoeting tussen mensen, Ieder Talent Telt. Een van de betrokken jongeren wilde zijn klas meenemen naar het festival. Omdat de studenten vanwege het festival lessen zouden missen, moest hij voor iedere student opschrijven wat hij of zij daar ging leren. En er moesten formulieren ingevuld worden om bij te houden welke studenten waren geweest en hoeveel uur. Dat vind ik enorm traditioneel denken. We moeten nog ontdekken waar jonge mensen regelruimte krijgen om vanuit hun eigen motivatie ergens mee aan de slag te gaan. Dat is een betekenisvol zoekproces, waarin je als docent ook een andere rol krijgt.”

Zijn er ook voorbeelden van broedplaatsen waarbij de inbedding in de kennisinstellingen al goed lukt?

“De broedplaats rondom de kinderrechtenconferentie is daar eigenlijk wel een goed voorbeeld van. Het ROC heeft enorm de armen uit de mouwen gestoken om de jongeren te helpen en faciliteren bij het organiseren van de conferentie, ook al paste het project niet binnen het curriculum van de studenten. Dat is echt heel erg geslaagd. De weg verder vrijmaken voor broedplaatsen binnen de kennisinstellingen heeft tijd nodig. En er moet worden geleerd op verschillende niveaus, van bestuurders tot studenten. Het gaat immers om gezamenlijk dóen, anders organiseren, vanuit een netwerk, en door allerlei lagen heen.

Ieder Talent Telt is als het ware een maatschappelijke ontwikkeling, waarbij individueel en collectief welzijn en ontwikkeling voorop staan. Doordat we dit doen ontstaat er inzicht in de manier waarop wij bestaande onderwijs- en zorgsystemen organiseren. Door daar open naar te leren kijken en (talent)ontwikkeling van kinderen en jongeren voorop te zetten, komen bevorderende en belemmerende werkingen van deze systemen beter aan het licht.”

Hoe zie je de toekomst van Ieder Talent Telt voor je?

“We duiken de komende tijd in de vraag hoe we kunnen leren van de Ieder Talent Telt-beweging en van de mensen verspreid over de stad die de beweging voelen en daarnaar handelen. Wat willen we leren? Hoe leren we steeds opnieuw communities (broedplaatsen) realiseren die energie geven en waar iedereen die meedoet de kans krijgt om te leren? Kunnen we meer focus aanbrengen? Blijven we onder de radar? Of juist niet? Een paradigmashift teweeg brengen in onze opvang- en onderwijsorganisaties om echt aan te sluiten bij de intrinsieke motivatie en leefwereld van jonge mensen blijft ons streven.”

Laat een reactie achter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.