Boos! Hoe Anneke mij op de barricade kreeg….

Dit gaat over de City Deal City Deal Impact Ondernemen

Vrijwilligers in de WW zijn nu van harte welkom bij (veel) sociale ondernemingen

Ergens vorig jaar, midden in corona-tijd, meldde zich Anneke (werkelijke naam bij de redactie bekend ;-), dat klinkt interessant, toch?). Baan kwijt, alleen thuis, en dolblij dat ze zich onder de mensen kon begeven in ons atelier, waar de mondkapjesvraag de pan uit rees. Net als vele anderen voelde ze zich thuis bij ons, had het idee een bijdrage te leveren, zowel aan de aanpak van de corona-crisis als aan Vanhulley, social enterprise sinds 2012.

Voor de volledigheid meldde ze dit zoals het hoort bij het UWV. Die wees haar aanvraag af, want “Vanhulley is een BV en geen Stichting met ANBI-status”. Op straffe van korting op haar uitkering is zij, letterlijk met tranen in de ogen, weer naar huis gegaan. Om daar, in haar eentje, sollicitatiebrieven te gaan schrijven in een tijd dat alles plat lag.

Kortsluiting

Het was al eerder voorgekomen, maar dit was de druppel. Echt, ik kon er niet bij. Halen we met Vanhulley de ene ‘wij-deugen’ stempel na de andere (Register Code Sociale Ondernemingen, BCorp, aangepaste statuten mbt winstbestemming en aandelenuitgifte), hebben we van arbeidsparticipatie nota bene onze core business gemaakt, en dan wordt ons in feite te kennen gegeven dat we aan ‘verdringing op de arbeidsmarkt’ doen? Alsof Anneke, prima opgeleid, een baan als naaister zou ambiëren. Alsof ik niet mijn hele lokale netwerk voor iedereen die hier binnenloopt openzet en introducties verzorg, netwerkgesprekken regel, etc. Of dat nou deelnemers, teamleden, of vrijwilligers zijn.

Bozer en bozer

Dus was ik boos. En omdat de lokale UWV geen kansen zag om uitzonderingen te maken werd ik nog bozer en zocht ik het hogerop. Dankzij Safka van DOEN vond ik in Jessica de Ruiter van De blauwe paraplu een ware partner-in-frustration. Samen rammelden we aan de deur van de City Deal Impact Ondernemen, waar wij beide bij aangesloten zijn. Die deur werd opengedaan door Willemien Vreugdenhil (die gaan we binnenkort inlijsten), die direct ‘aan’ ging. En zo zaten we binnen de kortste keren (online) aan tafel met Bas van het UWV. Die we overlaadden met vele, soms ontroerend mooie testimonials van onze eigen vrijwilligers (Vanhulpeys).

Gelukt!

Lang verhaal kort: het is gelukt! Vrijwilligerswerk met behoud van WW is nu mogelijk. En niet alleen voor de blauwe paraplu en Vanhulley, maar voor ALLE sociaal ondernemers die niet primair voor winstmaximalisatie gaan, maar die juist die andere waarde zien die we creëren door wat we doen. (zie persbericht) Maar vooral ook voor al die mensen met een WW-uitkering die een zinvolle(re) tijdsbesteding zoeken dan thuis te zitten schrijven en wachten. Dus dit voelt als een geweldige stap voorwaarts in de erkenning van ‘onze’ beweging naar een meer maatschappelijk betrokken samenleving. Jiehaaaa!!

Laat je stem horen

Wat bovenstaand nog bijzonderder maakt: eigenlijk was dit al mogelijk sinds 2019, maar soms bereikt beleid niet altijd de uitvoering. Gebeurt geloof ik wel vaker…. Ook daar kan je heel boos om worden, maar voor mij bewijst het vooral dat het echt, echt, echt helpt om je stem te laten horen. Ik vind dat het zelfs je plicht is. Laat je horen, die andere kant weet niet altijd hoe het aan jouw kant ligt. En als jij dat niet laat weten, wie dan wel? Boos worden, lawaai maken, het helpt. Bedankt Anneke. En Safka, Jessica, Willemien en Bas.

En natuurlijk onze eigen Vanhulpeys: dank voor jullie support.

Lawaai maken…..het smaakt naar meer….;-)

 

 

De Ongekende kracht van Ontwerp

Anne K

Ik weet zelf nog heel goed hoe ongemakkelijk ik me voelde toen ik voor het eerst in aanraking kwam met ontwerpkracht. Toen ik voor mijn masterstudie (Organisaties, Verandering en Management) bij de kunstacademie te midden van een berg spullen zat en een voorwerp moest gaan knutselen dat voor mij een overheidsthema uitbeeldde, was het wel even wennen om met mijn handen te werken in plaats van alleen met mijn hoofd. Deze activiteit beviel mijn mede- masterstudenten niet allemaal even goed. Ik daarentegen zag de waarde (en de lol) er wel van in. Waarom? Omdat ik merkte dat ik, ondanks mijn ongemak, uitgedaagd werd en écht nieuwe inzichten kreeg over het onderwerp dat ik moest uitbeelden.

Toen ik begon bij de Rijksoverheid als rijkstrainee was ik vooral erg benieuwd hoe ik mijn studie Bestuurskunde/Verandermanagement zou kunnen inzetten in de beleidspraktijk bij een ministerie. Bij de Rijksoverheid is het gesproken en geschreven woord nog altijd de voertaal, wat blijkt uit de eindeloze hoeveelheid overleggen en nota’s. Ik heb als bestuurskunde student wel een nota leren schrijven, maar deze studie leert studenten weinig over de kracht van anders kijken.

Feest van herkenning

Anne Kurstjens

Anne Kurstjens

Een feest van herkenning vond ik bij mijn tweede werkplek bij Agenda Stad en mijn verbondenheid aan Loket Ontwerpkracht als nieuw onderdeel van Agenda Stad. Op een andere manier binnen de overheid werken, gebeurde dus ook in de beleidspraktijk? Zeker!

De ervaring van, al dan niet bewust, werken met ontwerpkracht heeft impact gehad. Het stimuleerde dealmakers om vaker verder te kijken dan de vertrouwde wegen

Voor Loket Ontwerpkracht deed ik een onderzoek naar de inzet van ontwerpkracht bij de City Deals van Agenda Stad. Deze City Deals zijn een instrument om stedelijke innovatie aan te jagen met een netwerk van partners uit de samenleving. Het inzetten van ontwerpkracht, een manier van anders willen werken, past goed bij de City Deals die ook anders willen werken én doen, zo bleek uit dat onderzoek. Hoewel ik al een beetje wist wat ontwerpkracht was en kon betekenen, heb ik ook veel nieuwe dingen geleerd over de inzet ervan in de praktijk.

Ontwerpkracht vatten in één definitie is al een hele kunst op zich. Diverse aanverwante termen kunnen ook voorbeelden zijn van ontwerpkracht, zo heb ik geleerd. Tijdens mijn master kwam ik al in aanraking met woorden als verbeelding en creativiteit en methodes als Design Thinking. Allemaal vormen van ontwerpkracht.

Ontwerpkracht kun je in algemene zin omschrijven als middel om met de inzet van ontwerpers uit diverse ontwerpdisciplines anders naar een opgave te kijken. Ontwerpkracht gaat niet over één manier of beste methode. Het is een verzameling interventies en methodes die ervoor zorgen dat er ruimte ontstaat in het denken in geëigende (niet meer toereikende) denksporen, waardoor de weg naar vernieuwende oplossingen in het vizier komt.

Tastbaar

Tijdens de gesprekken met verschillende dealmakers van de City Deals bleek dat ‘ontwerp’ vaak de associatie opriep met een fysiek product, zoals een tekening of een huis. Aan de andere kant kwamen we er tijdens de gesprekken achter dat ontwerp ook minder voor de hand liggend kan zijn en minder tastbaar, zoals een methode of een interventie. Doordat ontwerp (of ontwerpkracht) ook minder tastbaar kan zijn, zijn dealmakers (of andere beleidsmedewerkers) zich vaak niet bewust van de ruime mogelijkheden van ontwerpkracht.

Ontwerp, zo kwam naar voren uit het onderzoek, is voor de betrokkenen soms wat onwennig, maar ook verhelderend en zelfs “eye-opening”. De ervaring van, al dan niet bewust, werken met ontwerpkracht heeft impact gehad. Het stimuleerde dealmakers om vaker verder te kijken dan de vertrouwde wegen. Het beschouwen van andere perspectieven op een vraagstuk levert meer mogelijkheden voor experimenten en uiteindelijk vernieuwing. Maar hoe en wanneer trek je aan de bel als je merkt dat je vast zit? Dat is vaak de vraag. Zelf starten met het inzetten van ontwerpkracht is lastig omdat je kunt verdwalen in de talloze mogelijkheden en opties die ontwerpers en ontwerpkracht bieden.

Daarom is het ook zo waardevol gebleken om binnen Agenda Stad een Loket op te richten dat als schakelfunctie dient voor de inzet van Ontwerpkracht en het verbinden aan juiste ontwerpers. In de afgelopen zes maanden heb ik gezien hoe dit Loket Ontwerpkracht een adviserende, faciliterende en inspirerende rol heeft ontwikkeld om te verbinding tussen de beleidswereld en de ontwerpwereld te versterken. De wil om aan de slag te gaan met ontwerpkracht is er zeker en dit Loket biedt met kennis en kunde nét de extra stap om het gewoon te gaan doen!

Grappig genoeg voel ik me, ondanks dat ik voorstander ben van het omarmen van het ongemakkelijke en het inzetten van andere disciplines bij je werk, ook nog steeds het meest prettig bij het geschreven woord. Dit is iets waar jarenlang op heb geoefend; met taal anderen laten begrijpen wat ik bedoel.

Mijn ontwerp van een overheidsthema tijdens de ‘knutselsessie’ van de Kunstacademie. Kun jij raden welk thema hier wordt uitgebeeld?

Toch kan ik die ene keer te midden van een berg spullen op de kunstacademie nog steeds gebruiken in mijn huidige werk. Als ik een probleem tegenkom, denk ik namelijk vaak terug aan die berg met spullen en dat stimuleert me om na te denken over hoe ik het probleem tot de verbeelding zou kunnen laten spreken. Dit zorgt ervoor dat ik weer anders over de opgave ga nadenken en uiteindelijk beter kan communiceren wat ik bedoel. Dus: Mocht je nog een berg met spullen in huis hebben, dan zou ik er zeker een keer tussen gaan zitten. Pak een willekeurig voorwerp, draai het eens om. Plak er een ander voorwerp aan vast en laat je creativiteit er op los. Ik ben ervan overtuigd dat je tot andere inzichten komt!

Anne Kurstjens was tot 1 september 2021 als Rijkstrainee betrokken bij Agenda Stad en Loket Ontwerpkracht. Meer weten over Loket Ontwerpkracht? Bekijk de factsheet of neem contact op met postbusLoketOntwerpkracht@minbzk.nl.

 

City deal gaat Europees

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

We zijn heel blij en trots dat de Europese Commissie onze aanvraag in het kader van het ‘Technical Support Instrument (TSI)’ heeft goedgekeurd. Zo kunnen we onze burgermeetwerkgroepen versterken met een stevige Europese component.

Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben we het afgelopen jaar een aanvraag gedaan bij het TSI met de vraag om te komen tot tooling voor wat zij samenvatten als ‘Developing a methodology for a democratic smart cities approach’.

Binnen de aanvraag zijn het betrekken van burgers bij burgermeetinitiatieven benoemd; het mogelijk maken dat uitkomsten van deze initiatieven vergeleken kunnen worden en het voorkomen dat groepen worden uitgesloten.

Deze opdracht wordt uitgevoerd door Eurocities, waarmee de werkgroepen een Europees spiegelproject krijgen. Ook wordt een kenniscentrum opgezet waarmee deze en andere smart-city-tools op een actieve manier kunnen worden gedeeld met de rest van de wereld.

Voor meer informatie over de Europese goedkeuring zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_21_747

Draag een tool bij aan de ontwikkeling van de stad van de toekomst

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

 

Het doel van de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ Het doel van de City Deal is het ontwikkelen van tooling van de digitalisererende en technologiserende stad. Met tools bedoelen we afspraken, standaarden en instrumenten die gaan over de processen die te maken hebben met digitalisering en technologisering van onze regio’s, steden en dorpen.

Welke tool mag niet ontbreken in onze digitale toolbox? Meld deze hier aan.

Wat zijn tools?

Met tools bedoelen we instrumenten die focussen op processen die te maken hebben met digitalisering en technologisering van onze regio’s, steden en dorpen. Tools focussen op de hoe-vraag en voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden, ze helpen in het beantwoorden van een procesvraag. Tooling focust op processen en door het veranderen van processen, maken we optimaal gebruik van de mogelijkheden die digitalisering en technologisering biedt. Deze City Deal zorgt zo voor procesinnovatie.

Echte verandering schuilt erin, dat je de manier waarop je iets doet verandert. Dus in de hoe-vraag. Als we de hoe-vraag niet beantwoorden, als we niet kijken naar hoe dingen gebeuren, op processen in welke vorm dan ook, dan verandert er niets wezenlijks. Een pilot kan nog zo succesvol zijn, als het niet leidt tot een verandering van een proces, doen we het de volgende keer weer op de oude manier. Daarom focussen we in deze City Deal op processen. Die borgen een specifieke manier van werken. Er bestaan verschillende soorten uniforme uitgangspunten zoals afspraken, standaarden en normen. Elk vakgebied heeft ze. De processen kunnen op verschillende manieren worden omgezet in een tool. In producten, in softwaretoepassingen, in modelverordening, in een wetbundel, in een app enzovoort.

Bijvoorbeeld: er komen steeds meer smart-city-oplossingen in de openbare ruimte. Gemeenten hebben daar geen grip op, wat kan leiden tot rare uitwassen. We denken na over de standaarden en gebruiken de ethische dilemma’s van het Rathenau Instituut. We denken na over een goed proces: het verordenen van de gevraagde toepassingen. Als tool hebben we daarom een modelverordening gemaakt. Zo hebben we het proces vastgelegd.

Lever bestaande tools aan

Er wordt een verzameling van tools aangelegd, een toolbox, waarin de ontwikkelde tools (binnen de City Deal) een plaats krijgen maar ook bestaande tools ontsloten worden. Dit gebeurt in samenwerking met VNG onder de vlag van Living in EU, op de website: https://www.livingineu.nl/. Bij het ophalen van de tools focussen we ons zowel op de Nederlandse als de internationale markt.

Ken jij een tool die niet mag ontbreken aan deze digitale gereedschapskist? Of werk je zelf aan een tool? Laat het ons weten via het invulformulier: bit.ly/smart-city-tools 

Echte verandering zit in processen

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

Echte verandering komt niet voort uit grote visies. En ook niet uit dat ene briljante product. Echte verandering zit in processen. In het doorbreken van wat we doen omdat we we altijd zo deden. Dat maakt die echte verandering tot iets alledaags en ingewikkelds tegelijkertijd.

Bij de digitalisering en technologisering van onze steden is er geen gebrek aan visie. Heel concreet is er bijvoorbeeld de NL Smart City Strategie en meer recent Living in EU. Steeds meer gemeenten schrijven hun eigen visie. En voor wie inzichten nodig heeft, is er op dit moment bijna elke week wel een inspirerend webinar.

Aan producten en diensten is ook geen gebrek. Er is weinig in de openbare ruimte wat niet op de een of andere manier slim is gemaakt. Het ene product is nog briljanter dan het andere.

En toch lijkt het of het maar niet wil vlotten met de digitale transitie. We kijken vol verlangen naar een stip op de horizon waarin al die slimme producten zo normaal zijn geworden dat er geen visie meer aan ten grondslag ligt. Maar ondertussen gaan we door op de manier waarop we het altijd hebben gedaan.

Als we dat willen doorbreken, moeten we juist daarmee aan de slag. Met de manier waarop we het doen. Die manieren zijn vastgelegd in afspraken, processen, normen, afrekenmechanismen, businessmodellen, wetgeving, opleidingen, personeelsbeleid, politieke discussies en alle andere mechanismen waarin we onze samenleving hebben georganiseerd.

We moeten ons realiseren dat als de hele verandert door digitalisering en technologisering dat ook voor onszelf geldt en dat we ons vak opnieuw moeten uitvinden. Een nieuwe manier van ontwerpen, van opdrachtgeverschap, van beoordeling, van politiek voeren.

Daarvoor zullen we die processen eerst moeten leren kennen en soms ook moeten uitvinden. In de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ (die we op 13 mei lanceerden), gaan we daar mee aan de slag. We verzamelen tooling en maken waar nodige nieuwe tools. Die haalbaar, schaalbaar en deelbaar zijn. En die geborgd zijn in onze democratische tradities en bijdragen aan een leefbare wereld.

Dat doen we – gelukkig maar – met een grote groep overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties die dit belang ook zien. Als we processen eenmaal kennen, moeten we ze ons aanleren en ze toepassen. Dat is niet gemakkelijk en alle clichés van vallen en opstaan horen hier ongetwijfeld bij.

Maar het is wel enorm spannend, inspirerend en leuk. Want er is een industriële revolutie aan de gang en wij zijn dragen bij aan de invulling.

Jan-Willem Wesselink, Programmamanager Future City Foundation

Deze blog is gemaakt als onderdeel van de kettingvideobriefinitiatief van DisGover voor het Zuid-Hollandse project DigiTalk.

4 redenen waarom de 1,5-meter-stad een slimme stad wordt

Dit gaat over de City Deal Een Slimme Stad, zo doe je dat

Beetje bij beetje worden de contouren van het stedelijk leven na corona zichtbaar. En hoewel de toekomst zich maar lastig laat voorspellen, zeker nu, lijkt het erop dat de anderhalvemeter stad een slimme stad wordt. Omdat het kan, omdat we er snel aan wennen en omdat het efficiënt is en dus past bij de recessie. Daarom vier redenen waarom digitalisering juist nu urgent is voor gemeenten en andere overheden.

1 – Digitale crowdmanagement wordt gemeentelijke taak

Het principe van social distancing is simpel: des te minder mensen je ontmoet, des te langzamer het virus zich verspreidt. Dus tot iedereen gevaccineerd is, moeten we op anderhalve meter van elkaar blijven en zijn grote mensenmassa’s ongewenst. Via crowdmanagementssytemen kan die drukte worden gemonitord en beïnvloed. Tegelijkertijd ontwikkelen verschillende bedrijven, waaronder het Nederlandse Wavy, apps en tools die aangeven of iemand te dicht bij je komt (de foto is bijvoorbeeld gemaakt met de app Social Distancer), wat een soort van microcrowdmanagement is. In beide gevallen kan een gemeente of veiligheidsregio hier het voortouw in nemen.

2 – Thuis is het nieuwe kantoor

De eerste kantoren zijn al omgebouwd, maar het is niet genoeg. In de anderhalvemetersamenleving is thuiswerken de norm, want dat leidt tot minder volle kantoren en treinen. Dat is wat lastig op te leggen aan bedrijven, maar als alle overheden dit al als uitgangspunt nemen, is de impact al best groot (en is de kans groot dat bedrijven volgen). Maar dat kan alleen als er goede en veilige tools zijn om thuis te werken en als die goed worden beheerd. Ict-beheer wordt een kerntaak van gemeenten, provincies en rijk en zij moeten stevig investeren om de echte top-it’ers aan zich te binden. En, een beetje kip-ei, dat lukt alleen als je voorop willen lopen in techniek. Als het werk technisch uitdagend is.

3 – De privacydiscussie ontbrandt opnieuw en wordt politiek

Hugo de Jonge had het woord corona-app nog niet genoemd, of op social media ontstond een privacydiscussie. En met succes, want in de ideeënoproep van het Ministerie van VWS wordt expliciet verwezen naar de privacyvoorwaarden van de gelegenheidscoalitie “Veilig tegen Corona”. Dat is prettig voor de opstellers, maar het was logischer geweest als het Rijk hier zelf al criteria voor had voor de minister het idee voor de app wereldkundig maakte.  Het zal niet de laatste discussie over ethiek zijn, ook bij bijvoorbeeld crowdmanagement moeten overheden (landelijk en lokaal) ethische en politieke afwegingen maken. Een inhaalslag ethiek in digitalisering is hard nodig.

4 – Laagconjunctuur vraagt om meer betere beslissingen

De coronacrisis is ook een financiële crisis. En het vaccin daartegen laat waarschijnlijk langer op zich wachten dan dat tegen de ziekte zelf. Een laagconjunctuur vraagt om scherpe keuzes en data-analyse kan daarbij helpen, want meten is weten (mits goed geanalyseerd natuurlijk). Voor de aanbieders van dataproducten (van sensoren tot digital twins) kunnen mooie tijden aanbreken. Als ze hun product én marketing op orde hebben tenminste.

En ook: in één klap digivolwassen

Het laatste argument is minder rationeel, maar al het gewebex, geteam en gezoom hebben ons een stuk digivaardiger gemaakt. Inwoners, ambtenaren en bestuurders. We wisten natuurlijk al dat we altijd verbonden zijn via het internet, deze crisis laat zien hoe belangrijk en vanzelfsprekend dat is. Kijk bijvoorbeeld naar Gewoon Mensen Die Willen Helpen, we zijn een online samenleving geworden en des te langer we thuis moeten blijven, des te normaler het wordt. Dat is misschien wel de belangrijkste verandering. Om het nog normaler te maken, hebben we de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ opgezet. En oh ja, daar kunt u nog aan meedoen.

Jan-Willem Wesselink
Programmamanager Future City Foundation

Blog Bert van Delden: Horizontaal verbinden met de gebiedsgerichte werkwijze

‘Gebiedsgerichte aanpak’ lijkt wel het nieuwe mantra in het openbaar bestuur. Maar wat is het eigenlijk? En hoe werkt dat in de praktijk? Plaatsvervangend directeur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen van het ministerie van BZK  van Delden licht toe.

Binnen BZK werken we, in combinatie met ons generieke Haagse beleidswerk, steeds meer themagericht en gebiedsgericht. Bij de themagerichte aanpak kun je denken aan bijvoorbeeld de aanpak van de thema’s die centraal staan in het Interbestuurlijk Programma, de thematische City Deals en de grensoverschrijdende samenwerking. Zo’n thematische aanpak is daarbij vaak voor meerdere gebieden relevant.

Bron: PBL. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave van de infographic.

Bij de gebiedsgerichte aanpak kun je -naast de bekende MIRT-aanpak- denken aan de twee nationale programma’s -Rotterdam-Zuid en Groningen- waarin BZK inmiddels participeert. Of de woondeals die met de regio’s Amsterdam, Den Haag/Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen worden voorbereid. En de regiodeals met grensregio’s zoals Parkstad, Twente, Zeeuws Vlaanderen, Achterhoek en Zuid-Oost Drenthe. Hierbij werkt BZK meerjarig actief met andere betrokken partijen samen aan de versterking van de ruimtelijk-economische
structuur, de verbetering van de sociaal-fysieke leefbaarheid en/of de governance in de desbetreffende regio. We werken daarbij dan samen met zowel andere departementen als
ook individuele medeoverheden en private partijen. In deze gebiedsaanpakken komen de inhoud en de spelers bijeen.

BZK levert hierbij onder meer een bijdrage door de inzet van (verandering van) wet- en regelgeving, financiële middelen en door de inzet van de kennis van BZK ten aanzien van democratie, bestuur, overheidsorganisatie, wonen, bouwen en ruimte. Door de opgaven in een gebied niet apart maar in samenhang te bekijken, wordt BZK intern gedwongen om nog veel meer en vooral ook veel bewuster ‘horizontaal’ samen te werken. Hierbij ligt de meerwaarde van die samenwerking vooral ook in de verbinding tussen alle aanwezige kennis en expertise. Onze gebiedsgericht inzet op democratie en bestuur wordt relevanter als die inzet is gekoppeld aan gebiedsgerichte inhoud zoals wonen, bouwen en ruimte. En andersom.

Bron: PBL. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave van de infographic.

Een en ander betekent niet dat heel BZK nu gebiedsgericht moet gaan werken. Integendeel, een groot deel van ons werk is generiek en gaat over maken van wetten en beleid op de genoemde onderwerpen. Dat moeten we goed en zorgvuldig blijven doen. Tegelijk vragen de opgaven buiten er om dat we flexibel met ons generieke werk omgaan. Dat we -als de opgaven buiten daarom vragen- juist vanuit ons generieke werk en onze generieke expertise ook een bijdrage leveren aan thematische of gebiedsgerichte opgaven. Dat hoeft overigens geen gevolgen te hebben voor onze organisatiestructuur. Wel op hoe we samenwerken. Structuren zijn uiteindelijk niet de oplossing. Het gaat om de mindset om over je eigen schutting te kijken en om elkaar – vanuit je eigen kennis en expertise- binnen BZK op te zoeken om met de partners in die gebieden en collega-departementen samen te werken aan de uitdagingen waarvoor die gebieden staan. Dat vraagt intensievere en bewustere samenwerking van ons allemaal. De krachten bundelen. De opgave buiten is daarmee het uitgangspunt voor ons allemaal. Want het doeltreffend aanpakken van die opgaven is waar we het voor doen.

Dit artikel verscheen eerder in de interne BZK-krant waarin secretaris-generaal Maarten Schurink reflecteert op zijn eerste honderd dagen als SG op de opbrengst van diverse werkbezoeken en medewerkersbijeenkomsten.

De Inclusieve Stad

Ernestine Comvalius. Foto: Serge Ligtenberg

Dit artikel verscheen eerder op onze zustersite Gemeentenvandetoekomst.nl

De tijd dringt om de identiteitscrisis waarin Nederland zich bevindt op te lossen. Voor mij is de stad in balans een inclusieve stad, waarin wij niet beoordeeld worden op basis van de kleur van onze huid, maar op basis van onze kwaliteiten. In de stad in balans, in mijn inclusieve stad, is er plaats voor iedereen.

Ik wil niets anders dan dat Nederland de eigen geschiedenis onder ogen ziet en daarvan leert. Dat wij, als nazaten van degenen die geprofiteerd hebben van de koloniale tijd, en de nazaten van degenen die dit zijn ondergaan, aan één tafel kunnen zitten om de geschiedenis recht te trekken en opnieuw gezamenlijk geschiedenis te maken.

Dat we samen kunnen onderkennen dat wie voor de één een held is, voor de ander een dader is, en dat we nieuwe helden kunnen gaan delen. En dat we de duistere kanten van de helden waar Nederland op boogt kunnen bespreken, in plaats van bagatelliseren.

De Inclusieve Hoofdstad van Nederland

Tijdens de Dag van de Stad heb ik een idee voorgelegd. Een nieuw initiatief, dat ik als volgt heb verwoord:

Ik roep u op om de steden groot en klein uit te dagen, om zich in te zetten voor het verkrijgen van de eretitel “De Inclusieve Hoofdstad van Nederland”.

Twee jaar lang mag de stad deze titel dragen. Een gemengde commissie maakt de keuze uit de inzendingen. Een commissie van jong en oud, met verschillende deskundigheden, uit verschillende lagen van de bevolking en met verschillende culturele achtergronden, seksuele voorkeuren, verschillende genders en identiteiten, waaronder ook mensen met een beperking.

De steden maken een bidbook, en geven aan hoe zij gaan werken aan een duurzame inclusieve stad.

“Ik roep u op om de steden groot en klein uit te dagen, om zich in te zetten voor het verkrijgen van de eretitel “De Inclusieve Hoofdstad van Nederland””

Een nieuwe beweging in de stad

Ik zie een beweging voor me in de stad die zich beijvert voor die titel. Theaters en zorgcentra, scholen en broedplaatsen, architecten en journalisten, activisten en wetenschappers, buurtvrouwen en sporters. Eenieder op de been om te werken aan een bouwsteen voor die Inclusieve Stad.

In de Inclusieve Hoofdstad van Nederland heeft eenieder een onderzoekende houding, die al vanaf de schoolbanken wordt gestimuleerd. Daar leren alle kinderen bijvoorbeeld dat Jan Ernst Mazeliger geboren is aan de Cotticarivier in Suriname in 1852, nog voor de afschaffing van de slavernij, en dat hij de uitvinder is van de schoenzwikmachine, die – wat daarvoor met de hand werd gedaan – mogelijk maakte, waardoor de schoenenindustrie een impuls kreeg. Dat is een voorbeeld van nieuwe verhalen, van nieuwe helden, die wij kunnen delen. U moest eens weten welke impact het kan hebben op de identiteitsvorming van alle kinderen en in het bijzonder de kinderen van kleur die op Mazeliger lijken. Zij die de weerspiegeling node missen in de geschiedenisverhalen, in de media, de tijdschriften, de kinderfilms.

“In de Inclusieve Hoofdstad van Nederland heeft eenieder een onderzoekende houding, die al vanaf de schoolbanken wordt gestimuleerd”

Als u allen het besluit neemt om zich in te spannen voor de eretitel ‘De Inclusieve Stad’, bereiken wij de positieve start van een nieuwe ontwikkeling, waarin Nederland ook mijn kinderen en kleinkinderen omarmt, en zij kunnen bijdragen aan die inclusieve identiteit.

Ik hoop dat ambtenaren, politici en anderen uit het maatschappelijk middenveld de handschoen oppakken. Doet u mee?

Ernestine Comvalius is directeur van het Bijlmer Parktheater en Theater Krater.

‘Students of the campus’

Dit gaat over de City Deal City Deal Kennis Maken

Om grootstedelijke thema’s op een nieuwe manier aan te pakken, slaan steden en kennisinstellingen de handen ineen. Steden en kennisinstellingen kunnen immers veel van elkaar leren. De ambitie om meer samenwerking te laten plaatsvinden tussen de kennisinstellingen en de stedelingen vloeit voort vanuit het gedachtegoed van de engaged university: de betrokken kennisinstelling staat middenin de samenleving en betrekt bewoners, ondernemers en andere partners actief bij het vergaren en overbrengen van nieuwe kennis. Meedoen aan onderzoeken, samen evenementen organiseren voor de buurt en het vergroten van buurtcohesie behoren tot de mogelijkheden om dit te bereiken.

À la Humans of New York, een populaire fotoblog over inwoners van New York, maken we portretten die een kijkje geven in de ervaringen van verschillende groepen mensen met de engaged university. Vorige maand spraken we bewoners die dichtbij een campus van een kennisinstelling wonen. Deze maand hebben we portretten gemaakt van studenten. Hoe komen studenten in contact met de stad? Hoe ervaren studenten de ambities van hun kennisinstellingen om meer in contact te staan met de omgeving?

Foto: Bas Nieuwenhuizen

“Momenteel werk ik vanuit de Hogeschool Leiden aan een onderzoek naar compassie in de stad. De doelgroep hiervoor is vrij breed, namelijk inwoners van Leiden. Ik kom dus in contact met verschillende mensen van verschillende organisaties. Dit project doe ik in opdracht van de gemeente Leiden. De samenwerking is heel erg goed. We kunnen altijd in gesprek met de gemeente als we ergens tegenaan lopen. Welke meerwaarde ik zie in het project? Het is goed dat studenten en mensen in de stad met elkaar in contact komen. Het zijn toch soms twee gescheiden werelden. Wat ik ervan vind dat ik door school de maatschappij in wordt gestuurd? Ik vind het goed. Ik zou ook een keer de vrijheid willen om zelf een opdrachtgever te benaderen. Ik wil bijvoorbeeld graag mensen helpen bij het ontdekken van hun kwaliteiten en hoe ze deze kunnen inzetten. Door zelf een opdrachtgever te zoeken raak ik nog meer gemotiveerd om de samenwerking aan te gaan. Op deze manier doorloop ik zelf het hele proces. Dat maakt de opdracht nog leuker.”

Foto: Bas Nieuwenhuizen

“Als student in Leiden ben ik vanuit de Hogeschool nooit echt in contact gekomen met de bewoners van de buurt rondom de campus. Ik ben momenteel wel vanuit het vak ‘Sociaal Ondernemen’ bezig met een onderzoek naar wat het betekent om een goede buur te zijn. Hiervoor gaan wij een Leidse wijk in. Wat ik van het contact vind met de buurt, bedrijven en de gemeente? Ik vind het leuk om die contacten te leggen. Zo doe ik meteen ervaring op in de praktijk. Een ander voorbeeld van een project waarbij ik in contact kwam met mensen buiten de hogeschool, is vanuit het vak ‘Ondernemerschap’. Daarbij deed ik een opdracht voor het het Ministerie van Financiën. Ik moest een product ontwikkelen voor jongeren waarmee zij leren om goed met geld om te gaan. Deze ervaringen zijn belangrijk voor mijn ontwikkeling. Ik leer zo tijdens mijn studie hoe ik mij presenteer als professional. Je kan dat presenteren wel heel vaak oefenen in een klaslokaal, maar je leert het pas echt door te doen in de praktijk.”

Foto: Bas Nieuwenhuizen

“Bij mijn opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening wordt benadrukt dat je een vraagstuk vanuit zoveel mogelijk perspectieven moet bekijken. Om meer van die perspectieven te horen, worden wij voor projecten ook de straat op gestuurd. Zo hebben wij interviews afgenomen onder inwoners . Het leukste is om mensen aan te spreken uit verschillende lagen van de samenleving. Voor projecten kom ik ook in contact met mensen die nadenken vanuit wisselende perspectieven. Zo heb ik gesproken met een ggz-hulpverlener, een jongere die hulp kreeg vanuit de ggz, maar ook met de gemeente Amsterdam. Het biedt informatie dat je niet uit de boeken haalt. Het leeft veel meer. Of ik een tip heb voor de hogeschool voor meer contact met de praktijk? Er worden veel symposia en congressen georganiseerd in samenwerking met maatschappelijke organisaties. Deze gaan bijvoorbeeld over jongeren in de schuldhulpverlening. Vaak zijn deze niet toegankelijk voor studenten. Ik zou graag zien dat deze toegankelijker en zichtbaarder worden voor de studenten. Studenten kunnen daar meer contacten leggen.”

Foto: Bas Nieuwenhuizen

“Hoe brengt de Hogeschool van Amsterdam mij als student in contact met de maatschappij? Bij het vak ‘Online Tools’ werk ik aan het ontwerpen van een gedragscampagne op Facebook. In samenwerking met het Van Gogh Museum ontwerp ik met mijn groepje een campagne om meer online engagement van de bezoekers van de Facebookpagina te genereren. Dit is een van de weinige voorbeelden waarbij studenten echt buiten school aan de slag gaan. Er zijn ook andere manieren waarop ik als student betrokken ben bij maatschappelijke actualiteiten. Ik word geconfronteerd met grootstedelijke problematieken, zoals het teveel aan Airbnb-accommodaties of overgewicht onder jongeren. Deze problematieken behandelen we vooral theoretisch. Of ik een tip heb voor de hogeschool? Ik zou meer diversiteit willen in de vraagstukken. Er zijn veel kleine sociaal-maatschappelijke vraagstukken waar wij ook aan kunnen werken. Dus minder actualiteiten van het nieuws, meer kleinere problematieken. Een voorbeeld is hoe de sociale cohesie tussen bevolkingsgroepen binnen een stadsdeel versterkt kan worden. Een laatste tip is om te kijken naar hoe dit het beste in te passen is binnen de vakken, zodat het niet teveel wordt.”

Tastbare toekomsten

Nederland denkt volop na over haar ruimtelijke toekomst. De Nationale Omgevingsvisie is in aantocht en met de aankomende lokale Omgevingsvisies hebben gemeenten al hun creativiteit nodig. Om daarbij aanstaande uitdagingen als de energietransitie en de woningbouwopgave het hoofd te bieden, is het cruciaal om de omgevingsvisies te verbinden met tastbare en doordachte toekomstbeelden.

Wilt u het hele artikel lezen, ga dan naar de website van RUIMTEVOLK.